Huiverig voor biotechnologie
Dr. Paul onderstreept risico's van voortgaande genetische manipulatie
Stel: je loopt in de supermarkt, op zoek naar een pot chocoladepasta. Kijk je op het etiket om te zien of er misschien genetisch gemodificeerde stoffen in verwerkt zijn? Dr. ir. H. Paul wél. "Eerlijk gezegd doet mijn vrouw meestal de boodschappen. Maar als ik voor de schappen van Albert Heijn zou staan, en ik zou tussen twee soorten pasta kunnen kiezen, zou ik zeker de niet-gemodificeerde nemen. Ik ben huiverig voor genetische manipulatie, al kan ik dat op principiële gronden niet altijd onderbouwen."
Zalm met roze kleurtje
Een zalm die je in vijvers kunt kweken, maar die toch hetzelfde roze kleurtje heeft als zijn wilde soortgenoten. Een koe die geen BSE meer kan krijgen. Een graan- of een aardappelsoort dat bestand is tegen allerlei ziekten. Met biotechnologie, ofwel genetische manipulatie, lijkt het allemaal binnen handbereik. Maar er zijn nog veel voetangels en klemmen. En de Nederlandse bevolking is argwanend.
Een paar weken geleden presenteerde de commissie-Terlouw haar rapport over biotechnologie. In opdracht van het kabinet organiseerde de commissie in 2001 door het hele land debatten en bijeenkomsten over dit onderwerp. Doel: de kennis van de burger bijspijkeren en zijn mening polsen over het gevoelige thema van de genetische manipulatie. Misschien is er op jouw school ook wel over gesproken. Bij biologie of bij algemene natuurwetenschappen.
Liever niet
En? Wat vindt nu de gemiddelde Nederlander? Voor of tegen? Zo simpel is het niet. Na een jaar van activiteiten trekt de commissie-Terlouw de conclusie dat de meeste Nederlanders heel kritisch zijn over biotechnologie. "Liever niet", zeggen de meeste burgers. "Zeker niet als het gevaar oplevert voor mijn gezondheid of voor de natuur." En als er andere methoden zijn om aardappels te beschermen tegen ziekte, dan liever die andere methoden gebruiken.
Maar dat is niet het enige wat er over te zeggen valt. Als aan deze voorwaarden is voldaan, is het merendeel van alle Nederlanders toch geen pertinente tegenstander van genetische manipulatie. Als je alleen op die manier een belangrijk medicijn kunt verkrijgen en vervaardiging van dat medicijn geen schade oplevert aan de natuur, ... ja, dan moeten wetenschap en overheid er toch maar mee aan de slag. Vindt de burger.
Geloof
Opvallend is dat de commissie bij maar heel weinig mensen ethische bezwaren proefde. Wie tegen biotechnologie was, was daar vooral tegen omdat het misschien gevaarlijk kan zijn. Of omdat we het helemaal niet nodig zouden hebben. Maar mensen die er op grond van hun geloof principieel tegen waren, kwamen Terlouw en de zijnen niet veel tegen. Op zich niet zo vreemd, als je beseft dat verreweg de meeste Nederlanders inmiddels onkerkelijk en ongelovig zijn.
Dat neemt niet weg dat er vanuit het christelijk geloof best vragen te stellen zijn bij genetische manipulatie. In dit artikel gaan we daarop in door een vraaggesprek met dr. ir. H. Paul.
Tijdens zijn studie aan de Landbouw Universiteit Wageningen kwam hij ermee in aanraking. In zijn eerste baan, bij een overheidsinstituut voor plantenveredeling, was hij er zelf volop mee bezig. En in zijn huidige werk, een hoge functie op het ministerie van Landbouw, kan hij er evenmin omheen: genetische manipulatie. Maar het ingrijpen in de erfelijke structuur van planten en mensen is eigenlijk een verschijnsel waar niemand omheen kan. Steeds meer voedingsmiddelen die wij dagelijks gebruiken hebben bestanddelen in zich van genetisch gemodificeerde gewassen. Een grote vraag is of het sleutelen aan de genen gevaar oplevert voor mens en dier en plant. Nog belangrijker is de vraag of genetische manipulatie sowieso mag. Grijpt de mens op die manier niet te diep in Gods schepping in?
Frontlijn
Harry Paul, plaatsvervangend directeur Landbouw op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, worstelt met die vraag.
