Gemeente-zijn in Bijbels licht
Serie gemeente-zijn
Er zijn in ons land heel wat mensen, die zeggen: "In de kerk kom ik niet meer, maar ik blijf gelovig". Ze vinden dat het instituut 'kerk' en 'kerklidmaatschap' niets te maken heeft met je geloof. Zij zeggen: "Je kunt best gelovig zijn en als christen leven, ook al bezoek je de kerk niet. Er zijn misschien wel meer gelovigen buiten de kerk dan in de kerk." Wat moeten wij met zulke uitspraken? Zou dat kunnen? Kun je een waar christen zijn en... je afzijdig houden van andere christenen en de kerk?
Een vrijblijvend christendom
De kerk met zijn ambten en leden staat bij de moderne mens niet hoog aangeschreven. Bij de meeste ex-kerkleden roept de kerk herinneringen op aan allerlei kerkelijke wetten en richtlijnen, die de moderne manier van leven in de weg staan. Zij hebben zich losgemaakt van het bekrompen leven binnen de kerk, met de verplichtingen van het lidmaatschap, het ambtelijk vermaan en de verplichte kerkgang. Maar ze zijn nog wel gelovig. Ze zijn geen heiden. Ze geloven nu zonder de kerk. Onderzoekers vertellen het ons. De moderne mens is echt wel religieus. Al worden de kerken niet meer bezocht en al gaan de Bijbels niet meer open, dat wil nog niet zeggen dat de moderne mens niet godsdienstig is. Hij is alleen anders religieus dan vroeger. Vroeger had je daar de kerk, de kerkgang, de Bijbel en catechese bij nodig, maar nu gelooft ieder op zijn eigen manier en vooral meer vrijblijvend. De kerk zou, volgens deze onderzoekers, er goed aan doen om zich bij dit moderne levensgevoel aan te passen. Een kerkdienst zou eigenlijk meer een ontmoetingsplaats moeten zijn tussen mensen; een plaats voor gezelligheid; een gelegenheid voor discussie; een stimulans voor het organiseren van acties enzovoort. Een preek is daar echt niet bij nodig. De Bijbel kan daarbij net zo goed dicht blijven. Je hoeft voor dit alles geen lid te zijn van de kerk en je hoeft ook niet volgens de wetten van God te leven. Een open volkskerk, een centrum waar plaats is voor alle godsdiensten, waar iedere soort van religie wordt gewaardeerd en ieder vrij is hoe hij wil geloven. Dat is de kerk van de toekomst. Het is, volgens velen, de enige manier van kerk-zijn waar nog toekomst in zit. Maar is dit dan nog wel een kerk en vooral een christelijke kerk?
De eerste christengemeente
De kerk is de vergadering van de door Christus bijeengeroepen christgelovigen. Het Hebreeuwse woord qahal en het Griekse woord ekklesia wijzen daarop. Het gaat bij de kerk om de burgers van Gods Koninkrijk die uit de hele wereld zijn bijeengeroepen. Het is de vergadering van de Messias. De eerste christenen voelden zich de door Christus bijeenvergaderde gemeente. Zij wisten zich het nieuwe volk van God te zijn. Er was behoefte om samen te komen tot gebed, tot het lezen van de oudtestamentische geschriften en de brieven van de apostelen, om te zingen, om te luisteren naar de uitleggers en verkondigers van het Woord, om de liefdemaaltijd en daarna het avondmaal te houden en de gemeenschap der heiligen te ervaren. Zij kwamen echter ook samen om in de christelijke leer onderwezen te worden. We lezen dit reeds van de jonge christelijke gemeente in Jeruzalem. Het eerste dat van de drieduizend bekeerden van de Pinksterdag staat opgetekend is: Zij waren volhardende in de leer der apostelen. Zij lieten zich verder onderrichten door de apostelen. Het ging daarbij echt om 'onderwijs' in de christelijke leer. Uit de latere brieven van de apostelen weten wij waarin dit onderwijs heeft bestaan. De leer van de verlossing door Christus stond hierbij natuurlijk centraal; de heilsfeiten en hun betekenis werden voor de gelovigen uitgelegd; er werden regels gegeven voor het christelijke leven temidden van de wereld waarin zij stonden; zij werden onderricht hoe men in de samenkomsten moest handelen en tot slot was er de leer van het toekomstige Koninkrijk van God, naar welks komst zij uitzagen. Het woord 'volharden' wijst in Handelingen 2: 42 ook nog op voortdurend bezig zijn in het onderricht van de apostelen.
