JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Staat de kerk bij jongeren op verlies?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat de kerk bij jongeren op verlies?

Fragmenten lezing jaarvergadering JBGG

12 minuten leestijd

Was de situatie in het gereformeerde jeugdland vroeger een andere dan vandaag? Het antwoord op die vraag is bevestigend. De ontkerstening was er toen ook, maar ze was nog niet maatschappij-breed en raakte de kerkelijke jeugd eigenlijk nauwelijks.

De secularisatie of verwereldlijking wortelt ten diepste in onze breuk met God in het Paradijs. Ze kreeg cultuurhistorisch gezien vooral gestalte in de Verlichting van de achttiende eeuw. Deze secularisatie won na de Tweede Wereldoorlog aan kracht.

In het midden van de jaren zestig brak de dijk. Het existentialistische levensgevoel overweldigde ons volk. Je moet je niet laten betuttelen door Bijbel, kerk, belijdenis of traditie. Je moet jezelf vormgeven in volstrekte vrijheid. D'66 werd opgericht. Voorbehoedsmiddelen werden vrijgegeven. Abortusklinieken werden geopend. De breuk met Gods heilzame geboden en de kerkverlating werd maatschappijbreed. Kerkelijk jeugdland is een eiland geworden in een van God vervreemde samenleving. Dat eiland wordt voortdurend omspoeld door de felle stroming van de secularisatie, die voortdurend afkalving van de kust veroorzaakt.

 

Religiositeit

Deze ontwikkeling betekent niet, dat iedere kerkverlater daarmede een militante atheïst is geworden. Bijna de helft van alle buitenkerkelijken beschouwt zich als gelovig. Zij willen het verschijnsel kerk ook nog wel positief waarderen, maar geloof en kerk vallen bij hen niet meer samen. De algemeen gedeelde opvatting van dit moment in onze samenleving is, dat je een gelovig mens kunt zijn zonder ooit naar de kerk te gaan. Daarbij gaat het om een algemene, vage religiositeit, die niet gedragen wordt door de omgang met Gods Woord.

Het begrip secularisatie kan en mag dan ook niet alleen verbonden worden met het zich uitleven in een disco of het verslaafd-zijn aan bioscoopbezoek. Dan letten we alleen op het waarneembare gedrag. Het saeculum, de wereld, het aardse leven, de tijd van nu beheersen ons hart, het centrum van onze persoonlijkheid. Gods Woord zegt zo duidelijk dat het vooral en allereerst gaat om een innerlijke gezindheid: En wordt dezer wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds (Romeinen 12: 2a).

 

Jongeren in de cultuursituatie van vandaag

De secularisatie en de cultuursituatie van vandaag staan niet los van elkaar. Onze jongeren leven in een postchristelijke maatschappij, die zich kenmerkt door het snel en flitsend geven van informatie zonder veel diepgang: veel beelden, weinig tekst. In een digitale beeldcultuur als de onze is kijken veel aantrekkelijker dan lezen. Voor veel jongeren duurt luisteren vaak te lang en is mondelinge kennisoverdracht per definitie saai. Er dreigt een grote verschraling op te treden van het kennisbegrip. Via internet kunnen scholieren een massa informatie opvragen. Vaak zijn ze daarna niet in staat die kennis te schiften en in een zinvol verband te integreren. Zelfstandig denken, Bijbels-kritisch bevragen van de nieuwe en brede informatiestromen is veel moeilijker geworden.

Er is bij de hedendaagse jeugd sprake van een grote mate van ik-gerichtheid, Ook reformatorische jongeren kunnen worden getypeerd met de bekende kreet: I want it all and I want it now. Ik wil alles hebben en ik wil het nu hebben. Tegelijkertijd valt het praktisch materialisme op, gevoed door een toename van het eigen inkomen van 12-17-jarige scholieren.

