Voorbereiding
Hun harten voelen zij als boeken
in Gods geduchte hand gelegd,
en wisten, dat Hij al hun slecht
gedrag gerecht zou onderzoeken.
Zij lazen bang en hunk'rend mee,
en zagen wat Zijn vingers wezen.
Was er niets goeds? Hun schaamte en vrezen
groeiden tot een verschroeiend wee.
God had de boeken dicht gedaan
en zou het grote vonnis spreken.
Toen dorst hun stem de stilte breken:
O Heere Jezus, neem ons aan!
En 't bonzend hart dat ze in zich vonden,
was vlekkeloos en zonder zonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 2001
Daniel | 32 Pagina's