JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bedehuisvreugde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bedehuisvreugde

Meditatie

5 minuten leestijd

Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis. Jesaja 56: 7

Jesaja wordt gerekend tot de grote profeten. Hij heeft een verheven stijl van schrijven en wordt ook wel genoemd de Evangelist onder het Oude Verbond. Hij mocht door de bediening van de Heilige Geest veel zaken zien en beschrijven. In zijn boek komen we veel profetieën tegen die heenwijzen naar de Persoon, het ambt en de weldaden van Christus, maar ook schrijft Jesaja over het Koninkrijk van Christus, dat over de hele aarde zal worden uitgebreid. Dit alles beschrijft de profeet zo duidelijk en helder, dat het meer een beschrijving schijnt te zijn van iets dat gebeurd is, dan een voorzegging van toekomende dingen.

Nu mag Jesaja in deze profetie spreken over de uitbreiding van de Kerk: Mijn heil is nabij om te komen. Hij spreekt hen gelukzalig die de geestelijke sabbat recht mogen vieren. Door Jesaja spreekt de HEERE ook tot de vreemden die zich tot Hem zullen voegen: Ik zal hun ook in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven. Bedehuis. Er staat eigenlijk: het huis van mijn gebed. Dit bedehuis, de tempel, is een zinnebeeld van de kerk onder het Nieuwe Testament, de plaats waar wij op zondag mogen samenkomen. Als wij spreken over bedehuis of de kerk dan denken wij aan de plaats, gebouwen, ambten, de sacramenten: alles rond de eredienst.

Ware bedehuisvreugde, wat is dat? En wie kent daar nu ten diepste iets van? Deze vreugde ontstaat uit het gevoelen van een schat, die wij reeds bezitten. Hier ziet het dus op de schat die geschonken wordt in het uur van de wedergeboorte. De Kerk zingt daarvan: Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God (Jesaja 61: 10).

De natuurlijke mens, dat is de onwedergeborene, begrijpt ten diepste niets van deze vreugde. Moeten ze dan maar thuis blijven en niet naar de kerk gaan? Nee, want wie nat wil worden, moet in de regen lopen en wie bekeerd wil worden, moet naar Gods huis gaan.

De prediking in het huis van God is het middel bij uitnemendheid om tot God bekeerd te worden.

En toch kan er ook wel blijdschap en vreugde zijn in het opgaan naar Gods huis, ook in uitwendige zin, al is het niet genoeg tot de zaligheid.

Nu iets van die ware vreugde, die de HEERE geeft in het hart van de door God bekeerde en toegebrachte ziel. Die gingen in de kerk anders horen en ook anders luisteren. Er is een moment aangebroken, dat het niet meer ging over zonde en genade, maar het werden hun zonden. En hoe zouden zij ooit genade kunnen verkrijgen? Hun oren en ogen werden geopend om te zien dat zij zijn als slapende in het opperste van een mast. Nu weet ik niet of je wel eens in de mast geklommen bent op een schip dat door de wind en soms door storm heen en weer wordt geslingerd.

Nu, zo gaan zij dat grote gevaar zien dat ze ieder moment, en dat rechtvaardig, kunnen omkomen in een nacht die eindigt in het nare verderf.

Maar nu dat eeuwige wonder. Bij wie nu zo recht ontdekt wordt door God, de Heilige Geest, gaat de HEERE in beginsel weleens vreugde in het hart schenken. Zij laten geen kerkdienst voorbij gaan of ze zijn in de kerk. Zij hebben geen kritiek, maar ze krijgen nu juist krediet op God. Bij hen is nu een liefde geboren tot Gods huis, Zijn knechten en Zijn volk. O, dan mag er weleens van de preekstoel worden verkondigd, wat en waar nu juist het meest mee wordt geworsteld. Dan lijkt het wel of een ander dat nu juist tegen die dominee heeft verteld.

Bedehuisvreugde, als er een beschamende, een ontdekkende, een vertroostende zegen wordt ontvangen. Ja maar, is dat nu vreugde? Ja, in het schreien naar een onbekende God ligt meer vreugde, dan het hebben van heel de wereld en haar genietingen.

Bedehuisvreugde, als ze zondagmorgen al zitten te wachten totdat de kerk zal aangaan. Of er voor hen nog wat bij zal zijn. In deze tijden is er altijd wel wat voor hen bij. Maar er komt ook een tijd dat ze gaan ervaren, dat alles buiten Christus zo ongenoegzaam is. Alleen Zijn gerechtigheid redt van de dood. Welzalig, die in en door Christus dat leren mag.

Bedehuisvreugde, ken je dit? De kerkgang heeft immers een doel? Wat ik jullie mag toewensen, is dat je deze vreugde door genade alleen leren mag, om zo het doel van de bedehuisvreugde te mogen ervaren en in Zijn blijdschap te mogen delen. En met de dichter uit Psalm 26 te mogen zingen:

Wat blijdschap smaakt mijn ziel,

Wanneer ik voor u kniel

In 't huis dat Gij U hebt gesticht!

Hoe liefheb ik Uw woning,

De tent, o Hemelkoning,

Die G', U ter eer, hebt opgericht!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 2001

Daniel | 32 Pagina's

Bedehuisvreugde

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 november 2001

Daniel | 32 Pagina's