Israël op weg naar het vrederijk?
In Asdod werd iets zichtbaar van de ware vrede
Hoe zouden ze hem ontvangen? Hij was wel een christen, net als zij. Maar uiteindelijk was hij toch een Arabier. En je weet maar nooit... We waren op weg van Galilea naar Asdod. Naast me zat Fatien, de jonge voorganger van een Arabische gemeente. Ik had hem opgehaald in zijn woonplaats, niet ver bij ons dorp vandaan. Die avond zou ik mijn wekelijkse Bijbelstudie houden voor de gemeente van Asdod, een kleine groep van meest Russische Joden. En Fatien wilde mee. "Ik zoek mijn broeders", zei Jozef. Fatien zei het wat anders, maar hij bedoelde hetzelfde. In een verscheurd land zocht hij contact met Joodse medechristenen. En omgekeerd? Zou de deur opengaan? Zouden harten opengaan? Of zouden ze hem zien als iemand uit het andere kamp?
Mijn vrees bleek ongegrond. Toen de avond om was, mocht Fatien wat zeggen. Tot ieders verbazing sprak hij vloeiend Hebreeuws! De tale Kanaäns! Aandachtig luisterde men naar de voorganger met zijn ernstige blik. Zijn woorden vielen in het hart.
Een Russische Jodin - Dora heette ze - kon haar tranen nauwelijks bedwingen. "Alleen door Christus kan er vrede zijn", zei ze. "En als we Hem mogen kennen, komt er ook vrede met elkaar. Dan is er liefde onderling, al zijn we Jood of Arabier!"
Kemphanen genoeg
Intussen is de vrede ver te zoeken in Israël. Een klein stukje ten zuiden van Asdod ligt de beruchte Gaza-strook. En op de terugweg naar Galilea gingen we rakelings langs de westelijke Jordaan-oever. Palestijnse steden zijn hermetisch van de buitenwereld afgesloten na de moord op een Israëlische minister. Als kemphanen staan twee volken tegenover elkaar. Onenigheid is er ook binnen de Israëlische regering. Premier Sharon en minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres hebben elk hun eigen gedachten. Het is de oude tegenstelling tussen haviken en duiven. Het hoort ook bij de cultuur van dit land. In Israël is niemand het met een ander eens en de meeste mensen zijn het ook met zichzelf niet eens.
Dan is er nog de dreiging van een wereldoorlog. Welke gevolgen zullen de aanslagen in de Verenigde Staten en de bombardementen op Afghanistan hebben voor het Midden-Oosten? Aan de noordgrens van Israël staat de Hezbolla-beweging, gesteund door Iran, en binnen Israël wonen een miljoen Arabieren. Lange tijd was dit een betrekkelijk rustige bevolkingsgroep, maar de tijden veranderen. Velen kunnen hun bewondering voor Osama bin Laden nauwelijks verbergen.
Kortom, van een vrederijk is nog lang geen sprake. "Sjaloom, sjaloom", klinkt het in Israël bij iedere begroeting. "Aval ein sjaloom", zegt men er tegenwoordig met een flauw glimlachje bij. "Maar er is geen vrede." Zal het ooit tot vrede komen?
Van de wolf en het lam
Sommige mensen denken van wel. 'De Bijbel zegt het toch? Lees Openbaring 20 maar. Er komt een duizendjarig vrederijk'. Dat in het laatste Bijbelboek veel getallen een symbolische betekenis hebben, daar zit men niet zo over in. 'Wij nemen de Bijbel letterlijk'. Graag citeert men profetieën uit het Oude Testament. De wolf zal met het lam verkeren... (Jesaja 11). Er zullen geen kemphanen meer wezen, duizend jaar lang. In het Grieks staat er voor duizend chiliol. Vandaar de aanduiding 'chiliasme', de leer van het duizendjarig rijk. Deze leer is niet van vandaag of gisteren. Ze is al in de tijd van de Vroege Kerk te vinden. Ze was er ook in de tijd van onze oudvaders. Chiliasten geloven dat een aards vrederijk zal aanbreken aan het einde van de wereldgeschiedenis. De wederkomst van Christus zal niet het begin zijn van de eeuwigheid, maar van een tijd van ongekende vrede. Daarbij zal Israël een centrale plaats innemen. Christus zal als Koning heersen vanuit Jeruzalem. Dat is in een paar ruwe lijnen de leer van het duizendjarig vrederijk.
Vooral in een tijd van grote dreiging maakt deze leer opgang. Het hoeft ons daarom niet te verwonderen dat ook vandaag veel mensen hun toevlucht nemen tot zulke opvattingen. Men verlangt naar vrede, maar er is geen vrede. Alle oplossingen lijken te falen. Vanuit een gevoel van teleurstelling richt men zijn hoop vervolgens op een vrederijk dat Christus eenmaal brengen zal op aarde.
Een Nederlander die al vele jaren in Israël werkzaam is, zei het vorige week zo: "Ik weet niet hoe het ooit nog goed moet komen tussen Israël en de Palestijnen. Het wachten is op Jezus' wederkomst op de Olijfberg."
