Presidentesvergadering
Pagina's voor haar
Op donderdag 8 februari waren veel presidentes of andere bestuursleden van zendings- en vrouwenverenigingen bijeen in Gouda. Ds. C.A. van Dieren opende deze vergadering en sprak over Hooglied 4: 7-16.
Doorwaai mijn hof
Geheel zijt gij schoon - wat een onbegrijpelijke woorden zegt Christus hier tot Zijn bruid. Nooit heeft zij dat van zichzelf gezegd, want zij ziet in zichzelf geen schoonheid. Maar Christus ziet in haar Zijn eigen werk. Hij spreekt innig over haar: Mijn zuster, o bruid! Hij leest in haar ogen, waar het haar om te doen is. Hij prijst haar. Waar brengt die lof haar? In de diepte. In vers 16 doet ze smeekbede voor haar hof. Een hof is geplant en moet ook onderhouden en bewaard worden. Bij de voortduur moet die hof doorwaaid worden, anders is er doodse stilte en is er geen vrucht. Nu is er tweeërlei wind. De noordenwind breekt af. Ze is niet aangenaam, maar wel noodzakelijk. Zonder de noordenwind komt er geen plaats voor de zuidenwind, voor het evangelie, voor Christus.
Doorwaai mijn hof, vraagt de bruid, want anders is er geen vrucht te verwachten. Zo heeft zij de bediening uit het heiligdom nodig om vruchten voort te brengen tot de eer des Heeren. Wat is die bede ook nu nog nodig voor het geheel van de kerk. Er gaan zoveel geesten uit, die vreemd zijn van deze bede. Dan is er wel activiteit, maar waar zijn de gebedsworstelingen om het bewaren van de wijnstok? Doorwaai mijn hof! Daarin brengt de bruid de nood van haar onbekwaamheid aan de troon van Gods genade. Deze bede is nodig in het kerkelijke leven, voor de presidentesvergadering, maar ook persoonlijk. Wij zijn onvruchtbaar, maar God heeft onderhandeld om uit de wijnstok nieuwe, eeuwige vruchten voort te brengen. Dat is enkel genade. Dan komen wij in de diepte en zal Zijn Naam eeuwig de eer ontvangen.
Dat wij vandaag ook die noordenwind zouden mogen ontvangen, opdat ons hart verslagen en verootmoedigd wordt. Dan gaan de specerijen uitvloeien. Dan ontvangen we een oog des geloofs. Dan wordt de ware dankbaarheid in de diepte gevonden. Dat is het werk van de Bruidegom. Geve de Heere dat tot Zijn eer.
De ware dankbaarheid
Na het zingen van Psalm 45: 4 krijgt ds. G. Clements het woord. Hij brengt ons eerst de oude woorden van het derde deel van de Heidelbergse Catechismus onder de aandacht. Daarin wordt gesproken over het afsterven van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. Zo functioneert in het geestelijke leven de ware dankbaarheid. Het is een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoornd hebben én een hartelijke vreugde in God door Christus.
Nu neemt ds. Clements ons mee naar de geschiedenis van de tien melaatsen, die we lezen in Lukas 17: 11-19. Het was het welbehagen van de Vader, dat Jezus door het midden van Samaria en Galilea moest gaan. Daar ontmoet Hij tien ellendige zieke mannen. Zij hebben een vreselijke ziekte, de melaatsheid, die hen afzichtelijk maakt. Naar de wet van Mozes zijn ze onrein en zij mogen dan ook niet opgaan naar de tempel. Zij zijn eenzaam en van God en mensen uitgestoten. De Heere keert Zich echter niet af. Hij spreekt: Gaat heen en vertoont uzelven den priesteren. Dat is een wonderlijk bevel. De Heere vraagt hier geloof in Zijn goddelijke macht. En alle tien gaan naar de priester, ondanks dat zij nog helemaal niet genezen zijn van hun melaatsheid. Onderweg gebeurt het wonder. Als herboren staan ze op de wereld. Maar tegelijkertijd onderscheidt zich het waar zaligmakend geloof van het wondergeloof. In het hart van één van hen wordt het vuur van de ware dankbaarheid ontstoken. Negen gaan gehoorzaam aan de wet van Mozes naar de priesters toe, één keert terug en valt aan de voeten van de Heere.
