Jakob liefgehad - Ezau gehaat
Bijbelstudie over Romeinen 9 (4)
Want dit is het woord der beloftenis: Omtrent dezen tijd zal Ik komen, en Sara zal een zoon hebben. En niet alleen deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, als zij uit één bevrucht was, namelijk Izak, onzen vader. Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende, Zo werd tot haar gezegd: De meerdere zal den mindere dienen; Gelijk geschreven is: Jakob heb ik liefgehad, en Ezau heb ik gehaat. Romeinen 9: 9-13.
De Heere heeft gezegd dat we onze naaste moeten 'haten', zelfs onze vaders en moeders. Ja, je leest het goed: Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder, (...) die kan Mijn discipel niet zijn (Lukas 14: 26). Zoals je al vermoedt, betekent haten hier dat we zelfs onze ouders niet mogen liefhebben boven de Heere. Al onze geliefden hier op aarde moeten van de eerste plaats verdrongen worden, en als de Heere zaligmakend in ons hart werkt, gebeurt dat ook.
Maar waar het me nu om gaat, is het woord 'haten'. Soms betekent het, dat we aan iemand of aan iets niet te veel aandacht moeten besteden, negeren, of eraan voorbij gaan. Zo is het ook in ons Bijbelgedeelte. De Heere is goed voor alle mensen op aarde en doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, maar Hij ontfermt zich over degenen die hem vrezen en laat anderen liggen. O, ontzaglijke werkelijkheid. Mogen we er een indruk van krijgen: de Heere mag laten liggen in het verderf waarin wij ons hebben gestort! Het is goed om te bedenken dat de Heere daar geen mensen heeft ingestort, maar daar velen laat. Laat ik het proberen uit te leggen. Dat sommigen bekeerd worden, komt doordat de Heere in hun leven is begonnen. Niet hun willen en kunnen, maar het vrije welbehagen van God heeft de bekering gebracht. Maar kunnen we ook zeggen dat anderen verloren gaan omdat de Heere ze heeft verworpen? Gaan ze verloren omdat de Heere ze niet wil zalig maken? Nee, dat mogen we zo niet zeggen. Onze val in Adam is de oorzaak van verdoemenis; onze vrijwillige ongehoorzaamheid brengt de ellende. En in Gods vrijmacht mag Hij 'laten liggen' in het verderf wie Hij wil en zovelen als Hij wil. Let op de uitdrukking 'laten liggen'. Jakob heb ik liefgehad en Ezau heb ik gehaat. Haten betekent hier dat de Heere Ezau laat waar hij ligt.
Dat is niet makkelijk te verteren, jonge vrienden. Voor mij niet en voor jullie niet. Je moet ervoor ingewonnen worden om dit te kunnen aanvaarden. Weet je wanneer je dit leert accepteren? Als je het waard wordt om verworpen te worden. Laat ik het in een vraag formuleren: heb je al tegen de Heere kunnen zeggen dat je het goed zou kunnen begrijpen als Hij jou niet zalig zou willen maken? En is het je een verdriet als de Heere je naar recht zou voorbijgaan? Dat leren al Gods kinderen beleven.
De belofte was dat Sara een zoon zou krijgen (zie vers 9). Ismaël was niet de zoon van de belofte. Hij was alleen zoon van het vlees. Moeilijk hè? O, mochten we maar buigen voor een rechtvaardig God. Rebekka bewijst het ook met de geboorte van Ezau en Jakob. Al voor hun geboorte waren ze in de ogen van God verschillend. Jakob was niet beter dan Ezau, maar Jakob was zo bijzonder geliefd door de Heere en de Heere liet Ezau liggen in de zonde waar hij zichzelf had neergevlijd.
Wat is de Heere vrij om te doen wat Hij wil. En wat is dat ook een heerlijke gedachte! Als je het goed beziet, opent dit een mogelijkheid die anders onmogelijk was geweest. Nu kan zelfs een bedrieger als Jakob zalig worden. Nu is het niet 'uit de werken' dat we zalig worden, maar het is uit de 'roepende'; zie vers 11. Je weet wel dat we niet zalig kunnen worden door het te verdienen. Die weg hebben we onbegaanbaar gemaakt. En toch is er nog een mogelijkheid van zalig worden, namelijk door Gods roeping. Als de Heere krachtig en onwederstandelijk roept, worden we gewillig gemaakt en krijgen we een hartelijke liefde om de Heere te volgen.
De Heere werkt anders dan we hadden verwacht. Ismaël en Ezau waren eerder geboren en toch waren ze niet Gods uitverkorenen. De minderen waren uitgekozen om zalig te worden en in hun geslachten zou de Heere bijzonder verder gaan werken. De meerdere zal de mindere moeten gaan dienen (vers 12). Veel wijzen zijn niet zo ingewijd als sommige dwazen. Veel rijken hebben niet wat sommige armen bezitten. Zo komt de Heere aan de eer en zo worden zondaren genadig verrast. Dat geeft hoop, jonge vrienden. Zoek op de plaats te komen waar je God God mag laten en als een onwaardige aan Zijn voeten ligt. Niet dat je je zo op genade kunt voorbereiden. Zo bedoel ik het niet. Maar ik hoop dat er zo plaats mag komen voor het onbegrijpelijke wonder, dat de Heere naar zondaren omziet die verworpen hadden kunnen worden.
Om over na te denken
1. Kun je samenvatten wat je leest in de Dordtse Leerregels Hoofdstuk 3 en 4, artikelen 8-10?
2. Zoek een paar teksten uit Gods Woord waarin duidelijk blijkt dat de Heere vaak het zwakke in plaats van het sterke opzoekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 april 2002
Daniel | 30 Pagina's