Het belangrijkste
Meditatie
Maar zoekt eerst het Koninkrijk van God. Mattheüs 6: 33
Deze bekende woorden van de Heere Jezus kunnen we vinden in de bergrede. De bergrede is een voorbeeld van hoe de Heere gepredikt heeft. Centraal in Zijn prediking staat het Koninkrijk van God! De evangelisten vatten de prediking van de Heere Jezus samen met de woorden: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen... Dat is het Koninkrijk van Gods genade, dat opgericht wordt in de harten van zondaren. Door onze zonde en de val in het Paradijs hebben wij God verlaten. Wij zijn overtreders van Zijn wet en luisteren niet meer naar Zijn stem. Wij staan met onze rug naar God toe en leven in de duisternis voort. Nee, van nature zijn wij geen zoekers van dat Koninkrijk van God. Maar nu klinkt het tot zulke mensen: Zoekt eerst het Koninkrijk van God! De oproep die de Heere aan ons geeft, begint met een klein woordje. Daar zouden we bijna overheen lezen. De Heere zegt: Máár... zoekt eerst het Koninkrijk van God. Dat woordje 'maar' wijst op een tegenstelling! De Heere zegt in Mattheüs 6 waar de mensen allemaal druk mee zijn. Hij heeft tijdens Zijn rondwandeling op aarde het leven realistisch onder ogen gezien. Hij heeft de mensen om Zich heen bezig gezien. De hele dag waren ze in de weer voor hun onderhoud. En niet alleen voor het absoluut noodzakelijke, maar Hij zag ook een overbezorgd bezig zijn met allerlei dingen van de aarde! De dienst aan mammon, de geldgod, wordt gesteld tegenover de dienst aan God. Het leven lijkt te gaan om eten, drinken en kleding!
De praktijk van de mensen toen zal ten diepste niet zo veel verschillen met de mensen nu! Dat Koninkrijk van God moet de hoogste plaats hebben in ons leven. Heb je daar wel eens bij stilgestaan? We moeten bedenken dat we het Woord, het gepredikte Woord naast ons neer kunnen leggen, doordat het aardse leven ons te veel in beslag neemt. Dan wordt het zaad van het Woord 'verstikt' in ons leven. Veel dingen vragen onze aandacht. Ons werk, onze studie, onze hobby's, onze... Vul zelf maar in! Dat heeft met de praktijk te maken. Over die praktijk gaat het.
Hoe is het in jouw leven met dat bezorgd zijn met de aardse dingen? De geest van het materialisme kan ons zo bezet houden, dat we voorbij gaan aan het feit dat we een ziel hebben voor de eeuwigheid. Zeker, we moeten ons geld goed beheren en niet over de balk gooien. Zeker, de gaven, die de Heere ons gaf, moeten we besteden. Het vraagt alle inspanning om ons dagelijkse brood te verkrijgen. Na de val klinkt het tot Adam: ...In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten... Maar als we zo in beslag genomen worden door het woordje 'verdienen', dan zijn we op het verkeerde spoor. We vinden in de Bijbel het verschrikkelijke voorbeeld van de rijke dwaas, die dacht zijn 'schaapjes op het droge te hebben' en jaren vooruit te kunnen. In diezelfde nacht kwam God en het kostte hem zijn ziel (Lukas 12).
Wat zijn dat dan voor mensen die het Koninkrijk van God zoeken? Dat zegt de Heere in het begin van de bergrede: Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Het zijn dus armen van geest. Dat betekent volgens de kanttekening van de Statenvertaling: Dat is, nederigen en gebrokenen van hart, die hun nietigheid verstaande, een klein gevoel van zichzelven hebben, steunende alleen op de genade Gods in Christus Jezus. Dat zijn mensen die in zichzelf geen kracht hebben om de zonden te verlaten, die geringe gedachten hebben van zichzelf, die zonder de Heere arm zijn en ellendig, die buiten Gods gemeenschap en gunst niet kunnen leven, die met droefheid vervuld zijn over hun zonden en deze zonden belijden en beleven.
Maar zoekt eerst het Koninkrijk van God! Dat woord legde Demas naast zich neer. Hij kreeg de tegenwoordige wereld lief. Alleen maar zoveel mogelijk genot uit dit leven zien te halen.
Dat deed Augustinus ook toen hij jong was. Alles wilde hij hebben: geestelijk genot en lichamelijk genot, terwijl hij een vijand was van Christus en van vrije genade. Daar is zijn hart nooit rustig onder geworden, bekent hij in zijn levensboek De belijdenissen. Na lang zoeken en worstelen mocht Augustinus de ware rust vinden. Christus verloste hem van de heerschappij van de zonde. Is dat ook in jouw leven al gebeurd? Zo worden mensen, ook jonge mensen, onderdanen van het Koninkrijk van God. Zo worden zoekers vinders van het Koninkrijk van God!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 2000
Daniel | 28 Pagina's