Het familiefeest
Vervolgverhaal deel 3, slot
Vier auto's rijden de oprijlaan van de boerderij op.
"Joepie, we zijn er! Kijk, de huifkar staat al klaar!"
Even later is het bij de boerderij een gekakel van kinderstemmen. De boer komt al snel naar buiten.
"Kijk, daar hebben we zeker de familie Van Rijn? Fijn dat jullie er zijn. En jullie treffen het wel met het weer, hoor."
Daar heeft de boer gelijk in. Want na een paar dagen regen is het nu droog. En er komt zelfs af en toe een zonnetje tussen de wolken door.
"Kijk", zegt de boer, "daar staat de huifkar al klaar. Sjors en Bobbie gaan jullie trekken. Stap maar in. Aan de achterkant is een trapje."
Dat hoeft de boer geen twee keer te zeggen. De kinderen klauteren het trapje al op en kiezen een plekje. Aan de zijkanten van de kar zijn banken. Willeke past met Maaike en Gerda nog precies op de bok, naast de voerman.
"Heeft iedereen een plekje gevonden? Daar gaat 'ie dan", roept de boer over zijn schouder.
Je hoort het hoefgetrappel en de kar komt in beweging. Eerst gaan ze nog een stukje over de gewone weg. Maar al snel hoor je geen hoefgetrappel meer. Ze zijn een bospad opgegaan. Nu hoor je alleen nog maar een beetje gestamp en gesop. De grond in het bos is nog flink modderig van al die regen. Maar de twee paarden, Sjors en Bobbie, zijn sterk. Ze trekken de kar met gemak door die modderplassen heen. Willeke kijkt eens even hoe diep de plassen soms zijn. Af en toe verdwijnen de benen van de paarden een heel eind in het water.
"Brrr", denkt Willeke, "Het lijkt me helemaal niet leuk om paard te zijn."
Soms moet Anne bijna huilen. Dan hangt de kar zo scheef dat ze bijna van het bankje af rolt. Ineens hangt de kar weer schuin, maar nu wel heel erg schuin. En hij komt bijna niet meer vooruit, ledereen houdt op met praten, 't Wordt stil, angstig stil. En dan komt de kar ook nog stil te staan. Willeke grijpt zich met twee handen vast aan de bank. Ze kijkt met grote ogen naar de paarden.
Die staan nu wel erg diep in het water. Straks valt de kar nog om. Of zij valt eraf, midden in het water. Nee, dit is niet leuk meer. Anne begint nu echt te huilen.
"Ik wil uit, ik wil uit!" roept ze.
Maar de boer is nog niet zo geschrokken.
"Het gaat even niet helemaal goed, maar 't kómt wel weer goed hoor", zegt hij rustig. "Misschien kunnen een paar volwassenen uitstappen en een beetje meeduwen?"
Opa ziet dat wel zitten. En natuurlijk helpen de ooms ook mee. Willeke ziet hoe de boer de paarden een zweepslag geeft.
"Vort, vooruit!" roept hij. En... ja hoor, heel langzaam komt de kar weer in beweging. Daar gaat hij, dwars door de diepe plas heen. Eerst komen de paarden weer uit het water en dan ook de kar. 't Komt allemaal weer goed. Daar had de boer toch gelijk in. Na vijf minuten is iedereen de schrik weer vergeten en wordt er weer druk gepraat. Onderweg stoppen ze ook nog een poosje bij een speeltuin. Maar dan komt het einde van de tocht weer in zicht.
"Jammer", zegt Gerda, "'t Was juist zo leuk."
"Maar ook wel een beetje eng", vindt Maaike.
Als Willeke en Jaklien 's avonds weer lekker in hun stapelbed liggen, fluistert Willeke zacht: "Jammer hè, dat leuke dingen zo snel voorbij gaan."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 april 2001
Daniel | 32 Pagina's