Wat zijn de kenmerken van de ware dankbaarheid?
Het is iets persoonlijks, net zoals de kennis van de ellende. Ware dankbaarheid is geen erfgoed en ook geen gemeengoed. Dat is de zonde wel en dus ook de ondankbaarheid. De man die aan Jezus' voeten viel, zal zeker met de negen anderen gesproken hebben over de noodzaak naar Jezus terug te keren. Maar zij waren onwillig. Zo kan Gods kind ook in onze tijd, als hij zulke onwil ontmoet, zich onbegrepen en eenzaam voelen.
De ware dankbaarheid is 'terstond'. De man gehoorzaamt niet eerst de wet van Mozes, maar vóór alles zoekt hij het aangezicht van de Heere. In Gods Woord zijn verschillende voorbeelden van dit 'terstond' te vinden: de discipelen verlaten hun netten, Petrus springt in het water, Maria zegt onmiddellijk: "Rabbouni!".
De ware dankbaarheid is geestelijk. Die ene man was op een dubbele manier buitengesloten door de wet. Hij was melaats, onrein én hij was een Samaritaan. De Samaritanen hadden een ongeestelijke godsdienst. Men zocht zijn gerechtigheid op te richten uit de werken der wet. Dan is de dankbaarheid ook op zichzelf gericht. "Ik dank u dat ik niet ben gelijk de andere mensen..." Maar de Heere gruwt van die offers, die uiterlijke dingen. Nu mag die Samaritaan door al het uiterlijke heendringen en zijn hart opwaarts tot God opheffen. Het ware geloof mag zien, Wie de grote Gever is. Dan blijft er alleen over: Uw Naam worde geheiligd!
In de ware dankbaarheid is ook ootmoedigheid. Die ene melaatse viel op zijn aangezicht. Hij is in zichzelf niets meer. Hij is zichzelf kwijt. Op de ereplaats, aan de voeten van Jezus, kan alleen de ware dankbaarheid beoefend worden. Daar is hij dienaar, terwijl de Heere staat en als Koning regeert. "Spreek Heere", zegt Samuël, "want Uw knecht hoort".
De ware dankbaarheid ziet een ander. "Waar zijn de negen?" vraagt de Heere. Die ene man geeft geen antwoord. Hij had best kunnen zeggen: "Die anderen zijn liefhebbers van zichzelf". Maar hij staat zo laag en hij kent zijn eigen hart. Hij weet, dat hij dubbel verbannen is. Wel zal hij zeggen tegen de anderen: "Komt, maakt God met mij grootl" Zo ziet de ware dankbaarheid een ander op de grote reis naar de eeuwigheid. Hij zoekt die ook te winnen, te leren, te onderwijzen wat nuttig en nodig is voor de grote Godsontmoeting. Functioneert u zo in de gemeente?
Als u de ware dankbaarheid mag beoefenen, ontvangt u ook de blijdschap des geloofs. Het doel van Christus met de genezing van die tien melaatsen was, dat Zijn Vader zou verheerlijkt worden. Dat mag deze ene man ervaren. De Heere zegt: "Sta op en ga heen, uw geloof heeft u behouden". Dat is een veel grotere zegen dan zijn genezing. Dat is een eeuwige zegen, die grote geestelijke blijdschap geeft. De onreine, verachte Samaritaan mag nu zingen: Zo ver het west verwijderd is van het oosten, zo ver heeft Hij om onze ziel te troosten van ons de schuld en zonden weggedaan. Christus werkt die grote zaligheid, opdat zondaren Gods lof zullen verkondigen. Dat is hemelwerk. Wat blijdschap smaakt mijn ziel!
