De onsterfelijke mens
Medisch-technische ontwikkelingen: onderzoeken en nuchter blijven
"Schiet es effe op, joh, ik heb niet het eeuwige leven!" Zo'n kreet klinkt in onze oren bijna als een vloek. In elk geval is het een aanklacht. Eeuwig leven? Dat zijn we kwijt geraakt in het paradijs, door de zonde. Toch denken vooraanstaande wetenschappers dat de mens binnenkort onsterfelijk wordt, of op zijn minst een paar honderd jaar zal leven.
"Aan het eind van de 21e eeuw is de mens niet meer sterfelijk. Althans, niet op de manier zoals we het nu zijn." Dr. Ray Kurzweil kijkt het zaaltje van de Utrechtse universiteit in, niemand van z'n toehoorders durft hem tegen te spreken. Kurzweil is een Amerikaanse computerdeskundige die hardop beweert dat 'doodgaan' straks alleen iets is voor domme mensen. Je zou denken dat zo iemand direct voor gek verklaard wordt, maar negen universiteiten hebben hem vanwege zijn ideeën inmiddels benoemd tot eredoctor.
Jezelf kopiëren
Hoe komt Kurzweil op de gedachte van de onsterfelijke mens? Met vlugge bewegingen op zijn laptop rekent hij voor dat over een halve eeuw computers zo krachtig zijn dat je eenvoudig je hele herseninhoud kopieert naar de harde schijf van een pc.
De mens is dan niet langer afhankelijk van zijn lichaam. Werkt er iets niet goed meer, dan kopieer je je 'geest' vanaf de harde schijf naar een nieuw lichaam. "Onze onsterfelijkheid is dan een kwestie van zo voorzichtig zijn dat je telkens een back-up maakt naar de computer." Kurzweil verwacht dat mensen dan kunnen kiezen welk lichaam ze willen. Dat zal in ieder geval een robotachtig lichaam zijn, ook al ziet het er bedriegelijk echt uit.
Je hoofd transplanteren
Wacht even voor je de pagina omslaat en denkt dat dit allemaal grote onzin is. Het vraagt misschien even wat concentratie, maar het gaat wel om reële zaken waarover je als christen toch eigenlijk wel een mening moet hebben.
Een halve eeuw geleden geloofde bijna niemand dat de mens ooit op de maan zou kunnen lopen, maar inmiddels cirkelt er een bewoond ruimtestation om de aarde en zijn er serieuze plannen om een basis op de planeet Mars te maken.
Een halve eeuw geleden slaagde een arts er voor het eerst in een nier te transplanteren van de ene naar de andere helft van een eeneiige tweeling. Twee jaar geleden lukte het een internationaal team van artsen om met succes een hand te transplanteren. Een Amerikaanse professor bereidt zich al voor op het transplanteren van een hoofd, bijvoorbeeld van iemand die nu verlamd is, naar het lichaam van een hersendode patiënt.
Een halve eeuw geleden kwamen robots alleen voor in sciencefiction romans, maar eind augustus maakten twee Amerikanen een robot die zichzelf kan 'voortplanten'.
Een halve eeuw geleden wisten we amper hoe een gen eruitzag, maar sinds afgelopen voorjaar beschikt de mensheid over een landkaart van alle menselijke genen.
De ontwikkeling gaat snel
Het lijkt er dus op dat de wetenschap en techniek met grote sprongen vooruitgaan. En volgens Kurzweil is een van die sprongen dat er straks, 'ergens in de jaren dertig van de komende eeuw', computers bestaan die zo klein zijn dat ze passen in een bloedcel. Ze zwerven dan als piepkleine robots door de bloedbanen van je lichaam en seinen alle signalen van de hersenen door naar een kopie van je hersenen in een centrale computer. Zo'n kopie bevat de geest van de mens - denkt Kurzweil - en is eenvoudig over te brengen in een ander lichaam of in een machine. Ziedaar, een kopie van de mens. En begint het lichaam opnieuw af te takelen, dan zoek je een ander.
De mini-robots waar Kurzweil over spreekt, bestaan nog niet, maar een paar maanden geleden is er al een robot gemaakt die slechts zestig keer zo groot is als een bloedcel: 0, 7 millimeter lang en 0, 2 millimeter breed. De computerdeskundige verwacht dat er steeds meer elektronica in onze lichamen terechtkomt. Ook die ontwikkeling is al aan de gang, denk maar aan de pacemaker of het insulinepompje tegen suikerziekte. Maar er zijn ook in het oor geïmplanteerde hoorapparaatjes en in de VS is een chip in het oog van een blinde geplaatst, die daardoor weer een beetje kan zien. "De grens tussen mens en machine zal vervagen", zegt Kurzweil.
