Het gekrookte riet van Smijtegelt
Preken met het oog op de kleinen in de genade
Niet te geloven: 145 preken over één tekst! Moet toch wel een beetje vreemde man geweest zijn, die Smijtegelt. Wie doet dat nu: zo vaak over één tekst preken. Honderdvijfenveertig keer. Even tellen: 52 weken, dus bijna drie jaar lang! Dan ben je toch wel een oude, doorgezakte dominee, of niet soms?
Gegrinnik
Het gekrookte riet van Smijtegelt heeft al voor heel wat gegrinnik gezorgd. Dit is in ieder geval duidelijk: wie meelacht, heeft het boek nooit ingezien, laat staan gelezen. Oppervlakkig lijkt het bij deze serie inderdaad te gaan om 145 preken over Mattheüs 12: 20 en 21 Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en het rokende lemmet zal hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning. En in Zijn Naam zullen de heidenen hopen. Maar per saldo gaan slechts de eerste zes preken over deze tekst.
Iemand heeft wel eens voorgesteld om de naam van het boek te veranderen in 'bevindelijke godgeleerdheid'. Want daar gaat het feitelijk over. Smijtegelt behandelde in de preken allerlei vragen van jonge christenen. Vragen over de wedergeboorte, de ontdekking en overtuiging. Vragen over de droefheid naar God en het belijden van de zonde. Zo komen tien thema's aan de orde.
Bijbellezingen
De preken werden niet op zondag gehouden. Smijtegelt hield de preken 's woensdags voor de liefhebbers tijdens een soort themadiensten. Het waren een soort Bijbellezingen. Hij begon hiermee op 2 maart 1720. Hij preekte niet elke week, maar werd afgewisseld door bevindelijke predikanten als Immens en De Frein. Ze behandelden de 'zielsgestalten en andere stichtelijke zaken ten aanhoren van doorgaans een vrij grote menigte'. In deze woensdagdiensten is ook Petrus Immens' De Godvruchtige avondmaalsganger ontstaan. Na vijftien jaar was Smijtegelt klaar met Het gekrookte riet.
Er moeten heel wat mensen geweest zijn die trouw alle preken gehoord hebben. Toen Smijtegelt bij de 130ste preek de gemeente inkeek, zei hij: "Geliefde toehoorders, gij hebt misschien, de meesten die hier zijn, wel al de predikatiën, de honderddertig, gehoord."
Voorafgaande aan de preek over een thema, hield Smijtegelt altijd een inleiding aan de hand van een bepaalde tekst. Zo begonnen zijn preken steevast met de woorden: "Wij lezen in..." of "Het is opmerkelijk wat wij lezen in...".
Sieraden
In de preken gaat Smijtegelt ook heel concreet in op het dagelijks leven. Als hij spreekt over de nederigheid in het leven van een christen, gaat het ook over de vraag of het een christen wel geoorloofd is om sieraden te dragen. Smijtegelt is dan de 65 al gepasseerd, maar hij wilde dit punt voor zijn sterven nog één keer uitgebreid onder de aandacht van de gemeente brengen. Hij begreep best dat er vragen waren: Is dat nu stof voor de preekstoel. Bovendien zou hij geheel de stad tegen zich krijgen: regenten, gegoede burgers. Maar God had de nood op zijn hart gelegd. En was het nu zo'n probleem enkele uren naar de preken over sieraden te luisteren, als je in je leven veel meer tijd had versleten om met je sieraden bezig te zijn?
Overigens gingen de preken over sieraden niet slechts over ringen, gouden gespen en kunstig versierde kerkboekjes. Smijtegelt behandelde alles wat door de gemeente gebruikt werd om te pronken: kleren, koetsen en jachten, haardracht en huissieraad, huizen en hoven, maaltijden (inclusief de overdadige rouwmaaltijden) en feesten. Onder sieraden verstond Smijtegelt ook de modeverschijnselen van die tijd. Zo was er het galante omgaan met elkaar, de overdreven etiquette: Daar zijn sieraden in de gesten (gebaren), in de gang, in 't gehele gedrag uitwendig. Zij vertonen 't in spreken en in hunne leden, in de omdraaiingen van hun ogen, in 't optrekken van hun wenkbrauwen, in 't opsteken van hun borst. Dan tonen zij 't in 't buigen, en in 't omdraaien, hun handen houden zij in hun zijde. Om al die mooie buigingen te oefenen, moesten de kinderen op dansles.
