Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten
Ds. J. Baaijens over Gods leiding in zijn leven
"Het gaat niet om mij. Ik wil mezelf niet in het middelpunt stellen. In het werk dat de Heere doet, kan de één nooit maatstaf voor de ander zijn. Het werk van God is kennen, geleerd en onderwezen worden uit het Woord. Juist het onderzoeken van Gods Woord als we jong zijn, wil de Heere gebruiken. Andere kennis kan de invloed van het Woord zelfs belemmeren. Hem van Zijn eer te beroven is de grootste zonde; Hem te mogen eren is de grootste genade." Ds. J. Baaijens, emerituspredikant van onze gemeenten en erelid van de Jeugdbond, vertelt over Gods leiding in zijn leven.
Jeugd
Ik ben in 1923 geboren in Kleverskerke, een plaatsje vlak bij Arnemuiden. Vader had een Statenbijbel in de oude druk, met kanttekeningen. Als jongen las ik er veel in. Ik kon wel vertellen hoe de Heere Zijn volk bekeert. Dat had ik gelezen en gehoord. Toen de Heere het mezelf ging leren, wist ik niet meer hoe ik bekeerd moest worden. Ik kan niet precies aanwijzen, wanneer de Heere in mijn leven is begonnen. Al vanaf mijn kinderjaren was er in mijn hart een betrekking op de Heere en Zijn dienst en Woord. Mijn begeerte was de Heere te dienen, ook als dominee. Toen al had ik een droefheid naar God en een vrees voor de zonde. Ook waren er liefdesuitgangen in mijn hart, maar de kennis was nog zo gering. Bekering is eigenlijk onbekeerd worden. Hoe meer de Heere je leert, hoe onbekeerder je wordt in jezelf. Het is sterven aan jezelf om te leven door en in een Ander! We moeten het onze kwijt om het van de Heere te ontvangen.
Oorlog
Toen ik negentien jaar was, moest ik naar Duitsland. Ik ben ruim een jaar in Kiel geweest. In dat jaar werd een groot deel van de stad verwoest. Ik heb er 45 bombardementen meegemaakt. Met een ernstige ontsteking in mijn knie kwam ik in het ziekenhuis terecht. Ik dacht dat ik sterven zou, maar de Heere beloofde: U zullen, als op Mozes' beê, wanneer uw pad loopt door de zee, geen golven overstromen. Dat heeft Hij waargemaakt. In alle gevaren heeft Hij me wonderlijk bewaard. Kiel brandde uit, zodat ik niets meer had. Kort daarna kreeg ik tien dagen verlof om in Nederland kleren te gaan halen. Ik moest wel beloven terug te komen. Een dag voor Dolle Dinsdag was ik thuis. Voordat ik weer terug moest, vond de luchtlanding bij Arnhem plaats. Toen kon ik niet meer terug. Ook daarin heeft de Heere gezorgd.
Keuze beroep
Ik wilde graag onderwijzer worden, maar het mocht niet. Vader was boer en hij wilde dat zijn zonen ook boer werden. Daar heb ik het wel moeilijk mee gehad, maar toch kreeg ik een buigend hart om mijn ouders gehoorzaam te zijn.
Het werk trok me niet en ik was er ook niet zo geschikt voor. Ik wilde graag studeren. Vooral tijdens winteravonden las ik veel uit de bibliotheek van de jongelingsvereniging. Later volgde ik ook cursussen, waaronder boekhouden. Ik was er nog niet zo lang mee bezig, toen een ouderling vroeg of ik als boekhouder in zijn bedrijf wilde komen. Ik wilde dat niet doen zonder toestemming van mijn vader. Hij wilde uit eerbied voor die ouderling geen nee zeggen. Mijn jongste broer kwam net van school en kon mijn plaats innemen. Ik kon boekhouder worden. Daar heb ik de leiding van de Heere in gezien.
Geroepen tot het ambt
Ik deed mijn werk met genoegen, maar mocht sinds mijn achttiende jaar geloven dat de Heere mij riep tot Zijn dienst. Later kreeg ik de innerlijke overtuiging, dat de Heere me er ook werkelijk zou brengen. Toch volgde een afbrekende weg. Het werd al onmogelijker voor mij. Ik miste wijsheid, had geen stem, miste alles. Ik vroeg, evenals Mozes: "Heere, zend toch iemand anders". Toen sprak de Heere: Ik zal u mond en wijsheid geven. Hij Die u roept is getrouw, Die het ook doen zal. De eerste keer dat ik naar de kerkenraad ging om een attest had men geen vrijmoedigheid om dat te geven. Het jaar na die teleurstelling kreeg ik nader onderwijs voor mijn ziel. De Heere nam de zaak over. Staat vast en ziet het heil des Heeren! Dat gaf een vast geloof in mijn hart, dat het door zou gaan. De Heere heeft die weg wonderlijk gebaand. Toen ik weer om een attest ging, kreeg ik het wel. Ik werd ook toegelaten tot de Theologische School.
