Snippers
Verhaal
Een deur wordt dichtgesmeten. Een bonk ertegen. Rennende voetstappen langs haar kamer. Een gil. Gehuil. Eerst hard. Dan zachter. Tot er uiteindelijk niet veel meer overblijft dan een snikkend gekerm. Even lijkt het rustig. Even lijkt het of de vrede teruggekeerd is.
Lisa kruipt naar het hoofdeinde, voorzichtig als een vogeltje dat zich mjnutenlang schuil gehouden heeft voor een loerende kat. Zo, dat is beter dan met je hoofd onder zo'n snikheet dekbed liggen. Ze tuurt op haar wekker. Negen uur. Vroeg genoeg om haar boek uit te lezen.
Plotseling dringen de geluiden zich weer aan haar op. Lisa duwt haar vingers in de oren. Dat Robbin niet wakker wordt van zoveel herrie. Of zou hij misschien wel wakker zijn en zich, net als zij, heel stilletjes houden? Vast niet. Daar is hij nog veel te klein voor. Dat past niet bij een jongetje van vijf. Ze duikt onder het dekbed. Een dubbel dekbed, omdat het winter is. Maar het is niet afdoende. Ze kan alles horen. Woorden die door het huis geslingerd worden en waarvan ze niet graag zou willen dat ze zich door de muren naar buiten boorden. Woorden die pijn doen. Niet te geloven dat het de woorden van haar eigen ouders zijn. Is die grommende stem echt van háár vader? En die iele gillen? Komen die echt uit de mond van haar moeder? Snelle voetstappen hoort ze. De trap af. Glasgerinkel en een ander brekend geluid.
"Lisa", zegt mama huilend. "Liesje, die was van Liesje."
"Ja", bromt papa's stem. "Die was van Liesje, mijn lieve Liesje."
Daarna blijft het stil. Na een poosje hoort ze papa en mama naar bed gaan. Zwijgend. Opvallend rustig. Het duurt nog een aardig tijdje voor Lisa haar vingers uit haar oren haalt en onder het dekbed vandaan waagt te komen. Haar hele lichaam rilt. Niet van de kou en ook niet van de koorts. Maar van dat verschrikkelijke in huis dat iedere keer zomaar gebeurt. Het is niet altijd zo hevig als deze avond, maar toch... als haar vader en moeder allebei thuis zijn, is het eigenlijk nooit gezellig. Dat wil zeggen: niet écht gezellig. Het lijkt wel of er altijd iets broeit. Kon ze haar hoofd maar even tegen Rangers nek leggen. Opeens verlangt ze daar ontzettend naar. Dat heeft ze de laatste tijd wel vaker. Maar om op dit tijdstip naar de stal te gaan... Ze draait op haar rechterzij en probeert in slaap te vallen. Het lukt niet. "Liesje", galmt het in haar hoofd. "Die was van Liesje."
Misschien lukt het op de linker. Ook niet. Ze trekt haar knieën op, strekt ze, trekt ze weer op. Vergeet het maar. Niets helpt. Zal ze nu proberen te lezen? Of zal ze naar beneden gaan? Een beetje chips misschien? Dat zou weleens kunnen helpen. Ja, chips, dat is een goed idee van haar, zeg. Het rillen wordt ineens wat minder. Ze springt haar bed uit. Oef, niet te veel lawaai maken natuurlijk. Ze sluipt de kamer uit, trap af, keuken in. Wel donker. Vreemd om in je eentje beneden te zitten.
Als ze aan de keukentafel achter een bomvolle bak paprikachips zit, komen de woorden terug: "Liesje, die was van Liesje."