Het geseculariseerde denken houdt geen halt bij kerkmuren. Niemand kan zich geheel losmaken van de cultuursituatie waarin de Heere ons een plaats heeft gegeven met de opdracht het Woord te verkondigen en naar dat Woord te leven. Onze jongeren ademen elke dag in een geseculariseerd klimaat. Ze zijn de seismografen van onze tijd en onze kring. Ze registeren het eerst wat er aan de hand is in de samenleving om ons heen. Op weg naar de reformatorische school voor voortgezet onderwijs vindt elke dag opnieuw de confrontatie plaats met de moderne wereld in bus, metro en trein. Onze jongeren moeten hun weggaan in een radicaal ontkerstende wereld, die hun ouders zó niet kennen vanuit hun eigen jeugd. In hun harten voltrekt zich de diep aangrijpende worsteling tussen de christelijke opvoeding en een levenspatroon dat de wereld hen voorschotelt onder de slogan: 'Dat moet toch kunnen'. Ze hebben in zichzelf geen enkele kracht om bij het Woord te blijven. Jongeren in de adolescentie zijn bovendien vaak onzeker over de vraag welk gedrag er nu eigenlijk van hen wordt verwacht. Daarom vluchten ze gemakkelijk in de groep, die hen de mogelijkheid biedt om hun onzekerheid te verminderen door zich zo veel mogelijk te gaan gedragen als leeftijdsgenoten. Als de groep vindt, dat je met een spijkerbroek aan naar de kerk kunt, doe je dat. Als de groep in de kerk het stoer vindt om onverschilligheid uit te stralen, zing jij ook niet mee en kijk je tijdens de dienst voortdurend naar beneden.

 

Het gezin

Die situatie is bijzonder gevaarlijk, omdat ze gemakkelijk kan gaan functioneren als overgangsstadium naar een algehele vervreemding van Schrift, de kerk en de belijdenis en uiteindelijk naar kerkverlating. We zouden echter onze jongeren-in-de-crisis groot onrecht doen als we daarbij de gezinssituatie niet zouden betrekken. Jeugdproblemen staan vaak niet los van de gezinsopvoeding. Uit een onderzoek, dat door de Jeugdbond enkele jaren geleden werd gehouden onder de deelnemers aan zomerkampen, bleek dat 75% van de deelnemers positief was over het gezinsklimaat, maar helaas was 25% daarover minder positief. Jongeren uit gezinnen met een positief klimaat spreken aanzienlijk positiever over kerk, ambtsdragers, catechese en jeugdwerk dan jongeren die in een negatiever gezinsklimaat moeten ademen. Het 'warme nest', waarin een open gesprek wordt gevoerd tussen oud en jong, vergemakkelijkt het ingroeien in de eigen traditie duidelijk.

 

Het antwoord van de kerk

De secularisatie gaat niet aan onze gezinnen en gemeenten voorbij. Sommige ouderen willen dat eenvoudig niet zien. Ze doen als de struisvogels die hun kop in het zand steken als de storm nadert en zeggen: "Het valt in onze gemeente nog wel mee. Onverschillige jongelui zijn er altijd geweest. We groeien nog wat."

Toch kan en mag dat in het licht van de Schrift het antwoord van de kerk niet zijn. De lichte groei van onze gemeenten zal, naar ik op grond van de huidige gegevens vermoed, niet aanhouden, maar binnen niet al te lange tijd omslaan in een lichte daling. De ernst van de situatie is zodanig, dat wij elkaar als predikanten, ambtsdragers, ouders, leidinggevenden en besturen van jeugdverenigingen moeten toeroepen: Red degenen die ter dood gegrepen zijn, want zij wankelen ter doding zo gij u onthoudt (Spreuken 24: 11). Daarbij gaat het niet allereerst om het organiseren van activiteiten, maar om het verstaan van de grote opdracht van de kerk: de verkondiging van Wet en Evangelie.

Niemand moet zich door de gegevens uit het onderzoek laten ontmoedigen. Gods welbehagen zal ook vandaag door de hand van de opgestane Christus gelukkig, onweerstaanbaar, voortgaan (Jesaja 53: 10). Dat welbehagen kan niet geblokkeerd worden door ons gevallen bestaan, noch door de godsdienstige kerkganger die opgaat in een pure vormendienst, noch door de secularisatie in oude of jonge harten, noch door de duivel, die zich in deze ontkerstende samenleving zo geducht laat gelden. God liefhebben, de Heere Jezus beminnen, de zonden haten en laten, het hart de Heere wijden in algehele overgave is en blijft een wónder, een onbegrijpelijk wónder van pure genade, van enkel ontferming.

