JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

In dienst van de grote Ambtsdrager

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In dienst van de grote Ambtsdrager

Vraaggesprek met de diakenen J. Maljaars en J.J. Opschoor

14 minuten leestijd

Diakenen collecteren tijdens de eredienst. Dat is meestal het eerste dat we weten te noemen als het over het diakenambt gaat. Natuurlijk is er meer te zeggen over de taak en het werk van diakenen binnen en buiten de gemeente. We hadden hierover een gesprek met twee mensen uit de praktijk: J. Maljaars uit Rotterdam-Alexanderpolder en J.J. Opschoor uit Krimpen aan den IJssel. Allebei zijn ze al meer dan twintig jaar diaken.

Allereerst willen we het hebben over de instelling van het diakenambt en de zorg voor de naaste. Kunt u het onderbouwen vanuit de Schrift?

Opschoor: In Handelingen 6 wordt gesproken over zeven mannen die werden gekozen om 'de tafelen te dienen'. Ze moesten wijs zijn en vol van de Heilige Geest, en bovendien een goed getuigenis hebben. Door hun verkiezing kregen de apostelen meer tijd voor de Woordverkondiging. De liefdegaven werden door de diakenen in ontvangst genomen en uitgedeeld aan de armen. Ik vind dat een heel mooi beeld! Diakenen beheren geen eigen geld, ook nu niet. De Heere geeft bezit aan mensen. Mensen stoppen geld in de collectezak of maken het over via de bank en wij mogen doorgeven wat we gekregen hebben. Als je dat loslaat, ben je slechts een sociale instelling; dat moet niet en dat mag niet! Diakenen verrichten de dienst van de barmhartigheid. We vinden de diaken als ambtsdrager ook terug in de brieven van Paulus. Daar worden de diakenen genoemd naast de opzieners (ouderlingen).

Maljaars: In het Oude Testament ontmoeten we nog geen diakenen, maar wel het volk Israël dat de roeping had om zich aan de dienst van God en de naaste te wijden. Heel de wetgeving was doortrokken van de zorg voor de naaste. Niet alleen voor de volksgenoten in Israël, maar ook voor de vreemdelingen. Bij het oogsten mochten de hoeken van het land niet afgemaaid worden en moest men wat laten liggen, zodat armen en vreemdelingen het na konden lezen. In het sabbatsjaar en het jubeljaar moest het land rusten. Alles wat er dan spontaan groeide was voor de armen. Uit Spreuken 22: 2 kunnen we leren dat de rijke er is voor de arme om te helpen. Voortdurend wordt in de Bijbel de zorg voor de naaste benadrukt. Die zorg is opdracht aan de christelijke gemeente en daarin vervullen de diakenen een centrale plaats.

Opschoor: Wat wel eens vergeten wordt, is dat aan diaconale hulp iets vooraf gaat. Eerst moet zo mogelijk binnen gezins- of familieverband geholpen worden. We proberen dat steeds voorzichtig en behoedzaam te beklemtonen. Het is heel schrijnend als je ziet dat kinderen die in volle welvaart leven hun vader of moeder laten verkommeren of andersom. Het blijkt soms dat een familie wel weet dat de diaconie financiële hulp biedt, maar men vindt het uitstekend op deze manier...

Maljaars: Gelukkig wordt er in andere gevallen wél geholpen door familieleden of kennissen. Zo hoort het ook.

 

Het ambt van diaken is in de eerste plaats 'dat zij in alle getrouwheid en naarstigheid de aalmoezen en goederen, die de armen gegeven worden, verzamelen en bewaren'. Hoe krijgt dit in de praktijk gestalte?

Maljaars: Vroeger ging het vooral over het verzamelen van goederen. De vruchten moesten op de juiste manier bewaard worden, want anders zouden ze bederven. Nu wordt er geld verzameld en verstrekt. Een enkele keer wordt er iets in natura gegeven. Verzamelen is collecteren en bewaren is geld op een verantwoorde manier wegzetten, zodat het wat opbrengt.

Opschoor: Verzamelen kun je alleen als er gegeven wordt. Jongeren hebben soms de gewoonte om dat aan ouderen over te laten, daarom moeten we hen erop aanspreken. Ik denk dat het een taak van de ouders is om kinderen al heel jong te leren, dat ze van hun zakgeld ook zélf iets in de collectezak mogen gooien. Gelukkig zijn jongeren vaak heel actief in het werven van geld voor een goed doel. Ik denk aan de verkoping van de vereniging bijvoorbeeld. Anderzijds is het soms schrijnend als je ziet hoe jongelui het huwelijk ingaan. Alles wordt tot de laatste euro in het huis gestopt en dan blijft er soms maar weinig over voor de dienst van God. Laten de ouders de hand maar in eigen boezem steken: wat hebben wij onze kinderen materialistisch voorgeleefd...

