Als je een beroep moet kiezen...
Vader vult een formulier in, aan de andere kant van de tafel zit zijn zoon van twaalf jaar met meccano te spelen. De hele tafel is bezaaid met boutjes, moertjes en stalen stripjes met gaatjes erin, hij bouwt een kraan op een vrachtauto. Vader stopt met schrijven en kijkt aandachtig naar wat zijn zoon aan het doen is. De andere kinderen hebben nooit zoveel met meccano gespeeld als Piet. Hij geniet van dat technisch gepruts. "Zeg Piet, luister eens, ik moet je opgeven voor de ambachtschool. Ze vragen voor welk vak, zullen we maar metaaltechniek kiezen? Ik denk dat dat het beste bij jou past, vind je ook niet?" En zo gebeurde het, vader vult het formulier verder in en zet zijn handtekening eronder.
Vroeger
Zo eenvoudig ging dat. In de zesde klas, nu groep acht, moest je kiezen naar welke school je ging. De meester wist wel wat je kon. De één ging naar het ULO, anderen naar de ambachtschool of de huishoudschool. Als je naar de ambachtschool of de huishoudschool ging (de scholen die nu het VMBO heten), dan moest je al gelijk de vakrichting opgeven die je wilde gaan volgen. Geen open dag. Geen doe-dag. Geen decaan. Na de grote vakantie fietste je met wat schoolkameraadjes naar die nieuwe grote school. Daar werd je gelijk ingedeeld in een bepaalde vakrichting. De één ging naar de afdeling timmeren, de ander naar de afdeling verzorging en noem maar op.
Dit is nu wel anders geworden. In groep acht wordt nagedacht wat je vervolgopleiding zal zijn. De meester of de juf volgt je resultaten nauwkeurig, je moet een Cito-toets maken en alle gegevens uit het leerlingvolgsysteem worden netjes op een rijtje gezet. Gesprekken met ouders en voorlichtingsdagen volgen. Op sommige scholen komen de leerlingen van de basisschool zelfs een middag werken, zodat ook zij een beeld van de nieuwe school krijgen. Met al deze gegevens wordt zo zorgvuldig mogelijk het schooltype bepaald dat bij je past.
Basisvorming
Als je op het voortgezet onderwijs geplaatst wordt, komen de VMBO-leerlingen niet direct in een bepaalde vakrichting terecht. Nee, alle leerlingen, of je nu naar het VMBO of naar het VWO gaat, worden geplaatst in de Basisvorming. Binnen deze sector krijgen alle leerlingen twee jaar bijna dezelfde, algemeen vormende vakken zoals talen, wiskunde enzovoort. Er zijn gelukkig ook nog andere vakken, zoals gym, techniek en tekenen. Deze vakken worden wel op een bepaald niveau gegeven. Dus een leerling die naar het VWO wil, krijgt veel moeilijker repetities te maken dan leerlingen die naar het VMBO gaan. Anders zal de ene leerling zich vervelen en een andere leerling alleen maar onvoldoendes halen en dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Veranderingen
Tot zover lopen de wegen behoorlijk gelijk. Maar na klas twee moeten alle leerlingen weten welke richting ze kunnen en willen kiezen. En hoe gaat dat?
Leerlingen moeten in klas twee kiezen wat ze gaan doen. Voor leerlingen die naar het HAVO en het VWO gaan, is dat gemakkelijk. Ze gaan gewoon verder naar de Tweede Fase en hebben nog nauwelijks iets te kiezen. Ze volgen nog bijna allemaal dezelfde vakken. Maar voor leerlingen die naar het VMBO gaan, ligt dat wat anders. Zij moeten gaan kiezen!
Wat zijn de mogelijkheden? Om dat uit te leggen moet ik eerst wat van de veranderingen vertellen. Tot vorig jaar kenden we in Nederland globaal vier schooltypen: het VBO (Voorbereidend Beroepsonderwijs), het MAVO (Middelbaar Algemeen Vormend Onderwijs), het HAVO (Hoger Algemeen Vormend Onderwijs) en het VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs). HAVO en VWO vormen nu de Tweede Fase. MAVO en VBO zijn samen het VMBO geworden, dit betekent: Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs.
Kiezen
In de tweede klas moet je dus al kiezen: welke richting wil je op?
Dan zijn er altijd drie vragen van belang: wat kan ik, wat wil ik, wat mag ik?
Wat kan ik?
Ik wil bijvoorbeeld huisarts worden. Je weet dat je daarvoor naar de universiteit moet. Daarvoor is VWO nodig, maar dat haal ik niet. Dan kun je je misschien afvragen: waaróm wil ik dat? Je wilt iets in de gezondheidszorg en met mensen omgaan en dat kan ook op MBO-niveau, denk bijvoorbeeld eens aan verpleegster of doktersassistente.
