Leven met een lichamelijke handicap
Als je iemand niet kent, moet je ervan uit gaan dat hij hetzelfde is als jij
Het gebeurde enkele jaren geleden in Antwerpen. Simon Maljaars uit Meliskerke liep samen met een vriend te folderen voor de evangelisatiepost in Merksem. Er kwam een mevrouw naar hen toe. Ze zei meelevend tegen Simons vriend: "Ik weet wat het is, meneer, want ik heb zelf ook een gehandicapte zoon." Tot haar schrik reageerde Simon zelf: "Ik loop misschien wat moeilijk, en ik praat wat moeilijk, maar verder heb ik alles goed op een rij, mevrouw."
Niet alleen de mevrouw in Antwerpen was te snel met haar oordeel. Simon kan tal van voorbeelden noemen, waaruit blijkt dat mensen hem vaak niet voor vol aanzien. In het dagelijks leven werkt Simon bij de belastingdienst in Roosendaal. Hij is servicedesk-coördinator. Als hij de telefoon opneemt, gebeurt het regelmatig dat mensen zeggen: "Zó, wat ben jij dronken!" Op zulke momenten reageert hij meteen. "Ik vertel wat eraan de hand is. Doodstil blijft het dan aan de andere kant van de lijn. En ik vraag of ze voortaan niet meteen willen zeggen wat er op hun tong ligt."
Zuurstofgebrek
Simon heeft zijn handicap al heel zijn leven. Tijdens zijn geboorte kreeg hij zuurstofgebrek. Daardoor is het deel van zijn hersenen beschadigd dat de fijne motoriek aanstuurt. De artsen waren duidelijk: "Deze jongen zal nooit kunnen lopen". Het pakte anders uit. Toen hij ongeveer twee jaar oud was, liep Simon, tot grote verbazing van de artsen. Het enige wat hij aan de problemen bij zijn geboorte heeft overgehouden, is dat hij wat moeilijk praat en loopt. Simon heeft altijd het normale onderwijs gevolgd. Het personeel van de basisschool in Meliskerke wilde het met hem proberen, toen zijn ouders vroegen of hij met zijn beperkingen welkom was.
Na de basisschool volgde het voortgezet onderwijs. "Het was echt knokken die eerste tijd."
Na vijf jaar mavo wilde hij graag naar de MAS. "Dat is me heel sterk afgeraden. Ze vroegen aan me: wat wil je daarna gaan doen?!"
Op die vraag wist Simon zelf ook geen antwoord. "Het was toen op dat moment een grote teleurstelling. Maar in die tijd ontstond juist veel vraag naar IT'ers, en men vroeg aan mij: is dat niet iets voor jou?"
En zo ging hij naar de MTS. Het bleek echter te hoog gegrepen. Na twee jaar hield hij het voor gezien.
Er was gelukkig een alternatief. Op een streekschool volgde hij een administratieve opleiding voor systeembeheerder. Hij volgde drie dagen per week cursus, en deed twee dagen per week werkervaring op in een beschermde praktijkomgeving. Dat gebeurde in een nagemaakt kantoor.
Na een halfjaar deed hij theorie-examen. "Toen kon ik gaan solliciteren naar een stageplaats. Maar niemand wilde me hebben." Het was het begin van een lange weg. Zijn stagebegeleider regelde een stageplaats, waarna Simon op gesprek ging. Vervolgens hoorde hij niets meer.
"Als het lang duurde, ging ik er zelf op af en belde op. Maar de persoon die ik moest spreken, was nooit aanwezig."
Als zijn stagebegeleider er vervolgens werk van maakte, lukte het wel. Maar hij kreeg steeds te horen: "Deze jongen heeft te weinig praktijkervaring."
Zo ging het acht keer...
Tenslotte liep hij stage bij het bedrijf waar de beschermde praktijkomgeving een onderdeel van was. Maar binnen dat bedrijf kon hij niet al zijn stagedoelen halen. Dus moest er naar een nieuwe oplossing gezocht worden. Zijn stagebegeleider kreeg het voor elkaar dat hij bij het Ministerie van Landbouw kon komen. Eerst had men wel bezwaren tegen Simon - hij is immers gehandicapt? - maar men durfde toch geen nee te zeggen. "Toen ik daar eenmaal was, vielen alle bezwaren weg. Ze zagen dat ik gewoon het werk deed. Misschien wat minder snel dan een ander, maar ik had wel kennis van zaken."
Na vier maanden had hij toen zijn diploma op zak.
Inmiddels wilde men hem bij het Ministerie van Landbouw graag houden, maar ze konden hem helaas niet in vaste dienst nemen. Men zat er midden in een reorganisatie. Wel mocht hij er blijven werken, zonder ervoor betaald te worden. Dat was gunstig, want op die manier raakte hij niet uit het arbeidsproces.
