Elim
Hoe zwaar was elke dag de gang
van Israël in de woestijn.
Er klonk niet vaak een vreugdezang,
de dagen duurden tergend lang.
Wanneer zou 't einde zijn?
Hoe heerlijk als de Heere gaf
oasen hier en daar verspreid!
Daar legde 't volk zijn lasten af,
de zon scheen niet meer tergend straf,
't Was niets dan heerlijkheid.
In Elim sprongen uit de grond
twaalf bronnen voor het volk.
Koel was het water in de mond.
De palmvrucht heerlijk en gezond
En over hen Gods wolk.
_____
Dat hier de Bron van 't Heilig Woord
tot troost mocht zijn en lafenis;
het Evangelie hier gehoord
mocht blijven klinken ongestoord,
zo vol geheimenis.
Mocht deze kerk een rustplaats zijn
voor allen die zijn afgemat;
een Elim met een troostfontein,
met vruchten ongedeerd en rein
een onverdiende schat!
Mocht zo de kerk een Elim zijn,
een rustoord op de verre reis
door 's levens zware zandwoestijn,
voor moede pelgrims groot en klein,
Gods grote Naam ten prijs!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002
Daniel | 31 Pagina's