Schuldoffer
Meditatie
Als Zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien. Jesaja 53: 10m
Middenin onze tekst - het hart van het Oudtestamentische Evangelie - staat: schuldoffer. Christus! Zó moet elke preek zijn: christocentrisch! Jezus Christus en Dien gekruisigd. Zijn offer is in zijn waarde overvloedig genoegzaam voor de zonden van de hele wereld, aan wie dit ook verkondigd moet worden. En wee, wie aan dit Offer voorbijgaat in de vervulling van het profetisch woord: de Man van smarten niet aanschouwd!
Eenzijdig als de prediking niet méér inhield. Want, ach, voor wie is Zijn door zwellingen en bloed verdorven gelaat toch heerlijk? En voor wie is Zijn naakte, zieltogende gedaante wel begeerlijk? Op de school van Gods Geest leert men de woorden spellen uit het Boek der boeken: offerschuld, offerram, offerbloed (Leviticus 4 - 7).
Offerschuld duidt hier op (ondermeer) schadeberokkening aan God, zoals het verzuim om tienden te geven van de oogst, ter onderhouding van de levieten en hun godgewijde dienst. Zie, de priester mist iemands gave. De schuldbrief komt thuis. Ontdekt: Gods recht verkort! Het eist voldoening en twintig procent extra als preventieve boete. Ja méér: de overtreder moet een volkomen ram ten schuldoffer brengen voor 's Heeren aangezicht ter verzoening, zonder mogelijkheid van vermindering en uitstel.
Ben jij al ontdekt aan nalatigheid in het geven wat God in Zijn dienst toekomt? De collectezak... En dieper, in èlke wetsovertreding! Het is vrucht uit onze val, waar dit begon. Gevoelen we het in het diepst van onze ziel: Gods rechten vertreden? Dat doet uitroepen: ik ben bekommerd vanwege mijn zonde! In die weg wordt een zoeken naar een Offer, een Borg voor de schuld geboren.
Daar zien we de schuldige Israëliet gaan naar de tempel met het volkomen offerram uit eigen kudde. Wondere betaalmogelijkheid, door de priester - in de ambtelijke handhaving van Gods recht - goedgekeurd. Als uit de mond des Heeren aangewezen: een plaatsvervangend, gepast offer - nu als Gods gave! - om de welverdiende straf te ontgaan! Hoor, onontkoombaar: de overtreder doet schuldbelijdenis, beschaamd, gewillig en oprecht. Daarna legt hij zijn geestelijk bevuilde hand op de ramskop, bij wijze van schuldoverdracht: als in gemeenschap, ja één met het offer. Op dit onschuldig offerbeest legt dit doemwaardig mensenkind zijn zondelast. Zie hem leunen op het dier. Alleen daarop kan deze schuldenaar steunen, als hij voor God in Sion moet verschijnen.
Voor de ziel van de waar ontdekte Jood schonken deze riten rijke troost. En nog altijd: wat ligt er een zoete vertroosting in de ziel, het Offer Gods gevonden te hebben en door geloofshand Zijn gemeenschap te ervaren. Hoe kan het de verslagen ziel verwonderen, als ze wordt ingeleid in de gepastheid van het grote Schuldoffer Christus. Daaraan paart zich een meerdere kennis van Gods recht! Een openstaand recht moet bevredigd zijn. Het bezit, waarop de zondaar steunt, moet hij verliezen! Alleen Jezus' betalende dood kan de schuld verzoenen. Wat kan men op Zijn volkomen Borgtocht zien, in hope. Maar welk een vrees de toepassing van het bloed nog te missen. Zien is nog geen hebben. Gevoelen we de separatie, hoe onderscheiden dit ligt?
Daarom de vraag: is die oprechte Jood daar bij die ram nu ook verzoend? Nee: zonder bloedstorting geen vergeving! Hij kan de ram niet achterlaten en denken: het zal wel goedkomen. Hij moet van het offerbloed getuige zijn, wil hij zekerheid hebben. En zonder ontslag van de schuld - bij monde van de priester in Gods Naam - kan hij niet naar huis en vrede hebben. Zó kan hij niet sterven. Aan Gods gerechtigheid moet genoeg geschieden. De ram moest voor hem plaatsvervangend de dood in. Het slachtmes van de priester flikkert. Een stroom bloed vloeit, opgevangen in een bekken om straks gesprengd te worden. In de slachting verkrijgt Gods recht zijn loop. Voldoening: het dier voor de schuldige, die alleen zó vrij verklaard wordt.
Zie, daar gaat de waar gelovige zondaar verzoend heen, in vrede naar zijn huis, gelovig ziende op het komende Offer op Golgotha. Zo is het nog, als de Heere doortrekt. O, hoe arm is de ziel in zichzelf, in het gemis van het offerbloed. Gods recht snijdt de zondaar het leven af buiten het volkomen Schuldoffer, dat op Goede Vrijdag uitriep: 'Het is volbracht!' Om dan bij het zien van de opgestane Levensvorst op Pasen de rechterlijke vrijspraak te horen weerklinken in de ziel: Ik heb verzoening gevonden; Ik, Ik delg uw overtredingen uit om Mijnentwil. Dan wordt in volle verzekering verstaan: Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. O, wondere liefde (Johannes 3: 16)!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 maart 2001
Daniel | 31 Pagina's