Juist nu bidden voor de overheid
SGP-kamerlid Van den Berg: Politici weten vaak niets meer van de Bijbel
Ruimte voor abortus, euthanasie, homohuwelijk en bordelen. De Nederlandse overheid lijkt steeds meer van God los te raken. Kunnen we nog respect hebben voor zo'n regering? Moeten we voor dit kabinet blijven bidden? SGP-kamerlid Van den Berg. "Ik begrijp dat die vragen opkomen. De overheid heeft zich razendsnel ontwikkeld van zogenaamd neutraal naar anti-christelijk. Maar we moeten toch blijven bidden. Juist nu."
Als mr. dr. J.T. van den Berg in de bijna zestien jaar dat hij in de Tweede Kamer zit iets is opgevallen, dan is het wel hoe razendsnel de ontwikkelingen gingen. "In 1986 hield ik het niet voor mogelijk dat ik het nog zou meemaken dat er in ons land een homohuwelijk zou komen. Toch is het gebeurd. De ontwikkelingen op ethisch gebied zijn in een korte tijd in een stroomversnelling gekomen."
Een ander voorbeeld is de euthanasiediscussie.
"Lange tijd ging die alleen over zogenaamde noodsituaties van zeer zwaar lichamelijk lijden bij mensen die nog volledig in staat zijn hun wil te uiten. Nu hebben we het al weer geruime tijd over wilsonbekwamen, over gehandicapten, over 'geen zin meer hebben in het leven' en over de pil van Drion. Men verweet ons vaak dat we in dit soort debatten over het hellend vlak spraken. Dat zou een soort gemeenplaats van ons zijn. Maar de praktijk laat zien dat er werkelijk van zo'n hellend vlak sprake is. Wie zich eenmaal daarop bevindt, glijdt sneller en sneller in een bepaalde richting."
Apocalyps
Als hij ziet wat er de laatste jaren in maatschappij en politiek veranderd is, moet hij regelmatig aan de apocalyps, aan de eindtijd denken.
"Dat gevoel heb ik het meest sterk gehad toen ik in 1993 in het parlement de Algemene Wet Gelijke Behandeling moest behandelen. Ik denk dat met name toen de morele omwenteling, die er in ons volk heeft plaatsgehad, in wetgeving is vastgelegd. Dat was een heel cruciaal moment. Er was sprake van een volledige omkering van waarden. Wat in feite als normaal zou moeten gelden in ons denken over huwelijk, seksualiteit en gezin, werd toen door de overheid als abnormaal, hoogstens als een nog net te tolereren uitzondering bestempeld.
Ik zal nooit vergeten wat de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, wijlen mevrouw Dales, de kleine christelijke fracties - vrij vertaald - toevoegde: 'Uw Bijbeluitleg over de homoseksuele praktijk mag niet meer'. Wij hadden ons volgens haar buiten de wet geplaatst."
Minderheid
Van den Berg, die aangekondigd heeft na de verkiezingen niet meer in de Kamer terug te keren, zag in de jaren dat hij volksvertegenwoordiger was een stapsgewijze ontwikkeling. "Het is ermee begonnen dat die fracties die hun argumenten aan de Bijbel ontleenden, in een minderheidspositie raakten. Dat was al tijdens de kabinetten Lubbers het geval. Als mijn collega Van der Vlies hem bevroeg op uitgangspunten en principes, wist hij daar eigenlijk geen raad mee. Hij zei nog niet dat dergelijke argumenten niet telden, maar hij omzeilde ze zo veel mogelijk. Dat kon vrij gemakkelijk omdat het argumenten van een minderheid waren.
De volgende stap was om Bijbelse argumenten zogenaamd te respecteren, maar er in het geheel niet meer op in te gaan. Ze zouden in de politiek niet relevant zijn.
De laatste stap is die argumenten in principe ontoelaatbaar te verklaren. In 1993 zijn ze voor het eerst buiten de rechtsorde geplaatst. Vanaf toen werd de christelijke opvatting over bijvoorbeeld seksualiteit nog slechts geduld."
Kan het nog een stap verder gaan?