En natuurlijk moest de kleding even galant zijn. Galant en onkuis, met diepe decolletés. Sommige Middelburgers hadden weinig om het lijf. Als zij er uit armoede zo bij zouden lopen, zou men ze spoedig handreiking doen. Smijtegelt had naast ethische ook nog wel wat praktische bezwaren tegen de hoepelrokken. Gij kunt altemets noch gaan, noch kruipen door de tooi. Ten aanzien van dansen waren er bezwaren op medisch gebied. Men moet dansen en God bezoekt u met een pleuris. De één danst zijn heup uit het gelid, de ander wat anders. Anderen zijn dan bezweet en verhit, zodat ze als ze tot stilte komen, in een ogenblik dood zijn. Dat hebben wij al gezien. Daarom het evenwel niet gelaten. Nee, zij moeten hun leden oefenen, zij moeten wakker en handig zijn. Dat is al geen zonde meer. Nederland heeft geen zonde meer. Smijtegelt had het zelf meegemaakt, dat er mensen bezweet waren van het dansen, een infectie opliepen en binnen twee dagen dood waren.
Kleinen in de genade
De uiterlijke zaken vormen zeker niet de hoofdschotel van Het gekrookte riet. De preken zijn speciaal gehouden met het oog op de kleinen in de genade. Dat tekende de prediking. Voortdurend ging Smijtegelt met hen in gesprek om hen te doen groeien naar de verzekering. Hij neemt allerlei bezwaren weg. We ontmoeten hier een man met een fijn psychologisch inzicht die allerlei zielsgestalten voor de gemeenteleden ontrafelt en zo helderheid brengt in verwarde gevoelens.
In het algemeen was Smijtegelt ruim als het ging over de manier waarop God mensen bekeert. Al had gij een wijze van bekering, die nog nooit iemand ondervonden had en die nog nooit op de stoel gepredikt was en die gij nooit in enige boeken gelezen had, wees daarom niet bekommerd. Meent gij dat alle manieren van bekering beschreven zijn? Ik denk dat de hele wereld dan de beschreven boeken niet zou kunnen bevatten. Verwerpt uw bekering niet om de wijze die God gehouden heeft. Met sommigen belieft God een ordinaire, een gewone weg te houden, met sommigen een extra-ordinaire, een bijzondere. De weg die God houdt met mensen te bekeren, is wonderlijk. Het komt op de wortel der zaak aan.
Verzekering
Een goede manier om tot verzekering te komen, was volgens Smijtegelt het gebruik van kenmerken. Die manier van werken heeft goede papieren. De Dordtse Leerregels zeggen: van de verkiezing worden de uitverkorenen te zijner tijd verzekerd als zij de onfeilbare vruchten der verkiezing - als daar zijn het waar geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid - in zichzelf met een geestelijke blijdschap en met een heilige vermaking waarnemen.
Die verzekering van het geloof is altijd een belangrijk item geweest in de pastorale prediking van Reformatie en Nadere Reformatie. Daar kwam in Middelburg nog iets bij. Rond de eeuwwisseling was er grote verwarring ontstaan door het optreden van de Hebreeën, volgelingen van Jacob Verschoor. Ze stelden dat ieder maar moest geloven dat Christus voor hen gestorven is. Het zou ondankbaar zijn om dat niet te geloven. Kenmerken van het geloof, als droefheid over de zonden en bekering, waren van geen belang. Deze groepen hebben de stad Middelburg sterk in beroering gebracht. Een belangrijk gedeelte van de magistraat deelde de mening van deze secte.
Na jaren van verwarring werden uiteindelijk de boeken van deze anti-nomiaanse stromingen openbaar verbrand op het marktplein.
