JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Brakel en zijn Redelijke Godsdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brakel en zijn Redelijke Godsdienst

Een betrouwbare gids die wil leiden naar Christus

10 minuten leestijd

Bijna elke reformatorische school in ons land krijgt de naam van een bekende oudvader. Meestal laat men zich daarbij leiden door het feit, dat de vernoemde prediker in de plaats heeft gestaan waar nu de school gevestigd is. Als er één uitzondering is op deze regel, dan betreft het wel de goede stad Rotterdam, waar een aantal reformatorische scholen staat, die geen van alle de naam dragen van Wilhelmus à Brakel. Toch is à Brakel vele jaren predikant in deze stad geweest, namelijk van 1683 tot zijn dood in 1711.

Je kunt je afvragen hoe dat komt. Zijn we bezig à Brakel kwijt te raken? Nee, dat niet. Hier en daar prijkt een school met zijn naam. Soms beleeft een werk van hem een herdruk, al of niet in hedendaags Nederlands herschreven. Maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken, dat de liefde voor 'vader Brakel' tanende is.

 

Dikke turf

Als kind herinner ik mij dat m'n vader van tijd tot tijd 's avonds achter een dikke turf van een boek schuilging. En er klonk respect en warmte in zijn stem als hij enigszins plechtig antwoordde op mijn vraag, dat hij in 'vader Brakel' las. Later realiseerde ik me dat hij toen één van de twee delen van zijn Redelijke Godsdienst aan het doorwerken was. Het was een boek, dat al geruime tijd in het bezit van de familie was geweest. Op de lange winteravonden las het eenvoudige voorgeslacht met graagte in 'vader Brakel', en dan vooral in zijn Redelijke Godsdienst. Men ging de volgende winter weer verder waar men de vorige gebleven was. Daar moet menig seizoen aan gegeven zijn, voor men de ruim 2300 pagina's kwarto-formaat had doorgeploegd. Ik vermoed dat we hier één van de oorzaken hebben dat à Brakel in onze tijd minder intensief wordt gelezen en bestudeerd: men gunt er zich in de jacht van het leven de tijd niet meer voor om zulke omvangrijke werken rustig en geconcentreerd te lezen. Daar komt het verouderde taalgebruik nog bij, dat door de meeste jongeren niet wordt gewaardeerd en vaak ook niet begrepen. Een zekere wijdlopigheid is de meeste oude schrijvers en ook à Brakel niet vreemd, wat ook niet direct uitnodigt tot lezen.

 

Wilh. à Brakel-streate

Toen ik jaren geleden in Friesland op vakantie was, zag ik in een klein dorpje plotseling in de buurt van de kerk een straatnaambordje: Wilh. à Brakel-streate. Toen pas realiseerde ik me, dat we in Exmorra waren verzeild; de eerste gemeente van Wilhelmus à Brakel. Het deed me echt goed, daar plotseling oog in oog te staan met het kerkje waarin de toen 27-jarige Wilhelmus in 1662 tot predikant werd bevestigd. Met enige vreugde stelde ik vast: ze zijn deze belangrijke prediker en schrijver uit de tijd van de Nadere Reformatie toch niet helemaal vergeten.

 

Levensloop

En wij mogen hem ook niet vergeten! Zijn levensgeschiedenis is al een voorbeeld. Van jongsaf vreesde hij echt de Heere en kon hij aan zijn vader, de eveneens bekende ds. Theodorus à Brakel, of aan zijn moeder indringende vragen stellen over het geestelijke leven. Zij waren blij dat ze hierin de vele gebeden voor hun enige zoon verhoord zagen. Zij wilden hem graag overgeven in de dienst van de Heere. Een theologische studie aan de toen bestaande universiteit in Franeker lag dan ook voor de hand. Daarna heeft hij in Utrecht nog enkele jaren de colleges gevolgd van de belangrijkste figuur uit de Nadere Reformatie, Gisbertus Voetius.

 

Sara Nevius

In de kring om Voetius heen heeft hij ook zijn vrouw leren kennen, de bekende Sara Nevius. Deze jonge vrouw was toen al weduwe; ze was namelijk eerder getrouwd geweest met ds. Vege uit Benthuizen. Als 17-jarig meisje was ze met hem gehuwd; als 20-jarige weduwe keerde ze in het gezin van haar ouders terug, die zich later in Utrecht vestigden. Zij kwam graag in huis bij Anna Maria van Schuurman, een heel begaafde en vrome vrouw die veel achting had voor Wilhelmus' vader en ook met hem in correspondentie stond. Hierdoor konden er contacten tot stand komen tussen de jonge predikant en de predikantsweduwe. Een betere echtgenote dan Sara Nevius heeft Wilhelmus à Brakel zich niet kunnen wensen. Hij schreef dan ook met veel liefde over haar in de inleiding van haar boekje Een aandachtig leerling van de Heere Jezus, dat hij na haar overlijden uitgaf.