Een pilaar van de waarheid
De jonge christelijke kerk werd toegerust. We moeten dan ook niet de indruk krijgen, dat de christelijke gemeente bestond uit naïeve, onwetende mensen. Het waren mensen, die de Schriften onderzochten en zich door de apostelen en presbyters lieten onderwijzen. De Heilige Geest was bij dat onderzoek hun Leermeester. De apostel Johannes zegt, dat zij 'de zalving' van de Heilige Geest deelachtig waren, zodat zij alle dingen kenden (1 Johannes 2: 20). Wanneer de apostel Paulus dan ook over de gemeente van Christus spreekt, noemt hij haar 'een pilaar en vastigheid der waarheid' (1 Timotheüs 3: 15). Calvijn noemt dit een zeer verheven beschrijving van de kennis, die in de jonge christengemeenten aanwezig was. Hij komt dan tot zijn bekende uitspraak, dat de kerk de moeder van de gelovigen is. Hij zegt: Om het op een eenvoudiger manier uit de drukken: is de kerk niet de moeder van alle gelovigen? Wederbaart zij hen niet door het Woord van God, onderwijst en voedt zij hen niet gedurende hun gehele leven, sterkt zij hen niet en brengt zij hen tenslotte niet tot de absolute volmaaktheid? (Commentaar op 1 Timotheüs 3: 15). Calvijn wil ons laten zien, dat de kerk maar geen gezelligheidsvereniging is, maar de door Christus vergaderde gemeente, die haar leden en doopleden onderwijst, leidt, voedt en bestuurt. Hij zegt dan laconiek dat God niet iedere keer Zelf naar beneden komt om ons te onderwijzen of engelen zendt om dit te doen. Hij heeft ons daartoe Zijn Woord en Zijn dienaren gegeven. Een pilaar en vastigheid der waarheid. Dit moet de kerk dus zijn. Calvijn acht het daarom van het grootste belang dat de waarheid van Gods Woord zuiver gepredikt wordt, zonder daar iets bij te doen of iets af te doen. De goede leer is de ziel van de kerk. Zo alleen blijft de kerk een pilaar en vastigheid der waarheid. Dan staat de kerk vast, wanneer zij zeggen kan: Er staat geschreven! Dan heeft de kerk haar leden en doopleden iets te zeggen. Dan heeft de kerk de wereld iets te zeggen, want dan spreekt God door haar.
Wij kunnen niet zonder de kerk
Wanneer wij de kerk zien, zoals de Schrift haar beschrijft, is het helemaal niet bedreigend dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: dat ieder schuldig is zich bij de kerk te voegen. De kerk is immers het lichaam van Christus op aarde, waar het Evangelie van redding en zaligheid verkondigd wordt, de sacramenten worden bediend, de zielenzorg en het pastoraat plaats vindt en het toezicht en de liefdevolle vermaning een heilzame correctie is op leer en leven. Het is een zegen om daarbij te behoren en onder dit liefdejuk van Christus te buigen! Wat heb je veel aan de kerk te danken! In de kerk ben je binnengedragen als baby om daar in de Naam van de Drieënige God gedoopt te worden. Gods beloften van zaligheid in Christus zijn toen aan je voorhoofd verzegeld, zodat je maar aan je gedoopte voorhoofd hoeft te denken om te weten, dat er ook voor jou wassing en reiniging is in het bloed van Christus. De kerk heeft je op de catechisaties onderwezen in de christelijke leer. Je kennis van God, van zonde en genade, van Adam en Christus, van Wet en Evangelie, van bekering en geloof, van normen en waarden dank je voor een groot deel aan de kerk. Er is een schat in je handen gelegd van de allergrootste waarde. De vraag is alleen: wat doe je er mee? Wanneer je de God van je doop niet dient, het Evangelie van Christus naast je neerlegt en je van Gods geboden niets aantrekt, ben je eigenlijk een hypocriet. Dan ben je iemand die zich wel voordoet alsof, maar eigenlijk niet bij de kerk hoort. We voegen ons innerlijk bij de kerk, als we net als Mozes liever met Gods volk kwalijk gehandeld worden dan voor een tijd van de zonde te genieten en de smaadheid van Christus meerdere rijkdom achten dan de schatten van Egypte. We ontvangen dan een band aan God, aan Christus en aan al de heiligen. Wij mogen ons dan verbonden weten met hen, die in voorafgaande generaties gasten en vreemdelingen op de aarde waren en de stad zochten waarvan God de Kunstenaar en de Bouwmeester is.
