JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Als je blijft vasthouden, gaan ze je  respecteren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als je blijft vasthouden, gaan ze je respecteren

In gesprek met je niet-christelijke klasgenoot of collega

14 minuten leestijd

Als kind en als tiener ging je naar een reformatorische school: een beschermde wereld. Daarna begon je beroepsopleiding of je studie en kwam je vaak in een heel andere omgeving terecht. Als christen-jongere sta je er dan meestal alleen voor. Dat kan vragen bij je oproepen: hoe ga ik op een goede manier om met mijn klasgenoten of mijn collega's? Over deze vraag hadden we contact met vier jongeren, die in een niet-christelijke omgeving werken. Vier jongeren, met verschillende karakters en ook andere werkomgevingen. Dat leverde hele verschillende verhalen op. Een samenvatting.

Lia Cromwijk uit Kamerik werkt in een apotheek. De overstap van de reformatorische school naar de school waar ze haar opleiding volgde, vond ze best groot. "Het eerste jaar was echt gewoon wennen. De levenswijze en cultuur van je klasgenoten is heel anders, die ken je niet." In de klas was ze de enige met een christelijke achtergrond, voor zover ze weet. "Ik had geen vriendinnen gehad die niet geloofden. Ik wist niet wat het was. Als christelijke mensen het over niet-christenen hadden, had ik vaak een negatief gevoel. De eerste tijd ontdekte ik: dit zijn ook echt mensen, ze hebben ook gevoelens, ze hebben ook echt wel besef van leven en dood. Ze denken ook wel na. Ik was een soort verbaasd: wat is dit? Ik kon gewoon heel goed met ze praten en met ze opschieten. Ik had eerst een idee van: ze geloven niet, daar moet je afstand van houden. Maar dat moet je juist niet doen. Je moet jezelf zijn en er voor uitkomen wat jij gelooft en belangstelling voor hen tonen. Gewoon gewoon doen! Ik voel dat ik daarbij de Heere nodig heb. En ook al hebben ze dan vragen, dan voel je het niet als een aanval. Voor hen is het iets nieuws. Zij zijn er niet mee opgegroeid."

Jaap den Hollander uit Hendrik-Ido-Ambacht bevindt zich overdag in het roomse zuiden, bij een autobedrijf in Breda. Jaap vindt het voor zichzelf een voordeel dat hij vanaf de reformatorische school via een 'christelijke' school in Breda terechtkwam. "Dan zijn er al dingen die je weet van de christelijke school. Je moet veel meer voor jezelf opkomen. Je bent een eenling, maar je went eraan. Vooral in het begin waren er veel momenten waarop ik me erg eenzaam voelde. Maandag is bijvoorbeeld het eerste waar over gepraat wordt sport en daar kun je niet over meepraten."

Sjors Noordzij uit Woerden werkt bij een tuincentrum. De overgang van de reformatorische school naar de opleiding tot hovenier vond hij even wennen. "Waar praten de jongens over? Over tv-programma's, voetbal, schuine taal. Dat zijn toch heel andere dingen dan je gewend bent." Wat hem tegenviel, was dat er op de opleiding ook enkele andere reformatorische jongens zaten, die er niet voor uit wilden komen. Dat vond hij jammer, want je zou aan elkaar juist veel kunnen hebben.

Aafke Karels uit Putten is leerling-verpleegkundige. Zij vertelt over haar confrontatie met niet-christelijke collega's: "Een eerste ervaring met niet-reformatorische collega's was tijdens vrijwilligerswerk. Daar heb ik een aantal goede gesprekken over het persoonlijk geloof in de Heere Jezus gehad met gereformeerde collega's. Daarna tijdens mijn stage in 'naam'-christelijke instellingen (die een christelijke identiteit zeggen te hebben, of hadden) kreeg ik begeleiding vanuit school. Toen ervaarde ik de stap niet groot, maar ik denk dat dat vooral ook te maken heeft met de open instelling van mijn ouders. Zij keurden 'niet-refo'-mensen of denkwijzen niet af, maar lieten ons er over nadenken en een mening vormen. Dit maakte voor mij de overstap een stuk makkelijker."

 

Altijd reageren?

Eén van de dingen waar je snel tegen aan loopt is het feit dat je collega's er een ander taalgebruik op na houden dan jij. Vloeken is voor hen meestal iets heel normaals. 's Zondags in de kerk hoor je het derde gebod: 'Gij zult de Naam des Heeren uws Gods niet ijdel gebruiken.' Vaak vraag je je dan als christen-jongere af of je moet reageren. En hoe reageer je? In de praktijk blijkt het niet gemakkelijk.

