Eén ding begeerd
Tweede bondsdaglezing
Eén ding: dat is niet veel! Ons verlanglijstje is meestal langer en wisselt steeds. Davids verlanglijst verandert niet. Hij is een mens van 'het ene ding'. Hij klopt aan één deur, put uit één bron, heeft maar één wens: Eén ding heb ik van den Heere begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel (Psalm 27: 4). Hiermee zegt David tot de Heere: Ik wil altijd in Uw nabijheid zijn, altijd bezig zijn in Uw dienst."
Wat zijn dat voor mensen?
Misschien denk je: zulke mensen maak je vandaag niet zo heel vaak mee, mensen die zich voortdurend en onafgebroken verdiepen in God, mensen die altijd bezig zijn met de dingen van God.
Mensen van dat éne verlangen... wat zijn dat voor mensen?
Kluizenaars? Vrome monniken? Kloosterlingen die niet eens met elkaar mogen praten? Mensen die zichzelf afsluiten voor de wereld, zichzelf begraven in geestelijke zaken?
David is geen man die op een eiland woont. Hij staat met beide benen op de grond, midden in de werkelijkheid van het leven. En het leven is hard voor David.
De omstandigheden zijn zwaar. Hij spreekt in deze Psalm van tegenpartijen en van vijanden, van vader en moeder die hem verlaten hebben, van valse getuigen die tegen hem opstaan. De omstandigheden zijn moeilijk en zorgvol.
Eén is meer dan duizend
In welke tijd David Psalm 27 heeft gemaakt, weten we niet precies. Misschien was het tijdens de achtervolging door Saul toen hij vluchten moest als een veldhoen op de bergen. Misschien was het tijdens de opstand van Absalom, toen David in het Over-Jordaanse, in Mahanaïm, moest onderduiken. In zulke omstandigheden begeert hij dat ene! Om al de dagen van zijn leven te wonen in het huis van de HEERE. Je zou zeggen dat hij wel iets anders bad om te begeren, vooral in zo'n oorlogssituatie. Rustig thuis zijn bijvoorbeeld.
Dat was ook zo! David begeert thuis te zijn, thuis met een hoofdletter. In het huis des HEEREN wil hij wonen. Daar gaat z'n hart naar uit. Hij begeert bij de HEERE Thuis te zijn.
Snap je dat nou? Als hij zou verlangen naar rust, veiligheid, wapenstilstand, het einde van problemen, weer rustig bij familie in z'n paleis op de troon te zijn, dan konden we dat begrijpen. Maar, en dan wordt het eigenlijk nog onbegrijpelijker, hij zegt: "Eén dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders".
Dat is Bijbelse rekenkunde: één is meer dan duizend. Alles of niets.
Deze rekenkunde word je alleen maar bijgebracht op de leerschool van genade. Genade maakt ons mensen van het ene ding!
Ga de Bijbel maar na! De blindgeborene: "Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie" (Johannes 9: 25). De apostel Paulus: "Eén ding doe ik, vergetende hetgeen dat achter is, en strekkende mij tot hetgeen dat voor is, jaag ik naar het wit tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus" (Filippenzen 3: 14). De Heere Jezus in Bethanië: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; maar één ding is nodig" (Lukas 10: 41,42).
Sinds bet verloren Paradijs zijn wij geen mensen meer van het ene ding. Vanuit onszelf zijn we altijd mensen van twee dingen: leven met de wereld en sterven met Gods volk. Maar: het is alles of niets.
Begeren
David is maar op één plek Thuis. En jij? Wat is je diepste wens? Waar gaat jouw begeerte naar uit? Begeren is een activiteit van ieder mensenhart. Daar is niks mis mee. God schiep ons zo dat we verlangens en begeerten kunnen hebben.
We zijn geen boeddhisten. Zij leren dat het uitschakelen van alle begeerten, het onderdrukken van alle verlangens, de hoogste vrede geeft. Jezelf leeg maken van gevoelens, je zinnen helemaal uitgewaaid en uitgeblust, zo kom je tot het nirwana, een toestand van volkomen rust.
De boeddhist zegt: niets is alles! Wij zeggen vandaag met de hand op de Bijbel: alles of niets!
Begeren mag. De vraag is wàt wij begeren en hóe wij begeren.
Als een pasgeboren baby in de wieg ligt te huilen, dan begeert het dikwijls te mogen drinken.
Jongeren begeren een plaats in de maatschappij, een lieve vriend(in), een stukje geborgenheid en begrip. Dat mag. Want begeren is eigen aan ons mens-zijn.
