De vertelling op de zondagsschool
Het 'waarover' en het 'hoe'
Negen vingers schieten op hetzelfde moment omhoog. Een jongen kan moeilijk wachten, totdat hem de beurt gegeven wordt en onderstreept het gebaar van de opgestoken vinger met allerlei bijgeluiden. Een meisje zit dit alles rustig gade te slaan en vergeet dat de vraag ook aan haar gesteld is. Een ander aarzelt. De vinger maakt verschillende keren een opwaartse beweging, maar blijft tenslotte toch naast de stoel hangen. Een bekend tafereel dat volgt op de vraag: 'Wie weet nog waar er vorige week over is verteld'?
Waarover werd er vanmorgen op de zondagsschool verteld? Een vraag waar geen meester of juf van zal schrikken. U zult eerder blij zijn als deze vraag vaak door ouders aan de kinderen gesteld wordt, als zij uit de zondagsschool thuiskomen. Niet zelden zal het antwoord van de kleinere zondagsschoolbezoeker zijn: 'over de Heere'. Zelfs de kleinen weten, dat ze met dat antwoord altijd goed zitten. Als het niet over de Heere gaat, schiet de zondagsschool zijn doel voorbij. Iedere vertelling bevat als het goed is Gods Woord en wil. Gelukkig proberen veel vaders en moeders het niet bij dit antwoord te laten, maar meer te weten te komen over de zondagsschoolvertelling.
Hoe heeft de meester of juf vanmorgen verteld? Een vraag, die hopelijk vaak gesteld wordt als de juffen en meesters uit de zondagsschool thuiskomen. Meestal niet door een ander, maar door zichzelf aan zichzelf. Een vraag waar menige meester of juf wel van zou schrikken als een van de kinderen dit na afloop zou vragen. Niet zelden zal het antwoord op deze vraag zijn: niet zoals het zou moeten. Zelfs de meester of juf met de meeste ervaring weet met dit antwoord altijd goed te zitten. Immers van de beste geldt: en dat ook onze beste werken in dit leven alle onvolkomen en met zonden bevlekt zijn. Gelukkig proberen veel meesters en juffen nadere vragen aan zichzelf te stellen.
Wat leert Gods Woord aangaande het waarover en hoe? Mozes gaat in Deuteronomium 6 op beide aspecten in. Een onderwijzend hoofdstuk als het gaat over de kennisvermeerdering bij kinderen. Zij worden immers letterlijk genoemd: Gij zult ze uw kinderen inscherpen. Zeker gaat het hier in de eerste plaats over de ouder - kind verhouding. Zijn echter de kinderen waar u wekelijks mee omgaat niet in bepaald opzicht 'uw' kinderen? En deze woorden die ik u heden gebied. Dit zegt iets over het waarover. Zullen in uw hart zijn, en gij zult ze w kinderen inscherpen. Dit zegt iets over het hoe.
Deze woorden zijn de wetten die Mozes uit naam van God aan het volk heeft voorgehouden. Er staat in vers 1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten die de HEERE uw God geboden heeft om u te leren. Wat is het doel daarvan? Er staat in vers 2 opdat gij den HEERE uw God vreest, om te houden al Zijn inzettingen en Zijn geboden die ik u gebied, gij en uw kind en kindskind, al de dagen uws levens, en opdat uw dagen verlengd worden. Hoofdsom van al die geboden is de liefde tot God. Diezelfde opdracht heeft nog een ieder die Gods Woord mag doorgeven. Vertellen is ook Gods wil bekendmaken. De geboden des Heeren zullen een plaatsje in iedere vertelling moeten hebben. Niet dat er door het doen van de geboden nog zaligheid te verdienen is. De wet heeft een andere functie: kenbron van ellende, tuchtmeester tot Christus en regel der dankbaarheid. Het mag onze bede wel zijn, dat zo de wet door de Heilige Geest in de harten van 'onze' kinderen geschreven mag worden.
Hoe dienen we dit te doen? In de eerste plaats: zullen in uw hart zijn. Eigenlijk staat er: op het hart dragen. De geboden des Heeren moeten geschreven staan in de tafel van ons eigen hart. Dan hebben zij de liefde van ons hart. Als er ooit iets van ons hart gescheurd is, dan weten wij wat op het hart dragen betekent. Doet de overtreding van de wil Gods ons zo 'n smart? Er staat niet: zullen in uw mond zijn. Zeker, dat is ook nodig. Maar vanuit het hart. Dus voorleven. Merken ze zo dat het ernst is met onze woorden? Is het te horen aan onze vertelling? In de tweede plaats: inscherpen, dat is meer dan bekend maken. Het is meer dan voorhouden. Dit woord is ontleend aan het scherpen van zwaarden en pijlen. Scherpen dat geschiedt niet in een ogenblik. Denk aan hoe vroeger een zeis werd gewet. Gedurig werd met een hamer geklopt. Gedurig moet de pijl langs een slijpsteen worden gehaald. Het wil dus zeggen: herhalen, geduld hebben. Nooit moe worden om de kinderen te leren hoe heilig, rechtvaardig en goed de geboden des Heeren zijn. Hoe billijk het is om daarnaar te leven.
Zeg niet: voor mij te moeilijk. Mozes acht woorden des Heeren zo eenvoudig, dat iedere vader en moeder dat kan. Dat hangt niet van een opleiding af. Zondagsschoolwerk vraagt wel door Heere Zelf geleerd te worden. Zij die het niet kunnen, zijn vaak niet de slechtsten. Laat de kinderen maar merken dat u in eigen kracht niet kunt en niet weet. Daar wordt uw gezag niet minder van. Als zij maar mogen merken dat de woorden in ons hart zijn.
Ds. A. Schot voorzitter Bond van Zondagsscholen van de Gereformeerde Gemeenten
Gebed van een onderwijzer
(vanuit het Engels: a teachers prayer)
Maar ik, wie ben ik toch o Heer'
die kind'ren wel Uw wegen leer
maar zelf daar afdwaal keer op keer,
'k vermeer hun kennis, ach mijn hand
beeft waar mijn lamp hen bijlicht want
ik weet hoe zwak hoe flauw hij brandt,
en lief te hebben leer ik hen
al wie ik als Uw scheps'len ken
ik die zelf aller schuldenaar ben,
maar wilt Gij toch dat ik hen leid
Heer' toon hen dan te allen tijd
hoe zeer Gij zelf mijn Helper zijt.
(dichter ons onbekend)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 2002
Daniel | 30 Pagina's