Welk glas zou er gerinkeld hebben? Wat zou er van Liesje geweest zijn? Van haar dus? Ze propt een handje chips in haar mond. Lekker pittig. Het gaat erin als koek. Hier in de keuken ziet ze geen gebroken glas. Het zal dus wel in de kamer gebeurd zijn. Het moet vast wel iets vreselijks geweest zijn, want de stemmen van papa en mama klonken zo verdrietig. Als ze nu eens gewoon in de kamer gaat kijken? Dan weet ze wat er gebeurd is. Ze maakt de chipszak leeg boven het bakje. Of zouden pap en mam alles opgeruimd hebben? Ze staat op en loopt naar de kamerdeur. Ze voelt zich net een inbreker en heeft het gevoel dat ze zich met iets gaat bemoeien wat niet bij haar eigen zaken hoort. Ze loopt terug naar de keuken en pakt de grootste chip uit de zak. Krakend laat ze hem in haar keel verdwijnen. Waarom zou zij er trouwens niets mee te maken hebben? Zij was toch Liesje? Ja, zij is Liesje en hoe vaak heeft ze die ellendige herrie van haar ouders al niet aan moeten horen? Ze heeft er ten diepste alles mee te maken. Met grote stappen loopt ze richting kamer. Als ze de deurklink naar beneden duwt, zucht ze diep. Dan zwaait ze de deur met een weids gebaar open. Ze blijft op de drempel staan en laat haar blik door het vertrek glijden. Op tafel ligt niets wat er niet hoort. Op de banken en stoelen ook niet. Op de vloer misschien? Haar ogen turen zoekend rond en haken zich uiteindelijk vast in de scherven die boven de rand van de prullenbak uitsteken. Voorzichtig, alsof haar voetstappen de scherven nog verder zouden kunnen breken, loopt ze erheen. Ze gaat op haar hurken zitten, draait één scherf naar zich toe en kijkt dan in de bruine ogen van een pony. "Nee hè, dat niet", prevelt ze, terwijl ze de scherf op de vloer legt. Ze staart voor zich uit. Dat hadden haar ouders dus bedoeld. Dat was dus van Liesje: een bloempot die ze op haar verjaardagsfeest beplakt had met een laagje van een servet.
Wat waren haar vriendinnen enthousiast geweest toen ze uitlegde wat ze gingen doen. Papa had alle potjes van te voren geverfd en in de stad waar hij werkte in verschillende winkels gezocht naar servetten met afbeeldingen van pony's erop. Dat had hij voor haar over gehad omdat zij zo dol op pony's is. Lieve papa. Mama had Lisa geholpen met het klaarmaken van een gourmettafel. Reuzegezellig met haar vriendinnen. Lieve mama.
Ze pakt nog wat bloempotscherven uit de prullenbak. Dan ineens... au... een pijnscheut door haar vinger... ze kijkt... gebroken glas... een verwrongen wissellijst... bloed. Niet veel, maar toch. Ze veegt het af aan haar nachtpon. Ze kijkt weer en wat ze dan ziet is veel erger dan een pony in scherven. Ja veel erger dan alle scherven van de wereld. Snippers ziet ze. Snippers! Wie heeft dat gedaan? Papa? Mama? Hoe kon dat gebeuren? Ze vond die lange witte jurk altijd zo prachtig staan bij mam. En die sluier zo sierlijk rond haar blije gezicht. Pap zag er zo statig uit in zijn zwarte pak. Haar lip begint te trillen. Zal ze gaan huilen? Gillen? Stampen? Ze weet het niet. Radeloos graait ze alle snippers uit de prullenbak en stopt ze zo voorzichtig als ze kan in de zak van haar nachtpon. Hoe kon dat gebeuren? De trouwfoto van pap en mam... verscheurd in duizend snippers.... Dan vliegt ze naar boven. Vergeet dat er een vader, moeder en broertje wakker kunnen worden. Smijt de deur achter zich dicht. Trekt een bureaula open en verstopt de snippers tussen een stapel schriften. Zo, die zijn veilig, denkt ze. Pas dan voelt ze zich van binnen iets rustiger worden. Ze stapt in bed en trekt het dekbed over haar hoofd. Als het eerste donker begint te verdwijnen, ligt ze nog wakker. Met gevouwen handen, want papa en mama hadden haar vaak verteld dat je al je zorgen tegen de Heere mag vertellen.