 

Vorm en inhoud

Laat er toch geen twijfel over bestaan. De éérste opdracht van de kerk in deze geseculariseerde eeuw is en blijft de prediking van Wet en Evangelie; het met diepe ernst, in liefde, in trouw aan de Schrift aanwijzen van de zonden en het verkondigen van de gekruisigde Christus aan allen die het Woord horen. Dat is het genademiddel dat de Heilige Geest wil gebruiken.

Dat neemt niet weg dat bezinning op vorm en inhoud van de prediking met het oog op de jongeren van vandaag geboden is. Eén van de zwakke kanten van onze kring is, dat wij in de praktijk soms zo zelfgenoegzaam zijn en daarom zo zwak in zelfkritiek. We moeten ook als predikanten het zelfonderzoek niet nalaten als het gaat over de vraag of wij met onze prediking onze jeugd - in uiterlijke zin - bereiken. Zoals Paulus op de Areópagus duidelijk aansloot bij de leefwereld van zijn hoorders, tegelijkertijd de waarheid van het Woord onverkort predikte en de Grieken in hun zondig leven geen moment spaarde (Handelingen 17: 15-34), zo mogen en moeten ook wij in de verkondiging van het Woord rekening houden met jongeren, die door de golfslag van de secularisatie van de kerk dreigen te vervreemden. De prediker is niet verantwoordelijk voor de vrucht van de verkondiging, maar wel voor de wijze waarop het Woord wordt gebracht.

Een predikant moet de jeugd van zijn gemeente kennen. Hij moet voortdurend zoeken naar momenten van aansluiting bij het leven van alle dag van die jongeren. Er vindt, blijkens de klacht van jongeren, te weinig actualisering van het Woord plaats, ook in de vragen van de heiliging en de ethiek. Het is de opdracht van de kerk om in de prediking, het belang en de betekenis van het Woord van God in hun leven heel concreet te laten blijken. Zonder kennisoverdracht kan geen vorming van kerkjeugd plaats vinden. Dat staat niet ter discussie.

Laten we echter wel beseffen, dat onze jonge generatie meer is gericht op leren door ervaring dan op het van buiten leren van vragen en antwoorden. Voor dat leren door ervaring is een gemeenschap waarin jongeren zich thuis voelen en zich geaccepteerd weten van groot belang. Zo'n gemeenschap is het gezin, maar zo'n gemeenschap behoort ook de kerk te zijn. Dat geidt uiteraard evenzeer voor de catechisatiegroep en de vereniging.

 

Preekbespreking

In dit licht zou ik ook een pleidooi willen voeren om in onze kerken het bespreken van de preek met jongeren te bevorderen. Ik weet mij daarbij in goed gezelschap, omdat de Nadere Reformatie en Willem Teellinck met name, dat als een belangrijk middel hebben gezien voor de opbouw van de gemeente. In zo'n ongedwongen samenzijn komen naar mijn ervaring vaak hele wezenlijke vragen aan de orde, terwijl de jongeren ook vragen van alle dag bespreekbaar maken. Dat geldt niet alleen voor gemeenten met een eigen predikant, maar ook voor vacante gemeenten. Jongeren willen horen dat de prediking die tot hen komt, ook in het leven werkelijkheid is. Voor ambtsdragers is het uiterst bemoedigend tijdens zo'n bespreking ritselingen van het nieuwe leven te horen in al zijn schroom en ootmoed.

Een ambtsdrager die zichzelf gééft bij de preekbespreking, die vertrouwen gééft en vertrouwen krijgt, heeft later bovendien een goede ingang voor het afleggen van huisbezoek in de gezinnen met deze jongeren.

 

Opvoedingsavonden

We ontkomen niet aan de indruk, dat de zogenaamde puberteitsproblematiek in de gezinsopvoeding binnen de kring der gemeenten in zwaarte toeneemt. Kerkenraden doen er goed aan om te peilen of zich in hun gemeente de behoefte aftekent tot gezamenlijke bezinning op de opvoedingssituatie.

