Er zijn voor de ander, maar...
Vraaggesprek met ds. A. Schreuder
In de serie gemeente-zijn dit keer een vraaggesprek met ds. A. Schreuder over ziekte en psychische nood in de gemeente. Ds. Schreuder heeft, eerst als arts en nu als predikant, veel ervaring opgedaan in het omgaan met deze problematiek. Op dit moment is hij predikant in Rijssen. Een grote gemeente, waar ziekte en psychische noden ook geen onbekend verschijnsel zijn. We spraken over hoe wij, ambtsdragers en gemeenteleden, in het algemeen omgaan met deze zaken. Is dat zoals het zou moeten zijn en waar lopen we tegenaan?
Ziekte en psychische nood gaan geen enkele gemeente voorbij. In dat opzicht is er heel veel leed. Leed dat als het goed is door de hele gemeente (mee-)gedragen wordt. Dat kan echter alleen als die nood ook voorgelegd wordt. Dat gebeurt meestal in de voorbede.
"Een lichamelijke ziekte wordt snel bekend via de voorbede; het centrale punt binnen de gemeente. In het ambtelijke gebed wordt het openbaar gemaakt en in de gemeente neergelegd. Je draagt de zieke(n) samen op en geeft het de gemeente mee als gezamenlijke last. Deze zieken noem je met naam en toenaam."
Bij psychische nood ligt dat anders. Een opname of ontslag is een herkenbaar punt dat genoemd kan worden in het gebed. Niet alle nood wordt echter bekend. Het is moeilijk om dat juist te verwoorden in het ambtelijke gebed. "Niet iedereen stelt het op prijs dat zijn noden bekend worden. Je hebt dan te maken met iemands privacy. Aan de andere kant wil men ook niet vergeten worden. Dat geeft wel eens een spanningsveld. Waar ligt het juiste evenwicht? Helaas wordt er hierdoor in het verborgen heel wat geleden."
Nieuwsgierig
Ds. Schreuder is niet onverdeeld positief over de houding van gemeenteleden ten opzichte van hun zieke gemeenteleden.
"Ik vraag me af hoeveel gemeenteleden er zijn die daadwerkelijk de noden die 's zondags genoemd zijn meenemen in hun eigen gebed. Mensen zijn over het algemeen helaas meer nieuwsgierig dan meelevend. Er wordt bovendien vaak zodanig gepraat dat je het gevoel krijgt dat je met halve dokters te maken hebt. We realiseren ons te weinig dat zieken niet zitten te wachten op andermans verhalen. We hebben allemaal de neiging onze eigen ervaringen te vertellen en adviezen te geven. We luisteren slecht en interpreteren snel. Daar heeft een patiënt echter niets aan. Je helpt hem er niet mee. Het gevolg is dat de betrokkene onrustig, moe of zelfs gedeprimeerd raakt. Op deze manier kan belangstelling met name voor mensen in psychische nood een belasting zijn. Hoe goed het allemaal ook bedoeld is."
Gelukkig heeft ds. Schreuder ook positieve ervaringen.
"Het doet weldadig aan als je merkt dat mensen dingen uit de zondagse voorbede meenemen. Of als er mensen zijn die stilletjes en in alle eenvoudigheid nog eens bij anderen binnenlopen. Die er zijn voor een ander. We zouden ons dat veel meer eigen moeten maken."
Kaartje
Er ligt een taak voor de gemeente wat betreft het tonen van meeleven en belangstelling. Vaak weten we echter niet hoe we dat aan moeten pakken.
"Een kaartje sturen naar een zieke doet al goed. Het geeft aan dat je aan iemand denkt. We vinden het misschien moeilijk om iets te schrijven. Schrijf dat dan maar op. Veel mensen laten zich weerhouden, omdat ze niet weten wat ze moeten schrijven of omdat ze denken dat ze er een tekst of diep geestelijke dingen op moeten zetten. Doe maar gewoon de hartelijke groeten. Het gaat immers om het gebaar.
