Maar God niet
Ik ben mijn zonde moe en mijn berouw,
Ik ben mijzelve moede en ik ben
Het zoeken moe naar God, Dien ik niet ken,
En Die ik toch zo gaarne kennen zou.
Ik ben mijn zwakheid moe en mijn verdriet,
Mijn arbeid en mijn hoop en mijn genot,
Maar bovenal het zoeken naar mijn God! —
Ik ben het zoeken moede — maar God niet.
Hij ziet en kent mijn zonde en vergeeft
Ze zeventig maal zeven maal en meer.
Hij wil niet dat mijn ziele sterft maar leeft.
O, wonderbare goedheid van de Heer',
Die naar zo moedeloos een ziel nog vraagt,
Die alle dingen, en ook mij verdraagt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 2001
Daniel | 32 Pagina's