"Geen mens kan in de toekomst zien, maar er zou een tijd kunnen komen dat we werkelijk niet meer mogen zeggen wat we op grond van de Bijbel vinden. Dat zou het einde van onze deelname aan de politiek kunnen zijn."
Doorbraak
Van den Berg zag in de achterliggende jaren een "publieke doorbraak van het ongeloof". De omwenteling die in de maatschappij heeft plaatsgevonden, werd nu formeel bevestigd in wetten en regels.
"Hoewel je natuurlijk nooit weet wat hierna nog komt, zie ik de paarse coalitie toch als het sluitstuk van een ontwikkeling. Een ontwikkeling van ontkerkelijking, die vooral na de Tweede Wereldoorlog met kracht doorzette. Het is waar dat we al anderhalve eeuw een zogenaamd neutrale staat hebben. Maar je ziet nu toch gebeuren wat Groen van Prinsterer al voorzag: neutraliteit bestaat niet; als christelijke waarden wegvallen, komen er andere voor in de plaats. Dat zijn dan niet zelden anti-christelijke waarden."
Begrafenis
Dat de overheid de afgelopen jaren sterk veranderde, merkte Van den Berg ook in persoonlijke contacten met collega-kamerleden en ministers. "Onlangs was ik op de begrafenis van Van Leijenhorst, de bekende CDA'er die ook staatssecretaris van Onderwijs is geweest. Met zo iemand zat je, ook al bevond hij zich in een andere partij, op belangrijke punten nog op één golflengte. Dat wordt aan het Binnenhof steeds zeldzamer."
Steeds vaker merkt het SGP-kamerlid dat andere politici niet zozeer vijandig staan tegenover de staatkundig-gereformeerde uitgangspunten, maar dat zij er eenvoudig niets van afweten. "De onbekendheid met de Bijbel en het christendom is onvoorstelbaar. Er groeit een generatie op die het christelijk geloof alleen nog kent uit karikaturen van reclame en literatuur. Na het debat over de Winkeltijdenwet kwam er een kamerlid naar me toe dat zei: "Nu moet je me toch eens uitleggen: jullie hebben het steeds over de eerste dag van de week, maar dat is toch de maandag? Waar doen jullie nu moeilijk over?" Die collega had er dus niets van begrepen."
Karikaturen
Een ander voorbeeld vindt Van den Berg in de ontwikkelingen na 11 september.
"In de Tweede Kamer heb ik die gebeurtenissen toen proberen te duiden als de tekenen der tijden, zoals ze in de Bijbel genoemd worden. Dat leidde tot veel onbegrip en karikaturen in de media."
In deze ontwikkeling zit overigens toch nog een lichtpuntje.
"Het kan leiden tot een eerlijke, gemeende interesse. Dan krijg je vragen als: Wat beweegt jullie nu eigenlijk? Wat staan jullie ten diepste voor? Dat vraagt van ons natuurlijk een maximale inspanning in begrijpelijke woorden ons ideaal te schetsen. Het is me altijd wel opgevallen dat verscherping van de politieke en levensbeschouwelijke tegenstellingen de persoonlijke contacten in de Kamer nooit geschaad hebben. Dat is eigenlijk heel wonderlijk."
Vraagt de veranderde overheid en samenleving ook om een andere SGP? Moet de fractie bijvoorbeeld feller oppositie gaan voeren tegen goddeloos beleid?
"Christelijke politiek behoort altijd kritische politiek te zijn. We stellen samenleving en overheid onder de kritiek van Gods Woord. Dat betekent dat je in een onchristelijke tijd haast automatisch méér kritiek hebt op het overheidsbeleid en dus méér oppositie voert dan in andere perioden in de geschiedenis. Dat gaat vanzelf. Het kan iedereen opgevallen zijn dat de SGP nog nooit zoveel moties van afkeuring of van wantrouwen gesteund heeft als in de afgelopen jaren. Nog niet zo lang geleden hebben we er zelf een ingediend. Toen minister Borst de woorden van de Heere Jezus, Het is volbracht, in een interview had misbruikt, voelden we dat we in actie moesten komen. In een debat dat dan volgt, passen ook geen zachte bewoordingen.
