Geen machteloze God
Bijbelstudie over Romeinen 9 (3)
Doch ik zeg dit niet alsof het Woord Gods ware uitgevallen. Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn; noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen, maar: In Izak zal u het zaad genoemd worden. Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend. Romeinen 9: 6-8.
Misschien dat we de indruk hebben kregen dat Paulus ons een machteloze God voorstelde. In de volgende verzen wordt duidelijk dat niets minder het geval is. Zeker, Paulus lijdt, als hij ziet hoe bevoorrecht zijn volk is en hoe zij toch onbekeerd kunnen doorleven. Hij vindt het onbegrijpelijk hoe men zich onder zoveel zegeningen kan verharden en de Heere tegenstaan. Alle zonde is immers zo onredelijk, zo godonterend. Maar toch, hij weet, de Heere staat niet machteloos. We moeten niet denken dat de Heere verdrietig toeziet en het ook niet helpen kan dat zovelen wet en Evangelie ongehoorzaam zijn. De almachtige Verbondsgod hoeft niet machteloos toe te zien.
Lees maar: Doch ik zeg dit niet alsof het Woord Gods ware uitgevallen. Het Woord van God is niet zonder kracht, zegt de Heilige Geest bij monde van deze apostel. O, laten we de heerlijke God ons niet voorstellen als Een die afhankelijk is van onze gewilligheid om zalig te worden. Het doet verdriet - en het doet ook de Heere verdriet - dat zovelen voor eigen rekening leven, en hun bloed zij op hun hoofd. Maar de Heere zal zorgen dat er zalig worden die niet wilden zalig worden. Hij zal met de macht van zijn stem zondaren overtuigen en tot Hem bekeren. De zaligheid is niet afhankelijk van ons willen en kunnen, beste vrienden. Gelukkig niet. Het Woord van God is niet uitgevallen! Niet alle Israëlieten zijn ten diepste Israëlieten schrijft de apostel. Wat bedoelt hij daarmee? Laten we naar het volgende vers (7) gaan en zien hoe we dat moeten verstaan.
Abraham had twee zonen: Ismaël en izak. Zij waren beiden verbondskinderen en daarom beiden besneden. Maar er was een levensgroot verschil. Al waren ze beiden verbondszaad, Izak was het bijzondere zaad Gods. Beiden waren rijk bevoorrecht, maar de Heere had van meet af aan bijzondere bedoelingen met Izak. In het achtste vers lezen we twee vaste uitdrukkingen voor deze twee soorten van verbondskinderen. De een was een kind des vleses en de ander een kind der beloftenis. Ismaël was een kind des vleses omdat Abraham zijn vader was maar, hij was geen kind van de beloftenis. Izak was uit Abraham geboren, maar hij was ook het beloofde zaad. Met andere woorden: Ismaël was op een heel andere manier verbondskind dan Izak was. Ook voor zijn bekering was Izak al op een andere manier in het verbond van God opgenomen dan zijn broer. Hij, en niet Ismaël, was een kind van de beloftenis. Teruggrijpend op vers 6 kunnen we zeggen dat Izak zo in het verbond was, dat de Heere hem krachtdadig zou bekeren en zijn belofte in hem zou vervullen. Hij behoorde tot het Israël in Israël.
Dus Ismaël was geen kind van de beloftenis? We lezen toch in vers 4 dat de beloftenissen voor het hele volk waren! Je hebt goed gelezen dat ook Ismaël de beloften zijn gepredikt. Daar moeten we maar niets van af doen. Maar hij is geen kind van de beloftenis zoals Izak was. Dit is wat we noemen het tweeërlei kinderen des verbonds zijn. Maar let op dat je dat niet verkeerd begrijpt. izak is nooit alleen maar kind des vleses geweest. We kunnen daarom beter niet zeggen, dat Gods kinderen bij de bekering ineens een ander soort kind van het verbond worden. Ze waren al kinderen van de beloftenis voor hun levendmaking. Zo worden er ook nu nog kinderen gedoopt van wie sommigen kinderen der beloftenis zijn en anderen niet. Al die kleine kinderen zijn van nature dood in zonden en misdaden en toch is er een verschil. Er is een verschil in op welke wijze zij verbondskind zijn.
Denk nog even terug aan de eerste verzen van Romeinen 9. Laten we niet vergeten dat ook Ismaël zeer bevoorrecht was. Wat we lezen in vers 4 was ook voor hem bedoeld. Hij behoorde tot het verbondsvolk. Hem was het Evangelie verkondigd en hij was omringd met zoveel zegeningen en bemoeienissen Gods. Dat was in zijn besnijdenis bevestigd.
Waarom slaat Paulus zo'n andere richting in na zijn ruime en aangrijpende aanhef van dit hoofdstuk? Het was zo heerlijk om te horen dat de Heere ons allen werkelijk roept en gewillig is om zondaren zalig te maken. Waarom buigt hij nu in een andere richting? Moet hij zo nodig 'evenwichtig' zijn of moet hij iedereen te vriend houden? Het lijkt wel of hij zijn eigen woorden weer terugneemt en de deur weer op een kier zet. Nee, zo moet je het niet zien beste vrienden. De deur staat nog steeds wijd open. Maar hij wil God niet afschilderen als een machteloze God, Die er ook niets aan kan doen als mensen verloren willen gaan. Hij kan er wel iets aan doen. Hij is de almachtige en kan 'vrome' en 'goddeloze' zondaren stil zetten. Dat is een vol Evangelie. Of niet?
Om over na te denken
1 Op welke twee manieren wordt de term 'tweeërlei kinderen des verbonds' gebruikt? Welke komt het dichtst bij wat we vinden in vers 8?
2 Wat is de troost van de doop, denkend aan vers 4 maar ook vers 7?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 2002
Daniel | 30 Pagina's