Waar halen jullie het recht vandaan?
Tieners en ouderlijk gezag
"Pa, ik ga morgen niet mee naar oma, ik moet werken." "Je hebt van de week al drie avonden gewerkt, Jan. Vier weken geleden heb ik al gezegd dat oma morgen haar verjaardag viert en je weet dat ze het leuk vindt dat iedereen komt." "Ja maar, het is hartstikke druk. Nou, dan laat ik de boel niet in de steek." "Jan, je weet dat we het fijn vinden dat je ijverig bent en dat je naast je schoolwerk tijd hebt voor een baantje, maar het is belangrijk dat je ook tijd vrij houdt voor andere dingen. Morgenavond willen we hier om zeven uur weg en ik verwacht dat jij ook meegaat." "Waar halen jullie het recht vandaan om te bepalen hoe ik mijn tijd besteed?" schreeuwt Jan en met een knal gooit hij de deur achter zich dicht.
Afgeleid gezag
Waar halen ouders het recht vandaan om in te grijpen in het leven van hun kinderen? Dat is een kernvraag in verband met ons onderwerp. Het is goed om daar eerst bij stil te staan. Het kan ouders moed en vertrouwen geven bij de uitoefening van hun gezag. Ouders behoeven dat recht namelijk niet te verdienen; zij hebben het gekrégen. Mét het ouderschap geeft de Heere aan vaders en moeders gezag over hun kinderen. Door hun hand wil Hij kinderen regeren (zondag 39 van de Heidelberger Catechismus).
Daarom hoeven ouders zich niet onzeker af te vragen óf ze gezag mogen uitoefenen over hun kinderen: zij zijn ertoe geroepen. Dit besef kan ouders ook bewaren yoor tirannie en willekeur. Het kan helpen om hoofd- en bijzaken te onderscheiden: over de kerkgang op zondag valt niet te onderhandelen, soms wel over kleren en schoenen die onze puber naar de kerk wil aantrekken.
De puberteit roept nogal eens het schrikbeeld op van koppige en brutale jongelui met wie geen land te bezeilen is. Gelukkig is dat een eenzijdig beeld. Met de meeste tieners valt best te praten en naast een groep opstandige jongeren is er ook een groep meegaande kinderen, die nauwelijks problemen geeft. In dit artikel is er wat meer aandacht voor de eerste groep, omdat het uitoefenen van gezag voor ouders nu eenmaal meer vragen en zorgen geeft in probleemsituaties.
Van kind tot puber
Voor beide groepen jongeren is de puberteit een periode van grote veranderingen, die in ieder geval innerlijke onrust veroorzaken.
Onder invloed van de hormonen wordt een meisje tot vrouw, een jongen tot man en dat gaat niet ongemerkt! Het lichamelijk volwassen worden en alle veranderingen die daarmee gepaard gaan, kunnen pubers knap onzeker maken. Daarbij komt dat de psychische ontwikkeling in een stroomversnelling zit. Het gevoelsleven verandert en verdiept. Tieners hebben vaak wisselende stemmingen: het ene moment vrolijk en actief en kort daarna somber en wispelturig. Als ouders vraag je jezelf af: "Waarom doet Jannet zo nukkig? Vanmiddag was het zo gezellig en nu we aan tafel zitten, is ze niet te genieten." Als je het aan Jannet zou vragen, zou zij misschien zelf ook niet weten hoe het komt.
Zelfstandig worden
Veranderingen in het denken komen tot uiting in een kritischer houding. Pubers proberen dingen beter te begrijpen en verbanden te leggen. Dat verklaart hun onderzoeksdrang en experimenteerzucht, maar ook het kritisch bevragen van ouders: "Waarom mag er in onze gemeente geen muziekgroep in de kerkdienst spelen? Wat is er op tegen dat ik meega naar de bioscoop, als het geen slechte film is?"
