De strijdende kerk (2)
Pagina's voor haar
De vorige keer hebben we stilgestaan bij het leven van de vroege christelijke gemeenten. We zagen dat door de levenswandel van de christenen anderen werden gewonnen voor de dienst des Heeren. De christelijke kerk van de eerste drie eeuwen is een kerk van martelaren geweest. Johannes, die verbannen werd naar Patmos, spreekt in Openbaring 6: 10 geen onbegrijpelijke taal voor de christenen van die dagen: Hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen die op de aarde wonen?
Het christendom werd, toen het zich verbreidde in het Romeinse rijk, beschouwd als een ongeoorloofde, ontoelaatbare vorm van godsdienst. Dit is een opvallende zaak omdat de Romeinen eigenlijk heel tolerant waren tegenover andere godsdiensten. De Griekse godheden werden opgenomen in het Romeinse veelgodendom. De oosterse godsdiensten werden getolereerd, alleen het geloof van de christenen werd niet toegestaan. Wat was hiervan de reden?
Elke godsdienst werd getolereerd, mits aan de keizer de hulde van 'Kurios' werd toegebracht. In het Grieks betekent 'Kurios' Heer. In 1 Korinthe 12: 3 lezen we: 'Jezus den Heere', en dan wordt hetzelfde woord 'Kurios' gebruikt. Het was dus voor de christenen een onmogelijkheid om de keizer die hulde toe te brengen. Hun belijdenis 'Jezus is Heer' werd hun aangerekend als een misdaad. Door deze belijdenis weigerden ze standvastig de keizer goddelijke hulde toe te brengen door wierook te offeren. Dit was juist wat de heidenen zo ergerde. In hun ogen betekende deze weigering majesteitsschennis, ja zelfs landverraad.
Vervolging
In de geschiedenis van de vervolgingen van christenen valt op, dat niet alleen wrede keizers, zoals Nero, de christenen fel vervolgd hebben, maar ook een keizer als Marcus Aurelius, die bekend stond als een edel heerser, vervolgde de christenen. De keizers wensten eenheid en deze keizercultus was iets wat het grote rijk samenbond. De christenen met hun verering van een Heer boven alle aardse machten, zelfs boven de keizer, werden als staatsgevaarlijk beschouwd. Bovendien weigerden ze om aan het heidense meergodendom deel te nemen, en ontvingen de goden dus minder offergaven. Daardoor móest de toorn van de goden wel over het rijk losbarsten. De christenen kregen daarom ook de schuld van iedere ramp, natuurramp of epidemie, die over het volk kwam. Het volk haatte hen. Doordat de christenen anders leefden, een andere gezindheid toonden, prikkelde dit de fantasie van de buitenstaanders. Waarom namen ze geen deel aan het openbare leven met al z'n feesten? Wat gebeurde er in de samenkomsten van de christenen?
De meest dwaze verhalen en lasteringen werden verteld over de bijeenkomsten van de christenen. Het verloop van een proces tegen een christen of een groep christenen ging als volgt. Eerst was er een aanklacht van buren of een bevolkingsgroep. Er onstond dan meestal een oploop waardoor de overheid moest ingrijpen. De christen werd ondervraagd en daarbij kwam zijn christen-zijn spoedig tot uiting. Hij weigerde immers te offeren aan de keizer of weigerde een eed te zweren in de naam van de keizer. De meeste rechters vreesden het tumult onder het volk en veroordeelden de christen tot de dood. In de eerste drie eeuwen zijn er meer dan tien hevige of minder hevige vervolgingen geweest. We zien in deze vervolgingen een voortzetting van de grote strijd tussen het slangenzaad en het vrouwenzaad, die reeds in het paradijs is begonnen. In Johannes 16: 33 sprak Christus tot zijn discipelen: In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.
God regeert
Het hoogtepunt van de vervolgingen werd bereikt onder keizer Diocletianus (284-305). Het Romeinse rijk was in een staat van chaotische, economische en politieke verwarring. In 303 beval deze keizer dat alle christelijke kerken verwoest en alle christelijke boeken verbrand moesten worden. Alle christenen, die een godsdienstige samenkomst bijwoonden, moesten terechtgesteld worden. Ondanks veel afval stierven honderden christenen de marteldood. Maar was het niet zoals de bekende apologeet Tertullianus in zijn apologie, zijn verweerschrift tegen de beschuldigers, schreef? Zo dikwijls gij ons afmaait, vermeerdert zich ons aantal: het bloed der christenen is een zaad.
Het grote keerpunt kwam in 311, toen de meest verbitterde aanvallen op het christendom zijn uitwerking hadden gemist. De vervolger Galerius vaardigde op zijn sterfbed een tolerantie-edict uit en daarmee werd het christendom een geoorloofde godsdienst. Twee jaar later besloot de eerste christenkeizer Constantijn, dat zowel christenen als anderen vrijheid van godsdienst zouden krijgen.
De vreugde van de kerk was onbeschrijfelijk groot. In een van de geschriften uit die tijd lezen we hoe deze nieuwe periode beschreven werd: Zingt de Heere een nieuw lied, omdat Hij wonderlijke dingen gedaan heeft. Zijn rechterhand en Zijn heilige arm gaf Hem zege; de Heere heeft Zijn heil bekend gemaakt, tegenover de heidenen heeft Hij zijn rechtvaardigheid geopenbaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juni 2001
Daniel | 32 Pagina's