JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jongeren  tussen traditie en actualiteit

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jongeren tussen traditie en actualiteit

Jaarvergadering Jeugdbond 11 april 2002

11 minuten leestijd

"Jongeren van nu zijn de kerk en de ambtsdragers van later. Daarbij zijn er ontwikkelingen die met zorg vervullen. De kerk en ook onze jongeren staan altijd in een bepaalde maatschappelijke context en worden door het maatschappelijk denken beïnvloed. Hoe kunnen jongeren daarom ingroeien in de kerk?" Zomaar een fragment uit de lezing van dr. W. Fieret. Hij spreekt over het thema 'Jongeren in het spanningsveld van traditie en actualiteit'. Plaats van handeling: de jaarlijkse jaarvergadering van de Jeugdbond.

In een van de zalen van de kerk van de Gereformeerde Gemeente van Woerden wordt het passen en meten voordat iedereen een plek gevonden heeft. Er zijn dit keer zo'n 170 aanwezigen. De jaarvergadering op een doordeweekse avond in plaats van vrijdagmiddag en -avond blijkt een succes. De jaarvergadering is altijd een plaats van ontmoeting tussen allerlei jongeren en ouderen die betrokken zijn bij allerlei vormen van jeugdwerk, plaatselijk, regionaal en landelijk. Dit blijkt uit de vele begroetingen.

 

Opening

De voorzitter van de Jeugdbond, ds. W. Visscher, leest Mattheüs 28: 16-20 met ons.

"We leven in verwarrende en zorgvolle tijden, als we kijken naar bijvoorbeeld het Midden-Oosten. Jeruzalem is een steen des aanstoots en zal dit altijd blijven. Ook in ons land gaat er van alles niet goed. Voordat we toegeven aan de moedeloosheid, moeten we dit gedeelte lezen: Zie, Ik ben met ulieden al de dagen... De Heere Jezus zegt: 'Zie', dit betekent: let op, dit is zeer belangrijk! Hij zegt dit tegen de elf discipelen, slechts een handjevol mensen, maar ze krijgen wel een adres: Ik ben met ulieden. Horen wij al door wederbarende genade bij dit volk van God? Hij is al de dagen bij Zijn volk en dat is hun troost. Eenmaal zal Hij terugkomen op de wolken. Het is een vreugde voor die Hem dienen, maar een verschrikking voor die Hem niet dienen. Er staat geen zaak zo goed voor als het Koninkrijk van God!"

 

Jaarverslag

Daarna worden kort enkele huishoudelijke punten besproken. De heer Mauritz wandelt het jaarverslag door en memoreert enkele dingen: er is een kleine groei in het aantal leden, met name bij het -16 werk, de actie Een (t)huis voor jongeren heeft uiteindelijk fl. 1.130.000,- opgebracht. Een deel van dit bedrag is bestemd voor een gezinshuis, maar hier is nog steeds geen echtpaar voor gevonden. "Wie voelt zich geroepen?" vraagt de jeugdbonddirecteur.

Tenslotte worden enkele dingen er nog even uitgelicht: de riddering van ds. J. Driessen en de jubileumbijeenkomst voor J. Leune. Teunis Rijneveld wordt nog even in het zonnetje gezet: hij heeft de Jeugdbond enkele maanden geassisteerd, maar gaat nu werken bij Ontmoeting. Mauritz noemt ook nog het positieve financiële resultaat, maar wijst erop dat dit vooral is veroorzaakt door lagere salariskosten in verband met de mindere bezetting. "Dit gaf veel zorg, maar", zo vervolgt hij, het slot van het jaarverslag citerend: "wat een wonder dat de Heere zondige mensen wil gebruiken en gebrekkige middelen wil zegenen. Soli Deo gloria."

Met de bestuursverkiezing wordt het huishoudelijk deel afgesloten. Aan het eind van de avond blijkt dat de aftredende bestuursleden zijn herkozen.

