JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

In gesprek met een Spaanse evangelist

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In gesprek met een Spaanse evangelist

Pagina's voor haar

11 minuten leestijd

Naast onze zending en evangelisatie zijn er natuurlijk nog vele anderen bezig om - onder de inwachting van Gods zegen - het evangelie van vrije genade uit te dragen. Onverwacht kwam ik in contact met een Spaanse evangelist, Valentin Munoz Maillo. Jarenlang is hij werkzaam geweest bij de Spaanse Evangelische Zending en sinds kort is hij met pensioen. Hij was, samen met zijn vrouw, Maria Concepcion Hermandez Polo de Munoz, gelogeerd bij familie Van Holten-Visser in Zwijndrecht. Deze Spaanse evangelist vertelde mij iets over zijn leven en zijn werk in Spanje. Zijn Spaans werd vertaald door de heer Van Holten, die zelf ook heel veel heeft gedaan voor de Spaanse Evangelische zending.

Roomse jeugdjaren

De heer Munoz werd in 1936 geboren in Salamanca. Het gezin waarin hij opgroeide was rooms. Dat was eigenlijk iedereen in die tijd. Er waren wel enkele protestanten, maar deze leefden verborgen. Officieel bestonden zij niet.

Valentin was een serieuze jongen, die in zijn jeugd zeer ijverig bezig was om uit verdienste zalig te worden. Dat betekende: veel goede werken doen. De weegschaal, waarop aan de ene kant de zonden en aan de andere kant de goede werken gewogen werden, moest immers naar de goede kant doorslaan.

Natuurlijk hoorde de Mariaverering er helemaal bij. Valentin bad alle dagen tot de heilige maagd Maria. Hij vereerde haar, had haar lief en had alles voor haar over. Bovenop een zekere berg in de buurt van Salamanca was een heiligdom van Maria. Valentin besloot daarheen te gaan. Onderaan de berg trok hij zijn schoenen uit, zocht wat scherpe steentjes en strooide ze in zijn schoenen. Daarna trok hij zijn schoenen weer aan. De steentjes sneden in zijn voetzolen tijdens het beklimmen van de berg en zo kwam hij met bebloede voeten tot Maria. Hij knielde neer voor het beeld en geloofde vast, dat Maria nu wel medelijden zou hebben en zou zien, hoeveel hij voor haar overhad. In ruil voor zoveel verdienste zou ze ongetwijfeld zijn voorspraak willen zijn bij haar Zoon, Jezus Christus!

 

Priester

Om nog beter de zaligheid te kunnen bereiken, wilde Valentin graag priester worden. Thuis, bij het kleine huisaltaar, speelde hij al voor priester en na de lagere school was het dan ook de beste keus om naar het seminarie, de priesteropleiding, te gaan. Daar verdiepte hij zich in de roomse leer. In die tijd was Valentin er nog vast van overtuigd, dat deze leer de waarheid was.

Aan het einde van de studietijd kwam hij voor een keus te staan. Hij kon priester worden, maar hij kon zich ook nog verder bekwamen op de weg naar de zaligheid. Dan zou hij monnik moeten worden.

De bisschop wilde hem echter daar geen toestemming voor geven. Hij had een goed verstand en daarom werd hem een plaats aangeboden aan de pauselijke universiteit te Rome om verder te studeren en op die manier de roomse kerk te dienen.

Maar Valentin wilde veel liever ijverig werken aan zijn zaligheid en dat kon het beste door de wereld te mijden. Uiteindelijk kreeg hij toch toestemming en zo werd hij opgenomen in het Dominicanerklooster.

Dat betekende nogal wat. Van enige vrijheid was geen sprake. De dagen waren bijna van uur tot uur ingedeeld in een strak schema van bidden, mediteren en studeren, onderbroken door roomse liturgische diensten en gebeden, zoals de metten, het angelus, de vesper, de nocturnes... Voor slapen en eten bleef weinig tijd over. Ook moesten alle boze lusten gedood worden. Het huwelijk was immers voor deze mannen niet weggelegd. De zondige gedachten, die men zou kunnen hebben, konden het beste ingetoomd worden door de hele dag pijn te lijden. Een goed middel daarvoor was het dragen van een 'verstervingsgordel', een gordel met scherpe punten die - om het middel - op het blote lichaam gedragen werd. Voortdurend staken de punten in het vlees en dat veroorzaakte bloedende wonden. Zo kneedde en vormde men de monniken naar het idee van de roomse kerk.

Toch kreeg hij de genade de goede keuze te doen. Achteraf bekeken heeft de Heere hem hier uit de leugenleer van de roomse kerk gehaald. Diepgaand en bovenal biddend mocht hij de Bijbel verder onderzoeken.

De strijd bleef hem niet bespaard. De prior van het Dominicanerklooster probeerde hem tegen te houden. Zo'n man, waaraan al zoveel kosten waren besteed, moest behouden blijven voor de roomse kerk. Maar toen Valentin met de mis en andere roomse dwalingen niet meer mee kon doen, werd hem door de prior te verstaan gegeven, dat er voor hem geen plaats meer was. Hij moest zijn ordekleed uitdoen en vertrekken. Wat moest hij toen beginnen?