Wat wil ik?
Misschien werk je in je vrije tijd met plezier in een winkel, of je zus werkt op een kantoor en dat lijkt je ook wel wat. Ga eens navraag doen bij iemand die je kent die ook zoiets doet, of ga bij een bedrijf kijken. Lees er wat over. Vraag folders bij de decaan.
Wat mag ik?
Sommigen willen misschien treinmachinist worden. Maar dat betekent dat je ook zondagsdiensten moet draaien. Weer een ander wil gaan werken in de horeca. Ook dan moet je jezelf afvragen of dat mag. Of je niet in conflict komt met je geweten. Bij beroepskeuze zul je jezelf altijd moeten afvragen of de Heere het goed vindt.
Kiezen moeilijk?
Er zijn jongelui die het erg moeilijk vinden om in de tweede klas al te kiezen. Nu ligt dit voor de leerlingen van de Gemengde of de Theoretische Leerweg (vergelijkbaar met de oude MAVO) wat gemakkelijker. Zij moeten kiezen uit vier sectoren: Techniek, Zorg & Welzijn, Economie en Landbouw. Op veel scholen is het mogelijk om nog na klas drie je keuze te veranderen.
Voor de leerlingen van de Basisberoepsgerichte Leerweg en de Kaderberoepsgerichte Leerweg ligt dat wat anders. Zij kiezen voor een afdeling, bijvoorbeeld Metaaltechniek, Bouwtechniek of Handel en Verkoop. Zij kunnen na klas drie niet meer omschakelen naar een andere afdeling. Wil je toch veranderen, dan moet je de derde klas overdoen. Maar om dit te voorkomen doet de school er alles aan om je zo goed mogelijk te begeleiden.
Beroepenoriëntatie
In de tweede klas krijg je uitgebreide voorlichting over de mogelijkheden in het derde leerjaar. Op sommige scholen gebruikt men hiervoor een keuzedagboek. Zo word je stap voor stap meegenomen naar de mogelijkheden die je hebt. Vervolgens voert de decaan met jou een gesprek over welke richting je het beste zou kunnen kiezen. Ook zijn er voorlichtingsavonden voor je ouders, waar ze iets horen en zien over allerlei mogelijke beroepen voor jou. Op brede scholengemeenschappen kunnen soms alle VMBO-leerlingen praktische lessen volgen binnen de verschillende afdelingen. Enkele uren per week krijgen ze het vak beroepenoriëntatie of praktische sectororiëntatie. Dit is natuurlijk een prachtige mogelijkheid om jezelf goed te oriënteren. Het hele proces wordt begeleid door de schooldecaan, hij is het aanspreekpunt voor de leerlingen en de ouders.
Daarna
Blijf je nu altijd in de vakrichting die je in de tweede klas hebt gekozen? Vraag dit maar eens na bij jullie ouders, ooms en tantes. Je zult zien dat veel mensen tijdens hun leven verschillende keren promotie hebben gemaakt of een ander beroep zijn gaan doen. Een voorbeeld dichtbij. Veel docenten die jullie hebben voor de praktische vakken op school werkten vroeger eerst als vakman in een bedrijf. Zo zijn veel meisjes begonnen in de verzorging of in de winkel en zijn later hele lieve moeders geworden.
Het is tegenwoordig heel goed mogelijk om door studie op te klimmen. Alle niveaus van het ROC sluiten goed op elkaar aan. Ik heb zelfs een leerling in de klas gehad die via VBO, MBO, HBO en de Technische Universiteit in Delft scheepsbouwkundig ingenieur werd.
Beroepskeuze belangrijk?
Ja, natuurlijk is dat belangrijk. Er is niets zo vervelend, als je werk met tegenzin te moeten doen. Daarom moet je er goed over nadenken. Je moet je keuzes ook kunnen relativeren: veel mensen wisselen van hun eens gekozen beroep. Wees niet te teleurgesteld, wanneer je iets wilt, dat niet kan; zoek een alternatief dat wel kan. Beroepskeuze is wel belangrijk, maar niet het belangrijkste in je leven. Bovenaan staat het leven met de Heere en als je dat mag kennen, dan weet je dat God boven alle dingen staat; dat Hij ook boven het werk onzer handen staat, en dat er niets toevallig is in het leven. Dan mag je dankbaar zijn in voorspoed (en dat is al moeilijk genoeg!), maar ook geduldig in tegenspoed. Bovenal weet je dan dat alle dingen niet bijgeval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen. Lees zondag 10 van de Catechismus er maar op na.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002
Daniel | 31 Pagina's