Zij verstonden het niet
Meditatie
En zij verstonden geen van deze dingen; en dit woord was voor hen verborgen en zij verstonden niet hetgeen gezegd werd. Lukas 18: 34.
Opmerkelijke woorden lezen we hier. Tot drie maal toe wordt in deze tekst eigenlijk hetzelfde gezegd. Het gaat hier niet over de farizeeërs en schriftgeleerden en de Joden in de dagen van Christus' omwandeling op aarde, maar over de discipelen van de Heere Jezus. Behalve Judas waren zij tot de zaligheid verkoren; ze waren door Gods Geest van dood levend gemaakt. Ze hadden alles verlaten en waren door het oprecht geloof met Hem verenigd en door de liefde aan Hem verbonden. Met Petrus beleden zij: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. Drie jaar mochten zij met Hem verkeren en zijn ze aan Zijn voeten onderwezen.
Hoe noodzakelijk is dit voor ieder van ons. Er moet een wonder aan ons allen gebeuren. De Heere moet ons te sterk worden, opdat we als een doodschuldige voor Hem mogen neervallen. Het is nodig dat we al onze werken, godsdienst en eigengerechtigheid mogen verlaten als grond voor de eeuwigheid.
In deze weg wordt in het hart van een verloren zondaar plaats gemaakt voor Hem, Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren is. Opdat Hij ons geopenbaard wordt als de enige en volkomen Zaligmaker, om Hem te mogen aanschouwen door het geloof en door Hem onderwezen te mogen worden. En nu lezen we: en zij verstonden geen van deze dingen. Niet omdat ze niet luisterden naar wat Hij tot hen sprak, maar ze begrepen het niet.
Wat heeft Hij dan tot hen gezegd? We lezen het in de verzen 31 tot 33 en daarop volgt vers 34 en zij verstonden niet. Wat was daar de oorzaak van? Hij heeft toch heel duidelijk gesproken over de weg die Hij moest gaan van lijden, sterven en opstanding uit de dood.
Maar de discipelen zien niets van de noodzakelijkheid daarvan en begrijpen niet waarom dat nodig is. Zij begeren altijd in Zijn tegenwoordigheid te verkeren en in de zoete vrucht daarvan te delen.
Niet dat God aan Zijn eer zal komen, maar dat de Heere Jezus een aards koninkrijk zal oprichten waarin zij eer en aanzien zouden genieten. Dat was hun begeerte. Zij begrepen niet dat zij aan alles moesten sterven. Ook aan hun aardsgezindheid en vleselijke verwachting, om hun leven alleen in Hem te vinden.
Hoeveel hoger zijn Gods gedachten dan hun gedachten. Wat zijn de discipelen blind. Petrus durft zelfs te zeggen, als de Heere Jezus van Zijn lijden en sterven spreekt: "Dat zal U geenszins geschieden." Hij heeft dit even later zelfs met het zwaard in zijn hand proberen te verhinderen. Ook Gods volk verstaat er zo weinig van, dat Gods recht moet worden voldaan. Dat de schuld van de zonden betaald moet worden en de straf moet worden gedragen. Zo weinig wordt de diepte ingeleefd van onze val in Adam, onze gehele verdorvenheid en vijandschap tegen God, Christus en onze eigen zaligheid. Wat is daartoe ontdekkend licht nodig, om God recht te kennen in Zijn deugden en onszelf in onze vloek- en doemwaardigheid.
Hoevelen verzwijgen, dat door Gods Geest in ons hart plaats gemaakt moet worden voor een lijdende en stervende Zaligmaker. Hoewel zij met de mond in Hem roemen, is Hij hen nooit noodzakelijk geworden. Alleen dan zullen we iets verstaan van wat het Hem gekost heeft. Waar Hij zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar uit onbevattelijke liefde tot Zijn deugden en tot zaligheid van Zijn uitverkorenen Hem heeft overgegeven tot de dood.
De Heere Jezus sprak: "Zie, wij gaan op naar Jeruzalem". Hij gaat niet alleen, maar ook Zijn discipelen die Hem volgen. Hoe groot is het, Hem te leren volgen in de gangen van Zijn vernedering. Daarachter ligt Zijn verhoging. Maar Zijn discipelen verstonden geen van deze dingen. En als wij er iets van verstaan, is dat alleen door genade, want de natuurlijke mens verstaat deze dingen niet. Bij de discipelen is het anders geworden. Zij hebben door ontdekking de noodzakelijkheid verstaan van Christus' voldoening aan Gods eisend recht. Maar zij hebben Hem ook leren kennen in Zijn verhoogde staat.
De lijdensweken zijn bijna ten einde, Steeds zijn we bepaald bij een lijdende en stervende Middelaar, Die alleen de Weg is tot de zaligheid. Maar wat verstaan wij ervan? Mocht er in onze harten een gedurig gebed zijn om de onmisbare werkingen des Geestes, om alleen door Zijn bevelen verstand te mogen krijgen van God en goddelijke zaken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 maart 2002
Daniel | 30 Pagina's