Schuld
Wanneer Gij door de tuinen gaat
Van Uwe wereld — en zij ziet
Het sterke licht van Uw gelaat,
Dat heiligheid voor U gebiedt —
O God, wij wilden vruchten zijn,
Die glanzend liggen in Uw hand
En brengen U de zonneschijn
Met al de weelde van het land —
Of ook als bloemen in de heg
Zo nederig verborgen staan
En hevig bloeien naar de weg,
Dat Gij in zoete geur zult gaan —
Maar bevend in de grote schrik
Van U te weten zó nabij,
Wordt heel ons weezen tot een snik
Ach, onze schuld — heb medelij —
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 2001
Daniel | 32 Pagina's