JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bijzondere school

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bijzondere school

Ds. Moerkerken: "Ootmoed en oefeningen in de genade kunnen wij de studenten niet leren"

11 minuten leestijd

Nee, een gewone school is het niet. Want op welke andere school kunnen zowel leerlingen terecht die VBO gedaan hebben als leerlingen die VWO of universiteit deden? En op welke andere school kan een klein groepje van acht studenten profiteren van de kennis van maar liefst drie docenten? Toch is de theologische school van de Gereformeerde Gemeenten wel een échte school. Rector ds. A. Moerkerken: "Er moet hier gestudeerd worden. Hard gestudeerd."

Scholen: we hebben ze in Nederland te kust en te keur. Lager onderwijs, middelbaar onderwijs, voortgezet onderwijs, wetenschappelijk onderwijs. De meeste lezers van 'Daniël' kennen één of meer van deze vormen van onderwijs van binnenuit. Ze weten hoe het daar toegaat: lesroosters, proefwerken, pretpakketten, studiehuizen, tussenuren en strafcorvees.

Minder bekend is de gang van zaken op die school die in kleine kring bekend staat als 'de Boezemsingel': de theologische school van de Gereformeerde Gemeenten. Hoe vullen de studenten daar hun dag en hun week? Welke vakken volgen ze? Zijn er ook stages? De studenten aan de Boezemsingel leiden geen lui leventje, vertelt rector ds. A. Moerkerken, op zijn kamer op de theologische school. In deze kamer, aan een langwerpige tafel, geeft de docent gewoonlijk zijn lessen. Er kunnen een achttal personen aan de tafel, maar meestal zijn het er niet meer dan twee of drie. "Een collegezaal hebben we hier eigenlijk niet nodig." In de vier jaar die de theologische school van de Gereformeerde Gemeenten ervoor uittrekt om aanstaande predikanten op te leiden, moet er veel werk verzet worden. "Daarom hebben curatorium en docenten de opleiding zo georganiseerd, dat studenten nooit meer dan drie dagen per week op de school hoeven te zijn. De rest van de week hebben ze hard nodig voor studie thuis en - als ze in het derde of vierde jaar komen - voor het voorbereiden van preken."

 

Overnachten

Naarmate men hoger in de opleiding komt, wordt het aantal lesuren minder. De rector: "Het zogenaamde proponeren kost veel tijd en energie: de studenten moeten niet alleen hun preken voorbereiden, maar ze reizen ook het hele land door en moeten overnachten bij andere mensen. Dat is best afmattend."

Drie dagen op school lijkt misschien weinig, maar voor een student die uit Genemuiden of Opheusden komt, is het toch geen sinecure. "In de tijd van ds. Kersten was het verplicht om in of bij Rotterdam te wonen. Om die reden heeft ouderling Roest uit Scherpenzeel uiteindelijk afgezien van de studie: de band met zijn gemeente en woonplaats was zo groot, dat hij die niet wilde verlaten, ook niet tijdelijk."

Met de toegenomen mobiliteit is de eis om bij Rotterdam te wonen vervallen. "De laatste tijd denk ik wel eens: het zou toch wel wenselijk zijn als studenten niet al te ver weg woonden. Maar aan de andere kant: als je uit Gouda moet komen, doe je er vanwege de files soms ook anderhalf uur over. Op dit moment laten we het in elk geval nog aan de studenten over of ze verhuizen willen of niet."

De school telt momenteel acht studenten. Zij krijgen les van drie docenten. Is die verhouding niet een beetje scheef?

"Als je bedoelt dat er teveel docenten zouden zijn: nee! Het omgekeerde is eerder het geval. We zouden er best graag een docent bij hebben, maar vinden dat momenteel om allerlei redenen niet verantwoord. Je zou dan weer een predikant voor een deel van de week aan zijn eigen gemeente onttrekken. Daar zitten veel nadelen aan. Drie docenten is geen overbodige luxe, omdat twee van hen tevens een eigen gemeente hebben waar primair hun roeping ligt. Daar komt bij dat het kennisniveau, waarmee studenten onze school binnenkomen, sterk verschilt. De één heeft aan de universiteit gestudeerd, de ander alleen VBO gedaan. Sommige studenten zijn niet gewend te studeren; die moeten we eigenlijk nog een zekere leerdiscipline bijbrengen.

Een en ander betekent dat onze school geen uniforme lesmethode kan hanteren, maar dat we voor acht studenten in feite acht verschillende lespakketten hebben. Die individuele aanpak vraagt ook veel van de docenten. Tenslotte maakt het voor de voorbereiding van een les niet uit of je die les geeft aan een groep van twee of van twintig studenten."