De zuiderlingen vloeken erg gemakkelijk. Jaap: "Als ik 's morgens op mijn werk kom, heb ik bij wijze van spreken al drie vloeken gehoord. Je hebt geleerd dat je er altijd wat van moet zeggen, maar daar zou je een dagtaak aan hebben. Meestal zeg ik er wat van, en de collega's weten vaak al: o, Jaap is erbij. Het wordt dus wel getolereerd, maar je merkt wel dat je ze niets op moet gaan leggen."

Lia: "Eigenlijk heb ik er te weinig van gezegd, maar ze weten drommels goed dat ik het niet leuk vind. Lelijke woorden gebruiken ze best vaak, en dan zeggen ze er 'sorry' achter, maar wat ik daar aan heb? Het gevoel dat ze rekening met me houden. Het misbruiken van Jezus' Naam vind ik kwetsend. Als je niet in Hem gelooft, misbruik dan ook Zijn Naam niet."

Aafke: "Het ligt aan de vloek. Meestal probeer ik er een 'draai' aan te geven. Een keer hoorde ik iemand een 'vloek' zeggen, die ik nog niet eerder voluit had gehoord. Zij zei: 'God sal me liefhebben!'. In eerste instantie schrok ik ervan, maar ik heb toen met 'amen' gereageerd, en verteld dat dat zeker waar is. Wanneer iemand zomaar de Naam van Jezus zegt, vraag ik meestal of diegene Hem ook kent en ook zo blij is dat Hij bestaat. In een aantal situaties kunnen daaruit goede gesprekken ontstaan. Mensen verwachten meestal geen reactie op hun uitspraak, en zeker niet zo'n soort. Vaak blijkt ook dat ze niet goed beseffen wat ze zeggen. Wanneer iemand echt vloekt, laat ik dat op dat moment even rusten, maar probeer er wel op terug te komen door te zeggen dat het mij echt pijn doet en waarom. Ik voel me dan echt kwetsbaar, maar weet dat God me kracht geeft om dat te zeggen."

Sjors geeft het volgende advies: "Als een collega vloekt, kun je er wat van zeggen. Maar niet altijd, soms doe je het ook achteraf. Het kan ook erger worden als je er iets van zegt. Je moet je collega's niet de les lezen. Ze willen mij respecteren en als ze mij ermee kwetsen, doen ze het niet. Vloeken gebeurt niet in mijn huis. Net zoals er in mijn huis niet gerookt mag worden. Dat weten mijn vrienden, maar dat zeg ik ook bijvoorbeeld tegen mijn buurman waar ik veel contact mee heb."

 

Jij en je overtuiging

Het is sowieso niet altijd eenvoudig om voor je overtuiging uit te komen. Ook op andere momenten merk je vaak dat je totaal anders leeft dan je collega's. Dan voel je je alleen.

Aafke voelt dat soms, als ze iets uit probeert te leggen, bijvoorbeeld waarom ze een aantal tv-programma's echt niet goed vindt. "Dat lijkt vaak niet over te komen. Zeker wanneer ik niet eerder een (persoonlijk) gesprek met hen heb gehad en zij niet weten in Wie en waarom ik geloof, kunnen zij soms best heel hard reageren. Ik merk wel dat wanneer ik verteld heb dat ik in God geloof, waarom en hoe ik dat ervaar, dat ze daarna milder zijn waar ik bij ben, of zich open opstellen. Wanneer een christen-collega op dat moment ook aanwezig is, voel ik daar zeker kracht van uitgaan."

Lia vindt het vaak moeilijk om er in gesprekken voor uit te komen waar ze voor staat. "Daar heb ik wel last van, want ik zeg bijna nooit wat." Ze geeft aan dat je moed moet verzamelen om een gesprek aan te gaan. Je krijgt ook niet altijd de kans, omdat er bijvoorbeeld juist op dat moment weer andere collega's bijkomen, waardoor je het gesprek af moet breken. "Ik voel dat het gebed hierin heel belangrijk is."

