Meer dan brood, bad, bed
Asielzoekers in de gemeente
In zijn eigen land, Burundi, keek hij de dood in de ogen. Nog even en de soldaten van het regeringsleger zouden hem gegrepen en vermoord hebben. Nu hij met vrouw en kinderen in Nederland asiel heeft gekregen, bezoekt hij 's zondags trouw de kerkdiensten van de Gereformeerde Gemeente te Leiderdorp. Aloys Nduwimana (38): "De mensen hier zijn vriendelijk en gastvrij; het Evangelie is hetzelfde als in Afrika."
Asielzoekers: wekelijks, bijna dagelijks, duikt het woord op in de kranten. 81.400 vangt het Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) er momenteel op. Irakezen, Somaliërs, Bosniërs, Afghanen, Armeniërs en zo nog enkele tientallen nationaliteiten. Mensen die blij zijn oorlogsgeweld, vervolging of bittere armoede te zijn ontvlucht. Mensen die zich in Nederland min of meer veilig, maar wel ontheemd, onzeker en geïsoleerd voelen.
Kerken trekken zich soms het lot van deze mensen aan. Zo ook de Gereformeerde Gemeenten. In plaatsen als Middelburg, Krimpen aan den IJssel en Kampen is een deel van de gemeente zeer actief om asielzoekers, die niet zelden een christelijke achtergrond hebben, bij het gemeenteleven te betrekken. Zo heeft men in Kampen koptelefoons aangeschaft, zodat de kerkdiensten zonder hinder voor andere kerkgangers vertaald kunnen worden. Maar ook in Leiderdorp is veel op touw gezet.
Contacten
"In de Gereformeerde Gemeente van Leiderdorp legde mijn zoon Dirk Jan zes jaar geleden voor het eerst contacten met asielzoekers", vertelt ir. A. van den Heuvel. Van den Heuvel, door zijn vroegere baan bij Billiton nogal internationaal georiënteerd, is sindsdien intensief betrokken bij de kerkelijke opvang van asielzoekers in zijn gemeente. "Het Opvang Centrum (OC) lag aanvankelijk aan de Van der Madeweg, niet ver van ons kerkgebouw. Wij zagen het als onze taak contact te leggen met asielzoekers. Sommige van hen bezochten daarna onze kerkdiensten. Enkele mensen uit de gemeente hebben zich toen over hen ontfermd. Dat werk is sindsdien uitgegroeid, zodat we nu meerdere activiteiten voor vluchtelingen hebben."
Asielzoekers kunnen in Leiderdorp in de eerste plaats de zondagse kerkdiensten bezoeken. Gemiddeld bezoeken vijf tot tien van hen de morgendienst. Via een rooster neemt een aantal vertalers beurtelings de vertaling op zich. Met behulp van kleine notitiebriefjes die zij tijdens de dienst aan de anderstaligen doorgeven, kunnen de gasten in het Engels of in het Frans kennis nemen van de hoofdinhoud van de preek.
Thee schenken
"Al snel kwamen we tot de conclusie dat daarnaast aparte bijeenkomsten voor asielzoekers wenselijk waren", vertelt Van den Heuvel. "Zo zijn we ermee begonnen één keer in de maand na de zondagmorgendienst thee en koffie te schenken voor allochtonen. Onlangs is dat voor de 59ste keer gebeurd."
Eerder al werd één keer in de maand, op zaterdagavond, in het verenigingsgebouw, gebouw 'Irene', een bijzondere bijeenkomst voor vreemdelingen gehouden. Gewoonlijk houdt ouderling Schouls dan een meditatie. Die kan, desgewenst, behalve in Engels of Frans ook in het Portugees, of zelfs in Arabisch, Pharsi of Urdu worden vertaald. Na de meditatie kunnen vragen worden gesteld. Ook worden er in meerdere talen psalmen en geestelijke liederen gezongen. Het bezoekersaantal wisselt tussen de tien en twintig.
Uit Haarlem brengt Jan Koole regelmatig enkele asielzoekers naar de bijeenkomsten in Leiderdorp. Tenslotte is er eens in de veertien dagen een Bijbelkring voor vluchtelingen en volgt een vijftal jongeren een aangepaste catechisatie.