Het probleem is echter de zonde. De zonde zit in het zadel van onze begeerten. Trekt aan de teugels van onze begeerten. Daarom gaat het de verkeerde kant op. Sinds onze val in Adam zitten er vrachten met kwade, zondige begeerten in ons. Ze worden gevoed door onze gevallen natuur, door de wereld en de satan. Zoals een vis thuis is in het water, zo voelen wij ons thuis in de zonde.
Als onze verborgen zondige begeerten eens net zo openbaar zouden zijn als het wereldnieuws in de krant, dan zouden we elkaar niet meer in de ogen durven kijken.
David
Nu kijken we naar David in Psalm 27. We weten dat ook hij zondaar was voor God. Ik hoef slechts de naam van Bathseba te noemen en je weet genoeg.
Toch, als we hem in het hart kijken, wat zien we dan? Dat het bij David gaat om die ene begeerte, dicht bij de Heere te zijn, bij God thuis te zijn. David begeert een leven dat totaal op God gericht is. Dat is niet het eerstnodige, zelfs niet het hoogstnodige maar het ene nodige, dat alles in zich heeft.
Midden in zijn ellende belijdt David: "Ik wou dat ik bij de HEERE was, dat ik al de dagen van mijn leven in de kerk mocht zitten, dat ik mocht wonen in het huis des HEEREN".
En jij...?
Als we nu eens bij jou van binnen kijken? Leeft daar hetzelfde verlangen? Kun je zeggen: "Heere, U weet alle dingen, U weet van mijn boze, zondige begeerten, van mijn struikelen, van mijn vallen in de zonde, van mijn onderbewust zijn, waarin dingen zijn waarvan ik schrik! O, wat er soms allemaal bij mij boven komt...! Maar Heere, ik kan U niet missen, ik zoek het bij U, wijs mij niet af, wees mij zondaar genadig. Ik heb zoveel dagen zonder U geleefd, zoveel dagen zelfs geleefd zonder aan God te denken... Maar nu zie ik het: buiten U, zonder U is de dood, de leegte, de troosteloosheid. Daarom: één ding heb ik van de Heere begeerd..."
Huis des HEEREN
David spreekt van het Huis des HEEREN. Wat moeten we ons daar bij voorstellen? Een eenvoudige witte tent in de stad Jeruzalem, waar de Ark in staat. De Ark is Gods troon. De tent is Gods woning, het heiligdom. Daar wilde David zijn. Waar God woonde, waar de priesters en de levieten in Gods woning dienden, de plaats waar de offers werden gebracht. David zag daar zoveel schoons in, dat hij daar altijd wilde blijven. David spreekt van 'wonen' in het huis Gods. De priesters en levieten woonden dichtbij het heiligdom. Vanuit hun verblijfsvertrekken hadden zij altijd zicht op het grote brandofferaltaar. David zegt niet: "Geef mij m'n paleis maar". Nee, hij begeert, net als de priesters en de levieten, t.e wonen in het huis van de HEERE. Voor David was er geen grotere vreugde dan opgaan en blijven in Gods huis. Waarom? Wat zag hij er dan in? Ja, wat valt er nou te beleven in de kerk? In de dienst van de HEERE?
David zegt: "Om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen". Niet de grimmigheid maar de liefelijkheid des HEEREN. De kanttekenaar zegt dat dit ziet op de liefelijke godsdienst van de Messias. De lantaarn van de oudtestamentische eredienst gaf licht. David zag de Messias, de Heere Jezus Christus erin oplichten.
Hij zag er het wonder: hoe voor een arm, schuldig zondaar de weg van zaligheid geopend is in de Heere Jezus Christus.
Hij zag er het geheim van Gods liefde: Alzo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Hij kon zeggen: Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer. In het heiligdom ontmoette David de Heere zijn God. Een verzoend en bevredigd God.
Daar mocht hij gemeenschap met God smaken. Daar nam hij met al zijn schuld en doemwaardigheid de toevlucht tot het offer en bloed van Christus.
Daar stortte hij zijn hart voor de Heere uit, zocht Hij sterkte in God. Hij zegt als het ware: als ik dat niet had, dan was ik vergaan: Zo ik niet had geloofd dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan.
Huis voor jongeren
Gods huis is nog steeds de plaats waar de liefelijkheid van de HEERE wordt gezien.
In de prediking van het Evangelie, de bediening van de sacramenten laat Koning Jezus Zich zien in Zijn schoonheid. Daar spreekt de Heere door Zijn Woord.
