Huishoudelijke Vergadering
Het mag vandaag wel door ons opgemerkt worden, dat in een wereld vol van verwarring de Heere geeft dat Zijn woord nog mag opengaan. Een wereld waarin de laatste weken zo duidelijk blijkt dat de mens buiten God geen houvast heeft. Velen vragen twijfelmoedig: Wie zal ons het goede doen zien? Uit de angst van de mens, voor ondermeer chemische aanvallen, blijkt hoe weinig zekerheid en gerustheid de moderne mens van onze dagen heeft. Men zoekt zekerheid door te grijpen naar menselijke uitkomsten en menselijke bescherming. Hoe is het bij ons? Waar is onze verberging, niet alleen voor de tijd, maar ook voor de eeuwigheid?
Ds. C.A. van Dieren verwijst in zijn openingsmeditatie naar de verschrikkelijke gebeurtenissen die plaatsgevonden hebben op 11 september j.l. in New York.
In het voorgelezen schriftgedeelte, Genesis 14 en 15, lezen we over een schuilplaats die veilig is voor de tijd en voor de eeuwigheid. De Heere spreekt tot Abram: "Vrees niet, Abram, Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot". Een schild wordt niet gebruikt in vredestijd. Adam kende in het paradijs ook geen schild. Hij kende geen oorlog met zijn naaste, omdat hij ook geen oorlog kende met zijn Schepper. Maar omdat wij de wapenen opgenomen hebben in het paradijs en God de oorlog verklaard hebben, hebben wij ook elkaar de oorlog verklaard. Dit brengt de situatie van de laatste weken veel dichter bij ons. Abram krijgt een goddelijke toezegging voor bewaring en beschutting. Hij was net teruggekeerd van de strijd tegen koning Kedor-Laomer en diens bondgenoten. Ze hadden overwonnen met een handjevol mannen, driehonderdachttien.
Nu komt de Heere na de afloop van de strijd tot Abram en zegt: "Ik ben u een Schild". Maar de strijd is toch voorbij? Nee, God zet Zijn volk in de wedergeboorte in de strijd, en deze strijd blijft zolang Zijn Kerk op de aarde is. Gods Kerk gaat dan leren dat ze zichzelf in deze strijd niet kunnen helpen, niet kunnen bewaren en dat ze geen bedekking hebben. Men streed in die tijd met pijlen en zwaarden, om op deze wijze het leven van de vijand te nemen. Wanneer men achter een schild verborgen was, kon men met dat schild de pijlen en zwaardslagen afweren. Wie is dat schild? Met het schild wordt Christus alleen bedoeld. Toen het zwaard van Gods gerechtigheid ontwaakte, en betaling eiste, kwam Hij: "Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, het Schild, den Man Die Mijn Metgezel is."
Voor die gezegende Borg en Middelaar was geen enkele beschutting en bescherming. "Sla dien Herder en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden." Tot dat kleine getal, die driehonderdachttien mannen en tot al degenen die zichzelf niet kunnen helpen. In Genesis 14 lezen we dat Abram rijk onderwezen wordt in de komst van de Middelaar. Hij ontmoet Melchizedek, de Priester des allerhoogsten Gods, Koning des vredes. Hij is dus na de strijd ingeleid in de ambten van Christus. Is Abram nu met dit alles voldaan? Nee, met alles wat Abram aan onderwijs gehad heeft in de persoon van Melchizedek, is hij thuisgekomen in het gemis van de vervulling van de belofte. Waar is het Abram dan om te doen? Hij heeft een Borg nodig. "Heere, HEERE, wat zult Gij mij geven, daar ik zonder kinderen heenga?" Niet alleen een Borg, Die hem aangewezen wordt, Die hem verklaard is, maar ook een Borg Die aan hem weggeschonken wordt. De Heere wist welk een gemis er bij Abram was en dat ging de Heere vervullen. Wordt alles dan opgelost? Nee, maar Abram heeft nu genoeg aan een belovend God, gelovende dat de Heere de belofte zal waarmaken. Hoe de wereld dan ook woedt, ook in die dagen, dan mag hij door het geloof schuilen achter Christus. Wat hebben we het allen nodig om met onze kinderen achter dat Schild Gods bewaard te worden. De Heere geven ons dat zielsuitzien, dat worstelen en bedelen om achter dat Schild een plaats te mogen ontvangen. Hij geve Zijn Kerk dat ze bij vernieuwing een belovend God mogen ontmoeten in de weg van Zijn instellingen.