Trouwe bezoekers van de kerkdiensten en Bijbelkringen zijn Aloys Nduwimana en zijn 30-jarige vrouw Anita. "Je kunt ook in het asielzoekerscentrum in je Bijbel lezen en bidden, maar je mist dan het contact met mede-christenen", zegt Anita. "In de Gereformeerde Gemeente van Leiderdorp vinden we dat contact. De mensen die we daar ontmoeten, spreken dezelfde 'taal' als wij, namelijk die van de Bijbel. We voelen ons daar als vrienden opgenomen."
Terreur
Anita en haar echtgenoot hebben in Afrika veel meegemaakt. Aloys, die in Burundi bij de belastingdienst werkte, heeft er zwaar geleden onder het oorlogsgeweld. Al zijn broers kwamen erdoor om het leven. "Probleem was in Burundi niet dat wij christen waren. Negentig procent van de bevolking is christen. Probleem was wel of je tot de Hutu's of Tutsi's behoorde. De Tutsi's zijn in ons land aan de macht en oefenen een terreur uit op alle anderen. Op zeker moment kamden de militairen het huizenblok uit waarin ik woonde. In de huizen naast mij hoorde ik de mensen krijsen van doodsangst. Nog even en dan ben ik aan de beurt, dacht ik. Trillend over mijn hele lijf bad ik tot God om verlossing en deed Hem beloften. Op wonderlijke wijze zijn de soldaten toen mijn huis niet binnengekomen. Dat was voor mijn geloof een heel bijzonder moment. Ik was al christen, maar toen werd ik het, meen ik, écht."
Oorlog en terreur deden Aloys en zijn vrouw Anita naar Congo vluchten. En van Congo naarZuid-Afrika. Maar ook daar waren ze niet veilig. Aloys: "De conflicten in Burundi werken ook door naar Hutu's en Tutsi's in het buitenland. Het regiem is zo bang, dat het ook in andere landen vermeende tegenstanders bedreigt en ombrengt. Overal heeft onze regering zijn agenten. Maar als God ons beschermt, zijn we ook overal veilig."
Verschillen
Aloys, die in Afrika gekerkt heeft bij gereformeerden, baptisten en pinksterkerken, ziet in de vormgeving van het geloof allerlei verschillen met Nederland. "Hier worden alleen psalmen gezongen. De gemeenteleden hebben een minder actieve rol in de eredienst. Hier kent men niet het verschijnsel dat mensen tijdens of na de dienst naar voren komen om in het openbaar hun zonden te belijden. Maar de inhoud van de preek en van het Evangelie is hetzelfde", vindt de Afrikaan.
"De Bijbel laat ons in talloze getuigenissen zien hoe zondig we zijn, maar ook hoe we gered kunnen worden. Als het goed is, laat de prediker vanuit de Bijbel zien waar in ons leven de zonden liggen, maar ook wat het leven als een christen inhoudt."
Op vergelijkbare wijze kijkt Jude, een twintigjarige asielzoeker uit Soedan, er tegenaan. Jude is ruim twee jaar in Nederland. Hij spreekt onze taal uitstekend, leest regelmatig Daniël en woont alle diensten van de Gereformeerde Gemeente in Leiderdorp bij. Ook volgt hij de bijzondere catechisatie van ouderling Vergunst voor een groepje van vijf jonge asielzoekers. Jude: "In de vorm zijn er veel verschillen. Bij ons bidt iedereen hardop mee in de bijeenkomsten. Hier gebeurt dat niet. Wij hebben ook geen mooie kerkgebouwen. In Soedan zijn christenen een kleine minderheid, die veel te lijden hebben van de moslims en van de regering. Vaak kwamen we bij elkaar onder een grote, parasol-achtige boom, in de hoop dat de helikopters van het regeringsleger ons niet zouden ontdekken."
Slaven
De bevolking van Soedan telt hoogstens tien procent christenen. Zij wonen vooral in het zuiden van het land. De vervolging door de moslim-meerderheid is afschuwelijk. Jude: "Hele dorpen worden soms geplunderd, uitgemoord, verbrand. De schapen meegenomen. Jonge christenkinderen worden in Soedan als slaven verhandeld en een gedwongen islamitische opvoeding gegeven. De honger is in Zuid-Soedan vaak sterk. Christenen blijven alleen in leven door hulp van de zending van en voedselaanvoer uit Europa en Amerika."
