JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Leid ons niet in verzoeking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leid ons niet in verzoeking

Ds. A. Bac over de zesde bede

11 minuten leestijd

Welke is de zesde bede? Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Dat is: dewijl wij van onszelven zo zwak zijn, dat wij niet een ogenblik zouden kunnen bestaan, en daartoe onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten; zo wil ons toch behouden, en sterken door de kracht Uws Heiligen Geestes, opdat wij in dezen geestelijken strijd niet onderliggen, maar altijd sterken wederstand doen, totdat wij eindelijk ten enenmale de overhand behouden. 

Je geweten weet er alles van: zal ik het wel of niet doen? Wat geeft het nou? Je wilt het zo graag, juist dat ene dat niet mag. Misschien wel omdat het niet mag. Wat verboden is, is zo verleidelijk. Alle andere bomen vallen in het niet, vergeleken bij die ene boom... Adam en Eva vielen voor de verzoeking van de slang. En ook ons hart luistert naar satan, de vader der leugenen en de grote verleider. Wie de zesde en laatste bede van het Onze Vader oprecht bidt, zit midden in de strijd tussen de Goede en de boze, het vrouwenzaad en het slangenzaad. Die kent deze strijd van binnen, tussen zich laten verzoeken en tegenstand bieden. En wij zullen altijd weer verliezen. Tenzij de Heere ons verlost om Jezus'wil.

 

Dominee, waarom heeft de Heere Jezus dit gebed toegevoegd?

In deze bede komen we de praktijk van Gods kind, de ware gelovige, tegen. Een mens is van nature namelijk blind voor de vele en grote gevaren die hem bedreigen. Maar als je ogen door de Heere geopend zijn, zie je dat je aan talloze verzoekingen blootstaat. De Heere heeft deze bede in het volmaakte gebed opgenomen, onder andere om ons te laten zien hoe open wij staan, niet alleen jongeren, maar even goed oudere mensen. Die verzoekingen komen namelijk niet alleen en niet in de eerste plaats van buiten af naar je toe, maar ook van binnen uit je hart en je gedachten. In ons hart leven die boze hartstochten, die je innerlijk aanzetten om de zonden te doen. Uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen (Mattheüs 15: 19). Daar speelt satan op in. Als je jezelf kent, ben je bang van die vijand van binnen. De Catechismus geeft ook duidelijk aan, dat wij van onszelf zo zwak zijn, dat wij niet een ogenblik zouden kunnen bestaan. Om die reden is het hard nodig om steeds weer te bidden: 'Heere, leidt mij niet in verzoeking. Heere, houdt U mij toch vast, bewaart U mij, want ik ben mezelf niet toebetrouwd'.

 

De zesde bede bestaat uit twee delen: Leid ons niet in verzoeking en: maar verlos ons van den boze. Sommigen zien dat laatste gedeelte als de zevende bede, waardoor de Bijbelse getallensymboliek behouden blijft. Wat is de samenhang tussen deze twee delen?

Dächsel ziet inderdaad zeven beden in het Onze Vader en zegt dan dat in de eerste vier beden gevraagd wordt of de Heere ons alle goed wil schenken en in de laatste drie beden of Hij ons wil bewaren voor alle kwaad. Dan draait Dachsel de getallen om en zegt dat de eerste drie beden gaan om Gods eer en de laatste vier om onszelf. De vierde bede, Geef ons heden ons dagelijks brood, staat dus in het midden tussen drie beden ervoor en erna, die alle over het geestelijke gaan; dat is omdat het Rijk van God en de zaligheid van de zielen het belangrijkste is (Lukas 10: 41 en 42). Dat moet ons eerste en laatste gebed zijn. Zo komt Dächsel tot de volgende verdeling van het gebed: de eerste en vierde bede hebben betrekking op God de Vader als Schepper en Onderhouder, de tweede en vijfde bede op God de Zoon als Verlosser, de derde en zesde bede met de laatste, dus de zevende bede, op het werk van de Heilige Geest. Zo wordt in deze verklaring van het gebed duidelijk, dat alle zegen voortkomt uit de genade van de Heere, de drieënige God.

 

Er wordt wel eens gezegd dat onze jongeren het tegenwoordig niet gemakkelijk hebben. Denkt u dat er meer of grotere verzoekingen op hen afkomen dan vroeger?