Overbuiging
De Heere heeft me steeds alles in mezelf doen verliezen, maar dan stond Hij op. Hij moet altijd weer een weg wijzen en hem banen. Dat kan door duidelijk uit Zijn Woord te spreken, maar ook door overreding in het hart, dat dit de weg van de Heere is. Dan bindt Hij zaken zo op je hart, dat je er niet meer los van komen kunt. Zo heeft Hij duidelijk de weg naar Tricht gewezen. Net voor ik beroepbaar was, legde de Heere op Tweede Pinksterdag, onder de prediking, zo'n verbinding met de gemeente, dat ik vast geloven mocht dat dit de weg was. Ook later bij andere beroepen won de Heere mijn hart in en boog het over. Het beroep van Enkhuizen greep me geweldig aan. Het werd als het ware op me geworpen. Ik kon er niet meer van loskomen, maar ik had veel bezwaren. De Heere won me ervoor in. Ik mag geloven van al mijn gemeenten, dat ik er moest zijn.
De roede geen roede
Toen ik in Rotterdam stond, werd onze dochter Ria ziek. Ze stierf... Dat heeft ons héél diep getroffen. Het was voor het vlees een zware weg, waarin de Heere echter ondersteund en bemoedigd heeft. Toen Ria stierf, konden we alleen zeggen: "De Heere is goed". Hij had Ria tot Zich genomen en Hij was ons nabij. Eén van de predikanten, die kwam condoleren, zei: "Er kan veel honing aan de roede zijn". Toen mocht ik zeggen: "Het kan zijn, dat de roede geen roede is". Zo was dat bij ons. De Heere heeft veel troost en kracht gegeven. Het is nodig én het is een voorrecht alles in Zijn hand te leren overgeven. We moesten en mochten ons kind overgeven. Als je nooit jezelf leert overgeven, kun je het ook anderen niet. Dat is genade van de Heere. Hij heeft Zijn Zoon het zware kruis opgelegd. Wij mochten een stukje van dat kruis nadragen.
Emeritaat
Ik had graag in het harnas willen sterven, maar dat mocht niet zo zijn. Na een operatie hield ik pijn. Mijn linkerbeen werd steeds krachtelozer. Ik was mijn balans kwijt. Het ging niet meer. Per 1 oktober 1996 kreeg ik emeritaat. In het voorjaar van 1997 kon ik zes weken niet preken vanwege een hernia in het rechterbeen. Toen ik weer wat voorging, moest ik in Aagtekerke het Heilig Avondmaal bedienen. De Heere heeft in die week de herniapijn volledig weggenomen, 's Nachts kwam zo bij me: De HEER' is groot, een heerlijk God. (...) Het hoogst gebergt' is in Zijn hand; 't Is al gehoorzaam op Zijn wenken. Toen heb ik gevraagd: "Heere, dan is mijn been toch ook in Uw hand?" Er kwam hoop op God! 's Morgens was de pijn weg en bleef weg. Met het linkerbeen wordt het echter langzaam pijnlijker en moeilijker, maar de Heere geeft nog kracht.
Liefdedienst
Als het gegaan was zoals ik graag wilde, dan zou er niet veel van terecht gekomen zijn. Zoals de Heere het gegeven heeft, is het goed. Hij is wijzer dan ik. Het is een wonder, dat de Heere mij nog ieven, gezondheid en krachten geeft. Op de kansel geeft Hij nog bediening, opening in Zijn Woord en bewogenheid in mijn hart. Je kunt jezelf niets geven, maar als Hij opent, dan is er innerlijk vermaak om de Heere te bedoelen. Dan weegt de gemeente op het hart. Op de Theologische School zongen we aan het einde van de week dikwijls: Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten. Het is altijd een liefdedienst gebleven. Je gaat meer en meer inleven, dat alles van boven komt! In de prediking moet God altijd op het hoogst verheerlijkt worden en de mens op het diepst vernederd. Dat moet ook persoonlijk geleerd worden. Christus is het Middelpunt van de prediking. Hij moet de enige Naam in ons leven worden. Daarin ligt de zaligheid. Christus is alles.
Eeuwige liefde
De Heere heeft getrokken met goedertierenheid. Hij bemoedigde onder schuld en veroordeling uit Zijn Woord. Hij wil ook het Woord waarmee je vroeger bezig geweest bent, ter onderwijzing weer in gedachten brengen. Toen ik eens ziek op bed lag, was mijn ziel erg benauwd. De Heere gaf toen een geestelijk gezicht op het werk van een drie-enig God in het zaligen van zondaren. Ook bij het lezen van het hogepriesterlijk gebed gaf Hij een verstaan van de algenoegzaamheid van Christus' werk. Het Woord daalde in mijn ziel: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde en daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Hij bracht me ook bij Jesaja 54 Alzo heb Ik gezworen dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal. (...) Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer. Toen zei ik tegen mijn vrouw: "Nu kan het nooit meer misgaan". Het is nog wel eens donker en bestreden en je moet nog steeds inleven, wie je bent. Dan kom je jezelf tegen, maar daar tegenover blijft de goedertierenheid van de Heere en Zijn trouw. Als die in je hart zijn, ontbreekt er niets en kun je overal doorheen. Als Hij niet trouw was voor een ontrouw volk, zou alles nog eeuwig misgaan. Maar bij Hem gaat er nooit iets mis. Alles ligt in Zijn hand.