Na het lezen van de notulen is het tijd voor de bestuursverkiezing. Mevrouw J. de Blois-van Kempen en mevrouw J.C. Roest-van den Bos worden herkozen.
Als nieuwe leden van het bondsbestuur worden de dames J.C. Blijleven-de Niet uit Barneveld en M. de Zwart-Buijs uit Zoetermeer met meerderheid van stemmen gekozen. De dominee spreekt de vier gekozen dames toe en verwelkomt de nieuwe dames in het bondsbestuur. Daarna wordt er van mevrouw J. van Haaren-van der Spek afscheid genomen. Elf jaar heeft ze deel uitgemaakt van het bondsbestuur. Ds. Van Dieren bedankt haar voor het vele werk dat ze deze jaren heeft mogen verrichten. Hij wenst haar in alle noden en zorgen kracht van de Heere toe. Hij wenst haar toe dat ze achteraf mag zeggen: "De Heere heeft mij gelouterd door het lijden."
Mevrouw Van Haaren bedankt alle verenigingen voor het vertrouwen dat ze in haar gesteld hebben de afgelopen jaren. Het is de Heere Die de liefde en de kracht gegeven heeft om dit werk te mogen doen. Ze wenst een ieder Gods zegen toe op zijn of haar weg. Na nog enkele huishoudelijke zaken is de morgen alweer voorbij en besluit ds. Van Dieren de vergadering met gebed.
De noodzaak van kerkrecht en kerkregering
Na de middagpauze opent ds. Van Dieren de middagvergadering en geeft daarna het woord aan ds. M. Golverdingen. "Hoort het onderwerp van deze middag eigenlijk niet thuis op een vergadering van ambtsdragers?" zo begint de dominee zijn referaat. Het antwoord is echter voluit positief. Een vrouw is immers lid of dooplid van de plaatselijke gemeente. In de gemeente des Heeren is sprake van een Bijbelse mondigheid van de leden krachtens het ambt aller gelovigen. De vraag die we ons kunnen stellen is: hoe is het gereformeerde kerkrecht ontstaan en wat is de betekenis hiervan voor het kerkelijk leven van vandaag?
Fundamentele Bijbelse gegevens
Niet het kerkverband of de landelijke kerk, maar de plaatselijke gemeente staat in het Nieuwe Testament centraal. We zien dat Paulus zijn brieven adresseert aan de plaatselijke gemeente, zoals: Den heiligen en gelovigen broederen in Christus die te Kolosse zijn. De apostelen ontvangen in Mattheüs 16: 19 bij monde van de Heere Jezus de sleutelmacht. Christus is het Hoofd van elke plaatselijke gemeente en regeert deze door ambtsdragers. De gemeente te Jeruzalem werd geregeerd door apostelen en ouderlingen. De hoofdregel voor het kerkelijk handelen is 1 Korinthe 14: 40 Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden. De grondregels voor de kerkregering zijn ons door de Heere geopenbaard: de prediking van het Woord, de bediening van de sacramenten, de regering van de gemeente door de ouderlingen en de dienst der barmhartigheid zoals die door de diakenen wordt verricht. Elke kerkenraad heeft de bevoegdheid om bij de algemene Bijbelse principes voor de kerkregering aanvullende regels te geven.
