JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Mijn Zoon, mijn zoon

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mijn Zoon, mijn zoon

Bijbelstudie over Romeinen 9 (2)

5 minuten leestijd

Want ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus voor mijn broederen, die mijn maagschap zijn naar het vlees; Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen; Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven alles te prijzen in der eeuwigheid. Amen. Romeinen 9: 3-5.

Davids hart huilde van diepe zielensmart toen hij hoorde dat Zijn zoon Absalom gestorven was. We lezen dat de koning zeer 'beroerd' was en wenende naar de opperzaal van de poort liep terwijl hij het uitschreeuwde: Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom, och, dat ik, ik voor u gestorven ware, Absalom, mijn zoon, mijn zoon" (2 Samuël 18: 33). Wat een diep verdriet had David over het verlies van zo'n lastige en goddeloze zoon. O, hij had hem zo lief, ondanks dat hij zijn vader vervolgde en zelf op de troon wilde. Hij had wel willen sterven in zijn plaats. Dat kon natuurlijk niet, maar als het gekund had, had hij het gedaan in opofferende liefde voor een goddeloze zoon.

Zo'n gevoel had Paulus als hij dacht aan het ongelovige Israël dat de Zaligmaker verwierp. Hij had dat weerbarstige en ongehoorzame volk zo lief dat hij wel voor hen had willen sterven. Sterker nog. Hij had wel verbannen willen zijn van Christus voor zijn broeders naar het vlees. In opofferende liefde had hij zich willen geven om hen zalig te maken. Dat kon niet, net zomin als David voor zijn zoon Absalom kon sterven. Maar de liefde drong hem. Zij waren mensen en geen dieren, geschapen om als redelijke en zedelijke schepselen de Heere te dienen en hij zag ze steeds verder de brede weg oplopen die naar het verderf leidt. Hij vond dat zo erg. Wetende dat zij een ziel hadden voor de eeuwigheid, huilde zijn hart.

Hij zou wel wensen verbannen ter zijn van Christus. Dat vertelt ons dat het volk reeds nu van Christus was gescheiden. Paulus wilde lijden waar het volk nu al in verkeerde. Zij waren van God gescheiden en van Christus gescheiden. Van God gescheiden in het Paradijs, waar we allen afscheid van God genomen hebben en onze rug naar de Heere hebben toegekeerd. Van Christus gescheiden, omdat er geen plaats is in het hart en we zonder Middelaar in het leven staan. Beseffen we wat dat betekent? Paulus begreep het. Hij had zelf gedacht zo dicht bij God te wezen en was er achter gekomen hoe ver hij van hem verbannen was. Omdat hij zijn eigen ongeluk had beweend, kon hij dat van anderen zien. Omdat hij zijn eigen ziel lief had, werd hij bewogen medereizigers lief te hebben. Hij zag het volk van Israël voor het grootste gedeelte voor een gesloten hemelpoort staan, kloppende op de deur zonder dat er werd opengedaan. Hij zag het volk lijden in de eeuwige pijn.

Hij had zelf wel willen verbannen zijn van Christus. Mocht hij dat wel zeggen? Mogen we wensen wat toch niet kan? Jazeker. De liefde mag wensen wat onmogelijk is. Christus vroeg of de drinkbeker aan Hem voorbij mocht gaan, wetende dat het niet kon. Was dat verkeerd? Zo heeft de apostel gewenst dat hij voor het volk kon lijden, al wist hij dat het niet kon. Maar mocht hij om zijn eigen rampzaligheid vragen? Laat ons bedenken dat hij niet vroeg om God te haten, niet of hij Christus mocht vloeken. Hij had wel willen lijden voor het volk om hen te redden van de wraak Gods, niet meer dan dat.

Wat het nog erger maakte, is dat zij familie waren. Hij voelde zichzelf ook Jood en had een bijzondere band met Israël. Dat begrijpen we toch allen wel? Familie ligt nog nader aan het hart dan vreemden. Maar het ergste is dat dat volk zo dichtbij de zaligheid was en zo bevoorrecht was boven vele anderen. Als volk waren zij een bijzonder volk van God. De Heere had glans op dit volk gelegd en het geëerd boven anderen. Verschillende malen had de Heere Zijn verbond met hen bevestigd. Hij had hen onderscheiden met de wet en het woord van de profeten. De tempeldienst, de offers, de feesten spraken zo duidelijk van de komende Messias. Dat maakte hen dubbel verantwoordelijk. De prediking van wat beloofd was voor hen die de Heere vrezen, had herhaaldelijk geklonken. Dat alles maakte het voor Paulus extra pijnlijk. De Heere had het volk wel bedacht en desniettegenstaande had het de gave Gods niet erkend. De Zoon was gekomen tot het Zijne en de zijnen hebben hem niet aangenomen. Dat is niet alleen erg voor het volk zelf, maar daarenboven God onterend.

Jongelui, hoe zit het met onze liefde voor onze medereizigers? Ambtsdragers, vaders en moeders, onderwijzers, weegt het op onze zielen? En als vrienden, als buren, als collega's? Hebben we toestemming gekregen om niet te spreken over de noodzaak van bekering? Geve de Heere ons bekering en bewogenheid met onze naaste.

 


Om over na te denken

1. Kunnen we zalig worden zonder bewogenheid met zielen van anderen te hebben?

2. Waarom kon Christus wel borg zijn voor Zijn volk? Zoek twee teksten in het Nieuwe Testament.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 2002

Daniel | 31 Pagina's

Mijn Zoon, mijn zoon

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 februari 2002

Daniel | 31 Pagina's