De Soedanese christenen bestaan uit rooms-katholieken en protestanten, die daar nauw met elkaar optrekken. "We hebben elkaar in dat land nodig. Het belangrijkste is of we deel hebben aan het geloof in God, door Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus."
Zelf is Jude van huis-uit rooms-katholiek. Zijn vader, met wie hij al lang geen contact meer heeft en van wie hij niet weet of hij nog leeft, was in Soedan Bijbel-leraar, catecheet. Jude heeft daardoor, en door de catechisaties die hij volgt bij ouderling Vergunst, een grote Bijbelkennis. Verder leest hij graag de Bijbelverhalen voor kinderen, geschreven door ds. Meeuse en bezoekt hij de trouw de Bijbelkring.
Aanvechtingen
Op die kring behandelde men vorig jaar een lesboek van zendeling Commelin, vertelt Niels van Nieuw Amerongen, samen met Dirk Jan van den Heuvel leider van de kring. "Momenteel bespreken we een aantal psalmen. Die hebben een diepe betekenis. De aanvechtingen en bestrijdingen van de psalmdichters en hun blijdschap na verlossing, geven bij vluchtelingen in het algemeen gesproken veel herkenning en dat kan aanleiding tot een geestelijk gesprek geven."
Voor elke Bijbelkring worden de asielzoekers in het centrum opgehaald. Dat is een hele klus, is de ervaring van Niels. "Je moet de mensen vanuit het hele gebouw optrommelen. Sommigen moeten eerst toestemming krijgen het gebouw te verlaten. De mensen die je zoekt, zijn niet altijd aanwezig en het is niet altijd bekend waar ze uithangen. Tijdsplanning is voor Afrikanen minder strikt dan voor ons en ze gaan losser om met afspraken. Daardoor wisselt het aantal bezoekers van de Bijbelkring sterk en is het niet zo gemakkelijk er een lijn in aan te brengen. Daar komt nog bij dat er veel verloop is, doordat asielzoekers soms naar andere dorpen of steden worden overgeplaatst."
"Het werk onder asielzoekers drijft op persoonlijk contact", weet ook Dirk Jan van den Heuvel. "Je kunt er niet vanuit gaan dat ze de kerktijden na een paar keer wel weten en geheel uit zichzelf blijven komen. Je moet ze blijven opzoeken." Zijn vader, Van den Heuvel sr., doet dat dan ook met grote regelmaat. "Elke week ga ik bij alle gasten die wij kennen één keer langs. Als ik ze tenminste kan vinden."
Brood, bad, bed
Nederland biedt asielzoekers de meest primaire zaken: brood, bad en bed, stelt Van den Heuvel vast. "De opvang in Nederland is humaan, maar sober. Maar de mens zal bij brood alleen niet leven, leert ons de Bijbel. Wij hebben de opdracht barmhartig, herbergzaam en mededeelzaam te zijn en het Evangelie te verkondigen aan alle creaturen. Aan die opdracht proberen we in Leiderdorp, in alle gebrek, gestalte te geven."
Aloys: "Onze vrienden hebben ons als broeders opgenomen. Ze hebben ons sterk gemotiveerd om aan de activiteiten van de gemeente deel te nemen. Ze keken er niet naar of we blank of zwart waren, uit Afrika, Azië of Europa kwamen."
Jude, die in zijn wijk het RD bezorgt en ook daardoor regelmatig mensen uit de gemeente ontmoet: "Zij brachten en brengen het Woord van de Heere Jezus in praktijk: Ik was hongerig en gij hebt Mij te eten gegeven, naakt en gij hebt Mij gekleed."
Dirk Jan: "Maar we moeten wel bescheiden blijven. Ons werk is gebrekkig, in kwaliteit en kwantiteit. Uit het feit dat persoonlijke contacten zo belangrijk zijn, volgt ook dat we wellicht twee keer zoveel gasten zouden kunnen hebben, als we meer mankracht hadden. Er is hier - en in andere gemeenten - nog veel werk te doen. We hopen en bidden dat het gezegend mag worden en gebruikt tot uitbreiding van Gods Koninkrijk."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 2001
Daniel | 31 Pagina's