 

Het tweede deel van het ambt is het uitdelen. Hoe moet dat gebeuren?

Opschoor: Galaten 6: 10 zal het uitgangspunt moeten zijn: Laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs. Bij dat laatste hoef je niet alleen aan mensen van je eigen gemeente te denken. Je kunt ze ook vinden in andere delen van ons land en in andere landen. Dichtbij geeft het natuurlijk het meeste werk. De rest geef je uit handen aan deputaatschappen en stichtingen. Wij pleiten ervoor om het geld zo mogelijk via de kerkelijke weg te bestemmen, omdat je er dan toezicht op hebt hoe het besteed wordt. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan ons Deputaatschap tot Hulpverlening in Bijzondere Noden. Maar als we kijken naar de weelde waarin we over het algemeen leven, dan denk ik dat we persoonlijk ook nog best wat over mogen hebben voor stichtingen als Kom Over En Help en Woord en Daad. Het uitdelen zal getrouw, voorzichtig en met verstand plaats moeten vinden. De Heere is geen karig God en daarom moeten wij milddadig geven.

Maljaars: Ik zou daar het woord blijmoedig aan toe willen voegen. Het is fijn om het te mogen doen. Met een bewogen hart en een toegenegen gemoed, zo staat er in het formulier.

Opschoor: Soms ga je met een traan in je hart bij mensen weg. Zelf mag je het zó goed hebben... Je probeert te helpen, maar je kunt de zorgen niet zomaar even oplossen. Vaak is er nog véél meer aan de hand.

 

De diaconale taak is niet alleen een zaak van geld alleen. Het formulier tot bevestiging roept op de armen en ellendigen te helpen, niet alleen met uiterlijke gift, maar ook met troostelijke redenen uit het Woord Gods. Hoe verloopt een diaconaal bezoek?

Maljaars: Er zijn verschillende soorten diaconale bezoeken. Als we het hebben over troostrijke redenen moet je vooral denken aan het bezoeken van langdurig zieken en gehandicapten. Je probeert namens de gemeente mee te leven en te troosten vanuit Gods Woord. Regelmatig kom je in gezinnen waar financiële problemen zijn. Die bezoeken hebben een heel ander karakter. Dan probeer je inzicht te krijgen in de financiële situatie. Een diaconaal bezoek sluit je altijd af met gebed en, als het van pas komt, lees je een stukje uit de Bijbel.

Opschoor: Je kunt ook beginnen met het lezen van Gods Woord. Ik heb bij huiselijke problemen al een paar maal ervaren dat het dan makkelijker wordt om de nare dingen boven tafel te krijgen. Trouwens, óók bij financiële problemen is het goed om eerst Gods Woord te laten spreken. Dat geeft soms een brug waar je later veel gemak van hebt. Het gaat hier over het helpen met troostwoorden vanuit Gods Woord. Een diaconaal bezoek mag ook wel eens uitmonden in een gesprek waarbij de diaken zélf met troostelijke redenen naar huis mag gaan. Dan ben je getroost door degene bij wie je op bezoek was.

 

Wat is het verschil tussen een diaconaal bezoek en huisbezoek?

Opschoor: Huisbezoek is duidelijk een taak van de ouderlingen. Uiteraard komt dan het leven van alledag aan de orde. Primair is huisbezoek echter luisteren naar de uitwerking van het Woord en de vrucht op de prediking. Bij een diaconaal bezoek is persoonlijke of huiselijke zorg de aanleiding. Dat kan in materieel opzicht zijn, maar het hoeft niet. Je merkt wel dat het geestelijke en maatschappelijke soms volledig door elkaar loopt. Door de nood in het gezin worden wel eens vuisten gebald en vertwijfeld wordt uitgeroepen: 'Waarom?'. Dan moet je terugwijzen naar Genesis 3, maar mag je ook wijzen op Johannes 3.

 

De diakenen moeten 'de benauwden bezoeken en wel toezien dat de gaven niet misbruikt worden' (D.K.O., art. 25).