Sjors' collega's weten goed wie hij is. "Ik ben best wel open. In het begin proberen ze je uit. Maar als je blijft vasthouden, dan gaan ze je respecteren. Door je houding en gedrag krijg je respect. Ik heb wel eens gehoord: respect moet je verdienen, dat krijg je niet zomaar." Sjors werkt vaak samen met een oudere collega en dan praat je natuurlijk regelmatig met elkaar. Zo weet zijn collega dat hij op donderdagavond naar de CGO-cursus gaat. 'Doe je de groeten aan Theo?', zegt hij dan donderdagmiddag. Met 'Theo' bedoelt hij 'theologie'. "Ze stempelen je vaak met: jullie mogen niks. Ik probeer dan uit te leggen dat het geen kwestie is van niet mogen, maar dat je je eigen verantwoordelijkheid hebt." 

 

Spontane gesprekken

Meer diepgaande gesprekken met collega's krijg je volgens Aafke vaak vanzelf, zonder dat je er direct voor gaat zitten. "Spontane gesprekken lijken vaak het best te gaan." Haar valt in zulke gesprekken het volgende op: "De meeste mensen geloven wel in 'iets', weten alleen zelf nog niet altijd wat dat is. Ik merk dat ik moet oppassen niet 'mijn' geloof als enig goede te zien en dat al te sterk zo uit te dragen, want ik heb ook heel veel van ongelovige of anders-gelovige collega's geleerd. Vooral mensen die ooit zijn opgevoed met geloof, lijken op zoek te blijven naar de rust die God geeft. Dan kan ik hen vertellen wat Hij voor mij heeft gedaan en dat Hij is gekomen om mensen, juist die van Hem vandaan zijn gegaan, te redden. Maar die mensen denken dat het niet voor hen is, of zeggen: 'Fijn dat jij dat kunt geloven, maar ik kan dat niet zo ervaren.' Er zijn ook collega's die zeggen dat ze het 'tof' voor mij vinden dat ik daar rust in heb gevonden, maar dat het voor hen niet per se hoeft."

Jaap ervaart dat zijn roomse collega's een beetje bevreemd tegen zijn levensvisie aankijken. "Ze weten het eigenlijk veel beter dan jij. Ze zeggen wel eens tegen me: 'Als ik gedoopt ben, ben ik van m'n erfzonde af. Jij moet nog maar zien dat je ervan afkomt'. Voor heel veel dingen staan ze open, maar ga er niet dieper op in en probeer ze niet te overtuigen, want dan staat de wagen stil. Ze zijn wel heel nieuwsgierig en vragen vaak hoe het bij ons gaat. Ik probeer dan te vertellen wat wij geloven."

"Wat me wel eens beangstigt, is dat het leven van mijn collega's zo leeg is. Dat beeld had ik niet meegekregen: dat de maatschappij zo hard is. Dat doet me veel pijn. Vanmorgen sprak ik een collega die bij de begrafenis van een 87-jarige vrouw geweest was. 'Die is er zomaar tussenuit gepiept,' zei hij. 'Wat zeg je,' zei ik, 'heeft ze zelfmoord gepleegd dan?' Zo hard en zo koud en zo leeg... In zulke gesprekken probeer je toch aan te geven dat er maar Eén is Die leven geeft en leven neemt." Jaap komt in Brabant maar weinig christenen tegen en dat zet hem aan het denken. "Dan vraag je je wel eens af of wij het wel bij het rechte eind hebben. Waar je die vraag opgelost krijgt? In je gebed, in de prediking die je 's zondags hoort of in Gods Woord."

 

Niet beleren

Meestal is het beter om in gesprekken te vertellen hoe je zelf over bepaalde dingen denkt, dan dat je collega's gaat beleren. Gesprekken met collega's zetten je ook zelf aan het denken.

Aafke: "Vaak is dat ook een aanzet om weer opnieuw naar de Heere te gaan. Ik ga ook proberen kritisch te denken naar twee kanten, de kant van mijn refo-achtergrond met die goede basis, maar ook over wat echt belangrijk is." Zulke gesprekken maken indruk. "De onmacht dat er zoveel mensen zijn die de Heere nog niet kennen, die op zoek lijken, en daarin eigenlijk 'begeleid' zouden moeten worden door andere christenen."

Ook Sjors heeft zo'n gevoel: "Als je het over het einde van het leven hebt, weet je collega eigenlijk niet waar het stopt. Een Christen mag weten dat hij naar zijn Koning gaat." Je moet wel eerlijk zijn. "Het is niet altijd rozengeur en maneschijn voor een christen."

 

Solliciteren?

Als je weer gaat solliciteren, zou je dan kiezen voor een christelijk bedrijf of een christelijke instelling?

