Rechtvaardige strijd
Weer wat nieuws...
In het vierde boek van zijn Institutie schrijft Calvijn: Het is soms nodig voor koningen en staten om de wapenen op te nemen om in het openbaar te straffen. Daarom zijn oorlogen die om déze reden ondernomen worden, geoorloofd. (...) Als de overheden terecht misdadigers straffen wier streken slechts enkele mensen benadelen, zullen zij dan het ganse land door plundertochten laten teisteren en verwoesten, zonder dit te straffen? Het maakt trouwens niet uit of het een koning of een gewone burger is, die in een ander land (waar hij geen recht heeft) invalt en verwoesting zaait. Allen moeten gelijkelijk als rovers beschouwd en gestraft worden.
Bij het aanbreken van het jaar 2002 is de wereld vol oorlog. De rook is in Afghanistan nog maar nauwelijks opgetrokken, of er wordt alweer gesproken over een aanval op Irak. Iets verder naar het westen vloeit het bloed van Israëliërs en Palestijnen. Geen wonder dat Kofi Annan, de hoogste baas van de Verenigde Naties, een krappe maand geleden enigszins beschaamd de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nam. Want er is geen vrede. Je zou er moedeloos van worden!
Misschien vraag je het jezelf wel eens af: waarom moet dat nou? Kunnen we de wapens nu niet eens laten zwijgen? Kunnen we het dood en verderf zaaiend arsenaal niet voorgoed vernietigen? Gewoon de strijdbijl begraven? Moet niet iedere vorm van oorlog verafschuwd worden? Is het niet beter te zoeken naar vreedzame oplossingen? Toch heeft Calvijn het over wettige oorlogen. We kunnen van hem leren dat naïeve slogans als 'geen bommen maar blommen' of 'make love, not war' ons geen stap verder brengen. Onrecht moet worden bestraft. Volgens Calvijn moeten overheden de onderdanen die aan hun zorg zijn toevertrouwd beschermen, waar nodig door krijgsvoering.
Zwaardmacht
Op 11 september vorig jaar vielen terroristen van Bin Laden de Verenigde Staten binnen en zaaiden er dood en verderf (zie het citaat van Calvijn). De Amerikaanse overheid kon dat niet ongestraft laten. De overheid draagt het zwaard volgens Romeinen 13 niet tevergeefs. Ook het leger, de zwaardmacht, bestaat niet ten overvloede. De Amerikanen beriepen zich op het recht van zelfverdediging, dat iedere staat volgens artikel 55 van het Handvest van de Verenigde Naties heeft. Het is alsof ze Calvijn gelezen hadden, want ook die heeft het over een recht van zelfverdediging. Bovendien hielden de Amerikanen zich aan Calvijns regel om uiterst voorzichtig te zijn en niet in het minst aan emoties toe te geven.
Critici hebben de vraag gesteld wat het Afghaanse volk met de Amerikaanse zelfverdediging te maken had. Maar dat lijkt me duidelijk. De Afghaanse overheid, de Taliban, herbergde het brein achter de aanslagen en weigerde hem uit te leveren. Bovendien weigerden de Taliban iets te doen aan de kampementen van Al Qaida, het terroristische netwerk van Bin Laden.
Gevolg daarvan was dat de Amerikanen het zelf moesten doen, om zo te voorkomen dat daar in de Afghaanse woestenij nieuwe aanslagen zouden worden voorbereid.
Uit het hart
Als je het optreden van de Amerikaanse regering in de strijd tegen het terrorisme vergelijkt met dat van de Israëlische tegen de Palestijnse terroristen, dan valt op dat de Israëliërs juridisch nog sterker in hun schoenen staan dan de Amerikanen. Zij voeren de strijd niet in een ander land, maar bewaren de orde in eigen land.
Toch borrelen bij mij meer vragen op over het Israëlische optreden dan over het Amerikaanse geweld. Is het nodig om terroristen vanuit de lucht te beschieten, waarbij ook kinderen geraakt worden? Wat dient het voor doel om de Gazahaven of de helikopters van de Palestijnse leider Arafat te bestoken?
Wie zulke vragen stelt, krijgt soms het verwijt dat hij zich niet verbonden voelt met 'de beminden om der vaderen wil'. Oud-minister Van der Klaauw heeft echter allang bewezen dat dat niet aan de orde hoeft te zijn. In december 1978 bracht hij namens Nederland een bezoek aan minister Khaddam van Syrië. Die haalde flink uit naar de 'pro-Israëlische' houding van Nederland. Hij excuseerde zich met de woorden dat hij 'uit zijn hart' had gesproken. Van der Klaauw besloot daarop óók uit het hart te spreken. Hij verscheurde zijn zorgvuldig voorbereide speech en zei: "Meneer de minister, wij zijn vrienden van Israël en wij zullen dat blijven ook. Maar juist een vriend kun je de waarheid zeggen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 2002
Daniel | 31 Pagina's