De farizeeër en de tollenaar (1)
Wat doen we in Gods huis?
Twee mensen gingen op in den tempel om te aanbidden Lukas 18: 9-14
De Heere Jezus beschrijft in deze gelijkenis de dagelijkse kerkdienst in het Joodse kerkelijk leven.
Elke dag om negen uur 's ochtends of drie uur 's middags werd het dagoffer gebracht. Waarschijnlijk namen veel Joden de tijd om daar bij aanwezig te zijn. Nadat het lam was geofferd, ging de dienstdoende priester het Heilige binnen om het reukoffer voor Gods aangezicht te brengen (Lukas 1: 8) terwijl de gemeente op dat moment bad.
Uit de menigte van Joden die daar bijeen waren, vraagt de Heere Jezus onze aandacht voor twee heel verschillende 'kerkgangers'. De ene is een nette farizeeër en de andere een verfoeilijke tollenaar. Allebei zijn ze gekomen om God te (aan)bidden.
Ik neem aan dat jullie ook elke zondag met de gemeente waar je toebehoort samenkomt. Wat is het doel in ons hart wanneer we naar kerk gaan?
In Johannes 4: 23 leert de Heere Jezus ons dat God de Vader aanbidders zoekt! Aanbidden is iets anders dan bidden. Aanbidden is God dienen, God eren, God loven. Voel je dat ook aan als je in de Psalmen van David leest: die man looft God in tere aanbidding? Sla Psalm 145 er maar eens op na. David kan er gewoon niet genoeg van krijgen om Zijn God groot te maken. Dat is nou aanbidden!
Eigenlijk is aanbidden 'een biddend antwoord geven' op wat God van Zichzelf openbaart. God eist van ons een antwoord op Zijn Zelfopenbaring. Geen formeel antwoord maar een antwoord waar onze hele ziel in spreekt (Johannes 4: 23). Het aanbiddend antwoord dat wij God horen te geven is verschillend. Als God iets van Zijn heiligheid laat horen of zien, dan past het ons om Hem met tere vrees te eren. Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht; sterkte en sieraad in Zijn heiligdom. Geeft den HEERE, gij geslachten der volken, geeft den HEERE eer en sterkte. Aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms; schrikt voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde (Psalm 96: 6,7,9). Het woord 'schrikt' heeft in het Hebreeuws de betekenis van 'sidderen en beven'. Aanbidden we God zo als Hij Zichzelf in het Woord door de prediking als een Heilig God openbaart? Sla Jesaja 6 eens even op en let er op hoe engelen in de hemel en de profeet God aanbidden als ze Hem zien in Zijn heiligheid.
Elke zondag spreekt God: Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben... God spreekt en Hij verwacht een antwoord. Wat is ons antwoord? Wat zou ons antwoord moeten zijn?
Maar als God in Zijn Woord iets laat horen van Zijn genadevolle bereidheid om de grootste terugkerende zondaren te omhelzen in Zijn grondeloze liefde (Lukas 15: 20-22), wat aanbiddend antwoord verlangt de Heere dan op dat Woord? Vergelijk het eens met Jesaja 55: 1-8.
Misschien loop je rond met grote problemen. Die neem je ook mee als je naar de kerk gaat. Het kan zo stormen in je hart. Je hoort in de prediking dat God Zich openbaart als de God die hemel en aarde gemaakt heeft en niets is er wat Zijn kracht overtreft. Hoe wil God dan dat we Hem aanbidden? Dan zoekt Hij het aanbiddend antwoord van David: Ten dage als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen (Psalm 56: 4).
Twee mannen in de tempel... gekomen om God te (aan)bidden. Ga jij ook naar de kerk om God te aanbidden? Velen komen naar de kerk om 'er iets uit te krijgen'. Hoe vaak zeggen we dat zelfs hardop: Nou zeg, die preek daar vond ik nou niets aan. Daar kreeg ik helemaal niets uit." Misschien worstel je soms met het gevoel dat al je persoonlijk Bijbel lezen zo weinig betekent. Je krijgt er niets uit!
Waarom komen wij naar de kerk, lezen persoonlijk ons Bijbeltje, zijn actief betrokken bij de JeV? Is het om er 'iets uit te krijgen'? Nee, het is eigenlijk om iets te 'geven'! Wij zijn geschapen om God iets te geven! Lees maar even mee: Gij, Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer en de kracht (Openbaring 4: 11). Sinds onze val in het Paradijs (Genesis 3) is ons hele oogmerk verkeerd: we zijn er nu alleen maar op uit om te krijgen in plaats van te geven. Ten diepste is het oogmerk om 'iets te krijgen uit wat je doet' jezelf aanbidden!
Daar heeft de Heere het nu over in deze gelijkenis. Denk er eens over na als je zondag God weer hoort spreken door de prediking van ZIJN Woord.
Gespreksvragen
1. Ik schreef dat we er zo vaak op uit zijn 'om iets te krijgen of te hebben' terwijl we geschapen zijn om God iets te geven. Wat behoren wij God te geven? Waar in Gods Woord wijst de Heere ons in die richting? Waarom is het oogmerk 'om er iets uit te krijgen' zondig en daarom ook zo onbevredigend?
2. Misschien zeg je wel: "Wij kunnen toch God niets meer geven dan verdriet en zonden. Hoe kan God dan zeggen dat Hij mensen zoekt die Hem in waarheid en geest aanbidden?" Dat is waar, maar hoe zou deze realiteit juist ons antwoord moeten beïnvloeden? Kijk dan ook vast even verder in deze gelijkenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juli 2001
Daniel | 32 Pagina's