De Heere de hand geven...
Meditatie
Geeft den Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom. 2 Kronieken 30: 8 midden
Deze woorden heeft Hizkia gesproken. De man die op vijfentwintigjarige leeftijd geroepen werd om zijn goddeloze vader Achaz op te volgen als koning. Hizkia was godvrezend; de vreze des Heeren was in hem verheerlijkt. Hij mocht kiezen voor de dienst des Heeren, omdat de Heere eerst voor hem gekozen had. Omdat de Heere hem van eeuwigheid geroepen had.
IJver
De vreze des Heeren was in zijn hart; hij leefde naar de wet en de inzettingen van de Heere. Er was een ijver in hem om te roemen in de weldaden des Heeren. Dit blijkt ook uit zijn leven. Toen hij koning werd, ging hij niet eerst Jeruzalem herstellen. Jeruzalem, de stad die door het wanbeleid van Achaz verwoest was. Hij ging ook niet in de eerste plaats het land bevrijden van de vijanden. Als eerste herstelde hij de dienst des Heeren. Die dienst moest, in de tempel, weer centraal komen te staan. God moest weer de eerste plaats krijgen bij het volk van Juda.
Herstel
Daarom gaf Hizkia de priesters en levieten het bevel om de tempel te herstellen, zodat de dienst des Heeren weer voortgang kon vinden. Dit vroeg veel offers. Hizkia wist dat er met een schuldbelijdenis eerst offers moesten worden gebracht eer de schuldvergeving een feit kon worden. Dit wees heen naar het enige offer, Jezus Christus, dat reinigt van alle zonden. Het ging Hizkia er niet om alleen zelf vergeving van zonden te ontvangen. Ook het volk moest de Heere, de God van Abraham, Izak en Jakob weer gaan vrezen. Hizkia ijverde voor het heil van het volk, de zonde moest worden uitgebannen. Het volk moest zich weer binden aan de wet des Heeren. De liefde voor Zijn inzettingen moest weer in hun hart gaan branden.
Onze hand?
Hizkia zond uitnodigingen; niet alleen naar de twee stammen, maar ook naar het tienstammenrijk. Heel Israël werd genodigd om het Pascha te Jeruzalem te vieren. De kern van de boodschap was deze: 'Geeft den Heere de hand en komt tot Zijn heiligdom'. De beeldspraak is duidelijk. Iemand de hand geven is een teken van gemeenschap, vriendelijkheid, trouw en verbondenheid. Iemand met wie je niets te maken wilt hebben, geef je geen hand. Hizkia riep op om de Heere de hand te geven. Maar dat is toch onmogelijk?! Dat kan toch niemand; er is toch niemand die naar God vraagt of Hem zoekt?!
Zijn hand!
Maar het wonder is dat de Heere zijn hand uitstrekte. Hij had dit volk verkoren, leidde het uit Egypte door de woestijn naar Kanaän. En nu zei Hizkia dat het volk de Heere de hand moest geven. Kan de Heere dan over de schuld van het Hem verlaten, van het dienen van de afgoden, heen stappen? Nee, vers zes zegt: 'Bekeert u (...), zo zal Hij Zich keren.' Bekeert u, dan wendt de Heere Zich in genade en barmhartigheid. De Heere moest wel wijken, want Hij kan geen gemeenschap hebben met de zonden, met het volk dat niet wandelt naar Zijn geboden. Als de boodschap van deze tekst kracht doet, dan wordt het werkelijkheid dat ik me niet kan, maar ook niet wil bekeren. Dan wordt het: 'Bekeer me, dan zal ik bekeerd zijn.'
De Vader en de Zoon
De mens kan alleen de Heere de hand geven omdat er Eén neerdaalde op aarde, Die in de eeuwigheid de Vader de hand gaf. Jezus Christus gaf Zijn Vader Zijn hand: 'Ik kom om Uw wil te doen, Uw wet te volbrengen. Ik zal om de mens terug te brengen de weg van kribbe naar kruis gaan. Ik zal, verlaten door God, de weg van lijden en sterven alleen gaan'. Niemand van de volkeren was met Hem. Niemand wilde gemeenschap met Hem hebben. Op Golgotha werd Zijn hand losgelaten en riep Hij het uit: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' Wonder van genade: Christus stond op uit het graf. De Vader gaf Hem de hand: 'Het is genoeg, Mijn Zoon, er is een volkomen verzoening in het offer dat U aanbracht.' Daarom is er een komen tot Zijn heiligdom waar zondaren aan Zijn voeten komen met hun zondeschuld. In de tempel werd gesproken van bloed; het was een schaduw van het bloed van Jezus Christus. Het bloed van Gods Zoon reinigt van alle zonden. Dat leren degenen kennen die tot Hem komen, Hem de hand geven. Jongere, mag ik je vragen: ken jij dat? Je kunt bezig zijn met alles, met je studie, je werk, je vrienden. Maar ken je, in je binnenkamer, de gemeenschap met God, door het geloof in het verzoenend bloed van Jezus Christus? Ken jij dat?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 mei 2001
Daniel | 40 Pagina's