Loopplank naar de ark
De razendsnelle groei aan computerkracht gaat hand in hand met de ontwikkelingen op medisch gebied. Drie jaar geleden haalde een Schots lammetje de voorpagina's van allerlei kranten over de hele wereld: het eerste gekloneerde schaap. Dolly is een nauwkeurige 'kopie' van haar moeder, omdat de wetenschappers de genen uit een uiercel van het moederschaap hebben gehaald en die in een lege eicel van een ander schaap hebben overgebracht. Intussen gebruiken wetenschappers de techniek al om bedreigde diersoorten te kloneren: deze maand zal een draagkoe een gaur-kalf ter wereld brengen, een bison-achtigdier dat in India dreigt uit te sterven. Het kalfje zal Noach gaan heten. "Het is het eerste dier op de loopplank naar de ark vol bedreigde diersoorten die wij en andere wetenschappers proberen te kloneren", zegt dr. R. Lanza, de verantwoordelijke onderzoeker van Advanced Cell Technologies. Bij dat bedrijf in het Amerikaanse Worcester loopt ook een kleine kudde koeienklonen rond.
Duizenden Hitlertjes?
Wanneer is de mens aan de beurt? Sinds 'Dolly' zijn er de wildste verhalen verschenen. Duizenden kleine Hitlertjes, allemaal met hetzelfde snorretje, gekloneerd uit een spetter bloed of een paar haren die van de Führer bewaard gebleven zijn. Of een elftal Ronaldo's, Romario's of Rijkaards zodat Nederland meer kans maakt in de voetbalwereld. Of wat kopieën van de Miss World. "Zou het niet positief zijn als er wat meer mooie mensen rondlopen", vraagt de Gentse chemicus prof. Maurits Verzele zich af.
Twee jaar geleden schreef hij een boek Hello Dolly - kloneren is de toekomst waarin hij de 'antikloners' op de korrel neemt. Verzele is niet bang voor een leger Hitlers. 'Dat zou veel te veel moeders vergen en twintig jaar opvoeding. Zoiets afschuwelijks is alleen mogelijk in een dictatuur.'
De Belgische hoogleraar kijkt vooral naar de zonnige kant van kloneren. "De nieuwe sciencefiction mens komt er echt aan. Hij wordt waarschijnlijk in het geheim uitgebroed, want als het aan de Homo sapiens wordt overgelaten, belandt de Homo superior zo op de brandstapel. Terwijl een en ander uiteindelijk toch een mens oplevert met een enorm geheugen en een buitengewoon intellect, een prachtige fysiek en gezondheid en later, nog veel later, met de mogelijkheid om het geheugen 'over te gieten' van oudere naar jongere exemplaren. Dan zal men zichzelf als het ware vereeuwigen."
Gelukkig krijgt Verzele nog weinig voet aan de grond met zijn ideeën. Een arts uit Zuid-Korea heeft in december 1998 een menselijk embryo gekloneerd, maar heeft het niet teruggeplaatst in de baarmoeder. Intussen zijn er al diverse artsen en groepen mensen die hebben aangekondigd dat ze mensen willen gaan kloneren, maar niemand weet hoe serieus die plannen zijn. Op dit moment hebben de regeringen van de meeste westerse landen gezegd dat ze kloneren willen verbieden, maar het is zeker niet uitgesloten dat het onderzoek intussen stiekem verder gaat in landen waar de regering een oogje toeknijpt. Dat onderzoek is overigens niet zo eenvoudig. Het Schotse instituut waar Dolly geboren is, gebruikte vierhonderd eicellen, waarna er maar één kloonschaap geboren is. Directeur Griffin van het instituut schat dat er zeker veertig vrouwen nodig zijn om zoiets bij mensen te proberen.
Reserve-onderdelen
Kloneren van mensen om ze te 'kopiëren' lijkt dus voorlopig nog niet mogelijk. Toch is er nog een andere reden waarom wetenschappers dolgraag menselijke embryo's willen kloneren. Cellen in heel jonge embryo's zijn geschikt om er allerlei weefsels uit te kweken. Met deze zogenaamde stamcellen zou je dus een soort 'reservedoos met onderdelen' voor je lichaam kunnen maken. Iemand die bijvoorbeeld een hartinfarct heeft gehad, laat een kloon van zich maken en kweekt daarna spiercellen uit de stamcellen van dat embryo. De arts spuit die spiercellen in in de hartstreek van de patiënt, waarna de nieuwe spiercellen de taak overnemen van het afgestorven deel van het hart. Technisch zal dit binnen enkele jaren mogelijk zijn. En er zit nog veel meer in de 'reservedoos': zenuwcellen voor Parkinson-patiënten, insuline-producerende cellen voor suikerzieken enzovoort. Dat die 'reservedoos' een embryo is en dus een echt mens, en dat die mens moet sterven om de ander te genezen, vergeten veel wetenschappers voor het gemak.