Hoe vaak heb je al in Gods huis gezeten? Een leven lang al! Hoe zit jij in de kerk onder het Woord? Bedenk dat Gods huis de werkplaats is van de Heilige Geest.
Heb je wel eens gezien hoe een smid bezig is? Met z'n zware hamer slaat hij op het aambeeld. De vonken vliegen er van af.
Zo is het ook in de kerk. Onder de prediking wordt geslagen op het aambeeld van Gods Woord. De vonken vliegen er van af. Geen vonken van grimmigheid maar van liefde. Gods liefde in Christus tot verloren zondaren. Zijn barmhartigheid en ontferming voor verlorenen zoals jij en ik. Ja, Gods huis is ook een huis voor jongeren. Daar is ook een Woord voor jou! Mijn zoon, mijn dochter, geef Mij je hart.
De verlossing van de zonde door het bloed van Christus en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, wordt daar ook aan jongeren toegezegd (Heidelbergse Caetchismus, antwoord 74). Je komt toch niet op de werkplaats van de Heilige Geest met een brandvrij uniform aan waar de vonken op afketsen? Of mag je weten hoe goed het is in Gods huis?
Zeker, daar hoor je onverbiddelijk streng van je totale verlorenheid voor God, alle houvast in jezelf word je ontnomen, je wordt gedaagd voor je Maker, een heilig en rechtvaardig God, de Wet pint je vast voor Gods aangezicht als een overtreder die de dood verdient.
Maar ook zo radicaal en bevrijdend mag je in de kerk horen van de liefelijkheid van de Heere in Christus, van Zijn vriendelijk aangezicht, van het wonder van vergeving, de zaligheid en de verzoening met God.
Wat is het onvergetelijk goed in Gods huis wanneer de Heilige Geest op Jezus doet zien, de gekruisigde, gestriemde Zaligmaker. Dan zien we hoe gepast en dierbaar Hij is. We zien Hem als om onze overtredingen verwond en om onze ongerechtigheden verbrijzeld, en de straf die ons de vrede aanbrengt zien we op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Ja, waar de zonde bitter is, daar is Jezus onuitsprekelijk zoet.
Aanschouwen en doorzoeken
David begeerde één ding: in het huis des HEEREN te zijn om daar de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel. Luiaards kunnen ook veel begeren. Vanuit een luie stoel kun je ook allerlei verlangens hebben. David begeert niet vanuit een luie stoel. Hij wil aanschouwen en onderzoeken.
Aanschouwen is naspeuren. Onderzoeken is niet zomaar er overheen gaan, maar er diep in duiken. Daar kun je niet voor in je stoel blijven zitten. Want aanschouwen is voorover buigen, onderzoeken is op de knieën komen. Kwam jij zo op je knieën om de Heere te zoeken? David zegt niet: ik heb begeerd en ik zal wel zien wat er van komt. Nee, hij zegt: ik zal zoeken! Hij is een man van twee verschillende tijden: ik heb en ik zal. Geestelijke luiaards kunnen ook allerlei vrome begeerten opzeggen... maar ze zoeken niet. Als jij ervan overtuigd bent: het is alles of niets, en dat ene ontbreekt mij! Ik ben zonder God en buiten Christus. En als dit niet verandert, breekt mij dat eeuwig op. Dan zeg je met David: ik zal zoeken!
Als je dan hoort in Gods huis dat het bloed van Jezus Christus Gods Zoon wast en reinigt van al de zonde, zeg je: dat zal ik zoeken!
Zoeken door de nood gedreven, door de liefelijkheid des Heeren getrokken. En eeuwig wonder! Hij laat Zich vinden!
Waar? David wist het! In het huis des Heeren.
Daar wordt het ervaren: Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht, Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht.
Voorgoed Thuis
Je kunt veel, ja alles gevonden hebben in de Heere en Zijn dienst. Toch blijft er een zoeken. Nooit raken we uitgezocht in de breedte, lengte, diepte en hoogte van de liefelijkheid van de HEERE. Straks, als de pelgrims Thuis komen... gaat de kerk nooit meer uit. Dan wordt het een altijd bij de Heere wonen, eeuwig Zijn liefelijkheid aanschouwen in Zijn tempel.
Eén ding begeerd, één ding gezocht... In het Huis des HEEREN het leven, en in het huis van de wereld de dood.
Het is echt alles of niets!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 2001
Daniel | 32 Pagina's