 

Verzet tegen de overheid

À Brakel heeft veel mogen betekenen voor de kerk in zijn tijd. Hij was een geliefd prediker, die als Boanerges kon donderen, als Barnabas kon troosten, als Paulus kon onderwijzen en als Johannes kon lokken, zoals Hellenbroek zei in de rouwpreek naar aanleiding van het overlijden van à Brakel. Ook voor het recht van de kerk durfde hij op te komen. Toen hij voorzitter was van een Friese synode, heeft hij verklaard dat de overheid niet het recht heeft predikanten af te zetten. Hij protesteerde daarmee tegen de gang van zaken die ds. Jacobus Koelman trof, die immers in de gemeente Sluis was afgezet door de Staten van Zeeland, onder andere vanwege het niet willen bidden van de formuliergebeden. À Brakel had zelfs de moed om Koelman in zijn plaats in Leeuwarden te laten preken. En later in Rotterdam ging hij tegen de stedelijke overheid in, die een beroep van de kerkelijke gemeente durfde te weigeren. Hij trotseerde zelfs dreigementen van schorsing en verlies van traktement, omdat hij in deze zaak meer de Koning van de Kerk wilde dienen dan de zondige praktijk van overheidspersonen volgen.

 

Gezelschapsleven

Ook à Brakels houding tegenover de zogenaamde conventikels is opmerkelijk. Deze kwamen in zijn tijd vooral op als een soort tegenwicht tegen een beginnende dorre prediking in de kerk. De meesten waren erg bang van deze gezelschappen, die buiten de kerkdienst om samenkwamen om te spreken over de dingen van het hart en de omgang met de Heere. Zij vreesden namelijk, dat daar afscheiding uit kon voortkomen. Dat gevaar zat inderdaad in de lucht. Jean de Labadie had zich immers van de in zijn ogen dóór en dóór geesteloze kerk afgekeerd en een huisgemeente gesticht van alleen maar wedergeborenen. Ook de vroegere vriendin van à Brakels vrouw, Anna Maria van Schuurman, had zich bij de gemeente rond De Labadie gevoegd. Hierdoor kwam een eventuele afscheiding ook voor à Brakel wel erg dicht bij. Maar hij is ondanks aanvankelijke twijfel de kerkelijke weg blijven bewandelen. Des te opmerkelijker is het daarom, dat hij de conventikels zo gunstig gezind bleef, mits zij stonden onder leiding van een predikant. Daarom vormde hij in Leeuwarden zelf zo'n kring, wat hem overigens nog genoeg moeilijkheden met zijn kerkenraad opleverde.

 

De Redelijke Godsdienst

Wilhelmus à Brakel heeft ook veel geschreven. Een heel mooi boek is zijn Hallelujah of Lof des Heeren over het Genadeverbond uit 1687, dat naar aanleiding van Psalm 8 een prachtige beschouwing geeft over het verbond der genade. Dit boek is herschreven door ds. C.J. Meeuse, waardoor het weer heel toegankelijk is geworden. Eigenlijk een uitwerking hiervan is zijn verreweg bekendste werk De Redelijke Godsdienst, dat in 1700 de eerste druk beleefde en door vele herdrukken zou worden gevolgd. Hierin worden de Goddelijke waarheden van het genadeverbond verklaard, tegen partijen beschermd en tot beoefening aangedrongen. Vooral dit laatste past helemaal bij à Brakel! Het boek is echter veel meer dan alleen een verhandeling over bet verbond; bet is een complete dogmatiek, niet in de eerste plaats bedoeld voor theologen maar voor het eenvoudige kerkvolk.

Deel 1 begint met de leer van de openbaring van God en Zijn besluiten. Daarna volgen hoofdstukken over het verbond der verlossing, de schepping en de voorzienigheid, het verbond der werken en de zonde. Hierna volgt een brede uiteenzetting van het genadeverbond en over de Borg van dit verbond, namelijk de Heere Jezus Christus. Heel belangrijk zijn de nu volgende hoofdstukken, waarin geschreven wordt over de wegen waarlangs de Heere de bondgenoten overbrengt in het genadeverbond, namelijk over de roeping, de wedergeboorte, het geloof en de rechtvaardigmaking. Tenslotte volgt een bespreking van de sacramenten.

 

Nadruk op beleving

Elke keer weer legt à Brakel de nadruk op de toepassing, op de beleving, de bevinding van Gods kinderen. Dat toepasselijke blijkt ook heel duidelijk uit het tweede deel, dat betrekking heeft op het leven van de ware bondgenoten. Dat betekent, dat nu vooral de heiligmaking besproken wordt, dus met name de wet en het gebed.