Een paar vragen
Zo'n verzuchting is goed te begrijpen. Maar is het Bijbels om zo te spreken? Zal er na Jezus' komst nog een mogelijkheid tot bekering zijn voor Joden en voor ons? We weten dat Gods Woord daar anders over spreekt. De dag van Jezus' wederkomst is tegelijk de dag van het laatste oordeel. Bekering kan dan ook geen uitstel lijden. Niet voor jou en ook niet voor het Joodse volk. Israël verwierp de Messias, toen Hij kwam in Zijn vernedering. Zou het volk Hem wel erkennen, als Hij komt in Zijn verhoging? Was het juist niet de misvatting van het volk in de tijd van het Nieuwe Testament dat ze uitzagen naar een aardse koning? Ais een mens ook wel zalig kan worden zonder het geloof in Jezus' kruislijden, dan is het Evangelie van zijn aanstoot én van zijn kracht beroofd. Het wonder is eruit! Daar komt nog wat bij. Waarom is het nodig dat de Heere Jezus lichamelijk verschijnt? Kan Hij de Joden niet bekeren vanuit de hemel? Is Zijn Woord niet krachtig en werkt Zijn Geest niet onweerstaanbaar? In Zacharia 12 lezen we dat de Geest der genade en der gebeden zal worden uitgestort over het huis van David en de inwoners van Jeruzalem. En dat zal doel treffen. Bitter zullen ze rouwklagen over Hem Die doorstoken is, als over een eniggeboren zoon. Die klacht gaat niet allereerst over de gevolgen van de zonde, maar over de zonde zelf.
Een oude dame uit Engeland zei één dezer dagen: "Ik ben zo blij dat ik straks van mijn rimpels zal worden verlost." Is dat de hoop van Gods kinderen? Is het hun om de hemel te doen of gaat het hun om de gemeenschap met God? Kom, leg je jonge hart er eens naast. Welke vrede zoeken wij? Er is hoop voor arme zondaren en ook voor Israël, maar die hoop ligt niet in een aards vrederijk.
Toch een heerlijke toekomst
Zijn er dan geen bijzondere beloften meer voor Israël? Die zijn er zeker! God heeft Zijn oude bondsvolk niet verstoten. De eeuwen door zijn er Joden toegebracht tot de gemeente die zalig wordt. Daar zal de Heere mee doorgaan. En eenmaal zal Hij Zich opnieuw wenden tot Israël als volk. Dat is de betekenis van die bekende woorden in Romeinen 11 En alzo zal geheel Israël zalig worden (vers 26). In dit verband kan ik niet dieper ingaan op deze tekst, Ik heb dat eerder geprobeerd in een boek over Gods weg met Israël (Den Hertog, Houten 1997). Eén ding staat vast: als God Zich in genade weer tot Israël wendt, zullen er velen worden toegebracht. De Joden zullen de Messias belijden met hopen en menigten, zoals de kanttekenaar op de Statenvertaling zegt. Nu is het de tijd van Israëls verwerping. Slechts enkelen worden toegebracht. Het volk als zodanig ligt onder een verharding. Maar dan zal het anders worden. De tijd van Israëls aanneming komt dichterbij, dwars door de oordelen heen. Dat zal zijn als het leven uit de doden (Romeinen 11: 15). Het zal een grote betekenis hebben, ook voor de kerk uit de heidenen. De aarde zal vol zijn van de kennis des Heeren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. Zie jij daar ook naar uit?
Is het al te zien?
Misschien vraag je nu: is er van die heerlijke toekomst al wat te zien? Hoe gaat het in Israël? Komt er meer aandacht voor het Nieuwe Testament? En groeien de Messiasbelijdende gemeenten erg hard?
Ik wou dat ik dat kon zeggen. De eerlijkheid gebiedt ons echter nuchter te zijn. Zeker, veel Israëli's hebben er geen moeite mee als iemand het Nieuwe Testament wil lezen. "We zijn een pluralistische maatschappij", zei Michal na afloop van een taalles in de 'oelpan' (school om Hebreeuws te leren). "Van mij mag iedereen geloven wat hij of zij wil." Of het Nieuwe Testament nu meer gelezen wordt? Noach en Kathy, een echtpaar uit ons dorpje Kfar Vradim, hielden de boot af. "Het Nieuwe Testament is toch de christelijke Bijbel?" vroeg Kathy. "Toen we nog in Litouwen woonden, zei de rabbijn altijd dat we daar niet in mochten lezen." Even leek het erop dat ze het verboden boek wilde aanpakken. Haar man ging echter gauw over op een ander onderwerp.
In Nederland hoor je soms over een opwekking in de Messiasbelijdende gemeenten. Ik heb er nog niet veel van gezien. Wel zie je allerlei wind van leer, charismatische tendensen, een grote nadruk op de Joodse wetten, enzovoort.
In gemeenten waar het anders is, wordt er jammer genoeg soms erg langs elkaar heen geleefd. En ook hier blijkt de zuigkracht van de wereld groot te zijn.