 

Verstoten

Er bleef voor Valentin niets anders over, dan dat hij vertrok naar zijn ouders. Die begrepen totaal niets van de keuze van hun zoon en waren erg verontwaardigd. Het liep zo hoog op, dat ook zij hem de deur wezen. Zo werd hij door zijn ouders verstoten. Maar ook in het maatschappelijk leven was geen plaats voor hem. Wie in die jaren brak met de roomse kerk, hoorde nergens meer bij. Men meed zulke afvalligen, alsof ze melaats waren. Bij alle openbare gebeurtenissen was het lid-zijn van de roomse kerk belangrijk. Paters waren ambtenaar van de burgerlijke stand; notarissen deden wat de kerk wilde en maakten geen gebruik van hun bevoegdheid. Officieel trouwen kon dus eigenlijk niet. Kinderen uit dat huwelijk geboren, hadden geen recht op hun erfdeel. Verschillende betrekkingen waren voor protestanten onbereikbaar. Zelfs het begraven van doden gaf voor de protestanten moeilijkheden. De kerkhoven in de dorpen waren in veel gevallen gesloten voor 'ketters'. Zo ontbrak soms de mogelijkheid voor protestanten om hun geliefden te begraven en dat deed men dan maar clandestien in de achtertuin!

Vervolging

Iemand die de roomse kerk de rug toekeerde, was in de ogen van de overheid een 'anti-Spanjaard', en dus een verrader. Ook Valentin kreeg met deze dingen te maken. Al zijn correspondentie werd doorzocht. Nergens kon hij werk krijgen. Van zijn ouders ontving hij geen steun. Hij stond op straat zonder een enkele peseta op zak! Het gebeurde zelfs, dat men met een getrokken pistool voor hem stond en hem vanwege zijn overgang naar de protestantse kerk met de dood bedreigde.

De enige mogelijkheid die eigenlijk overbleef, was om Spanje te verlaten en als gastarbeider naar Duitsland te vertrekken. Maar... zijn paspoort werd ingenomen en verscheurd. En zonder paspoort kon hij het land niet uit. Het is geen wonder, dat de heer Munoz van deze periode in zijn leven zegt, dat alles 'negro, negro, negro' (zwart, zwart, zwart) was. Door alle moeilijkheden, waarbij hij geen kant meer uitkon, was het donker en ontving hij van niemand steun. Hij wist ook nog zo weinig van Gods Woord. Wat had hij dan een moed om alles te trotseren en de heilige moederkerk de rug toe te keren!

"Nee", zegt Munoz, "ik ben niet zo dapper. Maar de Heere gaf mij een vrede in het hart, die ik in al mijn ijveren in het klooster nooit gekend had. Het was de Heere Die kracht gaf en doorZijn genade ben ik, die ik ben."

Tenslotte wist Munoz toch aan een paspoort te komen en vertrok naar Duitsland. Daar werkte hij - in het Rijnland vlak bij de Limburgse grens - in de textielindustrie. Hij ontmoette daar ook zijn vrouw, een Spaanse en eveneens van roomse afkomst. Maria Concepcion Hernandez kwam ook uit Salamanca. Zij was jaren bij de nonnen op school geweest en geloofde heilig in alles wat de roomse kerk leerde.

Ondertussen onderzocht Munoz wel de Schrift, maar wist toch nog weinig van de gereformeerde godsdienst af. Gelukkig was daar in Duitsland wel een kleine groep protestanten. Bovendien kreeg hij de mogelijkheid om via een schriftelijke cursus uit Porto Rico verder te studeren in de Bijbel. Maar als hij aan Maria, zijn vrouw, iets vertelde over de Bijbel, wilde ze er niets van weten. Nee, zij had op de nonnenschool toch heel andere dingen gehoord. Toen iedere keer weer opnieuw die Bijbel op tafel kwam, besloot ze om naar de nonnenschool te schrijven en te vragen haar een roomse Bijbel op te sturen! Dat gebeurde. Beide Bijbels werden naast elkaar gelegd. Maar wat wonderlijk was: juist in de dingen waarvan Maria dacht dat Valentin dwaalde, stemden de Bijbels overeen. Ze vonden in wezenlijke dingen er hetzelfde in. Het was de traditie die het onderscheid bracht. Die traditie werd en wordt in de roomse kerk boven de Schrift gesteld. Toen Maria dat begreep, moest ze wel toegeven...