Tenslotte volgt het derde deel, dat kort de weg van het verbond aangeeft zoals die tot uitdrukking kwam in de handelingen van God met Zijn Kerk in het Oude en Nieuwe Testament. Hierop volgt als een heel uitgebreide toegift een volledige verklaring van het boek Openbaring.

 

Genadeverbond

Als je à Brakel leest, merk je hoe evenwichtig hij de zaken benadert. Hij luistert daarbij zorgvuldig naar wat Gods Woord te zeggen heeft, waarbij hij zijn uitgangspunt neemt in het wondere feit dat de Heere met mensen te doen wil hebben. In het genadeverbond belooft de Heere immers de verlossing van alle kwaad en de zaligheid uit genade door de Middelaar Jezus Christus. De mens stemt toe in de beloften, hij neemt ze aan en geeft zich in het verbond over. Door de sacramenten wordt het verbond verzegeld om de bondgenoten te verzekeren van hun zaligheid. Dit zou je de kern van à Brakels Redelijke Godsdienst kunnen noemen. We moeten daarbij wel beseffen, dat de Heere Zijn verbond slechts met de uitverkorenen sluit. Dat is de reden dat à Brakel niet zo zeer van een uitwendig verbond wil spreken. Vallen verbond en verkiezing dan geheel samen? Nee, er is heel duidelijk plaats voor de aanbieding van het genadeverbond in de prediking aan allen die onder de bediening van het Evangelie leven. À Brakel zegt: Sommigen beginnen in zichzelf en werken - om zo te spreken - van onderen af aan. Zij gaan na, of zij al willen, of zij al verbroken zijn, of ze bekeerd zijn en leven hebben, of zij geloven. Zij gaan tot Jezus om rechtvaardigmaking en heiligmaking, worstelen, bidden, smeken, om Christus te bewegen, opdat Hij hen toch zal aannemen. Maar zij krijgen er geen troost noch vrede door. Alleen blijft er een hoop, dat Jezus Zich nog wel eens tot hen mocht wenden. En als zij eens verzekerd zijn, vrede genieten in hun geweten en blijdschap des Geestes, dan is het snel voorbij en vallen zij algauw terug in hun vorige benauwde toestand. Dit komt doordat men niet van bovenaf werkt, omdat men niet ziet, dat Jezus Zichzelf en al Zijn volheid hun eerst aanbiedt, en dat het geloof is, de hartelijke aanneming van dit aanbod.

 

Kenmerken

Geloof is geen zaak van het verstand, maar van het hart, de zetel van de wil. Daardoor maakt à Brakel ook zo'n duidelijk onderscheid tussen het ware en het historische geloof. De kenmerken nemen dan ook een belangrijke plaats in; daardoor kan immers het onderscheid gezien worden tussen wat van God is en wat een mens zichzelf heeft toegeëigend. Als God werkt, kan er overigens geen lijdelijk afwachten zijn, waarbij een mens heimelijk toch een lange weg uitstippelt van voorbereidingen en oefeningen in boetvaardigheid. Hierdoor is hij immers bezig de verbrijzeling van het hart, het hongeren en dorsten naar de gerechtigheid van Christus, als voorwaarden te stellen. Nee, zegt à Brakel, het zijn geen voorwaarden, maar wel gestalten! Hij wist namelijk heel goed, dat Gods gewone weg met een mens begint bij de overtuiging van zonde, het gemis van God en het besef van verdoemelijkheid. Hij geeft bij de beschrijving van die weg uitvoerige beschrijvingen van wat er in de gelovigen omgaat. À Brakel merkt hierbij echter nadrukkelijk op, dat men niet moet menen dat iedere daad bij elke gelovige zo op elkaar volgt als hij beschreven heeft. Gods weg is niet na te rekenen!

 

Brakel lezen!

Aandacht vragen voor een 'oude schrijver' in een jongerenblad! Is dat wel op zijn plaats? Volledig! Ik durf zelfs te zeggen, dat je jezelf te kort doet, als je à Brakel ongelezen laat. Zijn werk is een betrouwbare gids, die wil leiden naar Christus. Onze gemeenten staan in de traditie van Reformatie en Nadere Reformatie. Daarom mogen we De Redelijke Godsdienst als één van de belangrijkste geschriften uit die tijd niet als 'verouderd' of 'onbegrijpelijk' ter zijde schuiven. Laat ons voorgeslacht, dat 'vader Brakel' intensief bestudeerde, ons ten voorbeeld zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2002

Daniel | 30 Pagina's

Brakel en zijn Redelijke Godsdienst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2002

Daniel | 30 Pagina's