Vooral het er zijn voor die ander vind ik belangrijk om deze mensen te ondersteunen. Het dragen van eikaars lasten door mee te leven en je te verplaatsen in de problemen. Hierdoor kunnen we de persoon die deze nood heeft tot een hand en een voet zijn. Het gesprek zie ik hierbij als erg belangrijk; zowel door professionele hulpverleners als door familie en vrienden. Daarnaast weten we dat wij mogen bidden en alles mogen begeren voor de zieke in Zijn Naam.
Een jongere
Van twee kanten
Ook het rond de feestdagen brengen van een 'bakje' bij ouderen of chronisch zieken, meestal door jongeren, vindt ds. Schreuder een goede gewoonte. Het gaat om het feit dat je deze mensen even bezoekt. Hij pleit ervoor dit soort bezoeken een vast patroon te geven, omdat er op die manier meer gerichtheid komt. Toch ziet hij hierin ook een nadeel.
"Je komt bij mensen in nood en je wilt laten voelen dat je er bent. Als je dat gaat organiseren kan het een opgelegd iets worden. Bezoeker en bezochte gaan het dan als een belasting ervaren. Het is in theorie heel mooi, maar het is toch moeilijk gestalte te geven. Vaak blijft het bij één bezoekje. Om dat een vervolg te kunnen geven, moet er iets zijn van twee kanten. Dat gebeurt meestal niet."
Aardige zieke
De reden hiervoor ligt volgens ds. Schreuder onder andere in de eerdere ervaringen die met name chronisch zieken hebben opgedaan.
"Het is al vaker gebeurd dat mensen op bezoek kwamen, min of meer lieten merken dat vaker te willen doen en het vervolgens daarbij lieten. De zieke gelooft een volgend goedbedoelend gemeentelid dan niet meer zo snel. Het moet eerst maar eens blijken. Zo'n houding kan afschrikken. Je wilt je graag inzetten, maar krijgt geen positieve reactie. Juist dan zou je eigenlijk door moeten zetten. Voor een predikant is het wel eens lastig. Je merkt namelijk dat aardige en innemende mensen vaker bezoek krijgen dan mensen die een wat afwerender houding hebben.
Beloning
Het bezoeken van zieken en mensen in psychische nood vergelijkt de predikant met de bekende 'beker koud water' en de woorden uit Mattheüs 25: Voor zoveel gij dit een van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.
"De mens is helaas vaak zo activistisch bezig. We menen iets goeds te moeten doen. Een soort goede-werken-gedachte. Ook bij een ziekenbezoek is vaak de heimelijke ondertoon aanwezig van waardering te willen oogsten. Het gaat er echter om dat je die dingen niet doet om mensen, maar in het besef dat je het doet onder het oog van de Alwetende. Dan heb je geen waardering van mensen meer nodig. Deze dingen moet je biddend doen; dan word je veel onafhankelijker van mensen."
Luisteren
Zoals reeds gezegd, is het bezoeken van zieken en mensen in psychische nood niet altijd even makkelijk. Wat moet je zeggen en kun je eigenlijk wel helpen als je zelf niet meegemaakt hebt wat de ander meemaakt? Als buitenstaander heb je vaak zo makkelijk praten. Toch kun je altijd een stuk hulp betekenen.
"Het feit dat mensen hun verhaal kwijt kunnen, voor zover ze dat zelf willen, en de ander deelgenoot van iets kunnen maken, is al heel belangrijk. Heel veel nood ontstaat doordat veel mensen meer willen dan alleen maar luisteren. Daarmee kun je de ander het gevoel geven dat je er inderdaad niets van begrepen hebt. Met name in geval van psychische nood zullen er onopgeloste problemen blijven. Daar moet men toch mee verder. Het is vreselijk als iedereen dan steeds opnieuw probeert oplossingen te geven. Luisteren kan ervoor zorgen dat het een plek krijgt en men toch verder kan, ook ai is er geen daadwerkelijke oplossing."
Hulpverlener?
Het gevaar is groot dat we onszelf opwerpen als hulpverlener. Dat gebeurt als we verder gaan dan alleen luisteren. Om écht hulpverlener te kunnen zijn, moeten we echter goed op de hoogte zijn van wat er precies aan de hand is. Daarnaast is kennis van zaken heel belangrijk.
