Psalm 1
Welzalig is de man, die in de raad
van 't godloos volk niet wandelt, en niet staat
op wegen van de zondaars, zo vermeten
noch op de stoel der spotters is gezeten,
maar heefr alleen lust in des HEEREN wet,
waarop hij dag en nacht nauwkeurig let.
Want hij zal zijn gelijk een boom, geplant
met diepe wortels, aan de waterkant,
die op zijn tijd met vruchten is beladen,
en nimmermeer ontvallen hem zijn bladen;
en al het werk, waar hij de hand naar strekt,
wordt met geluk en zegen overdekt.
Zo loopt het met het godloos volk niet af;
zij zijn gelijk onnut en ijdel kaf,
der winden spel, die 't heen en weder drijven;
zij kunnen niet in 't oordeel staande blijven.
De goddelozen blijven niet gespaard,
waar het rechtvaardig volk bijeenvergaart.
Want God is toch der vromen weg bekend,
daar Hij Zijn oog genadig tot hen wendt.
Maar 't godloos volk, wier kromme, slinkse wegen
Hem tegenstaan, die is Hij nooit genegen;
hun einde komt reeds na een korte stond,
met schand' en spot verderven z' in de grond.
herdicht met gebruikmaking van de berijming van Marnix van St. Aldegonde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 2001
Daniel | 31 Pagina's