Organen kweken
Een volgende stap is het kweken van complete organen: lever, nieren, botten en borsten. Dat onderzoek staat nog in de kinderschoenen, maar ook hier zijn de verwachtingen hooggespannen. Huid, bot en kraakbeen zullen binnen enkele jaren beschikbaar zijn. Britse artsen gebruiken nu al huid van de voorhuid van kleine jongetjes die besneden worden. De cellen in dat kleine stukje huid delen zich snel en vaak: van één voorhuid kunnen ze een stuk huid maken ter grootte van zes voetbalvelden. Deskundigen schatten echter dat een orgaan als de lever nog wel enkele tientallen jaren op zich laat wachten.
Een paar jaar geleden veroorzaakte een foto van een muis met een mensenoor op zijn rug grote opschudding. Onderzoekers uit Massachussets hebben onder de huid van de muis een stuk kunstkraakbeen in de vorm van een oor laten groeien. Op het kunstkraakbeen zitten cellen die echt kraakbeen vormen, en uiteindelijk is een echte oorschelp ontstaan. Zo'n orgaan is daarna te transplanteren naar een patiënt die door een ongeluk zijn oor verloren is.
Menselijk ras verbeteren
Als het aan prof. Verzele ligt, gaat de mensheid niet alleen kloneren, maar ook proberen het menselijke ras te verbeteren. 'Na de geboorte kiezen we het beste, naar onze eigen normen, voor onze nakomelingen. Waarom mogen we dat dan niet doen vóór de geboorte?' Wat Verzele twee jaar geleden bepleitte, gebeurt vandaag de dag. Eind augustus is in de VS een jongetje geboren, Adam, dat als embryo door de ouders was 'uitgezocht' zodat cellen van het kind zijn zieke zusje kunnen helpen genezen van een ernstige ziekte. Dat klinkt heel aardig, maar het betekent wel dat er tegelijkertijd veertien andere embryo's gedood zijn, omdat ze niet geschikt waren. Daarmee is de prijs voor de genezing, een veertienvoudige moord, wel erg hoog.
Het selecteren van het juiste embryo was mogelijk door nieuwe genetische technieken. Een volgende stap is niet alleen kijken welke genen in een mens voorkomen, diagnose dus, maar ook het veranderen ervan, therapie. Ook daarmee zijn successen geboekt bij de behandeling van sommige soorten kanker, al is het nog bescheiden. Een Britse dominee met hartklachten, Charles Wilson, is drie maanden geleden behandeld met gentherapie die ervoor zorgt dat er nieuwe aders in zijn hart groeien. De doorbloeding is daardoor sterk verbeterd: "Voor de operatie kreeg ik al pijn op de borst als ik van mijn huis naar de auto liep, maar nu kan ik twee kilometer lopen zonder pijn."
Balans
Wie de balans opmaakt, raakt snel in verwarring. Wat moeten we aan met al die nieuwe technieken? Zonder twijfel zal de gemiddelde leeftijd van de mens door al deze technieken toenemen. Dat is nu ook al te zien: mensen worden nu ouder dan een halve eeuw geleden, omdat een aantal ziekten met succes bestreden kan worden. Tuberculose, difterie, tering, pokken, cholera - de jeugd van tegenwoordig kent die namen vooral als scheldwoord en nauwelijks meer als ziekte. Een recent Zweeds onderzoek over een periode van 240 jaar toont aan dat mensen de laatste tijd inderdaad steeds ouder worden: tot 1970 neemt de maximumleeftijd elk jaar zestien dagen toe, maar inmiddels neemt de leeftijd elk jaar met 41 dagen toe.
Sommige medische ontwikkelingen, zoals van die Britse dominee, lijken zegeningen te zijn. Maar een oor overtrokken met de huid van een muis? Of nieuwe zenuwcellen voor een demente grootvader, geoogst uit een gekloneerd embryo? Of nog een stap verder: een kopie van je hersenen naar de harde schijf van een computer? Het is wat al te makkelijk om te denken dat God zoiets nooit zal toelaten. Dat dachten onze grootouders een halve eeuw geleden ook over het lopen op de maan.
Allereerst moeten we nuchter blijven. We mogen niet alles op één hoop vegen; het is belangrijk om elke nieuwe methode zorgvuldig te onderzoeken. Wat gebeurt er precies? Gaat het om gentherapie, zoals bij de dominee, dan betekent dat een injectie van genen in zijn hartspier om nieuwe bloedvaten te vormen. In dit geval zijn het kunstgenen, precies gekopieerd van het echte menselijke gen, dus de genen van de patiënt veranderen er niet door. De therapie zelf is onschuldig.