 

Een wezenlijk andere tijd

De heer Fieret krijgt het woord. Iedere jongere generatie moet in het bestaande bestel ingroeien en dat proces heeft een eigen dynamiek, ze hebben eigen opvattingen en dit alles geeft spanningen. De eigen tijd wordt altijd als een tijd van verval en afglijding gezien: 'zo erg als het nu is, is het niet eerder geweest'. Dit sombere beeld lezen we al bij de oudvaders. Bij ds. Kersten komt het ook voor. Hij wees voortdurend erop dat een terugkeer naar het beginsel noodzakelijk was. Het openingswoord is ook een voorbeeld ervan.

Hoe komt dit? Het verleden vormt geen bedreiging meer voor ons. We weten hoe het afgelopen is. Je eigen tijd geeft altijd spanning door de onzekerheid. Als we vijf jaar later terugkijken naar Sharon en de Palestijnen, dan zeggen we 'ach, het valt wel mee'. Dit is de nuchtere kijk van de historicus. Toch is het nu een tijd die er nooit eerder geweest is. Huizinga analyseerde vele crises en stelde dat bij elke crisis toch het christendom over de golf heen werd meegenomen. Na de huidige golf van crises is het christendom echter nagenoeg verdwenen, het is niet meer het leidende motief. We leven daarom in een wezenlijk andere tijd.

 

Jongeren in de moderne tijd

Tachtig jaar geleden had je cultureel christendom. Iemand was socialist, liberaal, maar had toch een christelijk uitgangspunt. Nu kun je kiezen tussen trouwen en samenwonen, huwelijk of homo-'huwelijk', zwangerschap uitdragen of niet, lijden tot de dood of niet, zondag houden of opgaan in 24-uurs economie. Er is geen homogene bewustwording meer bij jongeren. Er is dualisme: christendom tegenover een godsdienstloze samenleving. Godsdienst is iets voor binnen de muren van kerk en privé-leven, niet voor de samenleving.

Dit heeft gevolgen voor de beleving van jongeren. Er wordt wel gesproken van een keuzemaatschappij, ofwel ethicalisme. Jongeren kiezen heel bewust voor leven volgens Bijbelse normen, of niet. Dit is anders dan toen hun ouders jong waren. Jongeren kiezen heel bewust voor stille tijd, dagboekjes, etcetera. Dit is heel goed, maar er zit ook een gevaarlijke kant aan dit ethicalisme: men ziet hier de heiligmaking in, waardoor het zicht op echte heiligmaking wat op de achtergrond raakt. Ook het godsbeeld is ethisch gekleurd. Jongeren denken veel vanuit: 'wat zou God hiervan vinden?'. Dit is een ander godsbeeld dan honderd jaar geleden.

 

De traditie

Welke rol speelt traditie hierin? In de eerste plaats gaat het hierbij om het overdragen van de Bijbelse leer van verleden naar heden, maar ook over: kleding, omgang met geld, zicht op ambten. Het verleden moet ingepast worden in het heden.

In tijden van crises zocht men houvast in het verleden. De Renaissance greep terug op de klassieke oudheid, de Reformatie op de vroeg-christelijke kerk. Het verleden was functioneel en gaf antwoorden. Het moderne denken grijpt naar nieuwe ontwikkelingen als oplossing. Een voorbeeld is de ziekte aids. De kerk grijpt terug naar het verleden: terug naar Bijbelse normen en waarden. Moderne mensen zoeken oplossingen in ontwikkelen van nieuwe medicijnen. We vragen ons nu af: 'wat moeten we gaan doen?' in plaats van 'wat leert het verleden ons?'. Er is een verschil tussen modern en Bijbels denken. Historie is niet meer functioneel en daarom neemt het historisch besef af en de rol van traditie wordt minder. Men vraagt ook veel meer: wat heb ik eraan? Wat levert het op? Een hoed op in de kerk, kun je dan beter horen? Deze ontwikkeling noem je het functionalisme. Ook zien we individualisme: 'ik geloof, maar ik heb de kerk daarbij niet nodig'. Het belang van belijden met de kerk der eeuwen neemt af.