 

Passend niveau

Ds. Moerkerken noemt een voorbeeld uit het vak dat hij zelf doceert: kerkgeschiedenis. "Daar kun je verschillende lesboeken bij gebruiken. In overleg met elke student kijk ik wat hij aankan, wat voor hem passend is. Kan dat een moeilijk handboek als dat van Bakhuizen van den Brink zijn? Of moeten we het eenvoudiger houden met bijvoorbeeld Praamsma?"

Die verschillende niveau's van kennis is een opvallend kenmerk voor de theologische school van de Gereformeerde Gemeenten. Ds. Moerkerken zou het niet graag kwijtraken. "Het houdt verband met het eigene van onze gemeenten. Het curatorium houdt wel rekening met de bekwaamheden en gaven van een persoon, maar bekering en roeping staan toch voorop. De Heere kan evengoed een boer als een docent tot het predikambt roepen."

De bekwaammaking tot het ambt is dan ook geen zaak van louter intellectuele studie, geeft ds. Moerkerken aan. "Er zijn zaken die wij de studenten niet kunnen leren. Die geen mens hen kan leren. Oefeningen in de genade, ootmoed, preken, bidden? Dat zijn dingen die de Heere moet en wil geven."

Op de theologische school wordt behalve over de leer ook gesproken over het werk van de Heilige Geest in het hart, "maar we moeten ons de lesuren niet voorstellen als een gemoedelijk gezelschap. Het gaat in eerste instantie om de studie".

 

Vijfentwintig vakken

In de tijd van ds. Kersten lag er in de opleiding een zwaar accent op de vakken dogmatiek en kerkrecht. In de loop der jaren is het aantal vakken sterk uitgebreid, zodanig zelfs dat - als we alle grote en kleine vakken optellen - er momenteel vijfentwintig vakken gedoceerd worden. "Daaronder vallen kerkgeschiedenis, exegese, predikkunde en ethiek, om maar een paar belangrijke vakken te noemen."

Sinds 1980 zijn aan de Boezemsingel ook de Bijbelse talen verplicht. De rector: "Daarvoor was het zo dat studenten die het wilden, in staat werden gesteld Grieks en Hebreeuws te volgen. Nu zeggen we: onze predikanten moeten in staat zijn een tekst ook in de grondtaal te bestuderen. Alleen studenten die het echt niet kunnen, hoeven deze vakken niet te doen."

Ds. Kersten had met de theologische school een hoog ideaal. De grondlegger van de Gereformeerde Gemeenten oriënteerde zich graag op de zestiende en zeventiende eeuw, toen alle predikanten een universitaire opleiding hadden en bedreven waren in de grondtalen. Ds. Moerkerken sluit zich daarbij aan. "Als het gaat om de noodzaak van scholing lag het hart van ds. Kersten niet in de negentiende eeuw, maar meer bij Reformatie en Nadere Reformatie. Wetenschap verbonden met vroomheid, zoals Voetius zei.

Aan de andere kant moeten wij in Rotterdam ook niet te veel pretentie hebben. Wij zullen nooit een universiteit met promotieplaatsen worden. Ook ds. Kersten was zo nuchter te erkennen dat 'ons schooltje', zoals hij het noemde, nooit dat niveau zou bereiken. Ik zou zeggen: wij streven naar het beste, maar accepteren het haalbare."

De studenten wordt in vier jaar tijd veel kennis bijgebracht, in hoeverre worden ze ook praktisch geschoold? Zijn er stages in de gemeente?

"Wij kennen geen vicariaat, zoals in de Hervormde Kerk. We ontkennen niet dat dit nuttig zou zijn, maar het is binnen onze opleiding niet haalbaar. Dat zou een ondraaglijke verzwaring van de studielast geven. De vraag ernaar is overigens niet nieuw. Ds. Kersten kreeg hem in de jaren twintig al voorgeschoteld. Zijn antwoord: 'Dan kwame er van hun studiën helemaal niets meer terecht'.

Dat bezwaar geldt eigenlijk nog steeds. Het verlengen van de studietijd is een oplossing waar we bewust niet voor kiezen. De predikanten-nood in de Gereformeerde Gemeenten is nog altijd hoog. De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinig. We hebben weliswaar geen vicariaat, maar daar staat tegenover dat verschillende van onze studenten in het ambt van ouderling hebben gestaan. Op dit moment zijn het er maar drie van de acht, maar vaak ligt dat percentage veel hoger. Die mensen hebben vaak een ruime ervaring met pastoraat, huisbezoeken en het leiding geven aan een gemeente.

