JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De twee zonen (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De twee zonen (3)

Bijbelstudie

5 minuten leestijd

Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet... Mattheüs 21: 29a

Vorige keer hebben we gezien dat het bevel van de vader wijst op de prediking van Johannes de Doper. De Heere eist onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de roepstem van het Evangelie. Veel mensen hebben hier moeite mee. Je kunt jezelf toch niet bekeren? En... wordt de mens zo niet zelf aan het werk gezet? En ondertussen wordt de roepstem naast zich neergelegd. In plaats van te zeggen ik wil niet zeggen we gewoon (?) ik kan niet. Anderen vinden het eigenlijk ook best nog wel onrechtvaardig en oneerlijk dat God iets van ons vraagt dat we toch niet kunnen volbrengen. Onwillekeurig denk ik nu aan onze Heidelbergse Catechismus, vraag en antwoord 9 Doet dan God den mens niet onrecht, dat Hij in Zijn wet van hem eist, wat hij niet doen kan? Antwoord: Neen Hij; want God heeft den mens alzo geschapen, dat hij dat kon doen; maar de mens heeft zichzelven en al zijn nakomelingen, door het ingeven van de duivel en door moedwillige ongehoorzaamheid, van deze gaven beroofd.

Voor je de schuld van je onbekeerlijkheid dus schuift op je onmacht om te geloven en te gaan tot Jezus, bedenk dan eerst dat schuld hier aan vooraf gaat. Moedwillige ongehoorzaamheid, daar gaat het over in deze gelijkenis. Ondertussen is de eerste jongen al uit het gezicht van vader verdwenen. Waar hij naar toe is gegaan, lezen we niet. Hoeft ook niet. Het is al erg genoeg wat we lezen.

 

Voor ouders

Misschien zijn er ouders die dit lezen. Wat kan er een droefheid zijn in ouderharten over hun kinderen. Je moet maar een zoon of dochter hebben die op de valreep staat om met zijn of haar opvoeding te breken. Het gaat steeds een stapje verder. De zuigkracht van de wereld is niet meer te temmen. Wat worden er een tranen geschreid over kinderen die de weg van Gods geboden loslaten. Met een christelijke opvoeding van vijftien of zestien jaar wordt in twee jaar tijd afgerekend. Of nog minder soms. En: je staat er als ouders zo machteloos tegenover. Geen greep meer op je kind (want dat blijft hij of zij!). Geen contact meer. Alleen maar rebellie. Pijnlijk is het om zo als ouders op het hart getrapt te worden! Wat liggen er een gebeden voor Gods troon! Denk aan moeder Monica die niet afliet te worstelen en te bidden voor haar zoon Augustinus.

 

Voor jongeren

Misschien ben jij wel zo'n jongen of meisje! Het bruist van onrust in je. Je schopt tegen de normen. Ik ben eigen baas! Ik maak zelf wel uit wat ik doe... Ik heb ook een wil. En als ik zestien of achttien ben, hebben 'ze' toch niets meer over me te zeggen. Is dit de tekening van jouw leven? Lees dan nog even verder. Laat de boodschap van de Heere Jezus eens op je inwerken. Misschien zou het je tot inkeer kunnen brengen. Want wat zit er achter die onwil van de eerste zoon? Wat heeft de Heere Jezus met dit antwoord te zeggen tot Zijn hoorders? Dit: zoals de roepstem van vader duidt op de oproep tot bekering die Johannes bracht, zo laat dit antwoord ons zien wat het antwoord van velen was! Ik wil niet! Het antwoord is de vijandschap van het ongeloof en de zelfhandhaving. Ik wil niet worden wat ik ben. Ik wil geen zondaar voor God zijn.

De Heilige Geest werkt dit besef vroeger of later in het hart van al Gods kinderen. We geven ons niet zo gauw gewonnen. Tussen ik wil niet en ging hij heen ligt een (soms lange) tijd. Het is de tijd van het komen tot inkeer. Het komen tot zichzelf, met berouw over de zonde zoals de verloren zoon dat deed. Het is de droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Daar hopen we het de volgende keer over te hebben.

 

Ik ga... en hij ging niet...

We lezen nog even verder (vers 30) En gaande tot de tweede, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! Gelukkig maar, zouden we bijna zeggen. Vader mag wel blij en dankbaar zijn met zo'n zoon. Geen tegenspraak, geen grote mond, en zo gewillig. De eerste zoon moest er een voorbeeld aan nemen... Maar wees voorzichtig! En hij ging niet.

Achter schijnbare vroomheid schuilt iets (iemand) anders. De hypocriet, de huichelaar, de geveinsde. De hypocriet draagt een masker en doet zich al meer als vrome voor naarmate hij meer heimelijk kwaad te verbergen heeft. Zonder de eerste zoon te verontschuldigen, zou je dan kunnen zeggen dat het met de tweede zoon nog erger gesteld is. Er is behalve een brutale ook een 'nette' en 'beleefde' afwijzing van het Evangelie. Maar het blijft afwijzing. Het blijft onwil, voortkomend uit vijandschap tegen God.

Laat een ieder bedenken dat elke dienst des Woords mij roept tot bekering en geloof. De Heere heeft geen lust in de dood van de goddeloze. Hij heeft daarin lust dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Zoekt dan de Heere en leef!

 


Gespreksvragen

Wat moet een sterker accent krijgen als het gaat over bekering: niet kunnen of niet willen?

In welke van de twee zonen herken je je? 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 2001

Daniel | 32 Pagina's

De twee zonen (3)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 2001

Daniel | 32 Pagina's