Door de dienst van de kerk wil God je tot bekering en geloof in Christus brengen. Dit is de drang achter al de arbeid van de kerk en haar ambtsdragers. De rechte ambtsdrager ken je doordat je merkt: Want de liefde van Christus dringt ons. Er gaat, als het goed is, van al het werk van de kerk een geur uit, namelijk de goede reuk van Christus. In de kerk wordt je gebeden: Laat u met God verzoenen. In de kerk wordt Christus je verkondigd als een volkomen, gewillige en gepaste Zaligmaker en wordt je genodigd om zonder uitstel en voorwendsels tot Hem de toevlucht te nemen. Kortom de kerk zoekt jouw behoud!
Buiten de kerk geen zaligheid
In dit licht moet je dan ook de uitspraak zien, dat er buiten de kerk geen zaligheid is. De kerk, en met name de samenkomst rondom het Woord, is terecht genoemd de werkplaats van de Heilige Geest. Tegenover die ene man op de weg naar Damascus, die bekeerd werd buiten de kerk, staan de drieduizend mensen van de Pinksterdag, die bekeerd werden door de boodschap van Petrus.
Tot God bekeerd worden is een heel persoonlijk gebeuren. Zondaar voor God worden voltrekt zich tussen de Heere en jou. In Jezus Christus geloven als God en Mens, de enige Zaligmaker, Die ons met God verzoent, is eveneens een heel persoonlijke zaak. De ontmoeting tussen Jezus en de verloren mens is een diep persoonlijk geheim. Het is iets heel persoonlijks om met McCheyne te kunnen zeggen: Ik vluchtte tot Jezus! Hij heeft mij gered; Hij heeft mij verlost van het vonnis der Wet. Maar het is geen eenzaam avontuur. Het geschiedt in het midden van de kerk. Bekering en geloof in Christus werkt de Heere door middel van de dienst van de kerk. Je bent ook niet op je eentje christen. De liefde van Christus is te groot om in je eentje te bewonderen, te bezingen, te belijden en in de wereld uit te roepen. Dat doe je met al de heiligen. De apostel zegt: Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte en hoogte is, en bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat (Efeze 3: 18 en 19).
Spelonk van Adullam
In de kerk worden de gelovigen gevoed. Wanneer een mens geen gezond voedsel tot zich neemt, begint hij te kwijnen en tenslotte sterft hij. Zo is het ook wat het geloof van Gods kinderen betreft. In alle opzichten geldt het, dat wij niet zonder de dienst van de kerk kunnen. Beschouw het dan niet als vanzelfsprekend dat je tot de kerk behoren mag. Wanneer een kerk de kenmerken van de ware kerk vertoont, worden er zondaren bekeerd en worden Gods kinderen onderwezen en gevoed. De kerk is dan een spelonk van Adullam, waar zondaren veiligheid, troost en kracht vinden bij Christus.
Wij blijven in de kerk geloven
In de twaalf artikelen belijden we: Ik geloof... een heilige, algemene, christelijke kerk. Daar geloven wij in. Wij geloven in de kerk, omdat het Gods kerk is. Christus houdt Zijn kerk in stand. Wanneer wij zien hoe het met de kerk gesteld is; hoeveel onnodige verdeeldheid er is; hoeveel onheilige strijd er is; hoe dikwijls het Evangelie van zijn kracht beroofd wordt en er zowel naar links als naar rechts een Evangelie naar en van de mens van wordt gemaakt; ja dan zou je het geloof in de kerk verliezen. En toch blijf ik in de kerk geloven. Niet blindelings. Dat heeft de Reformatie ons niet geleerd. De kerk moet blijvend getoetst en teruggeroepen worden tot de Schrift. Het is je moeder, die je ondanks al haar gebreken liefhebt. De kudde en de schaapskooi horen nu eenmaal bij elkaar. En over al de strijd heen zie ik toch eens waar woorden: Het zal zijn één kudde en één Herder. Want de kerk is een zaak van Christus. Laat op die dag toch niemand van ons schijnen achtergebleven te zijn (Hebreeën 4: 1).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 januari 2001
Daniel | 32 Pagina's