Er is eveneens een vrijwillig, maar niet vrijblijvend, samenleven met andere gemeenten in een kerkverband. In Handelingen 15 treffen we de eerste synodale vergadering aan, het apostelconvent. Op deze vergadering neemt men een bindende beslissing ten aanzien van het onderhouden van de besnijdenis. Deze beslissing wordt aan de gemeenten van Antiochië, Syrië en Silicië medegedeeld. Het besluit is genomen in de vreze des Heeren en onder biddend opzien tot Hem om door Zijn Geest te worden geleid.
Stelsel van kerkregering
Wij hanteren in onze gemeenten het presbyteriale stelsel. Dit werd in beginsel door Calvijn ontwikkeld; daarbij greep hij terug op de Schriftgegevens. Herders en leraars waren voor hem de predikanten en de doctoren, die les gaven aan de opleiding van studenten. Daarnaast kende hij ook ouderlingen en diakenen. Verder was er een kerkenraad en een predikantenvergadering. In 1586 besloot het Convent van Wezel tot de vorming van classicale vergaderingen. Op de Synode van Dordrecht 1618/1619 werd de Dordtse Kerkorde (D.K.O.) aanvaard. De D.K.O. regelt alleen wat de Schrift openbaart en wat verder uit praktisch oogpunt strikt noodzakelijk is.
De gang van zaken bij de kerkelijke tucht
Elke tuchtoefening begint als zelftucht onder het Woord, onder de prediking. De tuchtoefening krachtens het ambt aller gelovigen volgens Mattheüs 18 is en blijft van groot belang. Nooit mag een kerkenraad een klacht over een geheime zonde in behandeling nemen als niet aan Mattheüs 18, hoe gebrekkig ook, is voldaan. De intentie om te handelen naar dit woord van Christus moet nog herkenbaar zijn. Zorgvuldigheid is het eerste vereiste bij tuchtzaken. Het eigen onderzoek van de kerkenraad moet voldoen aan de hoofdregel: hoor en wederhoor met de mogelijkheid van reactie en contra-reactie. Een zorgvuldige notulering is van essentieel belang. Een kerkelijke vergadering dient de genomen besluiten, met een omschrijving van de gronden waarop het besluit rust, aan de betrokkene te laten toekomen. Elke kerkelijke vergadering moet waken tegen partijdigheid en familie en vrienden van de betrokkenen buiten het onderzoek en de besluitvorming houden. Ten diepste berusten deze fundamentele regels op Schriftgegevens uit het Oude en Nieuwe Testament.
Tuchtoefening vindt ook plaats in ambtelijke gesprekken vanuit het Woord, zowel in onderwijzende en vermanende zin als een klacht door de kerkenraad is aanvaard, of als er sprake is van een openbare zonde. Onze tijd kenmerkt zich door een sterk individualisme, door eigen norm- en rechtsgevoel. Elk gemeentelid blijft echter aanspreekbaar op de vierde belijdenisvraag van Voetius, waarin men persoonlijk als voor Gods aangezicht heeft beloofd zich aan de kerkelijke vermaning, terechtwijzing en tucht te zullen onderwerpen. Altijd moeten we bij de toepassing van de kerkelijke tucht ons bewust zijn van het broederlijk karakter daarvan. De gemeente van Christus legt aan een gemeentelid geen straf op zoals de burgerlijke rechter dat doet bij de overtreding van de Nederlandse wetten. Het gaat om het uit liefde behouden van een lid van de gemeente des Heeren.
Na het referaat is er gelegenheid tot het stellen van vragen, waarna ds. Golverdingen de middagvergadering met gebed besluit.
We hebben allemaal veel gehoord deze middag en wie van ons is niet schuldig, wanneer we zien op het ambt aller gelovigen binnen de gemeente, waar de Heere ons een plaats gegeven heeft? Zijn u en ik lastdrager van de noden en zorgen binnen onze plaatselijke gemeente?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 2001
Daniel | 32 Pagina's