Leren knokken
Al met al was het geen gemakkelijke weg die Simon moest gaan. Als ik vraag hoe hij deze periode zelf ervaren heeft, zegt hij: "Voor mezelf zijn er momenten geweest, waarop ik moest leren om mijn geduld te bewaren. Ik moest leren knokken om toch verder te komen dan alleen thuis zitten."
Terwijl hij bij het ministerie werkte, schreef hij ongeveer vijftig sollicitatiebrieven in zes maanden tijd. In zijn brieven gaf hij altijd aan dat hij een handicap heeft.
"Dat deed ik bewust. Ik vind dat je eerlijk moet zijn tegenover jezelf en tegenover de ander." Hij kreeg veel bedankbrieven, maar werd nooit uitgenodigd voor een gesprek.
Bij het GAK probeerden ze hem te helpen. Hij kon in zijn sollicitatiebrieven zetten dat er voor de werkgever mogelijkheden waren om een tegemoetkoming te krijgen, voor de kosten die ze voor Simon maakten. Weer kreeg hij slechts bedankbrieven terug. "Men noemde als reden altijd mijn gebrek aan werkervaring, maar dat was inmiddels onzin."
Uiteindelijk kwam hij via een arbeidsintegratieproject van het GAK bij de belastingdienst in Middelburg terecht. Hij werd systeembeheerder. Om op hetzelfde niveau als zijn collega's te komen, moest hij interne opleidingen gaan volgen.
"En dat doe ik dus nog steeds", vertelt Simon lachend. "Ik kreeg een halfjaarcontract aangeboden, terwijl ieder ander een jaarcontract krijgt. Maar binnen een half jaar wilden ze er een vast contract van maken. Zoiets is een ontzettende opsteker."
Tegenwoordig werkt Simon op een afdeling in Roosendaal en is hij opgeklommen tot servicedesk-coördinator.
Aai over je bol
De mensen reageren vaak wat onwennig als ze Simon voor het eerst zien. Ze denken dat hij niet goed bij zijn hoofd is en maken domme of vervelende opmerkingen. Zelf heeft hij daar niet zo'n last van. "Het zegt iets over die mensen zelf, niet over mij."
Hij raadt het volgende aan als je in aanraking komt met iemand die 'anders' is. "Doe gewoon, net zoals je tegen ieder ander zou doen. Natuurlijk gebeuren er dingen die lachwekkend zijn, ook bij mij. Daar mag je om lachen, maar doe het niet achter mijn rug. Laten we er samen om lachen."
Simon ging vier keer met een zomerkamp mee. Dat is hem op zich goed bevallen, maar ook dan liep hij tegen dingen aan, waar anderen geen last van hebben. "Het gebeurt dat mensen voor je gaan denken en dingen voor je gaan doen, waar je helemaal niet om gevraagd hebt. Ze kwetsen je daarmee, zonder dat ze dat zelf in de gaten hebben. Je moet het je zo voorstellen: het voelt alsof iemand je steeds een aai over je bol geeft."
Daarom geeft hij het volgende advies: "Als je iemand niet kent, moet je ervan uitgaan dat hij hetzelfde is als jij. Dan kom je er vanzelf achter wat zijn beperkingen écht zijn. En daar kun je zo iemand mee helpen. Dat kan hij zelf aangeven."
Simon geeft graag een paar tips voor andere jongeren die een lichamelijke beperking hebben. "Kruip nooit in je schulp en isoleer jezelf niet. Je moet juist open zijn: aangeven wat je wel wilt en wat je niet wilt."
Zelf heeft hij het voordeel dat hij gemakkelijk praat. Maar ook hij heeft het moeten leren om duidelijk te zijn. "Ik heb vaak gemerkt dat mensen me aan gaan spreken als een kind. Dan behandelen ze je als een kind, terwijl je je volle verstandelijke vermogens hebt. Dat is niet fijn. Ik zeg altijd: hoe iemand praat, loopt of doet heeft niets met zijn verstand te maken. Als iemand je beneden je niveau aanspreekt, moet je zo iemand daar op aanspreken. Die ander heeft namelijk een bepaald verwachtingspatroon van jou wat niet klopt. Op zo'n manier kun je dat corrigeren."
Wonder
Tenslotte vraag ik of hij iets wil zeggen over Gods leiding en zorg in zijn leven. Simon antwoordt: "Voor mij is het een wonder dat de Heere voor de kleinste dingen en voor de grootste dingen zorgt. Je kunt je wel ontzettende zorgen maken, maar als je de dingen aan Hem over kunt geven, dan wordt het je ook in de schoot geworpen. En dat moet je leren: de dingen uit handen geven. Daarom moet Psalm 86 steeds mijn gebed zijn: Leer mij naar Uw wil te hand'len.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 november 2001
Daniel | 32 Pagina's