Het was ook in deze Duitse periode, dat de heer Munoz voor het eerst met de Spaanse Evangelische Zending in aanraking kwam. Professor Borkent uit Delft was daarbij betrokken. Deze vroeg aan de voormalige monnik, of hij terug wilde naar Spanje om daar als evangelist te gaan werken. Dat was nogal wat. Wat zou hem in Spanje wachten? Maar de Heere wees hem de weg. En zo kwam Munoz na een aantal jaren terug in Spanje. In Madrid kwam hij in een school terecht, waar hij en zijn vrouw in de kelder een onderkomen vonden. In die jaren was er nog vervolging. Alles wat gedaan werd voor de Spaanse Evangelische Zending moest clandestien gebeuren. De mensen bijeen laten komen en preken was verboden. Anders was het met het uitdelen van 'folders' en persoonlijke gesprekken. Dat werd toegestaan, maar wel moesten de traktaatjes, brochures, evangeliegedeelten en dergelijke 'ondergronds' (in de Staatsdrukkerij!) worden gedrukt.

Het uitdelen van traktaatjes was trouwens niet zonder gevaar. Toen mevrouw Munoz eens deze blaadjes uitdeelde, werd ze door de politie opgepakt!

Met hulp van Nederland werd zo het werk in Spanje begonnen. Jarenlang heeft het echtpaar Munoz gewerkt vanuit Madrid. In deze jaren kwam er ook weer enig contact met de ouders van Munoz. Zij zagen wel in, dat die protestanten toch niet zo'n goddeloos leven leidden, als hen altijd was voorgespiegeld!

Na 1960 kwam er toch wat meer vrijheid van godsdienst. De Bijbel, die al 390 jaar eerder vertaald was in het Spaans en al die jaren een verboden Boek was geweest, kwam nu voor het eerst openlijk in de etalage van een Amerikaanse winkel te liggen. Officieel hoefde men dus geen vervolging meer te duchten. Maar het achterstellen, het discrimineren van de protestanten bleef bestaan. En op de kerkgebouwen van de protestanten werden nog regelmatig kreten als 'smerige ketters' geschreven.

Maar ook in de moderne Spaanse samenleving van vandaag is de discriminatie van protestanten nog niet voorbij. Hoewel in de Spaanse grondwet de vrijheid van godsdienst gewaarborgd wordt, blijkt dat in de praktijk slechts 'letters op papier' te zijn. Nog steeds worden protestanten doodgezwegen en is de keuze tussen een roomse of een protestantse sollicitant niet moeilijk. Omdat het roomskatholicisme staatsgodsdienst is, is er op financieel gebied ook groot onderscheid. Een voorbeeld daarvan is het betalen van onroerend goedbelasting voor de kerkgebouwen. Dat geldt alleen voor de protestanten! Zij worden namelijk onder de categorie 'ondernemingen' geschaard. Het bijeenbrengen van dit geld, samen met alles wat daarnaast nog bijvoorbeeld aan traktementen betaald moet worden, vergt veel van de Spaanse protestanten.

 

Vrouwenverenigingen

Over het werk van de heer Munoz bij de Spaanse Evangelische Zending zou natuurlijk nog heel wat te schrijven zijn. Mijn aandacht gaat echter uit naar de protestantse vrouwen in Spanje. Kennen zij daar ook iets van een verenigingsleven?

Ja, knikt mevrouw Munoz en ze vertelt over de vrouwenverenigingen die er zijn. Bij vrijwel elke protestantse gemeente is wel een vrouwenvereniging actief. De gemeenten zijn over 't algemeen niet groot. In de stad kan het ledenaantal ongeveer tweehonderd à driehonderd zijn. In de dorpen is het vaak niet meer dan twintig tot vijftig. De vrouwenverenigingen zijn dan ook maar klein. Mevrouw Munoz woont in Madrid en daar komt men elke donderdagmiddag bij elkaar. Er wordt - net als bij ons - uit de Bijbel gelezen, gezongen, een korte meditatie gehouden, voorgelezen en gehandwerkt! Er wordt veel aan sociaal werk gedaan. Éénmaal per jaar houdt men een verkoping en het geld gaat naar bejaarden, weeskinderen, werklozen en anderen die in armoede moeten leven. De vrouwen verzamelen ook kleding, die óf uitgedeeld óf verkocht wordt.

Een soort bondsdag kennen de protestantse vrouwen in Spanje ook. Daarin is wel een groot verschil. Uit alle delen van Spanje en zelfs uit Portugal komen de vrouwen naar een oord iets ten noorden van de hoofdstad Madrid. Spanje is een groot land en het zijn dan ook verre reizen die men moet maken. Zo'n bijeenkomst duurt dan ook enkele dagen lang. Er is tijd voor ontmoeten van elkaar, maar net zoals wij dat kennen, worden ook de Spaanse vrouwen onderwezen en toegerust door middel van verschillende onderwerpen waarin Gods Woord centraal staat. Voor de Spaanse vrouwen, die lang niet zo'n godsdienstvrijheid kennen als wij in Nederland, zijn zulke dagen - alleen al tot ondersteuning van elkaar - onmisbaar.

De tijd is inmiddels omgevlogen. Ik wil meneer Munoz Maillo en mevrouw Concepcion Hermandez Polo de Munoz dan ook van harte bedanken en ook voor de toekomst Gods zegen toewensen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 2001

Daniel | 32 Pagina's

In gesprek met een Spaanse evangelist

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 2001

Daniel | 32 Pagina's