Satan en de zonden gaan vanaf de zondeval samen en daarom zijn verzoekingen net zo oud als de zonden zelf. Ik denk wel dat, naarmate de tijd en de ontwikkelingen verder komen, de verzoekingen veel ernstiger, gevaarlijker en geraffineerder worden. De Heere wijst erop in Zijn Woord, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten en leringen der duivelen (1 Timotheus 4: 1).

Hierbij zijn veel voorbeelden te noemen. Er zijn meer mogelijkheden dan vroeger, op allerlei gebied. Er spelen nu onderwerpen, waar wij in onze jeugd niet van wisten. Je kunt denken aan de huidige communicatiemiddelen, waardoor er zoveel op de jongeren en op het gezin afkomt. Vroeger zei je tegen je kinderen: "Ik heb liever niet dat je daar naartoe gaat", en dan kon je een gesprek hebben over de reden daarvan. Maar nu komt het kwaad zo dichtbij, dat je er niet eens voor uit je stoel hoeft. Je moeder staat bijvoorbeeld in de kamer achter de strijkplank en jij ziet intussen op de computer de meest akelige dingen binnenkomen, waarvan je moeder geen idee heeft. Dat gaat eigenlijk nog sluipender dan bij de televisie. De zonden zitten weliswaar in ons hart, maar daarom heeft het kwaad van buitenaf ook juist zo'n grote invloed op ons.

 

Wij kunnen niet in eigen kracht de verzoeking weerstaan. Is dit gebed voldoende? Hoe moeten we staande blijven?

Alleen het gebed is niet voldoende; we moeten altijd met twee woorden spreken. Hier is het: bid en werk. Bidden is wel heel belangrijk en onmisbaar: 'Heere, ik sta voor alle zonden open, maar wilt U me ervoor behoeden en bewaren'.

Daarnaast is ook waken geboden in de zin van werken. Er zijn dan bijvoorbeeld plaatsen die je moet mijden, omdat je je niet moedwillig in gevaar, van welke aard ook, moet begeven. Zoek de verleiding niet op. Je kunt wel vragen of de Heere je ervoor bewaart om dronken te worden, maar als je dan vervolgens gerust naar de kroeg gaat om je vol te drinken, klopt er iets niet. Dan verzoek je de Heere. Je leven moet wel in overeenstemming zijn met je gebed.

Het is in dit verband een zegen als je een gezonde werkkring hebt. Dagelijkse bezigheden en verplichtingen beperken je in je vrijheid en vormen zo een natuurlijke bescherming. Wij kunnen teveel vrijheid niet aan. Ledigheid is niet voor niets des duivels oorkussen; als je geen huiswerk meer hebt en je hebt niets te doen, ga je misschien de straat op. Daar kun je best goede dingen doen, maar net zo goed kun je de verkeerde kant op, omdat de zonde in ons zit en wij er niet tegen bestand zijn. Zoek dan ook goede hobby's, als je die gelegenheid hebt.

Je hebt ook een taak naar elkaar toe, om elkaar te bewaren. Het is heel belangrijk om goede vrienden te hebben en een vriend te zijn. Doe wat in je vermogen ligt om elkaar bij Gods Woord te houden in plaats van elkaar mee te nemen in de zonde. Daarin moet je tot het uiterste gaan; je kunt een enkeling toch niet laten vallen! Het gemeente-zijn en het verenigingsleven spelen daarin een grote rol: wat is het ook prachtig als er gezinnen zijn waar je binnen kunt lopen en een open oor vindt.

Toch kunnen wij als zondige mensen onszelf en elkaar niet in eigen kracht overeind houden, want wij liggen soms voor we het weten. Paulus geeft in Efeze 6 heel mooi aan welke wapenrusting we nodig hebben in deze strijd. Ten diepste is het de kracht van de Heilige Geest die ons moet wapenen tegen de verzoeking.

 

In Genesis 22: 1 staat dat God Abraham verzocht, maar in Jakobus 1: 13 staat dat Hij niemand verzoekt. Komt verzoeking nu van satan of van de Heere?

De Heere verzoekt niet tot het kwade. Dat betekent dat Hij je niet verleidt om te zondigen. De Heere kan een mens wel beproeven, dat wil zeggen op de proef stellen. Hij brengt dan iets op je pad dat misschien een verzoeking lijkt, maar een beproeving is. Dat deed hij ook bij Abraham, om te kijken: wat ben Ik je nou waard? En om Zijn kinderen te leren dat ze in zichzelf zwak van moed en klein van krachten zijn. Zo houden ze niets meer over om zichzelf op te beroemen.

