Roberto
Een verhaal uit Ecuador - deel 3
"Wat gaat die vrouw vertellen?"
"De vorige keer vertelde ze uit een dik boek. Ze noemde het de Bijbel."
"Maar waarom doet ze dat dan?" wil Roberto weten.
"Dat weet ik ook niet. Kijk, daar is het."
Er lopen al meer kinderen naar binnen. Roberto en de meisjes zijn wel een beetje verlegen, maar Patricio loopt gewoon naar binnen. Er zitten al heel veel kinderen op de grond en op banken. Daar staat de vrouw met het blanke gezicht en nog een gewone vrouw. Ze begint te praten.
"Er zijn weer nieuwe kinderen, zie ik en dat is fijn. Jullie mogen best andere kinderen meebrengen. Er is plaats genoeg. Wij willen jullie vanmorgen een verhaal vertellen uit dit boek. Het boek heet de Bijbel."
De vrouw vertelt over een man die een boot ging bouwen. Zomaar op het land. Nergens was er een zee, waar de boot kon varen. Er was ook geen haven, zoals in deze stad. De mensen lachten de man uit. Hij heette Noach. Maar Noach bouwde toch verder. Dat moest van zijn God. Hij waarschuwde de mensen die hem uitlachten. Ze moesten luisteren naar zijn God, want Hij zou de mensen straffen om wat ze allemaal verkeerd deden. Maar de mensen luisterden niet, ze lachten erom. Noach bouwde heel lang en toen de ark klaar was, kwamen er veel dieren naar de ark. Van ieder dier twee. Noach ging ook in de ark en toen kwam het water. Overal kwam water, steeds hoger en hoger. Noach was veilig, want hij luisterde naar God.
"Jullie moeten ook luisteren naar God. Hij woont hoog in de hemel. Wij kunnen Hem niet zien. Maar we kunnen wel naar Hem luisteren, want Hij heeft dit boek aan de mensen gegeven. Daarin staat wat de mensen moeten doen. Naar God luisteren en Hem gehoorzaam zijn."
Roberto heeft goed geluisterd. Dat is wel een belangrijk boek, denkt hij.
"Weet je wat ik wel wil?" zegt Patricio tegen hem. "Dat verhaal nog eens nalezen in dat boek."
Roberto weet wel dat Patricio kan lezen. Dat heeft hij geleerd toen hij nog kleiner was. Toen ging hij naar school, maar nu woont hij met zijn vader en moeder in deze wijk. Nu moet hij geld verdienen.
"Misschien mag ik het boek wel een poosje gebruiken. Ik ga het vragen, ga je mee?"
Patricio loopt al naar voren. Bij de vrouw staat nu ook de blanke man. Patricio vraagt netjes of hij het boek mag gebruiken.
"Dan neem ik het de volgende keer weer mee", belooft hij.
De man kijkt blij.
"Weet je wat? Je mag zo'n boek kopen. Als je iedere keer dat je komt vijftig cent meebrengt, mag je nu het boek meenemen. Ik doe er een blaadje in waar het verhaal staat."
Patricio knikt. Dat is fijn. Hij kan het boek wel betalen van het geld dat hij verdient met schoenen poetsen. De man kijkt ook naar Roberto.
"Wil jij ook niet zo'n boek kopen? Vraag het maar eens thuis. Hier, neem hem maar mee. De volgende keer komen jullie toch wel weer?"
De kinderen knikken alle vier. Dit is nog eens fijn. Iemand die zomaar een verhaal aan hen vertelt.
Die avond vertelt Roberto aan moeder het verhaal uit het boek van God.
"Dit is het boek moeder. Bij het stuk papier staat het verhaal. Wilt u het eens lezen?"
Roberto weet wel dat moeder dat vroeger ook heeft geleerd.
"Ik mag het boek kopen van de meneer, moeder. Kan dat?"
Moeder kijkt hem verbaasd aan.
"Denk je dat Roberto? We kunnen soms al bijna het eten niet betalen. En dan zomaar zo'n duur boek kopen? Boeken zijn voor rijke mensen, Roberto. Niet voor ons. Dat kunnen we echt niet betalen. Breng het boek de volgende keer maar terug en ga dan maar weer luisteren met Jilma en Blanca. Dat is wel goed."
Hè, wat jammer. Hij had zo gehoopt dat hij het boek mocht kopen. Dan kon moeder ook steeds wat uit het boek lezen. Maar het kan niet. Dat begrijpt hij eigenlijk ook wel.
De volgende week gaan de kinderen weer met zijn vieren naar de blanke man om te luisteren naar een verhaal uit het boek van God. Verdrietig vertelt Roberto de man dat hij het boek niet kan kopen.
"Moeder zei dat het niet kan. We hebben soms al bijna geen geld om eten te kopen. Boeken zijn alleen voor rijke mensen. Niet voor ons. Ik vind het echt jammer, hoor, want moeder kan wel uit het boek lezen."
De man knikt.
"Hoe heet jij eigenlijk?" vraagt hij.
"Roberto."
"Weet je, Roberto? Als jij nu iedere week naar het verhaal komt luisteren, dan is dat de manier om het boek te betalen. Dan hoef je geen geld mee te nemen. Mensen in mijn land, heel ver weg, over de zee, die hebben wel geld. Veel van hen hebben ook een Bijbel. En zij willen graag dat de mensen hier ook de Bijbel krijgen en horen van de God van dit boek. Ik denk dat zij dit boek wel voor je willen betalen, maar dan vinden ze het ook fijn dat jij en je zusjes naar het verhaal komen luisteren. Zul je dat doen?"
Roberto knikt. Hij kan het bijna niet geloven. Toch nog het boek. Hij wil graag iedere keer komen luisteren. Met het boek tussen zijn armen geklemd loopt Roberto met Jilma en Blanca naar huis. Nu is hij rijk! Hij heeft net als de rijke mensen een boek. En niet zomaar een boek. Het is het boek van de God van de blanke man.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 maart 2002
Daniel | 30 Pagina's