Na een korte pauze beantwoordt ds. Clements verschillende vragen. De morgenvergadering wordt daarna besloten met het zingen van Psalm 25: 4 en gebed.
De middagvergadering
Het creatief bezig-zijn op de vereniging
In de middagvergadering spreekt mevrouw J. de Blois-van Kempen over de invulling van een verenigingsavond. Daarbij vraagt zij vooral aandacht voor het samenbindende element in het creatief bezig-zijn. Twee jaar geleden gaf ds. Sonnevelt op de presidentesvergadering tien aanbevelingen voor de vrouwenverenigingen. Centraal moet staan de toerusting vanuit Gods Woord, leder samenzijn van de vrouwenvereniging zal begonnen moeten worden met Schriftlezing, gebed en een meditatie of Schriftoverdenking. Daarnaast behoort een vrouwenvereniging samenbindend bezig te zijn in de gemeente. Mevrouw De Blois noemt het een van de grondtaken van alle vrouwenverenigingen om periodiek een bezoek te brengen aan zieken, ouderen en gehandicapten. Een luisterend oor betekent zoveel! Wat de vrouwenvereniging zélf betreft, ze moet openstaan voor alle leeftijden. Daarom is het goed om te proberen zowel voor oudere als voor jongere leden de verenigingsavonden aantrekkelijk te maken.
"Geef jongeren de ruimte in de inbreng van ideeën, maar laat ook de ouderen rustig van de samenkomsten genieten."
Op de meeste verenigingen wordt met veel inzet en liefde voor kerk, zending, evangelisatie en andere goede doelen gewerkt. Niet alleen wordt daarmee geld bijeen gebracht, maar het heeft ook een samenbindend karakter.
Ter overweging volgen nu enkele punten.
Leidinggeven is een zware en verantwoordelijke taak. Van al ons doen en laten - ook op de vereniging - moeten we verantwoording afleggen voor een alwetend God.
De leeftijdsopbouw van het bestuur kan een belemmering zijn voor jonge leden om naar de vrouwenvereniging te gaan.
Jong en oud moeten zich thuis voelen op de vereniging. Dan is er ook aandacht voor elkaar en leeft men mee in de zorgen.
Geef creativiteit een plaats binnen de vereniging. Een planning is nodig om ook andere zaken aan de orde te laten komen.
Aparte creativiteitsgroepen kunnen uitgenodigd worden om op een verenigingsavond met de leden werkstukken te maken. Wellicht trekt men daarmee ook jongeren.
Met respect denken we aan de kleine verenigingen, die met weinig leden toch heel veel weten te doen.
Na deze introductie worden de presidentes (of een van de andere aanwezige bestuursleden) van Barneveld, Borssele, Dirksland, Geldermalsen, Gouda, Nunspeet, Rotterdam-Alexanderpolder en Woerden gevraagd naar voren te komen. Aan ieder wordt door mevrouw Kaslander een vraag gesteld, waarop ook mensen uit de zaal mogen reageren. Het gaat vooral om de plaats die men óf op een verenigingsavond óf op een aparte morgen, middag of avond voor creativiteit inruimt. Welk doel heeft men daarmee voor ogen? Gaat het niet ten koste aan het bezinnend bezig-zijn rond Gods Woord? Trekt men er jongeren mee? Stoot men de oudere leden niet af? Is er belangstelling van niet-leden voor deze creativiteit? Deze en andere onderwerpen komen aan de orde. Heel wat aanwezigen hebben vanuit hun bestuursfunctie met de problematiek rond de invulling van de verenigingsavond, het ledenaantal, de vergrijzing en de activiteiten rond de verkoping te maken. Het wordt dan ook een levendige discussie, waarbij verschillende zaken ter sprake worden gebracht, die zeker leerzaam zijn voor andere verenigingen.
Tenslotte bedankt mevrouw Kaslander alle aanwezigen voor hun inbreng. Na het zingen van de Morgenzang vers 4 en 6 wordt door ds. Van Dieren met gebed deze presidentesvergadering gesloten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 2001
Daniel | 32 Pagina's