Opschoor: Normaliter worden de 'uitkeringen' persoonlijk gebracht. 't Mag absoluut niet zo zijn dat er maandelijks een periodieke overboeking plaats vindt. Het zakje met geld mag ook niet door de brievenbus gegooid worden, zoals vroeger wel gebeurde als iemand niet thuis was. Wij gaan steeds bij de mensen langs en dan bespreken we samen de situatie. We proberen ook het nodige te doen om de oorzaak weg te nemen. Een goede manier is bijvoorbeeld het budgetteren van inkomsten en uitgaven. Dat vraagt om een stuk vertrouwen, maar meestal is men daar wel toe bereid als men er niet meer uitkomt. Als diaken heb je een opvoedende taak. Soms moeten vermanende en terechtwijzende woorden gesproken worden. Bepaald niet gemakkelijk! Er kan een vrouw zijn met een gat in de hand of een man die een buitengewoon groot aandeel van de inkomsten zelf opmaakt, zodat zijn echtgenote niet weet hoe ze rond moet komen. Er kan ook een bepaalde gewenning optreden: de diaconie brengt geld, makkelijk hoor! Je probeert te voorkomen dat het geld verkeerd besteed wordt. Diaconaal geld mag niet zomaar in een bodemloze put gestort worden!

Maljaars: Steeds zullen we moeten bedenken dat we niet vrij zijn om allerlei gelden te schenken naast de uitkering die de overheid geeft in het kader van de Algemene Bijstandswet. De overheid stelt die regels niet voor niets. In bepaalde situaties zul je met elkaar in gesprek moeten gaan. Wij hebben daar goede ervaringen mee.

 

De D.K.O. noemt als laatste taak van de diaken de verantwoordingsplicht aan kerkenraad en gemeente. Hoe gebeurt dat?

Maljaars: Op de diaconievergadering bespreken we de problemen die er zijn en stellen we collecten- en giftenroosters op. Ook spreken we over het beheer van het kerkgebouw en we komen met voorstellen voor de kerkenraad. Op de kerkenraadsvergadering deel je globaal mee wat er speelt. Je vraagt raad als het nodig is en je legt verantwoording af van de stappen die genomen zijn. De boeken van zowel diaconie als kerk worden bij ons gecontroleerd door twee kerkenraadsleden en drie gemeenteleden doen hetzelfde. Uiteraard is voor de gemeenteleden niet te zien aan wie er hulp verleend is in de achterliggende periode. De complete verslagen zetten we in ons contactblad. Op de ledenvergadering geven we opening van zaken en mogen er vragen gesteld worden.

 

In het bevestigingsformulier valt nogal eens het woord armen. Wie worden daarmee bedoeld? Zijn er nog wel arme mensen in deze tijd?

Opschoor: Armen zijn behoeftige personen. Dat kan natuurlijk heel breed zijn. Door het stelsel van sociale zekerheid hoeven er geen mensen meer te zijn die geen geld hebben voor de noodzakelijke levensbehoeften. Sommige mensen zijn om principiële redenen niet verzekerd. Als de Heere ervan weet, zal Hij zeker zorgen. Daar ben ik van overtuigd. Toch kan er ook stille armoede zijn in ons rijke land. Tegenwoordig wil men alles hebben, zo jong mogelijk al. Allerlei luxe, overbodige dingen worden aangeschaft. De woonlasten zijn voor velen te hoog. Er zijn ook gezinnen die veel uitgaven hebben, omdat de kinderen scholen van eigen richting bezoeken. De ogen en oren van diakenen moeten open zijn voor mogelijke noodsituaties. 't Is beslist niet zo, dat de diaconie door de toename van de overheidszorg geen werk meer heeft. Er is juist volop werk te doen. Vele ouderen hebben zorgen en voelen zich verschrikkelijk eenzaam. Een bezoekje wordt erg op prijs gesteld. De jongeren van onze gemeenten mogen daarbij betrokken worden! In Krimpen doen we dat en het bevalt uitstekend. Er kan nog veel meer gedaan worden: een boodschap doen, een klein klusje aan een huis, enzovoort. Dat doe je niet zo makkelijk. Je hebt het natuurlijk erg druk, maar we willen het héél graag stimuleren.

 

Stel: u krijgt een tip dat gezin X met moeite de eindjes aan elkaar kan knopen. Wat gaat u doen?

Maljaars: Daar ga je niet aan voorbij natuurlijk. Je probeert de signalen altijd op te vangen. Je laat je als het nodig is hier en daar informeren, je denkt er goed over na en vervolgens ga je een kijkje nemen. Voorzichtig vraag je hoe men ervoor staat. Op de eerstvolgende diaconievergadering breng je verslag uit van het gebrachte bezoek. Samen probeer je eruit te komen. Als het nodig is ga je over tot het verstrekken van geld.