Dit functionele denken en individualisme sluipen ook de kerk en het denken van jongeren binnen. Het heeft ook consequenties voor het godsbeeld: jongeren concentreren zich op existentiële en authentieke ervaring. Dit is wel goed, maar kan een bron van dwalingen worden. Het belang van de traditie als richtinggevende tweede poot van het geloof neemt af.

 

Ingroeien in de kerk

Hoe kunnen jongeren ingroeien in de kerk? De kerk en jongeren staan altijd in een bepaalde maatschappelijke beïnvloedende context. In deze tijd van technicisme en rationalisme is alles te regelen, behalve mijn zaligheid. De voedingsbodem van het evangelie is dus ongunstig. Er zijn centrale onopgeefbare punten: God is soeverein, Zijn Woord is waarheid, God is Schepper en straks Rechter en de mens moet zijn leven hiernaar richten en niet te vergeten: God doet mensen delen in het heil door Christus. Dit is een leer die tegen het vlees ingaat.

Jongeren vragen ook naar persoonlijke authenticiteit, ook bij leidinggevenden. Hierbij moet ook de geloofsleer overgedragen worden. Jongeren vragen wel bij onderwerpen als 'de mededeelbare en onmededeelbare eigenschappen van Christus' en andere dogmatische onderwerpen: 'wat heb ik eraan?' maar geef het wel een plaats.

We moeten ook aansluiten bij jongeren. Vooral niet kinderachtig. Jongeren moeten vervuld raken door heilige jaloersheid op de 'geestelijkheid' die predikanten en leidinggevenden uitstralen. Ga naast de jongere staan, niet erboven. Zoek aansluiting en contact met ouders.

Wat een zegen dat u jongeren mag begeleiden naar de volwassenheid en mag bijdragen aan het hen laten ingroeien in de kerk. Er zijn hierbij beïnvloedbare en niet beïnvloedbare factoren, maar angst is in elk geval een slechte raadgever.

Tot slot en tot bemoediging citeert Fieret artikel 27 van de NGB. De kerk is klein, maar zal zijn tot het einde toe, omdat Christus Koning is en God Zijn kerk bewaart tegen het woeden van de gehele wereld.

 

Boeiende discussie

Na de pauze worden enkele stellingen besproken. De discussie blijkt enigszins geregisseerd. Voor in de zaal heeft een forum plaatsgenomen, bestaande uit de heer Fieret, ds. W. Visscher, Laurens Kroon en als jongeren Betty van Steensel en Philip Uijl. Er blijken nog tien jongeren 'met het groene papier' in de zaal verspreid te zitten, die van meer weten. Een boeiende discussie ontspint zich naar aanleiding van de stellingen.

1. Het kerkeIijk jeugdwerk heeft een taak om jongeren te laten ingroeien in de eigen (T)(t)raditie.

Bij deze stelling gaat het in de discussie over het verschil tussen 't' en 'T'. Is er een tegenstelling? "Als je de grote T goed uitlegt, dan is de kleine t geen probleem", volgens Betty. "Wat kan iets zonder God laten zien van God?" Ds. Visscher twijfelt hieraan en verhaalt dat hij toen hij negen jaar was niet veel van alles begreep, maar wel besefte dat het om iets heel waardevols ging. Laurens werpt op dat iemand van negen niet te vergelijken is met iemand van zestien. Aan iemand van zestien is het heel wat moeilijker om de kleine t uit te leggen. Fieret wijst er ook op dat het functioneel denken vraagt: 'wat heb ik eraan?'. Het is belangrijk te laten voelen dat er iets heel wezenlijks achter zit. In de geschiedenis speelt de traditie ook een beschermende rol naar het kerkelijke leven. "Heb eerbied en respect voor de intrinsieke ervaringen van het voorgeslacht."