"Ik ben terughoudend als het om biotechnologie gaat. Mijn eerste baan na mijn studie was bij een overheidsinstituut voor plantenveredeling. Daar was ik volop bezig om gewassen genetisch te veranderen. Dat is één van de redenen geweest waarom ik daar na een aantal jaren weg ben gegaan. Bij de opmars van de genetische manipulatie wilde ik als wetenschapper niet meer in de frontlijn staan."
De ontwikkeling van de genetisch manipulatie kun je niet tegenhouden, meent Paul.
"Misschien nog wel in Nederland. Daar zie ik eigenlijk geen grote toekomst voor genetisch veranderde gewassen. De gewassen die wij hier voornamelijk telen, graan, aardappels, suikerbieten, voedermais, vragen daar niet zozeer om. En ons land is veel te kleinschalig, te zeer een lappendeken. Dat levert altijd een risico op voor vermenging met niet-gemodificeerde gewassen. Maar op wereldniveau kun je het niet tegenhouden. Het areaal waarop genetisch gemanipuleerde gewassen worden geteeld, ligt nu al boven de vijftig miljoen hectare, en het stijgt nog elk jaar. Veel van die producten worden ook in Nederland ingevoerd en verwerkt. In steeds meer levensmiddelen zitten dergelijke producten. Daar kun je nauwelijks iets meer tegen ondernemen.
Dat neemt niet weg dat iedereen zich af moet vragen of hij er in directe zin voor verantwoordelijk wil zijn. Mij ging dat op een gegeven moment te ver. Ik heb toen voor een andere baan gekozen, mede omdat genetische manipulatie zoveel vragen oproept, omdat het veelal niet nodig is en omdat de risico's onbekend zijn."
Aan welke risico's denkt u?
"Het is nog niet voldoende bekend wat de gevolgen van genetisch veranderde gewassen zijn voor het bodemleven. Het is nog onvoldoende bekend wat de gevolgen zijn voor andere planten, die rondom een proefveld van een genetisch veranderd gewas groeien. Het is nog niet bekend wat de gevolgen zijn voor de gezondheid van mensen.
Misschien zijn die risico's maar klein. Je kunt zeggen: we zijn al eeuwen en eeuwen bezig om door veredeling de eigenschappen van allerlei planten te veranderen. Dat proces vindt nu alleen maar wat versneld plaats.
Maar dan blijft toch staan, dat we van allerlei wetenschappelijke ontdekkingen vaak pas jaren later de negatieve gevolgen zien. Neem het insectenbestrijdingsmiddel DDT, neem asbest. Onlangs werd bekend dat het gekloonde schaap Dolly gewrichtsproblemen heeft. Dat moet je toch weer aan het denken zetten. Gewrichtsproblemen komen bij schapen maar heel zelden voor. Dan kon men bij de geboorte van Dolly wel zeggen: het is een prachtig schaap, kijk maar: er is niets mee aan de hand; maar dat kun je op dat moment eigenlijk nog niet hard maken. Wij mensen blijven beperkt in onze kennis en mogelijkheden en het kan goed zijn dat we bij het sleutelen aan de genen toch iets over het hoofd zien dat later negatieve gevolgen zal hebben."
Het beste zou dus zijn te stoppen met genetische manipulatie?
"Een absoluut verbod op alle vormen van genetische manipulatie gaat mij te ver. Zo dat al haalbaar zou zijn. Iemand uit reformatorische kring zei mij eens met grote stelligheid, dat hij volstrekt tegen alle vormen van genetische manipulatie was. Maar hij was wel suikerpatiënt en gebruikte dus insuline, een stof die - zonder dat de persoon in kwestie dit wist - met behulp van genetisch gemodificeerde organismen verkregen is.
Ik wil maar zeggen: als je volstrekt tegen bent, moet je heel goed beseffen wat dan de consequenties zijn. Dat er onbekende risico's zijn, is nog geen voldoende argument voor een totaalverbod. Als de mensheid altijd zo te werk was gegaan, zou er nooit enige wetenschappelijke ontwikkeling zijn geweest.