Jeugd in de branding
Vooral jonge mensen hebben met dat laatste veel te maken, zoals bleek in een gesprek met jeugdwerkleider Eithan. De Israëlische samenleving valt als het ware in twee kampen uiteen. Aan de ene kant staan de godsdienstigen, die gruwen van het moderne levensgevoel. Aan de andere kant heb je de seculieren, die niets moeten hebben van godsdienst. Voor hen zijn de streng-orthodoxen niet anders dan een groep machtswellustelingen.
De jeugd van de christelijke gemeenten hoort bij geen van beide kampen. Ze delen wel de afkeer die de seculieren koesteren jegens de religieuzen.
Hebben de Messiasbelijdende gemeenten niet de meeste tegenwerking van laatstgenoemden? Veel van deze gemeenten bevinden zich in en rond Tel Aviv, een gebied dat door en door werelds is. Ongemerkt ondergaan jonge mensen daarvan de invloed. Je ziet dat in kleding, haardracht, muziek en vrijetijdsbesteding. Ook de jeugd van de gemeenten heeft daar mee te maken. Ze staat midden in de branding. Net als in Nederland! Vergeet hen niet in je gebed. Ook in Israël komt kerkverlating voor.
Een wolkje
Israël kampt met een groot gebrek aan water. Het is te droog, al jaren lang. Het meer van Galilea, bij voorbeeld, is meters gezakt onder de rode lijn. De situatie is alarmerend. Wat een zegen zal het zijn, als binnenkort de winterregens gaan vallen. Gelukkig worden er al regenwolken gezien. Als we bij Haifa langs de Karmel rijden, moeten we wel eens denken aan dat wolkje als eens mans hand waarvan we lezen in de geschiedenis van Elia. Is dat wolkje er ook in geestelijk opzicht? Soms verschijnt het even aan de horizon.
Onverwachts heb je een goed gesprek, zoals met die buurjongen die me hielp met mijn computer. In de gemeenten is behoefte aan onderwijs. En als het wordt gegeven, voel je de aandacht. In verschillende gemeenten is Calvijn niet langer een vies woord. Je ziet het hier en daar ook in de levenswandel. Zulke gemeenten hebben het vaak wel dubbel moeilijk. Men vindt ze te strak. 'Moet dat nou zo bekrompen?' Je herkent het wellicht. Maar je kunt beter mensen tegen hebben dan Gods gunst te moeten missen.
Een hand voor de broeders
In Israël is een anti-zendingsbeweging actief die de naam draagt Yad l'Achim. Dat betekent: een hand voor de broeders. Joodse christenen hebben soms veel last van hen. Onlangs plakte Yad l'Achim een foto van twee evangelisten uit de gemeente van ds. Maoz op bushaltes en lantaarnpalen. Gevaarlijke zendelingen stond erboven. Gratis advertenties, dacht de jeugd van de gemeente. En ze schreven met rode viltstift eronder: Wilt u meer over deze gevaarlijke mensen weten, bel dan 08-9661898 (het telefoonnummer van het gebouw waar de gemeente samenkomt).
Yad l'Achim, een helpende hand voor de broeders. Zo zouden we ons werk willen noemen, hier in Israël. Als gemeenten in Nederland mogen we steun verlenen aan 'de beminden om der vaderen wil'. Het Deputaatschap begeert dienstbaar te zijn in Woord en daad. Het is een opdracht van de Heere. En het is een voorrecht dat we ook gevraagd worden om onderwijs te geven. Mede namens jullie mag ik hier werkzaam zijn, negen maanden lang. Eén van mijn taken is les geven aan toekomstige voorgangers, maar ook aan gemeenteleden door middel van de sabbath school (voorafgaand aan de kerkdienst in Rishon). Wat dat laatste betreft, men wil graag horen hoe christelijke opvoeding gestalte krijgt in het gezin. Iemand had verteld dat Nederland zo'n rijke traditie heeft als het gaat over 'huisgodsdienst'. Js dat nog zo, ook in ons eigen gezin?
Een opdracht voor jou
Het werk onder de Joden is niet alleen een opdracht voor het Deputaatschap of voor kerkenraden. Er ligt ook een taak voor jou. Drie dingen wil ik noemen: meeleven, meedragen (ook financieel) en meezuchten. Ik hoop dat het al een plaatsje bij jou heeft. En als het anders is, dat dit artikel ertoe mag leiden. Het Deputaatschap vraagt erom. We kunnen jullie steun niet missen. En voor jezelf zou er een zegen in verborgen kunnen liggen.
Zou het ook een opdracht kunnen zijn om hier als vrijwillig(st)er te gaan werken? Die vraag wordt meer dan eens gesteld. Ik zou er graag op ingaan, maar daar is nu geen ruimte voor. Een andere keer misschien!
Eén ding hoop ik van harte: dat je nog eens denkt aan Fatien en Dora en al die anderen, bekend en onbekend. Israël op weg naar de vrede? Het lijkt van niet, en toch... In die kamer in Asdod werd er even iets van zichtbaar. Ai, ziet hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen van 't zelfde huis als broeders samenwonen, waar 't liefdevuur niet wordt verdoofd (Psalm 133).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 2001
Daniel | 32 Pagina's