"Het is een moeilijk punt. Je hoeft je er niet door te laten weerhouden iemand op te zoeken, als je maar niet het gevoel hebt hulpverlener te moeten zijn. Wanneer je merkt dat het je eigen mogelijkheden te buiten gaat, moet je er anderen bijhalen. Vaak moet er dan professionele hulp komen. Vooral bij mensen in psychische nood kan het gebeuren dat ze heel claimend zijn naar anderen. Ze kunnen je het gevoel geven dat jij de enige bent die ze echt helpt. Dit streelt ons gevoel van eigenwaarde en wordt zo een valkuil waar velen instappen. Besef dat jij niet kunt helen. De Heere kan wel helen. Soms wil Hij daar mensen voor gebruiken."
Waarom?
De manier waarop de Heere helpt, is vaak een andere dan wij dachten of zouden wensen. Dat kan veel vragen oproepen. Maar wat antwoord je als een zieke de vraag van het waarom aan jou stelt? Niet zomaar van tafel vegen, is het advies. Wel voorkómen te beantwoorden en in te vullen. "Geef ruimte en laat die vraag maar komen. Er ligt meestal iets achter. Bovendien is het vaak zo dat men het antwoord helemaal niet van jou verwacht. Stel de vraag maar terug. Ook kan het al genoeg zijn als je zegt dat je het ook niet weet. Eigenlijk kan alleen de Heere dat uitleggen. Of Hij dat wil en doet weet ik niet."
Menselijk
De vraag naar het waarom is eigenlijk een uiting van ons opstandig zijn en boos zijn op God. Dat is in tegenspraak met wat we in de Bijbel lezen. Daarin wordt ons voorgehouden dat we ons kruis vrolijk dragen moeten in lijdzaamheid en geduld.
"Wijs hierin altijd de weg naar de Heere. Creëer vooral geen onnatuurlijke situaties. Je miskent de strijd in het leven als je zegt dat de waarom-vraag niet gesteld mag worden. Het is heel menselijk naar het waarom te vragen, omdat zulke vragen aan het mens-zijn na de val zijn verbonden. Geef daarom ruimte voor deze vragen zonder ze goed te praten of te vergoelijken. Probeer het zo te mogen ombuigen, dat mensen uiteindelijk toch bij de Heere terecht komen. Je hebt geen antwoord, maar er is dan toch een weg waardoor je met je vragen bij de Heere kunt blijven komen; wat je ook overkomt. Lees Psalm 10 maar. Daar staat: Gij ziet het immers, want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet Maar er staat ook nog wat achter: opdat men het in Uw hand geve. Dan houden alle vragen op en komt er een plek waar je met je zorgen en nood terecht kunt. Het belangrijkste in ons leven is dat we God overhouden in voor-en tegenspoed."
Gebed
De Bijbel spreekt ook over gemeente-zijn. Jacobus 5 is daar een bekend voorbeeld van. Jacobus schrijft over het gebed van de rechtvaardige dat veel vermag en het gebed des geloofs dat de zieke zal behouden.
"Jacobus laat duidelijk zien dat het gebed de kern is van het gemeente-zijn. Aandacht voor en bezoeken van 'lijdende' gemeenteleden is goed, maar daar mag het niet bij blijven. Het mag niet zo zijn dat we daardoor het uiteindelijke doel vergeten. Er staat niet voor niets dat het gebed van de rechtvaardige veel vermag. Als Jacobus schrijft dat op het gelovige gebed de zieke behouden zal worden, bedoelt hij dat er heel concreet verhoring of een wonder geschieden zal. In de tijd van de apostelen sprak en werkte de Heilige Geest echter nog veel directer, omdat de canon van de Bijbel nog niet afgesloten was. We moeten er daarom voor oppassen dat we Jacobus 5 zomaar overzetten naar onze tijd. Wij mogen en moeten onze zieken ook opdragen in het gebed, maar het ontbreekt ons vaak aan het licht van de Heilige Geest en aan geloof. Het ontbreekt ons aan licht over wat werkelijk nodig is. Ons gebed is met zonde bevlekt. Het kan best zijn dat wij helemaal niet om genezing mochten vragen. Het omgekeerde kan ook gebeuren. Het kan gelukkig ook nu nog gebeuren dat de Heere kennelijk laat blijken dat Hij in een situatie iets wil doen. Dat kan Hij de bidder voorafgaand aan het gebed opbinden. God wordt dan zodanig als de Almachtige aangelopen, dat je geloven mag dat het werkelijk zal gebeuren."
