Geen nieuw begin zonder Christus
Meditatie
Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. 2 Korinthe 5: 17
Zolang we proberen onze werken te verbeteren en ons hart ongemoeid laten, handelen we als een kwakzalver: we bestrijden verschijnselen, maar zien de oorzaak niet.
Een nieuw jaar wordt dikwijls met goede voornemens begonnen. Je denkt dat je de fouten van het verleden wel kunt overwinnen en neemt de jaarwisseling als breekpunt. Je denkt het kwaad in het verleden en begint met een schone lei en met de beste voornemens voor de toekomst. Wat zal ervan terecht komen?
Hoe dikwijls zijn mensen zo een nieuw jaar begonnen, en hoe snel viel men meestal weer terug in vorige fouten! Wist men al een slechte gewoonte te overwinnen, een andere nam de plaats in en... niet zelden ging het van kwaad tot erger. Een oud gezegde luidt: de weg naar de hel is met goede voornemens geplaveid. Moet je dan helemaal geen goede voornemens koesteren? Moet je je dan maar lijdelijk overgeven aan eigen fouten, slechte gewoonten, die toch zonden zijn?
Zeker moet het kwaad bestreden worden, maar het is te hardnekkig om door optimistische verwachtingen overwonnen te worden. Wie de overwinning van zijn eigen kracht verwacht, gaat door op zijn weg naar de ondergang.
Paulus heeft in zijn leven zowel de zondekwaal leren kennen alsook de echte genezing. Hij leerde dat hij met al zijn onheilige ijver een vijand van Christus was, die voor God dus niet bestaan kon. Het gebod was gekomen, de zonde weder levend geworden en hij gestorven; zijn gerechtigheid bleek voor God een wegwerpelijk kleed te zijn.
De zondekwaal heeft ons hart, de bron van onze werken, besmet en verdorven. En zolang we proberen onze werken te verbeteren en ons hart ongemoeid laten, handelen we als een kwakzalver: we bestrijden verschijnselen, maar zien de oorzaak niet. Het hart moet vernieuwd! Maar wie is daartoe bij machte? Wij kunnen die onreine fontein niet zuiveren, die bittere bron niet zoet maken. En toch moet ze veranderd, gezuiverd en vernieuwd worden, wil er enige verwachting zijn. Is het je dagelijkse verzuchting al: Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest (Psalm 51: 12)?
Als God een nieuw hart geeft, geeft Hij ook nieuwe begeerten; ook komt er een nieuwe relatie met God. De Heere openbaart Zijn genade in de Middelaar van het genadeverbond: de Heere Jezus Christus. Hij kan de zonde verzoenen, de schuld wegnemen en zo al het oude wegdoen en alle dingen nieuw maken.
Hoe nu zelf deel te krijgen aan die vernieuwing, zo luidt misschien je vraag.
De Heilige Geest wekt deze begeerte door Gods Woord. Hij werkt het geloof waardoor de zondaar sterft aan de wet, maar ook leven krijgt uit Christus. Het eigen 'ik' wordt in het hart van zijn troon gestoten, en de wil leert buigen onder de genadeheerschappij van Christus, Die deze troon beklimt om er door Zijn Woord en Geest te gaan regeren. Zo wordt het hart vernieuwd en de grondslag gelegd voor ware levensverbetering, levensvernieuwing: heiligmaking door de Heilige Geest.
Een nieuwjaar mag ons de noodzaak van nieuw leven leren. Maar neem geen genoegen met een oppervlakkig voornemen jezelf te verbeteren. Klaag liever je onverbeterlijkheid de Heere en zoek Hem om je leven wezenlijk te vernieuwen. Alles wat daarvoor nodig is, ligt in Hem. Wij verdienen niet dat God ons genadig is, maar Hij heeft de genade die Hij bewijst, verdiend voor onwaardigen! Hij heeft Zijn heerlijk werk nog niet voleindigd, maar past het toe in de bekering van zondaren, die dan ook door Hem vernieuwd worden. Zou je wel door Hem vernieuwd willen worden, met Hem een nieuw leven willen beginnen?
Hoeveel mensen vinden nog voldoening in hun eigen pogen; is het niet om er iets mee te zijn? Nog enige eer voor onszelf te houden? We geven het zo gauw niet op! Hoeveel mensen tonen, dat zij het nieuwe leven niet begeren. Al bidden ze zelfs om een nieuw hart, ze hebben de zonde lief, en begeren de heerschappij van Christus door Zijn Woord en Geest niet. Ze willen Zijn Koningschap niet en zullen, als ze zo doorgaan, haast horen: Doch deze Mijn vijanden, die niet hebben gewild dat Ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier en sla ze hier voor Mij dood (Lukas 19: 27). Zul jij daarbij zijn?
Als je niet loochenen kunt dat de noodzaak van een nieuw leven je bezet, maar je vordert niet en vreest dat het nooit wat wordt: klaag toch over je dwaasheid, onmacht en vijandschap bij de Heere. Het hoort bij je oude leven, dat de Nieuwmaker, Christus wel weg kan nemen om er Zijn krachtige werk tegenover te stellen. Zijn werk is Wonderlijk. Hij is de Raad voor dwazen, de Sterke God voor onmachtigen, de Vader der eeuwigheid voor die om dreigen te komen en de Vredevorst voor die als vijanden met God verzoend mogen worden.
Hij neemt het onze weg om Christus' werk te openbaren en te maken tot de grond van een nieuwe verwachting, een beginsel van nieuw leven. Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 januari 2002
Daniel | 31 Pagina's