Daarmee wil ik het aandachtspunt van praktische vorming dus niet wegpoetsen. Om hier toch nog iets aan te doen, laten we de studenten wel catechisatie geven in vacante gemeenten. Ook proberen we erin te voorzien dat studenten die geen diaken of ouderling zijn geweest, één of meerdere malen een kerkenraadsvergadering bijwonen. Dat moet je eigenlijk wel een keer meegemaakt hebben, voor je zelf predikant wordt en zo'n vergadering voor moet zitten."

 

Uw hoed

Dat het voor vooral jonge studenten toch wel heel wat is om alle verantwoordelijkheden van het predikantschap op de schouders te krijgen, weet ds. Moerkerken uit eigen ervaring. "Ik was 27 toen ik voor het eerst als herder en leraar aan een gemeente verbonden werd en ik weet nog goed hoe ik me toen voelde. Voor het eerst in deze hoedanigheid een ziekenhuis in, bijvoorbeeld. Ik moest een vrouw bezoeken die op de kraamafdeling lag. Alle ogen zijn dan op je gericht. Ik herinner me nog dat ik vertrok en mijn hoofddeksel vergat. 'Dominee, uw hoed!', riepen ze me na. Dat voorval tekent mijn onzekerheid."

Men zegt wel dat predikanten in de Gereformeerde Gemeenten op een voetstuk staan. Worden de studenten ook op dat aspect voorbereid? Piet Jansen wordt van de ene op de andere dag: de weleerwaarde heer ds. P. Jansen.

"Ik heb niet het idee dat dit voetstuk nog bestaat. Ja, bij een deel van de oudere generatie is nog een te waarderen respect voor het ambt. Maar als wij de studenten ergens op voor moeten bereiden, dan moeten we ze eerder wapenen tegen de kritiek die ze in de gemeente kunnen ontmoeten, dan tegen het omgekeerde. De tijd dat men opkeek tegen de dokter, de dominee en het hoofd der school is echt voorbij."

Waar kunnen de studenten terecht als ze in het land kritiek krijgen op hun preken?

"Bij de docenten. Wij vragen elke week hoe het de afgelopen weekwisseling gegaan is. Hoe het was op de preekstoel, in de consistorie, op het logeeradres. Dan komen de verhalen wel los.

Studenten krijgen best wel eens kritiek op hun preken. Dat bespreken we op de theologische school na. We proberen hen te leren die kritiek te toetsen. Zit er misschien waarheid in de kritische opmerkingen? Hoe kun je daar iets aan doen? We moeten natuurlijk niet te snel denken dat het 'allemaal vijandschap' is als mensen iets aan te merken hebben op de preek. Maar aan de andere kant: als de kritiek niet billijk blijkt te zijn - en ik heb wel eens het idee dat luisteraars steeds kittelachtiger van gehoor worden - moet een toekomstig predikant die ook weer naast zich neer weten te leggen. Overigens moet dit antwoord niet de indruk wekken dat kritiek aan de orde van de dag is. Studenten krijgen gelukkig heel veel hartelijke instemming."

Is er tijdens de opleiding ook aandacht voor de eventuele echtgenote van de student? Zij wordt per slot van rekening straks domineesvrouw?

"Dat zou misschien wel wat meer aandacht verdienen. Ik zeg er wel bij (en dat lijkt misschien een vreemde uitspraak): als domineesvrouw word je geboren. Veel vrouwen van studenten hoef je eigenlijk nauwelijks aanwijzingen te geven. Ze gaan op een natuurlijke wijze in eenvoud hun weg door, veelal op de achtergrond, hun man alle steun te geven die hij nodig heeft."

We houden dit gesprek voor de lezers van Daniël. Is er in de opleiding speciale aandacht voor het omgaan met de jeugd?

"Ik noemde al het catechisatie geven in vacante gemeenten. Daarnaast gaan we er bij poimeniek (zielszorg) op in hoe je om moet gaan met de jeugd, bijvoorbeeld op huisbezoek. Wie de huidige jeugd aanspreekt met 'jongelingen en jongedochters' mist natuurlijk de juiste toon. Het is van belang om te weten dat een jongen van vijftien niet per se even ver is in zijn ontwikkeling naar de volwassenheid als een meisje van vijftien.

In het algemeen gesproken: een dominee moet - denk ik - iets van psychologie weten. Soms nodigen we op de school een psycholoog of psychiater uit voor een gastles. Het is geen overbodige luxe als een predikant een neurose van een psychose kan onderscheiden. Anderzijds moeten we er in onze tijd ook voor oppassen van een dominee een maatschappelijk werker te maken. Hij is eerst en vooral dienaar van het goddelijke Woord. Studenten daarop voor te bereiden is de taak van onze school."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 2001

Daniel | 32 Pagina's

Een bijzondere school

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 2001

Daniel | 32 Pagina's