De Augsburgse Confessie (slot)
Na een historisch overzicht en een meer inhoudelijk artikel over de Augustana, wil ik nu enkele meningen geven van voor- en tegenstanders als het gaat om de Augsburgse Confessie als belijdenisgeschrift in de Samen-op-Wegkerk.
In een artikel in het RD schrijft ds. P. de Vries, dat Melanchton in 1540 de Augsburgse Confessie op het punt van het avondmaal heeft gewijzigd. In de oorspronkelijke versie kwam hij te veel tegemoet aan Rome. In de gewijzigde versie staat hij dichter bij het calvinisme. Niets wijst erop dat Luther hier bezwaar tegen had. Helaas heeft deze versie in de lutherse kerken geen ingang gevonden. Na de dood van Luther zijn de verschillen nog meer geaccentueerd. Eenvoudig gezegd: de lutherse kerken hebben in hun leer ten aanzien van de sacramenten vastgehouden aan de inzichten van Luther, maar in de visie op de genade zijn zij Melanchton gevolgd. Ds. De Vries had dit graag andersom gezien. Want Melanchton heeft minder krachtig dan Luther benadrukt, dat het zaligen van zondaren een alwerkzaamheid van God is. Hier zweeft Melanchton tussen het gereformeerd protestantisme en het arminianisme in. Dat is in de Augsburgse Confessie duidelijk te merken. Bijvoorbeeld in het ontbreken van een artikel over de verkiezing. En we weten dat in de latere lutherse geschriften de leer van de verwerping van de hand wordt gewezen. Trouwens met de leer van de volharding der heiligen had men in lutherse kring ook moeite.
Prof. Dr. A. de Reuver beëindigt zijn artikelenreeks in de Waarheidsvriend (18-02-99) als volgt: Het is mijn oprechte overtuiging dat we in de Augustana van doen hebben met een vroege luthers-reformatorische confessie die weliswaar de ons bekende gereformeerde belijdenisgeschriften niet kan vervangen, maar daaraan allerminst afbreuk doet. Hij is daarin duidelijk positiever dan dr. P. de Vries.
Dr. De Reuver benadrukt vervolgens dat belijdenisgeschriften ondergeschikt zijn aan het gezag van de Schrift zelf. Dat geldt ook voor deze confessie. Elke belijdenis draagt het stempel van een mens. De N.G.B. draagt de sporen van Guido de Brès, de Heidelberger die van Ursinus en Olevianus en de Augsburgse Confessie die van Melanchton, dus van een mens. Maar daarmee wil De Reuver juist het unieke gezag van Gods Woord laten doorklinken. Voor hem is deze belijdenis van duurzame waarde. Hij besluit als volgt: Of we met de Augustana kunnen leven is voor mij geen vraag. Waarop het echter aankomt, is of de leer die zij belijdt ook leeft in ons hart en wij er dus uit leven.
Ds. L.H. Oosten heeft in een RD-artikel aangegeven, dat verschillende gereformeerde theologen hun instemming met deze belijdenis hebben betuigd, onder andere Calvijn. Maar in een reactie daarop laat ds. De Vries zien, dat de situatie gecompliceerder is dan ds. Oosten voorgeeft. De Augsburgse Confessie was niet alleen bedoeld als een theologisch en kerkelijk belijdenisgeschrift, maar zeker ook als een juridisch en politiek document, dat de evangelische vorsten en steden een wettige basis gaf voor hervorming van de kerk in de gebieden, die door hen werden bestuurd. Maar hieruit mag niet geconcludeerd worden, dat zij bereid waren deze belijdenis ook als kerkelijk document te aanvaarden. In de Nederlandse vluchtelinggemeente te Frankfurt blijkt dit duidelijk, wanneer zij zich in leer en eredienst niet willen conformeren aan de lutherse reformatie. Trouwens de synode van Emden heeft deze belijdenis, hoewel dat politiek aantrekkelijk was (voor Willem van Oranje), niet aanvaard. Gereformeerde theologen hebben in de politieke situatie van het Duitse Rijk wel de waarde van de Augsburgse confessie erkend. Ook vreedzame samenwerking met de luthersen stond op het programma en zij verlangden ook naar kerkelijke eenheid. Waar zat en zit de moeite met de Augsburgse Confessie op vast?
Ds. Oosten vindt dit belijdenisgeschrift minder duidelijk, maar ds. De Vries vindt dit te mager. Inhoudelijk zien we duidelijk de lijn van Luther: verdorvenheid van de mens, rechtvaardiging door het geloof alleen, centrale betekenis van de bediening van het Woord. Anderzijds zijn er ook duidelijk invloeden van Melanchton merkbaar. Hij doet zijn uiterste best om tot een vergelijk met Rome te komen. Welke onderdelen missen we? Verhouding Schrift en kerk, de Schrift als enige regel van ons geloof.
En wat te denken van de noodzakelijkheid van de doop tot zaligheid. Trouwens de leer van de transsubstantiatie wordt niet uitdrukkelijk afgewezen, al is de uitspraak 'werkelijk aanwezig' (van Christus lichaam en bloed) veranderd in 'werkelijk aangeboden'. Een artikel over de mis laat merken dat men Rome tegemoet wil komen. Tenslotte wordt de biecht als sacrament nog steeds genoemd. Ds. De Vries vindt in de Augsburgse Confessie openingen voor terugkeer naar Rome, mits Rome ruimte geeft voor de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen. Dat zal de bedoeling van de voorstanders beslist niet zijn, maar het is eerlijk om deze zaken ook te noemen. Ik wil eindigen met een vraag, die ds. De Vries stelt aan zijn collega Oosten (in het RD): Zijn wij bereid om (behalve wat de rechtvaardiging betreft) terug te keren naar de voorreformatorische situatie of willen we het gehele erfgoed dat in de Reformatie opnieuw ontdekt is, bewaren om zo het kerkelijk leven gestalte te geven? Voor ons is de Augustana niet een noodzakelijke aanvulling op ons belijden, want in de Drie Formulieren van Enigheid is voldoende en helder verwoord wat wij geloven en belijden. De Augsburgse Confessie voegt hier niets aan toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2000
Daniel | 32 Pagina's