Kenmerken
Mede tegen de achtergrond van die ketterse bewegingen, waardoor Gods kinderen in de Middelburgse gemeente in twijfel raakten, moeten de vele kenmerken gezien worden die Smijtegelt naar voren schuift, bijzonder wel in Het gekrookte riet. Smijtegelt vond kenmerkenprediking een geschikt middel om de kleinen in de genade, de gekrookte rietjes, tot een vaste gang in Jezus Christus te brengen. Hij nam het in zijn preken absoluut niet op voor twijfel. Hij rekende snel af met hen die dachten dat een weinig te twijfelen over uw staat een betere weg is als een verzekerde weg. Hoe meer verzekerd, hoe dichter bij God en hoe nederiger.
Smijtegelt was wel erg overdadig in het benoemen van kenmerken. In Het gekrookte riet staan er meer dan 450. Er is hier onmiskenbaar sprake van een zekere vervorming.
Je doet er echter goed aan om ook de aanwijzingen te lezen, die Smijtegelt geeft bij het gebruik van de kenmerken. Hij raadde zijn gemeenteleden een sober gebruik aan. Neem er niet te veel. Je zou er in smoren. Al kreeg u in uw leven niet meer als een of twee tekenen, houd ze vast. Houd ze vast. Een of twee schriftuurlijke tekenen zijn bekwaam om u te verzekeren. Hij waarschuwt om zich niet te vergelijken met anderen.
Smijtegelt was er ook niet voor dat gelovigen steeds maar zoeken naar het eerste begin. Veel minder moet gij altijd helder willen weten door welk middel, welke tekst en op welke tijd gij veranderd zijt. Altijd dat klaar en net te willen weten, dat stondetje, die tekst, de wijze, dat houdt God altemet verborgen en Hij laat de zaken klaar zijn. Het is ook niet goed om iedere keer bij nul te beginnen. Als gij een teken van genade de ene dag begint vast te stellen, zeg dan niet de andere dag: "Ik mis het". Zou gij het hele gebouw gedurig gaan afbreken? Wie zo met zijn gestalten werkt, denkt om de Heere Jezus niet veel.
De volgorde van de kenmerken is voor Smijtegelt niet van belang. Sta meer op zaken dan op orde. Wil nooit bepaald hebben, welke genade eerst, welke de middelste en welke de laatste moet zijn.
Vooral moeten we God de weg niet voorschrijven, laat staan dat we naar moeite en zorgen zouden moeten verlangen. Wens niet om kruis of narigheid. Als God u er gene geeft, bid er niet om. Het zal tijdig genoeg komen. Zo het de Heere u niet geeft, geniet het goede zolang het Hem belieft.
Op Christus steunen
Het uiteindelijke doel van de kenmerkenprediking van Smijtegelt was, dat de jonge christenen op Christus zouden gaan steunen. Wij waren in 't snijden van het Woord bezig om de gekrookte rietjes te ondersteunen, om hen te tonen dat ze op de naam van Christus mochten hopen. Maar het moest verder. Kentekens, tranen, deugden, gaven of gebeden moeten uw gronden niet zijn: uw enige grond moet Jezus zijn.
Als hij zo naar Christus wees, was de bewogen predikant op zijn best. God heeft zijn prediking voor velen willen gebruiken. Niet alleen aan het begin van de achttiende eeuw, maar ook in de eeuwen daarna, tot op de dag van vandaag toe. Zijn uitnodigende stem spreekt ook in de 21ste eeuw. En een klein voorbeeld daarvan uit Het gekrookte riet geef ik tot slot graag aan jullie door: De Heere Jezus Christus is het enige fundament van uw zaligheid. Wilt gij Hem wel aannemen? Kom dan, neem de Heere Jezus aan op al de voorwaarden op welke Hij u wordt aangeboden. Het is alles om niet. Hebt gij de kosten al overrekend? Wilt gij Hem aannemen met al het hatelijke, en met al het liefelijke, dat er aan zijn dienst vast is? Zeg: "Liefste Heere, zoveel als ik mijzelf ken, ik wil U wel hebben. Wees Gij Mijn Heiland. Maak het voor mij goed bij God. Ik zal U niet laten gaan. Ik neem U aan."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 december 2001
Daniel | 36 Pagina's