In de dagen die volgen lijkt alles weer gewoon. Ze gaat naar school, maakt thuis ingewikkelde wiskundeopdrachten, stampt Engelse woordjes in haar hoofd en fietst voor het avondeten naar de stal waar Ranger staat. Ranger is haar verzorgpony. Ze geeft hem dagelijks eten en drinken, borstelt en aait hem. Soms duwt ze haar wang tegen zijn warme nek, sluit haar ogen en geniet. Zo probeert ze al die ellende van thuis even te vergeten. Zo zoekt ze een beetje troost.
Een week later zoekt ze tevergeefs. De ponyhuid blijkt niet dik genoeg om het vreselijke dat haar ouders verteld hebben, te absorberen.
Het was op een stormachtige vrijdagavond. "Lisa, papa en mama houden niet meer van elkaar", had pap met onvaste stem gezegd.
"We hebben er echt lang en diep over nagedacht", fluisterde mam. "We hebben er zelfs lange gesprekken over gevoerd met een huwelijkstherapeut." Ze stopte even. Het leek of ze naar lucht hapte.
"Maar ook hij zag geen mogelijkheid voor ons om bij elkaar te blijven. Papa gaat over een maand in een flat wonen."
"Ik kom jou en Robbin regelmatig ophalen", haastte pap zich eraan toe te voegen, terwijl hij met trillende vingers zijn bril poetste. De woorden van haar ouders zitten met scherpe weerhaken in haar herinnering vastgeklampt. Daarover en doorheen buitelen duizend vragen: een vader en moeder die niet meer van elkaar houden? Haar vader en moeder? Hoe kan dat? Ze zijn toch allebei lief? Waarom kunnen ze al die ruzies niet goed maken? En die therapeut? Die heeft toch alle verstand van huwelijken. Hoe kan het dat hij de boel niet kan lijmen? En de Heere? Vindt Hij dit allemaal goed? Ze duwt haar gezicht steviger tegen Ranger. Zoute tranen lopen langs zijn nek. Ze probeert te begrijpen, maar het is zo veel voor een meisje van veertien.
De volgende morgen is ze vroeg wakker. Voor ze zich aankleedt legt ze een groot wit vel papier op haar bureautje, pakt een lijmtube en de snippers. Ze wil de snippers zo leggen dat ze samen weer één mooie, hele trouwfoto vormen. Maar de rafelige randen belemmeren de voltooiing van dit werk. Ze vouwt van het vel een grote envelop en stopt de snippers erin. Dan legt ze hem in haar kast.
"Jullie kennen allemaal vast wel iemand die oud, ziek of eenzaam is", galmt de stem van meester Peter door het zaaltje bij de kerk.
Mevrouw De Vrij, denkt Lisa meteen. Die is volgens haar oud, ziek en eenzaam tegelijk. Beter kan dus niet. "Nou, voor zo iemand mag je een prachtig werkje maken en dat breng je dan bij hem of haar, want december is voor zulke mensen meestal een extra moeilijke maand."
Leuk, denkt Lisa.
"Je krijgt straks een tijdschrift. Je kiest een mooie plaat die je in zo'n twintig stukken scheurt. In feite heb je dan twintig puzzelstukjes, waarvan je op een houten plaat één geheel gaat maken. Met behulp van een figuurzaag mag je rand van de houten plaat een eigen vorm geven. Wij komen langs om er een gaatje in te boren, zodat hij opgehangen kan worden."
"Gaaf, cool", gonst het.