Het is mogelijk om, bijvoorbeeld in samenwerking met de Jeugdbond, zorg te dragen voor een Bijbels verantwoorde ondersteuning van de ouders, om het contact met hun kinderen in de adolescentiefase zo goed mogelijk te onderhouden en hen de weg te wijzen. Te denken valt aan gespreksavonden in kleine kring, waarbij voorlichting wordt gegeven en de ouders alle gelegenheid krijgen ervaringen uit te wisselen, zorgen te delen en de opvoedingspraktijk op elkaar af te stemmen.

 

De brugfunctie van bet jeugdwerk

Ook voor het jeugdwerk ligt er een grote taak om naast de jongeren van de gemeente te staan in onze turbulente, Godvergeten tijd. Er voltrekt zich een losmakingsproces van de ouders. Deze jongeren beginnen heel bewust te vragen naar de zin der dingen. Zij moeten zich nu de normen en waarden uit de kinderjaren zelf eigen maken.

Hoe kan het jeugdwerk hieraan bijdragen? Onlangs werd door één van de schoolleiders binnen het reformatorisch onderwijs gepleit voor een begeleide confrontatie met andersdenkenden in het reformatorisch onderwijs. Ik deel die benadering geheel, omdat anders bij het verlaten van de middelbare school in veel gevallen bij jongeren die buiten de eigen kring werk vinden sprake is van een te grote cultuurschok. Een heel andere vraag is of we in ons jeugdwerk die weg moeten inslaan. De brugfunctie van kerkelijk gebonden jeugdwerk als het onze is een andere: het bijdragen aan de persoonlijke godsdienstige en ethische vorming, het bieden van hulp aan jongeren bij het ingroeien in de kerkelijke gemeente en bij het zich eigen maken van de gereformeerde traditie, zoals die tot ons komt in het belijden van de kerk.

Het jeugdwerk blijft voor onze gemeenten van bijzonder groot belang als hulpmiddel om jongeren hun plaats in de gemeente te leren vinden. Voor leiders en leidsters blijft de grote opdracht ten aanzien van de jongeren van de gemeente: En de woorden, die ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen (Deuteronomium 6: 6,7).

Laten we als leidinggevenden erop letten, dat Mozes spreekt over woorden, die in ons hart zijn. Het leren verstaan van de Bijbel, de gereformeerde leer en het gereformeerde leven in verenigingsverband is veel meer en iets wezenlijks anders dan het aanreiken van feitenkennis. Het gaat om het uitdragen en overdragen van belééfde kennis. Het is bijdragen aan een vormingsproces met ons hele hart, met liefde voor onze jongeren, met het oog op hun eeuwig welzijn.

 

Persoonlijk getuigenis

Het persoonlijk getuigenis kan ook op de jeugdvereniging niet worden gemist. Wat is het groot als we als leidinggevenden ook eens een goed woord van de Heere mogen zeggen.

Maar op de vereniging mag het licht van de Schrift ook vallen op brandende ethische kwesties, op de beeldcultuur waarin we leven, op de moderne muziek, die zo'n grote inv/oed heeft op het gevoelsleven van de jonge generatie. Bij dit alles is het onderlinge gesprek van groot belang evenals het begrijpende, ondersteunende, richtinggevende gesprek, dat de leiding met hen voert. Dan betekent jeugdwerk voor hen: erkenning vinden, twijfels delen, ervaringen uitwisselen en onderwijs ontvangen in de weg der zaligheid. Zo kan het jeugdwerk jongeren een kerkelijk thuis bieden, waar zij zich met al hun vragen, kritische noten en eigenaardigheden geaccepteerd mogen weten. Wie zal zeggen hoe veel jongelui, die in de crisis terecht kwamen door geseculariseerd denken, toch voor de gemeenten behouden bleven door de begrijpende, samenbindende opvang op een jeugdvereniging?

In het jeugdwerk te mogen dienen, is een voorrecht en een moeilijke opgave tevens. Het is een zware taak, die we onmogelijk in eigen kracht kunnen behartigen, maar bij de Heere Jezus Christus is de wijsheid die ons ontbreekt. Hij wil gebeden zijn. Hij is de getrouwe God des verbonds. Hij zal ook in deze tijd Zijn Woord waarmaken: Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen (Jesaja 44: 3b).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 2001

Daniel | 40 Pagina's

Staat de kerk bij jongeren op verlies?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 2001

Daniel | 40 Pagina's