2. De kerk is nauwelijks meer in staat om 'onverschillige' jongeren te bereiken.

Al snel blijkt dat er verschil is tussen twee soorten 'onverschillig': echte onverschilligen en jongeren met een masker. Maria: "Toon dat je belangstelling hebt voor hen. Als deze jongeren worden gemeden, dan verlies je hen." Uit sommige reacties blijkt wel dat velen het moeilijk vinden om juist een woord voor deze jongeren te hebben. Het probleem wordt ook aangesneden dat weinig jongeren thuis over het geloof kunnen spreken. "Ook in de prediking wordt niet altijd vertaald naar de leefwereld van juist die jongeren toe. Er wordt wel genoemd: geef je hart niet aan de sport, wereld, enzovoort, maar het waarom hiervan wordt niet in de taal van jongeren verwoord", aldus een reactie, Fieret "Aansluiten, niet aanpassen! Blijf wel echt." Hij bevestigt dat hij soms jongeren van dertien, veertien jaar ontmoet, die echt een streep onder de kerk hebben gezet. Ze zijn voor ons mensen nauwelijks meer bereikbaar. Toch: "Wees niet te krampachtig. Ik weet van een onkerkelijke jongen, die heel goed de taal van de oudvaders begreep." Laurens wijst erop dat juist jongeren zelf de beste opvanggroep zijn: "Naast transcendentieverlies en relevantieverlies, zie je vaak referentieverlies, geen jongeren meer met wie je spreekt over de dingen van de Heere."

3. In de kerk worden serieuze jongeren - die spreken vanuit een persoonlijke omgang met de Heere - vaak met argusogen gevolgd.

Over deze stelling wordt verschillend gedacht. Sommige aanwezigen herkennen dit, anderen niet zo. Een voorbeeld wordt genoemd van een ouderling, die er oog voor had dat de Heere onder jongeren werkt toen hij bad voor 'de jonge druifjes'. Echt luisteren naar elkaar voordat een oordeel wordt gevormd, is heel belangrijk. Fieret wijst erop dat het nog steeds zo is: 'laat het maar eens overzomeren en overwinteren' en dat achter het 'met argusogen volgen' door ambtsdragers ook een heel positieve houding kan zitten, namelijk vanuit bewogen pastorale zorg. Op een opmerking van Mauritz dat je juist onder jongeren zoveel aandacht voor 'stille tijd' ontmoet, antwoordt Fieret: "Op zichzelf is dit heel goed. Begin of sluit de dag op een stichtelijke manier, maar lees naast allerlei ethische boekjes ook eens Boston en Van der Groe. Ook deze mensen hebben heel waardevolle dingen te zeggen voor jongeren van nu."

We moeten ook voorzichtig met elkaar omgaan. Een meisje uit de zaal: "Jongeren vinden het vaak ook heel moeilijk om erover te praten. Spreken over je ellende vindt men vaak zo spreken over zichzelf. Er kan juist een begeerte zijn om te spreken over wie Christus geworden is."

4. Er zijn in de kerk 'vaste rotsen in de branding', bij wie jongeren terecht kunnen.

Enkele jongeren geven aan dat ze die nog maar zo weinig tegenkomen. Anderen wijzen op een ouderling, JeV-leider, waar ze vragen kwijt kunnen. Betty: "Durf erop af te stappen, veel mensen vinden het toch fijn als je er naar vraagt." Fieret wijst erop dat het voor jongeren heel belangrijk is op weg naar de volwassenheid van die identificatiefiguren te hebben, maar laat het samen op gaan met onderwijs in de geloofsleer. Alleen identificatiefiguren is een wankele basis."

Aan het slot van de discussie wordt een opdracht mee naar huis gegeven: "God plaatst ons op de weg van jongeren. Laten we daarom biddend en worstelend bezig zijn om steeds een goed woord van de Heere te spreken, ook in het jeugdwerk."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 2002

Daniel | 30 Pagina's

Jongeren  tussen traditie en actualiteit

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 2002

Daniel | 30 Pagina's