Als de Heere beproeft, is dat tot loutering en zegen, maar de verzoekingen van satan zijn op onze ondergang gericht. Satan verzoekt je om je aan het zondigen te krijgen. Hij verzocht David met Bathseba. David is gevallen, maar Jozef is tegenover dezelfde verzoeking (door de vrouw van Potifar) staande gebleven. Waarom? Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid (1 Petrus 1: 5a).

Ook Gods kinderen hebben voortdurend nodig om door de Heere gedragen, bewaard en beschermd te worden tegen alle gevaren. En wie gevallen is, kan Hij weer oprichten. De Heere Jezus is veertig dagen en veertig nachten door de duivel verzocht in de woestijn. Hij weet dus Zelf wat verzoeking inhoudt: de scherpste pijlen van satan zijn voor Hem geweest. En Hij is staande gebleven en heeft de duivel wederstaan in de plaats van Zijn kinderen.

 

Op welke wijze kan beproeving of verzoeking nuttig zijn voor het geestelijk leven?

Dat kan alleen als je in de schuld mag komen met de erkenning van je eigen zwakheid. Dan kan dit leiden tot waakzaamheid. Je wordt nog meer bang voor de zondenmacht. Dit moet uitdrijven tot de Heere, Die alleen bewaren kan. Als je geen kant uitkunt en toch niet meewilt in de zonde, kun je je alleen in het gebed aan Hem vastklemmen. Zo'n beproeving leidt tot meerdere zelfkennis en levenswijsheid, het besef dat je vleselijk, verkocht onder de zonde bent. Dan kun je niet meer zeggen: "Hoe kan iemand nou zo zondigen?" Wie zichzelf mag kennen, zal nooit boven iemand anders, die in de zonde valt, uit kunnen komen.

Gods kinderen kunnen ook, doordat ze het gevaar zelf kennen, anderen tot een hand en een voet zijn. Juist Petrus, die in zo'n geweldige verzoeking van satan viel, is, nadat hij in zijn ambt hersteld was, in zijn brieven heel laag afgedaald over Gods genade voor een arme zondaar. Dan kun je alleen maar naast een ander gaan staan. Een beproeving kan dus zowel voor jezelf als voor een medemens nuttig zijn. En zelfs een verzoeking van de duivel kan de Heere nog voor datzelfde doel gebruiken.

 

Als je schulden vergeven zijn (de vijfde bede), dan ben je toch verlost van den boze? Of niet?

Als je mag weten dat je zonden vergeven zijn, ken je ook de gruwelijkheid ervan. Maar je blijft zondaar. De oude natuur is niet dood, maar die draag je een leven lang mee. Daarom moeten we ook iedere dag bidden of de Heere ons onze zonden om het bloed van Christus' wil niet toerekenen wil. De zonde zit nog in ons en staat nooit stil. Daarbij is de zonde om ons heen ook altijd in beweging. Want we hebben den strijd niet tegen vlees en bloed (Efeze 6: 12), maar tegen de macht van de vorst der duisternis, die zich openbaart in alle dingen die ons omringen. De Catechismus noemt als vijanden: de duivel, de wereld en ons eigen vlees.

Zo blijven we voor verzoeking openstaan en moeten we elke dag weer deze bede bidden om bewaard te worden en waakzaam te zijn, terwijl je ondanks dat steeds weer in de zonde valt, hetzij openbaar, hetzij in je gedachten.

 

Welke aansporing wilt u jongeren meegeven vanuit dit gebed?

In je jonge leven sta je vaak open voor allerlei dingen. De wereld heeft veel aantrekkingskracht en belooft je veel dingen waar je hart misschien naar uitgaat. Verzoekingen en de boze zijn vlakbij je en in je. Maar in wezen heeft de wereld je niets te bieden, want ze gaat met al haar begeerlijkheden voorbij en laat je met lege handen staan, waardoor ouderen veelal teleurgesteld zijn.

De keerzijde is dat je jonge hart ook meer open staat voor Gods Woord dan wanneer je ouder bent; je geweten spreekt nog, je bent sneller geraakt en wordt eerder aangesproken. Later glijdt alles meestal eerder van je af. Gebruik je jeugd dan om de Heere te zoeken, het is de beste tijd. Zoek de Heere, terwijl Hij te vinden is. Hij heeft beloften in Zijn Woord voor wie dat doet: Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 2000

Daniel | 35 Pagina's

Leid ons niet in verzoeking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 2000

Daniel | 35 Pagina's