Toekomst
De Heere gaat door met Zijn werk. Hij zal aan Zijn Kerk blijven gedenken. Het wordt wel erg donker in de wereld en de kerk. Het is nu als in de dagen van Noach. God uit het oog, uit het hart en uit het leven.
Voor wat betreft de maatschappelijke toekomst is er veel zorg in mijn hart. De Heere staat boven alles, maar als Hij gaat bezoeken wat ons volk zich meer en meer waard maakt, dan kunnen er wel eens heel donkere tijden aanbreken.
Het zorgelijke in de kerk vind ik de grote verwarring van de geesten ten opzichte van Schrift en belijdenis. Mensen die vroeger nog voor de Waarheid uitkwamen, gaan nu aan de Schrift tornen en die buigen naar het moderne levensgevoel. Als ouderen door de bomen het bos al niet meer zien, hoe moet het dan met de jeugd? Dat geeft veel zorg. Er komt al meer openbaar van geesten die niet uit God zijn. Toch zorgt de Heere voor Zijn Kerk. Hij zal er blijven toebrengen. Of dat altijd in Nederland zal blijven, is de vraag. In de kerkgeschiedenis is het vaker voorgekomen dat de Heere de kandelaar van Zijn Woord wegnam en hem ergens anders plaatste. In Rusland en China werkt de Heere nu met Zijn Geest, maar het lijkt wel of Hij Die in Nederland gaat inhouden.
In plaats van de vaderen
Toch geloof ik dat de Heere bijzonder onder de jongeren werkt. Ik zie meer beweging onder de jongeren dan onder de ouderen. Veel ouderen zijn zo vermaterialiseerd. De welvaart heeft zijn duizenden verslagen. Onder de jongeren zijn er die aanvoelen, dat het allemaal zo leeg is. Onder hen zijn er die ambtelijk de plaats van de vaderen gaan innemen. Het geeft verwondering dit te mogen horen en zien. Daartegenover zijn er die onder invloed van de evangelische beweging direct over Jezus gaan spreken. Ik heb op de boerderij wel geleerd, dat als je gaat zaaien, je niet gelijk koren hebt. Voor dat je iets ziet, is er al een heel proces. Zo is het ook met het werk van Gods Geest. Dat is in het begin zo verborgen. Dan ben je vaak bang, dat anderen iets van je zullen denken. Zaad kiemt uit, komt boven en wordt volwassen. Er staat ook onkruid tussen.
De Heere heeft me soms heel moeilijke jongeren, die ik al zou hebben afgeschreven, op het hart gebonden. Ik heb ook ervaren dat het Woord een wonderlijke ommekeer kan bewerken. Zo onwillig als ze eerst waren, zo gewillig waren ze daarna. Er waren indrukken in hun hart. Ze werden hartelijk meelevend. Het is verblijdend als het Woord zo'n omkeer teweegbrengt. Daarom mogen we ook hoop hebben voor jongeren in de toekomst. De Heere gaat door met Zijn werk.
Neem en lees
Ik zou jongeren op het hart willen binden: zoek een oog op de Heere te krijgen. Zoek aan Zijn Woord verbonden te zijn. Wees biddend werkzaam met het Woord. Het is hét middel dat de Heere gegeven heeft en waaraan Hij Zijn zegen wil verbinden. Laat het op de verenigingen om het Woord gaan! Onderzoekt de Schriften. (...) Die zijn het, die van Mij getuigen. We kunnen er nooit genoeg mee bezig zijn. Gebruik de kanttekeningen en goede Bijbelverklaringen. Ga biddend op naar de kerk, naar de catechisatie. De Heere wil via de ambten onderwijs geven. Dat hebben jongeren én ouderen nodig.
Persoonlijk
Het komt alles van één kant. Mijn hoop is op de Heere alleen. Hij zal doen wat Hem behaagt. Ik heb het nu niet zo druk meer en mag overdenken Wie de Heere was, is en Zijn wil. Hij heeft het wonderlijk goed gemaakt. Hier wisselen licht en donker elkaar af, totdat straks zal gelden: Aldaar zal geen nacht zijn.
Van mezelf kan ik nergens bij, maar onder het Woord mag het wel eens ruim zijn, zoals aan het eind van de laatste preek die ik hield: Nu reis ik getroost, onder 't heiligend kruis, naar het erfgoed hierboven, naar 't Vaderlijk huis. De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid; laat niet varen de werken Uwer handen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 2001
Daniel | 32 Pagina's