Was ik maar niet naar de club gegaan, peinst Lisa. Hoe krijgt hij het verzonnen? Juist nu. Scheuren, brokstukken, snippers, lijmen... ze kan het vandaag echt niet opbrengen. Maar voor ze tegen kan stribbelen, ligt er al een plaat hout plus een tijdschrift voor haar. Ze bladert het moedeloos door, tot haar oog valt op een foto van de zon boven een korenveld. Die staat hoog aan een helderblauwe lucht en haar stralen leggen een glinsterende gloed op de rijpe, gele aren. Vreemd misschien, maar Lisa moet ineens denken aan een andere Zon. Aan de Zon der gerechtigheid. Over die Zon had meester Peter op de vorige clubavond gesproken. Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan. Best een moeilijke tekst, maar meester Peter had uitgelegd dat met die 'Zon der gerechtigheid' de Heere Jezus bedoeld wordt. Hij verlicht namelijk het verstand van Zijn kinderen door Zijn Woord en Geest. En Hij verblijdt hen doordat Hij hun zonden vergeeft en de gerechtigheid toerekent. Lisa herinnert zich nog heel helder de avond waarop dat allemaal verteld werd. Ze vond het zo mooi, zo ontroerend. Met open ogen en ongevouwen handen had ze toen heel stilletjes gebeden: "Heere, wilt u ook in mijn donkere hart schijnen?" Zou mevrouw De Vrij het ook een mooie foto vinden? Zou ze aan hetzelfde moeten denken als zij? Of zou ze het maar raar vinden? Voor ze het werkje brengt, zal ze mama even om raad vragen. Nu wil ze in ieder geval beginnen. Ze pakt de schaar en zet hem in het koren. Met het puntje van haartong uit de mond knipt ze de eerste snipper. Nog één en nog één. Tot ze negentien snippers heeft, die elk een stukje korenveld laten zien. De zon laat ze heel. Die plakt ze aan de bovenkant van het hout. Daaronder wordt het glanzende korenveld na even puzzelen weer zichtbaar.
"Maar mevrouw De Vrij is een weekje naar haar dochter in Friesland, Lies", zegt moeder, als Lisa het werkje heeft laten zien en haar bedoelingen daarmee heeft verteld. "Maar goed joh, dan breng je het toch na de kerstdagen."
Lisa legt het werkje op tafel en leunt achterover in de grote stoel van papa. Zal die stoel over een tijdje ook naar die flat verhuizen? Bah, wat een akelig idee. Het lijkt of er plotsklaps een heleboel naalden uit de stoel steken. Scherpe naalden, die haar de stoel uitjagen. Ze loopt naar het raam. De harde westenwind slaat de regen tegen het glas. Het water stroomt er in zielige sliertjes langs. Een tak van de oude eikenboom schuurt knarsend langs een lantaarnpaal. In de verte klinkt het harde geblaf van een hond. Wat somber is het hier binnen. Nog somberder dan het al was sinds ze dat erge weet. Ze draait haar hoofd naar rechts. Ze ziet de vaalgele plek op de muur. Het is alsof die plek treiterend terugkijkt. Alsof hij spottend zegt: hier hing eerst iets heel moois. Iets prachtigs dat nu kapot is. Nu is er alleen nog een lelijke lege plek over. De plek waar eerst de foto... die mooie trouwfoto van pap en mam hing. Ze zou wel weg willen rennen. Weg uit deze kamer. Weg van dit huis, waar het nooit meer zo goed wordt als voor die tijd. Maar waar moest ze heen? Jammer dat ze nu niet naar mevrouw De Vrij toe kan. Dan had ze in ieder geval even een uitje.
Of... zal ze? Haar ogen schieten van het mooie werkje op tafel naar de muur en weer terug. Zal ze..? Haar droevige ogen lichten op. Ja, ze weet het opeens zeker. Ze pakt het werkje en loopt ermee naar de muur. Ze hangt het aan een kromgebogen spijker. De plek is bedekt. Bedekt door een stralende zon, die een versnipperde, een gebroken wereld verlicht. Voor mevrouw De Vrij zal Lisa iets anders maken. Dit werkje hoort hier. Dat gelooft ze vast en zeker. En opnieuw bidt ze met open ogen en ongevouwen handen: "Heere, mag die Zon ook in mijn donkere hart schijnen?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 2001
Daniel | 36 Pagina's