De onderzoeksdrang heeft ook te maken met groei naar zelfstandigheid en het zoeken naar een eigen identiteit. Pubers willen steeds meer hun eigen weg gaan: zelf beslissingen nemen en keuzes maken. De mening van leeftijdgenoten is voor hen erg belangrijk. Binnen de vriendengroep proberen zij uit welke kleding en haardracht bij hen past en welke sport of hobby hen aanspreekt. Ze zoeken welke rol bij hen past en welke waarden en normen zij van belang vinden.
Laten wij onze tiener daarvoor ruimte gunnen en hem het gevoel geven dat hij zijn eigen persoonlijkheid mag ontwikkelen. Dat is niet altijd gemakkelijk, want daarbij wordt het ouderlijk gezag vaak onder vuur genomen. Tieners bevragen ouders op de zin van regels en gewoonten. Dat is op zichzelf een gezonde zaak. Sommigen kunnen dat door gewoon naar motieven te vragen. Dat getuigt van groei naar volwassenheid! Anderen doen dit echter door tegen geboden te schoppen, regels te overtreden of gewoonten belachelijk te maken. Dan is het niet eenvoudig om als ouders voet bij stuk te houden. Dan komt het er ook op aan hoofd- en bijzaken te onderscheiden en ons ook in de opvoeding te laten leiden door Gods Woord. Dan kunnen wij als ouders, ieder op onze eigen manier, vanuit een liefdevolle en open houding, aan onze kinderen duidelijk maken waarom wij bepaalde normen aanvaarden en grenzen handhaven. Dan hoeven wij daarover niet onzeker te doen. Daarmee helpen wij onze kinderen niet. Juist in deze leeftijdsfase hebben zij dringend behoefte aan ouders die leiding geven en gezag durven uitoefenen. Natuurlijk is het wel van belang hóe wij dat doen.
Liefde
In de eerste plaats is het belangrijk dat onze kinderen zich geaccepteerd weten als persoon. Dat ze weten dat wij van hen houden, ook al doen zij wel eens nukkig of brutaal. Liefde is de bedding waarbinnen het gezag wordt uitgeoefend. Ervaren onze kinderen die liefde als wij hun gedrag corrigeren en komt zij tot uiting in de bereidheid om te vergeven? Proeven zij er iets van als wij met hen praten over hun talenten en hun zwakke kanten en ervaren zij onze liefde als wij hen troosten als zij teleurstellingen moeten verwerken?
Het goede voorbeeld
Zien onze kinderen de liefde ook in de manier waarop wij als vader en moeder met elkaar omgaan? Proeven zij die in onze gehoorzaamheid aan de Heere? Leven wij het vóór dat wij als ouders Zijn gezag over ons leven aanvaarden? Of laten wij ons meer gezeggen door geld en goed? Kortom: zijn wij voor onze kinderen goede identificatiefiguren? Zulke identificatiefiguren hebben kinderen nodig als zij op zoek zijn naar hun eigen identiteit. Dat betekent niet dat wij volmaakt moeten zijn. Juist ook in het belijden van onze fouten en gebreken, kunnen we het goede voorbeeld geven. Ook tegenover onze kinderen, door eerlijk te zeggen als we iets verkeerd deden.
Openhartig gesprek
Een openhartig gesprek of een pittige discussie is voor onze tiener ook van waarde om leiding te geven aan zijn experimenteerdrang. Daarbij kunnen wij als vader of moeder adviseren en richting geven. Wij kunnen daarvoor aanknopingspunten zoeken in een bericht uit de krant over een popfestival, een artikel over bijbaantjes, seksueel prikkelende reclames en zo meer. Sommige jongeren discussiëren liever met leeftijdgenoten of met andere volwassenen dan met hun ouders. Laten wij onze kinderen die vrijheid gunnen en niet jaloers zijn. De jeugdvereniging, een stel goede vrienden, een leraar op school, een gastvrije oom en tante, zijn voor zulke jongeren goud waard. Wij moeten de teugels vieren, willen onze kinderen kunnen groeien naar zelfstandigheid.
Grenzen handhaven
Maar wat moeten ouders doen als jongeren adviezen naast zich neerleggen en regels aan hun laars lappen? Straffen en belonen zoals wij dat deden toen ons kind nog op de basisschool zat, werkt niet meer. Toch moeten wij gestelde grenzen handhaven en gehoorzaamheid vragen.