Maar daarmee is de SGP nog geen echte oppositiepartij. Een typische oppositiepartij heeft maar één doel: het kabinet ten val brengen en zelf gaan regeren. Zo'n partij kraakt zelfs kabinetplannen af die zij eigenlijk ten diepste best goed vindt. Daar willen wij ons voor hoeden. Wat goed is, willen we goed blijven noemen."
Moet een goddeloos kabinet als dit niet koste wat het kost ten val gebracht worden?
"Het ten val brengen van een kabinet mag niet ten koste gaan van je eigen principes. Wel kan ik me voorstellen dat je bij een bepaalde kwestie een motie van wantrouwen niet steunt als het een christelijk kabinet betreft, omdat je de rest van het beleid van die regering erg waardeert. En dat je in precies dezelfde kwestie een motie van wantrouwen wél steunt als het een anti-christelijk kabinet betreft."
Kun je nog respect hebben voor een overheid als de onze, die regelmatig tegen Gods wetten ingaat?
"Ik kan me voorstellen dat iemand zich afvraagt of deze overheid het recht op respect niet verspeelt. Toch moeten we daar voorzichtig mee zijn. Ik zet er tegenover dat de Bijbel respect voor de overheid blijft vragen, ook als die overheid anti-christelijke trekken vertoont. Het gezag van de overheid moet erkend worden, zegt Romeinen 13. Daarbij moeten we beseffen dat die brief geschreven is in de tijd van Nero, die de christenen hevig vervolgde. Toch hield Paulus eraan vast dat de overheid een instelling Gods is. Die gehoorzaamheid mag dan niet onvoorwaardelijk zijn - we moeten Gode meer gehoorzaam zijn dan mensen - maar onze grondhouding blijft toch die van erkenning en respect. Overheidspersonen zullen op hun beurt verantwoording af moeten leggen over wat zij met hun gezag gedaan hebben. Het grijpt mij wel eens aan dat ook paarse bewindslieden rekenschap zullen moeten geven van de wetten die uit hun handen zijn voortgekomen."
Hoe ver moet onze gehoorzaamheid gaan?
"Dingen die regelrecht tegen Gods geboden ingaan, mogen we niet doen. Ook niet als de overheid het eist. Maar er zijn ook veel grenssituaties, waarin ik anderen niet graag de wet voor zou schrijven. Vaak moet iemand daarvoor in zijn eigen geweten een beslissing nemen. Neem de mkz-crisis. Die riep in eigen kring een discussie op over het recht op verzet.
In elk geval lijkt me dat er voor christenen steeds meer moeilijke situaties ontstaan. Als ambtenaar, in de gezondheidszorg, in de landbouw. Steeds meer komt dan de vraag op ons af of we werkelijk vreemdelingen op de aarde zijn of willen zijn."
Kunnen we nog wel bidden voor deze overheid?
"Dat moeten we zelfs, juist in deze tijd. Juist nu moet ons gebed voortdurend zijn of de Heere nog een keer ten goede wil geven. Dat de Bijbelse waarden en normen weer de grondslag mogen worden van ons overheidsbeleid. Paulus schrijft aan Timotheüs dat christenen voor alles voorbeden moeten doen voor allen die in hoogheid gezeten zijn, opdat wij een stil en gerust leven leiden.
Belangrijk daarbij is dat we ook voor individuele overheidspersonen bidden. Of de Heere hun ogen nog wil openen voor de diepere werkelijkheid van ons bestaan en voor de heerlijkheid van Zijn dienst. Gelukkig gebeurt dat in onze gemeenten ook."
Maar het lijkt zo ver af te zijn van een ommekeer...
"Toch maken ten diepste de anti-christelijke machten de dienst niet uit. Er staat er Eén boven, Die alles doet uitlopen op de komst van Zijn Koninkrijk. Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde, zegt Christus, de Koning der koningen. Wel moet je het zicht op Zijn toekomst steeds weer gegeven worden.
Maar als dat gebeurt - dat mag ik eerlijk zeggen - geeft dat weer troost, perspectief en moed om verder te gaan. Om, zolang je de gelegenheid hebt, je werk in het parlement, of elders, te doen. Zo heb ik het althans de afgelopen jaren ervaren."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 2002
Daniel | 31 Pagina's