Ik vind het zelf heel moeilijk om op grond van de Bijbel, het christelijk geloof en mijn gezond verstand genetische manipulatie principieel af te wijzen. Ik kan daar niet gemakkelijk argumenten voor vinden. Mensen zijn altijd bezig geweest met het veredelen van rassen. De Romeinen bewaarden de beste graankorrels al voor de nieuwe oogst. Genetische manipulatie is qua techniek niets anders dan een wat snellere vorm van veredeling"
Negatief gevoel
Toch blijft Paul, die in het verleden meewerkte aan een SGP- en aan de RMU-nota over genetische manipulatie, bij de hele ontwikkeling "een heel negatief gevoel houden".
"Ik kan er principieel moeilijk tegen zijn, maar ben vanwege de consequenties toch heel terughoudend. Eigenlijk vind ik de ontwikkeling ongewenst. Al was het alleen maar omdat genetische manipulatie in veel gevallen het gesignaleerde probleem niet werkelijk oplost. Door de zondeval is er in de natuur, door onze schuld, ontzettend veel verwoest. Wij mensen blijven geloven dat we dat weer voor een groot deel goed kunnen maken. We willen beter dan God zijn. Dat streven wijs ik af.
Bovendien is het maar zeer de vraag of genetische manipulatie een goed antwoord is om de negatieve gevolgen van ons eigen handelen op te lossen. Wij zijn zo grootschalig gaan telen, wij willen zo'n groot economisch gewin halen. Als gevolg daarvan worden gewassen heel gevoelig voor ziekte. Maar mogen we dat dan oplossen door genetische manipulatie?
Misschien kun je een koe zo manipuleren dat hij geen BSE meer kan krijgen. Maar de oorzaak van BSE lag toch in het feit dat we koeien voer lieten eten dat van slachtafval gemaakt was? Dan kunnen we toch veel beter daarmee stoppen?"
Gewin
Niet zelden is economisch gewin het belangrijkste doel of gaat het alleen maar om de drang nieuwe dingen te ontdekken, stelt Paul.
"Soms zegt men dat door een bepaalde vorm van genetische manipulatie de ontwikkelingslanden geholpen kunnen worden of een bepaald medicijn gemakkelijker geproduceerd kan worden. Maar vaak bekruipt je het gevoel dat dergelijke toepassingen er met de haren bijgesleept worden om een rechtvaardiging te vinden voor het onderzoek. Om het te kunnen verkopen."
Paul is daarom, in zijn algemeenheid gesproken, blij met een aantal van de conclusies die de commissie-Terlouw enkele weken geleden trok. Die commissie onderzocht, in opdracht van het kabinet, hoe de Nederlandse bevolking denkt over genetische manipulatie. Korte samenvatting: Nederlanders zijn uiterst kritisch over deze ontwikkeling. Veel kritischer dan bijvoorbeeld Amerikanen. Toch willen ze geen absolute rem op genetische manipulatie. Als maar gegarandeerd is dat de gezondheid van mensen en dieren er niet onder lijdt en de natuur niet wordt aangetast, zou het in bepaalde gevallen wel mogen.
Geen ethisch debat
Paul: "Het is jammer dat het publieksdebat van Terlouw geen echt ethisch debat is geweest. Het ging toch vooral over het nut en de gevaren van genetische manipulatie. Positief vind ik, dat nu weer eens duidelijk is gebleken dat de Nederlandse bevolking zeer terughoudend is. Men vindt het belangrijk dat alle informatie over de grondstoffen van een product op het etiket komen te staan. Daar hecht ik persoonlijk ook veel aan.
De terughoudendheid geldt in versterkte mate voor het sleutelen aan de genen van dieren, een onderwerp waar de commissie Terlouw overigens slechts zijdelings op in gaat. Ook in die opvatting van de Nederlandse burger kan ik me goed vinden. Met dieren moet je nog voorzichtiger zijn dan met planten. In de Bijbel hebben ze ook een andere plaats dan planten. Voor de zondeval mochten we ze niet eten. Ze worden ook veel meer als individuen behandeld. De rechtvaardige kent het leven van zijn beesten. Er staat niet: ...kent het leven van zijn planten. Maar ook over genetische manipulatie van planten zijn Nederlanders sceptisch.
Paul: "Ik hoop dat deze opvatting doorwerkt in het kamerdebat over biotechnologie. Wat mij betreft kiest politiek Den Haag voor een heel voorzichtige aanpak. Bij twijfel niet inhalen, is vaak een goed motto."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002
Daniel | 31 Pagina's