Dat ligt anders bij het selecteren van embryo's om daar de beste uit te zoeken - zelfs als dat dient om een ander kind te genezen. Het doel heiligt dan de middelen niet, ook het kleinste embryo verdient bescherming.
Behalve het beoordelen van de techniek zelf, is het belangrijk om te zien welke gedachtegang er achter schuil gaat. Verzele en Kurzweil zien de mens op z'n best als een ingewikkelde vorm van Lego. Zet de bouwstenen volgens het boekje in elkaar, en je hebt een mens. Daarom denkt Kurzweil dat je de geest van een mens eenvoudig naar een computer kunt kopiëren en dat die computer of robot daardoor een eigen bewustzijn krijgt. Maar dat is een denkfout. Een computer kan uitstekend 'voelen' hoe warm of koud het in de kamer is, maar er lopen geen rillingen over z'n rug bij het lezen van een spannend boek, en hij bloost niet als een meisje hem aanspreekt.
Zo'n zelfde gedachte van de mens-als-veredelde-blokkendoos leeft bij de voorstanders van het kloononderzoek. Een embryo is in die visie niet meer dan een handig stuk 'gereedschap' om weefsels voor een patiënt te maken.
Er is nog een belangrijke reden waarom we kritisch en terughoudend tegen levensverlengend onderzoek moeten aankijken. Mogen we wel verlangen naar onsterfelijkheid? Het is niet verkeerd om - in afhankelijkheid van de Heere en biddend om Zijn zegen - geoorloofde medicijnen of therapieën te gebruiken. Onze tijden zijn in Zijn hand, maar ook de nieuwe technieken kunnen het middel zijn om ons leven te 'verlengen'. Toch kan dat voor een ware christen nooit een doel op zich zijn. De dood is voor hem een afsterving van zijn zonden en een doorgang tot het eeuwige leven geworden. Christus heeft de prikkel uit de dood weggenomen. Wie zou dan nog verlangen naar 'een zeer lange tijd voor een onsterfelijke ziel om in het lemen huis gevangen te zijn' (Matthew Henry)?
Begrippen
Kloneren, kloon
Kloneren is het maken van planten, dieren of mensen die precies dezelfde erfelijke eigenschappen hebben als een oorspronkelijk individu. Het nieuwe individu heet een kloon. In de natuur komt kloneren algemeen voor bij planten, het stekken van een aardbeienplant is in feite ook kloneren. Er bestaan ook natuurlijke klonen bij dieren of mensen: eeneiige twee- of meerlingen zijn klonen van elkaar. Een kloon heeft exact dezelfde genen als het oorspronkelijke individu, maar niet precies hetzelfde karakter. Een kloon van Hitier zou mogelijk helemaal niet agressief of racistisch zijn.
Genen
Genen zijn de erfelijke eigenschappen van een plant, dier of mens. Genen bevatten de code voor het maken van eiwitten, die samen de kenmerken van een individu bepalen. Genen bepalen bijvoorbeeld of iemand blauwe ogen en blond haar heeft, maar ze bepalen ook of iemand later een verhoogd risico op borstkanker heeft. De mens heeft tussen de 60.000 en 100.000 genen, die uit slechts vier verschillende bouwstenen opgebouwd zijn.
Gentherapie
Bij vele ziekten spelen de genen een rol, maar niet altijd is de invloed even groot en vaak betreft het een samenspel van vele genen. Bij sommige erfelijk bepaalde ziekten is het mogelijk het gedrag van de genen te beïnvloeden, genen toe te dienen of uit te schakelen. Dat heet gentherapie. Voorlopig is dat alleen mogelijk bij ziekten die door één enkel gendefect worden bepaald. Een speciale vorm van deze therapie, kiembaangentherapie, is erg omstreden. Dat is het wijzigen van de genen van een zeer jong embryo, waarbij de genetische veranderingen later ook aan de nakomelingen van het individu worden doorgegeven.
Bronnen
Voor dit artikel zijn voornamelijk bronnen op internet gebruikt. Adressen van relevante sites zijn te vinden op http://wvvw.mybookmarks.com/public/sdbruijn in het mapje Diversen - Daniël. Alle genoemde sites zijn toegankelijk via RDNet-Plus.
Overige bronnen
Artikelen in het Reformatorisch Dagblad van 4 juli 2000: 'Hersenen op batterijen' en 'Op schoot bij een robot' (S.M. de Bruijn), 'Kurzweil en de Club van Rome' (dr.ir. A. Vlot), 'Wat is de mens?' (ds. W. van Vlastuin), 'Homo sapiens cyberneticus' (ir. W.J. Eradus). 'Hello Dolly! - Kloneren is de toekomst' door prof. M. Verzele, 1998, ISBN 90 6445 097 8.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 2000
Daniel | 28 Pagina's