Gesprek met een christen-Afghaan in Nederland
Heb je wel eens stilgestaan bij het wonder van God dat je in Nederland op mag groeien? Misschien zegt je dominee het wel eens: wij kunnen nog vrij iedere zondag naar de diensten, wij leven nog in een vrij land...
De verdrukte kerk in Afghanistan
Twee weken geleden kwam ik in contact met een Afghaanse jongen. Hij was nog maar vier weken in Nederland, maar hij is wel voor de vernietiging van de Twin Towers gevlucht uit Afghanistan. Daar was hij al christen. Als je hem hoort praten, dan besef je pas hoe rijk wij wel zijn. Dat we de Bijbel vrij kunnen bestuderen, er met anderen over kunnen praten. Naar de kerk kunnen gaan: Amir kon nooit naar een kerk, er is in Afghanistan zelfs geen kerk. Ik ben met hem naar een bijeenkomst geweest. Na afloop zou ik een gesprek met hem voor Daniël hebben, maar in de bus vertelde hij al zoveel dat dit niet meer nodig was. Het was een spontaan gesprek. Amir zat nog vol van wat hij meegemaakt heeft. Vooral dat zijn vader eigenlijk in zijn plaats is doodgeschoten, vindt hij moeilijk. Hieronder vertel ik zijn verhaal. Daartussendoor geef ik cursief wat achtergrondinformatie over het Afghaanse christendom.
In 1970 is er onder druk van de president van Amerika een kerk gebouwd in de hoofdstad Kabul. Mensen uit alle lagen van de bevolking protesteerden echter: een kerk zou immers een impuls voor het christendom zijn. En met succes: de Zaïr Shah beval om de kerk weer af te breken.
Een Duitse zakenman, die hoorde van plannen om de kerk te slopen, waarschuwde de regering: "Als jullie zo doorgaan, zal God jullie regering afbreken." In 1973, drie jaar na de bouw, maakten bulldozers de christelijke kerk van Kabul met de grond gelijk. De slopers zochten zelfs ondergronds naar ruimten, omdat zij afgingen op geruchten dat er een Afghaanse kerk onder de internationale kerk zou zitten.
In de nacht na de sloop greep de neef van de Zaïr Shah, luitenant-kolonel Mohammed Dawoud, de macht in Afghanistan en werd het land een republiek.
Amir had een bevoorrechte positie in Afghanistan, hij kwam uit een gegoede familie. Maar niet alleen materieel had hij het goed. Ook als christen was hij bevoorrecht, hij had christelijke vrienden met wie hij samen kwam om Bijbelstudie te doen.
Veel van de 2500 christenen in Afghanistan kennen geen andere christenen. Ze zijn alleen door middel van radioprogramma's in aanraking gebracht met het christelijke geloof, ze hebben soms geen lectuur. Alleen een radio. De Afghaanse christenen kunnen niet op zoek naar andere christenen. Wanneer ze ook maar interesse tonen voor het christendom riskeren ze de dood. Wanneer de Taliban ook maar iets vermoeden, zijn ze in staat om andere Afghanen op te hangen.
Natuurlijk waren het geheime bijeenkomsten. Tien mensen, hongerig naar het Woord van God, vertelden elkaar wat ze hadden geleerd de afgelopen tijd. Ze bestudeerden het Woord van God, zo vonden ze troost in de verdrukking.
Het afgelopen jaar zijn veel buitenlandse werkers gevangen gezet omdat ze het Woord van God uitdroegen. De meeste andere buitenlanders zijn gevlucht naar Pakistan of andere omliggende landen. Ook Afghanen die samenwerkten met de buitenlanders zijn opgepakt en waarschijnlijk gemarteld en gedood.
Zo'n drie jaar geleden kwamen Amir en zijn vrienden in aanraking met Gods Woord. Door het lezen van de Bijbel ontdekten ze, dat alleen het geloof in Christus zaligmakend is. Die Bijbels waren waarschijnlijk nog van voor 1996, toen de Taliban nog niet overal aan de macht waren.
Toen ik bij hem in het asielzoekerscentrum was, vroeg Amir andere Afghanen om er bij te komen zitten als wij Bijbelstudie deden. Er werd geluisterd, met grote aandacht, al zijn de meesten van hen moslim, "In Afghanistan heb ik drie jaar gezwegen, nu kan ik niet meer zwijgen, de Heere is zo goed! Ik vertel het aan iedereen."
Die ene dag
In Aghanistan was Amir zijn leven niet zeker. Eén dag staat in zijn geheugen gegrift. De dag voordat zijn lange vlucht begon. Hij was wat inkopen aan het doen. Zijn vader was alleen thuis. Onverwachts stonden de Taliban voor de deur, op zoek naar Amir. Toen bleek dat hij er niet was, werd zijn vader meegenomen. Toen Amir thuis kwam, werd hij door zijn moeder en oom opgevangen. Hij moest naar het huis van zijn oom gaan. Langzaam kwam hij tot het besef dat er iets ergs gebeurd moest zijn. In het huis van zijn oom wachtte hij af. Totdat zijn oom binnenkwam en vertelde dat zijn vader was doodgeschoten door de Taliban. Hij moest zo snel mogelijk het land verlaten, zijn oom zou voor zijn familie zorgen.
Amir wist al wel dat hij gevaar liep. Vrienden waren gevangen genomen. Maar in zijn overmoed dacht hij: het zal wel loslopen, ze verdenken mij toch niet!
Alles stortte in. Hij kon zijn moeder nog even zien en daarna moest hij weg. Met alleen wat handbagage ging hij op pad, drie maanden lang was hij onderweg tot hij uiteindelijk in Nederland aankwam.
Asielzoeker in Nederland
In Nederland kon Amir terecht bij een Aanmeldcentrum (AC), hier werd streng gekeken of hij inderdaad uit Afghanistan kwam en of hij dus in aanmerking zou komen voor een verblijfsstatus. Na drie weken AC kwam hij in een opvang- en onderzoekscentrum terecht, hier volgde een verder onderzoek naar zijn achtergrond. Als hij daar doorheen komt, mag hij, na drie tot vijf maanden, naar het AZC (Asiel Zoekers Centrum).
Al vrij snel ging Amir op zoek naar een kerk. Hij kwam terecht bij een Gereformeerde Gemeente. Hier werd hij heel gastvrij ontvangen, hij voelde zich snel welkom.
Wat een wonder dat wij in de kerk kunnen horen van de gekruisigde Christus. Dat er verzoening mogelijk is voor de grootste van de zondaren. Wat een wonder dat de dominee iedere zondag het Woord mag bedienen. Laten we ook bidden voor christenen die niet in vrijheid leven of voor hun leven moeten vluchten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 2001
Daniel | 32 Pagina's