Confessio Helvetica Posterior 2
Vorige keer stonden we stil bij het ontstaan van de Confessio Helvetica Posterior, nu gaat het over de inhoud.
Voorzienigheid
In de 'Posterior' is de volgorde voorzienigheid en schepping opvallend. De Institutie, de Heidelberger en de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken eerst over schepping en daarna over de onderhouding en de voorzienigheid van God. De 'Posterior' wil uit laten komen dat schepping en onderhouding een uitvloeisel zijn van Gods voorzienigheid. We zien hier de invloed van Bullinger richting Calvijn. Door intensieve gesprekken is men tot een consensus gekomen. Ook ten aanzien van het Heilig Avondmaal. In 1549 werd een overeenkomst vastgesteld, waarin beleden werd dat God door Zijn genade aanwezig is in het Avondmaal. Iets minder Luthers dan de Confessio Helvetica Prior en sterker gereformeerd!
Predestinatie
We treffen in de 'Posterior' een pastorale toon aan. We mogen zeggen, dat dit een geestelijke erfenis is van Bullinger. Voluit wordt beleden dat God van eeuwigheid, zonder aanzien des persoons, uit louter genade mensen heeft verkoren.
Er wordt een streep gehaald door de passiviteit van mensen ten aanzien van de verkiezing. Citaten van Augustinus, die wijzen op enerzijds Gods vrije genade, worden aangehaald, maar tegelijk worden de heilzame vermaningen genoemd, die voluit gepredikt dienen te worden. Teksten als Mattheüs 10: 28 en Johannes 3: 16 staan op de voorgrond. Hierin wordt immers de liefde van de Vader geopenbaard. De belijdenis zegt ronduit, dat wie in Christus gelooft, mag weten verkoren te zijn. Of zoals Calvijn het zegt: Christus is de spiegel van onze verkiezing. Wat is voldoende om te weten verkoren te zijn? Gemeenschap te oefenen met Christus. Met geen woord wordt gesproken over de verwerping. Aan het slot van dit artikel krijgt het verbond sterke nadruk. Als pleitgrond worden genoemd: de doop en de belofte: bidt en u zal gegeven worden.
De Kerk
Bij Calvijn in zijn Institutie behoort de kerk tot de 'uiterlijke hulpmiddelen'. Hij geeft voorrang aan het werk van de Heilige Geest en dan pas spreekt hij over de kerk. Ook in de 'Posterior' treffen we eerst een artikel aan over de bekering, rechtvaardiging door het geloof. Slechts zijdelings wordt over de Heilige Geest gesproken en daarna wordt iets beleden over de kerk. Wel komt hier duidelijker de lijn van het verbond naar voren. We lezen in de inleiding: omdat God van het begin af wilde dat mensen zalig zouden worden (...) moet er altijd een kerk geweest zijn en zal er tot het einde der wereld een kerk zijn. De kerk is de verzameling van alle gelovigen in de hele wereld. We herkennen hier de lijn van Zwingli. De kerk als vergadering en niet zozeer als instrument.
De 'Posterior' verschilt van de NGB als het gaat om de kenmerken van de ware kerk. In artikel 29 van de NGB kennen we drie hoofdkenmerken: zuivere prediking, reine bediening van de sacramenten en het uitoefenen van de kerkelijke tucht. In de 'Posterior' wordt de rechtmatige en zuivere prediking ook als eerste genoemd, maar wanneer het gaat over de sacramenten dan ligt het accent niet bij de kerk, maar bij de gelovigen. Zij nemen deel aan de door Christus ingestelde en door de apostelen overgeleverde sacramenten en gebruiken deze niet anders als zij die van de Heere ontvangen hebben. De bediening van de sacramenten staat niet voorop maar het gebruik. Over de christenen wordt nog gezegd, dat de voortdurende bekering en de onderlinge liefde niet gemist mag worden. Uiteindelijk staat dit ook in artikel 29 van de NGB, maar het wordt niet zozeer als een vierde kenmerk genoemd. Overigens doet Wilhelmus à Brakel dat wel.
Opvallend is het ontbreken van het kenmerk over de tucht. Die komen we wel tegen bij de plaats van de dienaren des Woords, maar opnieuw alleen in opbouwende en in positieve zin. Wanneer we zoeken naar een negatieve toon dan gaat het over de dienaren die niet meer te verbeteren zijn, als wolven van de ware kudde des Heeren dienen verjaagd te worden.
Het Heilig Avondmaal
Het avondmaalsvraagstuk heeft veel verdeeldheid gebracht. Bij Zwingli stond de zinnebeeldige betekenis van het Avondmaal voorop, Luther was niet vrij van de roomskatholieke opvatting. Rond het jaar 1529 vond deze strijd haar hoogtepunt. In de Confessio Helvetica Prior treffen we nog een formulering aan in de stijl van Zwingli. Eerlijkheidshalve moeten we zeggen, dat er hier en daar enkele Lutherse vormen en uitdrukkingen niet ontbraken. Er was dus al sprake van een zekere toenadering. En... Luther begroette de tekst dan ook!
In de 'Posterior' is duidelijk sprake van een calvinistische visie: uiterlijk wordt door de dienaar brood aangeboden en hoort men de woorden des Heeren: neemt, eet, dat is Mijn Lichaam (...). Daarom ontvangen de gelovigen wat hun door de dienaar des Heeren gegeven wordt, eten het brood des Heeren en drinken uit de kelk des Heeren door de Heilige Geest en worden daarmee gespijzigd tot het eeuwige leven. Net als bij Calvijn vinden we hier enerzijds het aspect van Gods belofte en anderzijds het belijden van de gelovigen.
Calvijn kwam met de opvolger van Zwingli, Bullinger, tot grote overeenstemming en dat merken we in deze 'Posterior'. Maar de strijd tussen het gereformeerd protestantisme en het lutheranisme duurt tot op de dag van vandaag voort. De Confessio Helvetica Posterior functioneert nog steeds in verschillende landen, waaronder Hongarije. Verbindende lijnen met het gereformeerd protestantisme zijn nog steeds duidelijk aanwezig. Daarom: een oude belijdenis, nog steeds actueel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 2001
Daniel | 31 Pagina's