 

Een jongen leest dit interview. Hij weet van de financiële zorgen thuis. Z'n ouders durven er niet mee voor de dag te komen. Hoe kun je dit probleem kenbaar maken?

Opschoor: Probeer, hoe moeilijk het misschien ook is, je ouders zover te krijgen dat ze hulp gaan zoeken. Want hoe langer een zorgsituatie voortduurt, hoe moeilijker het wordt om er ooit nog uit te komen. Neem gerust zelf een diaken in vertrouwen of maak een afspraak voor een gesprek. Dat vertrouwen moet er zijn. We mogen onszelf wel afvragen of we dat vertrouwen ook werkelijk verdienen. De verhalen die we horen, moeten bij ons veilig zijn. Hulp geven is niet makkelijk. Hulp vragen ook niet. Ik zou je aan willen raden om het tóch te doen. Het kan zo verrassend zijn als er hulp geboden wordt. Misschien is de Luisterlijn ook een optie voor jou. Je kunt er anoniem met je zorgen terecht. Heel bewust is deze lijn ook opengesteld voor jongeren.

 

Krijgt iedereen die hulp vraagt ook daadwerkelijk hulp?

Opschoor: Natuurlijk, al wil dat niet zeggen dat iedereen financiële of materiële hulp krijgt. Soms betekent hulp bieden ook raad geven of verwijzen naar Eleos of De Vluchtheuvel.

Maljaars: We geven zoveel mogelijk 'zorg op maat'. De zakelijke probleemgevallen vormen een aparte categorie. Een diaconie kan natuurlijk geen bedrijf gaan redden, laat dat duidelijk zijn. Het gevolg kan zijn dat een gezin in geldzorgen komt. Dan komt de diaconie in beeld. Je zoekt naar oplossingen en eventueel krijgen ze een tijdelijke ondersteuning.

 

Hoe denkt u over grote reserves? Mag de diaconie geld oppotten?

Maljaars: Elke zondag komt er geld binnen voor de diaconie. Dat is niet gegeven om op te potten! Daarom houden we in Alexanderpolder geen grote reserves aan. Alles wat boven het door de kerkenraad vastgestelde bedrag gegeven wordt, krijgt een bestemming.

 

in het dankgebed van het formulier wordt gevraagd of de Heere Zijn genade wil schenken om in het ambt te kunnen dienen. Mag u dat in de praktijk ook ervaren?

Maljaars: De genade van de Heere is nodig om het te mogen doen. Je bent door de gemeente, ja door de Heere Zelf, geroepen om het ambt op je te nemen. Toen ik destijds gekozen werd, kwam er een ouderling op bezoek. Hij zei: "Ik kom je niet overhalen hoor, maar wees ervan overtuigd dat je het niet alleen hoeft te doen". Wat is dat waar! Ik heb het aan mogen nemen en tot hiertoe ervaren dat de Heere me geholpen heeft. Hij geeft de lust en de kracht. Natuurlijk zie je er soms als een berg tegenop, maar het mag ook wel eens meevallen. Dan ga je verheugd naar huis en ben je er verwonderd over dat je het mocht doen. Na verloop van tijd heb ik ook de vrijmoedigheid gekregen om het ambt neer te leggen. Eigenlijk zou dat wat makkelijker moeten kunnen. Later ben ik opnieuw gekozen. Je pakt de draad weer heel snel op als je opnieuw in het ambt komt.

Opschoor: Ik mocht belijdenis doen bij ds. A. Vergunst. Van hem kreeg ik als tekst mee: Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken. Deze woorden kwamen heel nadrukkelijk terug op het moment dat ik gekozen was als diaken. Ik kon geen 'nee' meer zeggen. Terugkijkend zou ik het zo willen verwoorden: Niet ons, o HEERE, niet ons, maar Uw Naam geef ere, om Uwer goedertierenheid.

Jongelui, jullie moeten niet denken dat er alleen maar brave Hendriken in kerkenraadskamers zitten. Ik kan me nog als de dag van gisteren herinneren dat mijn vader mij als zestienjarige kwajongen op zaterdagavond uit de bioscoop haalde. De Heere gebruikte hem om me van het verkeerde spoor af te halen en mijn leven mocht, Gode zij dank, een andere wending krijgen. Dan is het alleen de trouw van de Heere dat je dienen mag. Eigenlijk heeft Hij ons helemaal niet nodig. Toch wil Hij mensen met tekortkomingen en gebreken gebruiken in dienst van de grote Ambtsdrager, de Heere Jezus Christus, Die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 2002

Daniel | 30 Pagina's

In dienst van de grote Ambtsdrager

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 2002

Daniel | 30 Pagina's