Als God ons behoud wil, gebeurt het toch ook?
Meedenken
In zondag 26 staat: 'Waar heeft ons Christus toegezegd, dat Hij ons zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest wassen wil, als wij met het doopwater gewassen worden?' Ik heb deze vraag nooit begrepen, zo schrijft een meisje. Als God ons behoud wil, werkt Hij het toch ook Zelf uit? Dan is het toch: 'Ik wil en zij zullen...'. Als er in de Bijbel staat: 'Ik heb geen lust in de dood van de goddeloze', kun je het ook zo lezen: 'Ik wil de dood van de goddeloze niet, maar Ik wil dat ze zich bekeren'. Hoe moet je die wil van God dan zien?
De lezeres stelt nog een vraag van dezelfde strekking. Tevens geeft ze in dezelfde brief uiting aan haar waardering voor de jeugdwerkdag.
Het gaat hier over een vraag die in verschillende verwoordingen vaak gesteld wordt. Een vraag die ook vandaag in allerlei discussies meespeelt. Laten we proberen met elkaar mee te denken.
Catechismus spreekt geloofstaal
Jij begint met iets aan te halen uit de Catechismus. Laten we daarbij wel bedenken wie daar aan het woord is. Dat is iemand wiens enige troost is dat ik mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben. Hier is dus een echt kind van God aan het woord. Daar moeten wij goed erg in hebben. We moeten het woordje 'ons' niet zo maar algemeen maken. Helaas gebeurt dat vaak. Maar het gaat hier echt over de ware gelovigen.
Gods wil
Vervolgens haal jij een Bijbelwoord aan: Ik wil de dood van de goddeloze niet. Dat staat in Ezechiël 33: 11. Als we dit vers helemaal lezen, zien we de bedoeling. God wil niet de dood van de goddeloze, maar dat hij zich bekere. Hier staat dus niet dat het Gods verkiezing, Zijn verborgen wil is dat zij tot bekering zullen komen. Dan zou het inderdaad zeker gebeuren. Maar hier lezen we van Gods geopenbaarde wil. Nu moeten we die geopenbaarde wil niet kleineren door te denken: 'Dat meent God niet echt'. Ezechiël 33: 11 begint met Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE en besluit met Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls? De Heere spreekt met klem en liefde, welmenend en oprecht. We mogen, sterker: we moeten Hem op Zijn Woord geloven. Wee de mens die dit Zijn Woord in twijfel trekt.
De Geest verzegelt
Gods geopenbaarde wil stuit zo vaak, van ons uit genomen altijd, af op onze onwil en doodstaat. Maar opdat Zijn huis vol zal worden, zorgt de Heere Zelf ervoor dat er mensen wederom geboren worden, tot geloof en bekering komen. Dan wordt Zijn verborgen besluit uitgevoerd. Zo maakt God Zijn absolute beloften waar (die vaak beginnen met: 'Ik zal ...'). Dan geldt wat jij schrijft: 'Ik wil en zij zullen'. Gelukkig maar, want anders werd er niemand zalig. Het is leerzaam wat Calvijn hierover schrijft. Want daar (in Romeinen 9: 8) wordt de belofte niet in het algemeen genomen voor het uitwendig woord waardoor God Zijn genade zowel aan verworpenen als aan uitverkorenen toezegt, maar dit woord moet beperkt worden tot de krachtdadige roeping die Hij inwendig bezegelt door Zijn Geest. Even verder zegt Calvijn: Dit onderscheid vloeit uit de bron der vrijmachtige verkiezing voort, waaruit ook het geloof zelf ontstaat. Maar omdat Gods raad op zichzelf voor ons verborgen is, onderscheiden wij door het teken van geloof en ongeloof de ware van de onechte kinderen (commentaar bij Genesis 17:7).
Waar geloof
Gods heilsbeloften worden vervuld in de weg van het ware geloof. Helaas wordt hiermee nog al eens onzorgvuldig omgaan. Dan wordt algemeen gesproken. Het lijkt dan wel of ze min of meer verbonden worden met het historisch geloof. Zonder dat bekering ter sprake komt. Zonder dat de noodzaak van de persoonlijke toeëigening genoemd wordt. En toch klinkt de welgemeende oproep tot bekering en geloof. Vind je dat tegenstrijdig? We mogen deze klem van het Woord niet opheffen. Noch naar de ene, noch naar de andere kant.
Prediking
Het belangrijkste is dat we de zaak waarover het in de doop gaat persoonlijk ontvangen. Om deze heilsbeloften te verkrijgen en erop te kunnen pleiten is het ware geloof nodig. De Heere werkt en sterkt dat door Geest en Woord. Daarom is het horen, lezen en overleggen van de vermaningen, bedreigingen en beloften zo nodig. Zet je biddend onder de prediking. Dat is hét middel waardoor de Heere werkt. En in die prediking hoor je ook de kenmerken van het ware geloof, dat altijd met bekering en ontdekking samen gaat. Luister maar; leg er je hart maar naast.
Wees van harte de God van je doop bevolen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 2000
Daniel | 35 Pagina's