Het gebed voor anderen vind ik het belangrijkste. Juist als je de ander niet goed kent, kun je vooral bidden. Ik stuur zelf vaak een kaartje. Ik wens dan sterkte en schrijf dat ik voor hem/haar bid. Als ik iemand beter ken, bel ik of ga ik langs. Dit is natuurlijk wel moeilijker, omdat de confrontatie sterker is. Zinnen als: 'de tijd zal het leren' of 'kijk maar naar wat je nog wél hebt' probeer ik te vermijden. Het ligt denk ik wel aan de fase waar de (psychisch) zieke in verkeert of hij reacties aanneemt en positief opvat.
Een jongere
Ambtsdragers
Naast het gebed benadrukt Jacobus ook dat de zieke een predikant of ouderling moet laten roepen.
"Als gemeenteleden zich tot een ambtsdrager wenden, is dat om het ambt dat hij heeft en, als het goed is, bekleedt zoals de Heere dat vraagt. God regeert Zijn Kerk door de ambten en wil daarom aan de ambtelijke bediening Zijn zegen geven. Dat is de weg waarin Hij zegenen wil. Niet omdat de ambtsdrager bemiddelaar is, maar omdat God beloofd heeft zo Zijn Kerk te besturen. Er ligt een zware verplichting op hen. De andere kant is dat ze zo tot rijke zegen kunnen zijn."
Opdracht
De ambtsdrager draagt de zieke op in het ambtelijke gebed op zondag en legt het zo neer in het midden van de gemeente. Ook tijdens het 'zieken'bezoek kan een gebed gedaan worden. Dat is zeker een taak van de ambtsdrager.
"Je kunt er geweldig tegen opzien een gebed te moeten doen. Soms ben je echter blij dat je het kunt doen. Je moet vaak zeggen dat je niets kunt doen. Voor zowel ambtsdragers als gemeenteleden geldt, dat je komt als machteloze. Je kunt er zijn en daar houdt het mee op. Dat weerhoudt mensen er overigens vaak van op bezoek te gaan; vertel de zieke maar dat je je zo machteloos voelt! De waarde van een bezoek hangt niet af van het wel of niet doen van een gebed. Leg daar geen drempel. Spreken over geestelijke zaken is moeilijk. De opdracht de dingen in eeuwigheidslicht te zetten, ligt er echter wel. Dat hoeft niet met een groot verhaal. Je kunt het aan de orde stellen met vragen als: zou God hier wat mee te zeggen hebben? Of: nu u dit treft, kan ik me voorstellen dat uw gedachten verder gaan? Dat is heel erg open. Iemand kan er dan verder op ingaan als hij dat wil. Je geeft hints zonder dat je het gevoel hebt dat je het erg overdreven doet. Soms geeft zo'n opmerking vanzelf aanleiding tot een verder gesprek."
Levenswijsheid en vrijmoedigheid
Het valt niet altijd mee deze dingen op de juiste manier aan de orde te stellen. Zeker niet voor jongeren. Bovendien denken we snel dat we maar beter niet over geestelijke dingen kunnen spreken, want 'ik ken het zelf niet eens'.
"Niet iedereen doet het even makkelijk. Het vraagt levenswijsheid en vrijmoedigheid, maar de eis ligt bij iedereen. Bekeerd of onbekeerd. Leeftijd kan hierin een drempel zijn. Vrijmoedigheid houdt in dat je probeert over de dingen van de Heere te spreken. Verwar dat niet met 'zonodig willen getuigen'. Denk vanuit de ander, dan is er de meeste kans op een goed gesprek."
"Omgaan met anderen leer je eigenlijk nooit. We moeten er zijn, maar de Heere moet alles doen. We mógen er ook zijn met onze gebreken, onze jeugd, enzovoort. Als we er maar zijn voor de ander en ruimte laten voor de Heere."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 april 2001
Daniel | 32 Pagina's