Het gebed in het gezin
Waarom leren we kinderen bidden?
Als ouders leren we onze kleine kinderen heel wat zaken. We leren hen netjes eten en drinken. We leren hen lopen, fietsen, praten en duizend andere dingen meer. Ja inderdaad, we leren hen ook bidden. Meestal in de eerste plaats een uit het hoofd geleerd gebed. Maar we beseffen dat de Heilige Geest alleen onze kinderen het echte bidden kan leren. Dat is geen werk van mensen. Dat is Gods werk! Tegelijkertijd weten we dat de Heere middellijk werkt en dat het daarom goed is als wij onze kinderen het bidden leren en... voorleven.
Hat is goed om naar elkaar toe te benadrukken, dat in Gods Woord het bidden niet wordt gezien als een vrijblijvende zaak. Het staat onze kinderen niet vrij te kiezen tussen wel of niet bidden. Het gebed is namelijk een eis van God! In de Catechismus (vraag 116) staat zo treffend, dat God het gebed vordert. De Heere is immers onze Schepper, onze Wetgever en daarom komt Hem het gebed toe. De eer van God eist onze hartelijke erkenning, dat Hij alleen de enige, eeuwige en waarachtige God is. Hij roept het ons en onze kinderen toe: Doe uw mond wijd open? De Heere wil in onze gebeden erkend, gevraagd en aangebeden zijn. We zullen het onze kinderen moeten voorhouden, dat de zegeningen voor het tijdelijk leven in geen andere weg te verwachten zijn dan in de weg van het gebed.
De Heere zegt dat zo helder in Zijn Woord: Laat uw begeerten in alles door bidden en smeken, met dankzegging. bekend worden bij God (Filippenzen 4: 6). Ergens anders zegt Hij zo welmenend: Stort voor Mij uit uw ganse hart.
Het is tegelijkertijd noodzakelijk onze kinderen voor te houden dat bidden meer is dan een soort verlanglijstje bij de Heere neerleggen. Als ouders kunnen wij onze kinderen het gevoel geven: wanneer je nu maar veel bidt, krijg je alles wat je hart begeert! We moeten en mogen onze kinderen voorhouden, dat ze inderdaad aiies aan de Heere mogen vragen, maar dat de Heere niet al onze wensen vervullen zal. We zullen ze moeten voorhouden dat bidden meer is dan vragen. Het is in feite alles met de Heere bespreken. Het is: geen geheimen hebben voor hem. Echt bidden is niet anders dan vertrouwelijk met Hem omgaan. We moeten en mogen onze kinderen vertellen, dat de Heilige Geest hen het echte bidden kan en wil leren. De profeet Zacharia noemt de Geest treffend de Geest der genade en der gebeden. Juist die Heilige Geest legt het levende contact tussen God en het hart van een jongen of meisje. Hij werkt de droefheid naar God en het verlangen naar Hem. Waar dat gebeurt, kunnen onze kinderen en jongeren God niet meer missen, maar ook... het gebed niet.
Als ouders weet u nog wel, dat uw kind de eerste levenskreet gaf. Gespannen wachtte iedereen in de kraamkamer op die eerste schreeuw. Immers, wanneer een kindje begint te huilen, dan is er leven! Wat een wonder als we de eerste geestelijke levenskreten uit de monden en harten van onze kinderen mogen beluisteren. Als we merken dat ze hartelijk zuchten, zonder ophouden bidden om Zijn genade en de Heilige Geest. En dan zijn er wel kinderen... die hun ouders beschamen!
In Psalm 27 lezen we de oproep tot het gebed door God Zelf: Zoek Mijn aangezicht. David geeft op die eis van God een heel persoonlijk antwoord: Ik zoek Uw aangezicht, o HEERE (Psalm 27: 8). De eis van God was doorgedrongen tot in het diepst van zijn ziel. En, door Gods Geest gewerkt, mag de echo van zijn ziel zijn: ik zoek Uw aangezicht.
Hoe noodzakelijk is het in het leven van onze kinderen, dat dit antwoord van David er komen mag. Is de Heere het niet waard dat zij naar de Heere en Zijn sterkte gaan vragen? Daarbij: wat is ons leven nameloos arm als we God niet kennen! Wat zijn wij, met onze kinderen, nameloos ongelukkig als we denken het in het leven zelf wel te klaren. Wanneer we aan de wereld genoeg hebben. Augustinus zei het zo terecht: Onrustig is ons hart. totdat het rust vindt in U, o God. Rust buiten God is er niet en nergens te vinden. Dat kan ook niet, want we zijn geschapen met ons gezicht naar Hem toe en daarom krijgen we alleen rust als we Zijn aangezicht weer zoeken en... vinden!
En dat bidden, nogmaals zij het gezegd, leren wij onze kinderen niet. En alweer, ook dat heeft Augustinus beleden toen hij zei: Heere, geef wat Gij van mij vraagt en veel dan. Met onze kinderen mogen we dan ook bidden: "Heere, we moeten bidden, maar we kunnen en willen het ten diepste niet. Leert U het ons en vervult U de eis tot gebed in ons leven. Zo vaak bidden wij voor de vorm of hebben er geen tijd voor. O, leer ons hoe we bidden moeten." Wanneer Gods Geest de harten doorlicht en we aan onszelf ontdekt worden; wanneer we God leren kennen in Zijn heiligheid, rechtvaardigheid en alwetendheid, gaan we het belijden: "Ik kan niet bidden, o God!". Maar dat is het wonderlijke: het bidden nalaten is dan ook onmogelijk! Dan worden we echte bedelaars.
Bij de koning van Engeland kwam vroeger eens een bedelaar om hem wat te vragen. "Wanneer zult ge eindelijk eens ophouden met steeds weer iets te vragen?" vroeg de koning op een dag verstoord. Een prachtig antwoord weerklonk: "Wanneer Uwe majesteit ophoudt met geven." Zo totaal anders is de Koning der koningen. Hij zegt het, ook en juist tegen onze kinderen: Zoek Mijn aangezicht gedurig. En welke ouder zou zijn kind niet graag horen antwoorden: Dat wil, dat zal ik doen, ik zoek de zegen: Alleen bij U, o Bron van troost en licht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 9 oktober 2001
Daniel | 34 Pagina's