De ouders van Hanneke hebben als regel dat hun dochter op zaterdagavond om elf uur thuis moet zijn. Hanneke heeft daar lak aan en komt herhaaldelijk na twaalf uur thuis. Regelmatig hebben haar ouders toegelicht waarom zij het belangrijk vinden dat iedereen 's zondags uitgerust naar de kerk gaat. Dat heeft geen effect gehad. Vader tegen moeder: "Als Hanneke nu weer na middernacht thuiskomt, moet ze voorlopig maar 's zaterdagsavonds thuis blijven, vind je ook niet?"
"Ik vind het erg moeilijk, ik weet niet of wij daarmee iets bereiken. In de Bijbel staat ook dat wij onze kinderen niet moeten tergen. Zal Hanneke dat gevoel niet krijgen als ze op zaterdagavond thuis moet blijven? Ze is al zestien, misschien moeten we haar juist wat meer ruimte geven. Kunnen we niet met haar overleggen dat wij de grens op kwart voor twaalf stellen?"
Hanneke ging met het voorstel akkoord. Toen het na een maand toch weer half een werd, werd er vier weken zakgeld ingehouden.
Bij het stellen van regels en het handhaven van grenzen is het zaak om duidelijk en consequent te zijn. Dat verwacht een puber eigenlijk ook van ouders. Het geeft hem een veilig gevoel bij al zijn experimenten. Diep in zijn hart rekent hij erop dat zijn ouders hem terugroepen, corrigeren en zo nodig straffen als hij te ver gaat. Pubers houden niet van lange 'preken'. Laten wij daarom duidelijk zeggen waar het op staat.
Straffen en belonen
Wanneer onze zoon of dochter het moeilijk vindt om zich aan afspraken te houden, kan het helpen om een beloning in het vooruitzicht te stellen, als het langere tijd goed gaat. Bijvoorbeeld: een maand lang op tijd thuis, dan mag je kiezen wat wij eten. Of: tot de vakantie elke week je kamer in orde, dan mag je een boek uitkiezen. Eventueel kunnen dergelijke afspraken in een soort 'contract' op papier worden gezet.
Gaan pubers regelmatig hun boekje te buiten, dan kan straffen nuttig zijn. Welke straf zinvol is, zal per kind verschillend zijn. Een beetje creativiteit van ouders is daarbij onmisbaar. Hoe wij ook denken over een tik op de vingers bij peuters en kleuters, voor een puber is een lichamelijke straf ronduit kwetsend en vernederend. Het inhouden van zakgeld of het inleveren van vrije tijd zijn straffen die veel pubers serieus nemen (ook al zullen zij dat in hun reactie niet altijd laten blijken).
Ruimte bieden
Tieners moeten leren zelf beslissingen te nemen en verantwoordelijkheid te dragen. Dat hebben ze nodig in hun groei naar zelfstandigheid. Het is goed om ze (indien mogelijk) niet alleen een eigen kamer en een eigen huissleutel te geven, maar ook hun eigen leven te gunnen. Dat wil zeggen dat wij hun privacy respecteren (hun post niet openen, geen gesprekken afluisteren), ruimte bieden voor het kiezen van eigen vrienden, voor studie- of beroepskeus. En als kinderen ons vertrouwen beschamen, laten wij dit dan met hen bespreken, hen op hun verantwoordelijkheid wijzen en opnieuw beginnen. Uit angst of ergernis de touwtjes aantrekken en verkregen vrijheden intrekken, werkt averechts. Tieners die geen vrijheid krijgen, nemen die, vroeg of laat. En dan kan het wel eens te laat zijn om ons gezag nog op een positieve manier aan te wenden. Tieners hebben ruimte nodig. Begrensde ruimte. Begrensd ook door het Woord van God. Wat zou het een ruimte geven als we samen met onze tieners naar die grenzen zoeken en er voor buigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 april 2002
Daniel | 30 Pagina's