Aafke: "Over het algemeen vind ik het positief om met niet-christelijke collega's te werken. Waar ik wel moeite mee heb, is dat ik bijvoorbeeld veel moeite moest doen om een dienst te wisselen, omdat ik tijdens een (voor mij) bijzondere dienst een kerk wilde bezoeken. En dat er moeilijk over werd gedaan dat ik tijdens het winterseizoen een vaste avond vrij wilde in verband met catechisatie, terwijl een andere collega zonder moeite woensdagmiddag werd vrijgepland, omdat haar zoon dan thuis was, of moest zwemmen. Zij mag dus wel vrij voor haar 'geloof' in haar zoon, maar ik niet voor mijn geloof in God?"

Lia: "Geen idee of ik per se in een christelijke omgeving zou willen werken. Je hoort nogal eens negatieve verhalen. Er wordt zo op je gelet: doet ze dit wel goed en doet ze dat goed? In de apotheek sta je wel alleen. Je voelt je eenzaam - door de lege gesprekken. Ze weten niet Wie God is. Menselijkerwijs gesproken loopt het niet goed met ze af. Daar heb je ze niet voor over. Dan voel je dat je een taak in de wereld hebt."

Jaap: "Ik denk niet dat ik er voor mezelf in zou selecteren, maar soms denk ik: ze hebben het in een christelijke omgeving wel een stuk gemakkelijker. Aan de andere kant vind ik er een gevaar aan zitten: je leeft in zo'n beschermd wereldje. Je wordt er veel weerbaarder van als je in een niet-christelijke omgeving terechtkomt. Er ligt daar juist een taak voor ons, denk ik."

Sjors vindt het allebei wel wat hebben. " Als je bij een christelijk bedrijf werkt, kun je samen met je collega's praten over hoe je het geloof beleeft. Bij een niet-christelijk bedrijf kun je wat uitdragen. Op de plek waar God mij wil hebben, heb ik een taak."

 

Jezelf zijn

Als je in een niet-christelijke omgeving terechtkomt, is het het belangrijkste dat je jezelf bent. Dan komen de vragen - vroeg of later - vanzelf. Het is natuurlijk een voordeel als je spontaan bent en gemakkelijk praat. Dan zul je minder moeite hebben om met je klasgenoten of collega's in contact te komen. Als je van jezelf wat teruggetrokken en verlegen bent, kan het zijn dat je lang(er) aan de zijlijn blijft staan. Je kunt dan het gevoel krijgen dat ze je niet accepteren. Bedenk dan echter dat je klasgenoten of je collega's je niet bij voorbaat zien als 'dat christelijke meisje met die rok' of 'die christelijke jongen die 's zondags naar de kerk gaat, en die zo weinig mag'. Maar meestal ben je voor hen in de eerste plaats gewoon 'dat meisje met die krullen' of 'die jongen met die bril'. En pas daarna beoordelen ze je als iemand die christelijk is, en dus anders.

Lia heeft gemerkt dat je leert hoe je ermee om moet gaan, als je ervoor geplaatst wordt. "Eerst heb je je eigen cultuurtje, daar leef je in. Je hoort één kant, nu hoor je andere opvattingen, hoe zij erover denken. Als je mensen langer kent, heb je minder angst dat ze je om je opvatting los zullen laten."

We hebben vaak de neiging om ons voor onze overtuiging te schamen. Dat is echter helemaal niet nodig. Sjors verwoordt het als volgt: "Wij hebben toch het rijkste geloof dat er is! Verzoening door voldoening. Je kunt er zelf niets aan toevoegen. Nee, je hóéft er zelfs niets aan toe te voegen."

 

Belijden en navolgen

Waar je ook geplaatst wordt, overal geldt hetzelfde. De Heere vraagt van ons dat wij Hem belijden tegenover onze medemensen. Dat kan strijd geven - er komen immers veel vragen op je af. Daarom geeft het moed als we in Gods Woord lezen: Maar indien gij verdraagt als gij wel doet en daarover lijdt, dat is genade bij God. Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Ghristus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen (1 Petrus 2: 20-21). Als we de betekenis van Christus' offer aan het kruis persoonlijk leren kennen, dan zijn wij bereid Zijn voetstappen na te volgen. Dat vraagt gebed en gehoorzaamheid, én dat geeft zegen. Niet alleen voor ons, maar juist ook voor de mensen in onze omgeving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 2000

Daniel | 32 Pagina's

Als je blijft vasthouden, gaan ze je  respecteren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 2000

Daniel | 32 Pagina's